Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:8945

ECLI:NL:RBZWB:2026:8945 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-05-2026 / 26-006045
Strafrecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

Verzoeker, [verzoeker] (geb. [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats], wonende te [woonadres], vertegenwoordigd door mr. C. van Aken te Geertruidenberg), verzocht bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant onder parketnummer 02-341043-25 om vergoeding ex artikel 530 Sv. Het verzoek (ingediend 27 febr. 2026) zag op: €2.971,16 aan kosten rechtsbijstand, een forfaitaire vergoeding van €420 voor het opstellen/indienen van het verzoek (of €825 bij behandeling in raadkamer) en verder vergoeding van reiskosten; het OM gaf een schriftelijke reactie. De enkelvoudige raadkamer behandelde het verzoek op 13 mei 2026; de officier van justitie, mr. M. Nieuwenhuis, en mr. C. van Aken werden gehoord. Verzoeker zelf was opgeroepen maar verscheen niet.

Feiten en procesverloop relevant voor de beoordeling: het onderzoek betrof twee feiten: bedreiging (9 juni 2024) en mishandeling (15 augustus 2025). Op 16 december 2025 sprak het Openbaar Ministerie een beleidssepot uit: onvoldoende bewijs voor bedreiging; bij mishandeling sprake van medeschuld van de benadeelde. De raadsman stelde dat op basis van het politieverhoor onvoldoende bewijs bestond voor mishandeling, zodat toekenning van kosten rechtsbijstand mogelijk was. Het OM betoogde juist dat van een bewijsbare zaak sprake was en dat afzien van vervolging om andere redenen plaatsvond; bewijs bestond uit aangifte, foto’s van letsel en de getuigenverklaring van de schoonmoeder van verzoeker.

Juridische toetsing: de rechtbank wijst op art. 530 Sv (vergoeding van reis-/verblijfskosten, schade door tijdsverlies en kosten raadsman tenzij toegevoegd) en art. 534 lid 1 Sv (toekenning op grond van billijkheid; alle omstandigheden wegen mee). De rechtbank beoordeelt afzonderlijk de kosten gerelateerd aan de bedreiging en aan de mishandeling. Voor de mishandeling oordeelt zij dat verzoeker dit aan zichzelf te wijten heeft; de verklaring van de schoonmoeder ([persoon]) beschrijft voorafgaand agressief gedrag (o.a. schilderijen van de muur trekken en op de grond gooien), in samenhang met aangifte en foto’s. Gelet daarop komen die rechtsbijstandskosten niet voor vergoeding in aanmerking. Voor de bedreiging (waarvoor het sepot van 16 december 2025 onvoldoende bewijs vermeldt) zijn wél gronden van billijkheid aanwezig.

De rechtbank wijst de gevraagde reiskosten af omdat art. 530 Sv slechts vergoeding van reizen dekt voor onderzoeken waarbij een rechter is betrokken (volgens wetsgeschiedenis en jurisprudentie; verwijzing naar ECLI:NL:GHARL:2014:1898 e.a.), zodat vervoer naar het politiebureau niet in aanmerking komt. Voor de kosten verbonden aan het verzoek in raadkamer kent de rechtbank het forfaitaire bedrag van €825 toe.

Beslissing (27 mei 2026, mr. J. Bergen): het verzoek wordt grotendeels toegewezen tot een totaal van €1.825,00, bestaande uit €1.000,00 aan kosten rechtsbijstand (alleen voor de zaak bedreiging) en €825,00 forfait voor indiening/behandeling van het verzoekschrift. Het overige wordt afgewezen. Het bedrag wordt overgemaakt op rekening [rekeningnummer] ten name van [naam] onder vermelding “[vermelding]”. Tegen deze beslissing staat het OM binnen 14 dagen en verzoeker binnen één maand na betekening hoger beroep open bij het Gerechtshof te ’s‑Hertogenbosch.

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:6431
Strafrecht
15-07-2026 93% soortgelijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (zittingsplaats Middelburg), raadkamernummer 25-025357, parketnummer 02-202743-25. Verzoeker: [de verzoeker], geboren [geboortedag] 1996 te '[geboorteplaats], wonende kiezend op het kantoor van mr. S. van der Zeeuw, advocaat te 's‑Hertogenbosch. Gemachtigde van...
ECLI:NL:RBZWB:2026:8943
Strafrecht
15-09-2026 91% soortgelijk
De enkelvoudige raadkamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (zittingsplaats Middelburg; parketnummer 02-264284-25; raadkamernummer 26-000313) heeft bij beschikking van 27 mei 2026 op het verzoek van [verzoeker] (geb. [geboortedag] 1970 te [geboorteplaats], woonplaats kiezend...
ECLI:NL:RBZWB:2026:5287
Strafrecht
16-06-2026 91% soortgelijk
Rechtbank Zeeland‑West‑Brabant (zittingsplaats Middelburg), parketnr. 02‑204808‑24, raadkamernr. 25‑032106. Verzoeker: [verzoeker], geboren [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats], woonplaats kiezend op het kantoor van mr. W.T.J. Schieman, advocaat te Middelburg (Lange Noordstraat 42). Officier van...
ECLI:NL:RBZWB:2026:8940
Strafrecht
15-09-2026 91% soortgelijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg (parketnr. 02-241410-25, raadkamernr. 26-000255) heeft bij beslissing van de enkelvoudige raadkamer op 27 mei 2026 een verzoek ex artikel 530 Sv van [verzoeker] (geb. [geboortedag] 1973 te [geboorteplaats],...
ECLI:NL:RBZWB:2026:5284
Strafrecht
16-06-2026 91% soortgelijk
De enkelvoudige raadkamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (zittingsplaats Middelburg; parketnr. 02-210713-25, raadkamernr. 26-001260) heeft bij beslissing van 7 april 2026 het verzoek van [verzoeker] (geboren [geboortedag] 1955 te [geboorteplaats], woonplaats kiezend op...

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

verzoekschrift schadevergoeding ex art. 530 Sv gedeeltelijk toewijzen

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht Zittingsplaats Middelburg

parketnummer: 02-341043-25 rk-nummer: 26-006045

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker]

geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] , wonende te [woonadres] , woonplaats kiezende op het kantoor van mr. C. van Aken advocaat te Geertruidenberg, (Markt 33, 4931 BR Geertruidenberg),

hierna te noemen: de verzoeker.

1 De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

 het op 27 februari 2026 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding **ex artikel 530 van het Wetboek van strafvordering **(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:

  • € 2.971,16, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;

  • € 420,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 825,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;

  • de kennisgeving sepot van 16 december 2025;

  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie;

  • de overige stukken in het raadkamerdossier.

Op 13 mei 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. M. Nieuwenhuis, en mr. C. van Aken als gemachtigd advocaat van verzoeker, gehoord.

Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.

De advocaat van verzoeker heeft aangevoerd dat het verzochte bedrag aan kosten rechtsbijstand kan worden toegewezen. De advocaat is niet in het bezit van het strafdossier. Het beschikbaar stellen daarvan ligt op de weg van het Openbaar Ministerie. Op basis van het politieverhoor, waarbij de advocaat aanwezig was, kan worden gesteld dat er onvoldoende bewijs was voor de mishandeling, hetgeen maakt dat deze zaak niet zou leiden tot een veroordeling.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek moet worden afgewezen, nu er sprake is van een bewijsbare zaak maar er op andere gronden is afgezien van vervolging. Het bewijs steunt op de aangifte, foto’s van het letsel en de getuigenverklaring van de schoonmoeder van verzoeker. Voorgaande maakt dat ook de forfaitaire vergoeding moet worden afgewezen.

2 De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of voor het laatst werd vervolgd.

Op grond van artikel 530 Sv wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.

Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.

Uit het beleidssepot van 16 december 2025 blijkt dat er voor het delict bedreiging, gepleegd op 9 juni 2024, onvoldoende bewijs is. Voor het delict mishandeling, gepleegd op 15 augustus 2025, is sprake van medeschuld van de benadeelde. Er kunnen gronden van billijkheid voor toekenning van een vergoeding ontbreken als verzoeker de kosten aan zichzelf te wijten had.

Uit de door de officier van justitie aangehaalde stukken blijkt dat verzoeker, in het geval van de mishandeling, het aan zichzelf te wijten heeft gehad dat hij onderwerp is geworden van een opsporingsonderzoek en waardoor de kosten voor rechtsbijstand voor zijn risico moeten blijven. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking de aangifte, de foto’s van het letsel en de getuigenverklaring van [persoon] , de schoonmoeder van verzoeker. Uit deze laatste verklaring blijkt van het gedrag van verzoeker voorafgaand aan de vechtpartij. Hij was agressief, ging tekeer, trok schilderijen van de muur en gooide deze vervolgens op de grond. Gelet daarop komen de kosten die verband houden met de verdenking van de mishandeling niet voor vergoeding in aanmerking. De kosten die gemaakt zijn in verband met de verdenking van de bedreiging komen wel voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank zal op gronden van billijkheid een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand toekennen tot een bedrag van € 1.000,00.

Ingevolge artikel 530, eerste lid, Sv kunnen de reiskosten van een gewezen verdachte slechts worden vergoed voor zover deze zijn gemaakt voor het onderzoek en de behandeling van de zaak. Volgens de wetsgeschiedenis gaat het dan om onderzoeken waar een rechter bij betrokken is (vgl. o.a. ECLI:NL:GHARL:2014:1898 , ECLI:NL:GHAMS:2018:1196 ). De rechtbank zal de verzochte vergoeding van reiskosten in verband met het vervoer naar het politiebureau dan ook afwijzen.

Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 825,00 toegekend.

3 De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van

€ 1.825,00, bestaande uit:

  • € 1.000,00 aan kosten van rechtsbijstand;
  • € 825,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;

wijst het verzoek voor het overige af;

bepaalt dat een bedrag van €1.825,00 zal worden overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [naam] , onder vermelding van “ [vermelding] ”.

Deze beslissing is op 27 mei 2026 genomen door mr. J. Bergen rechter, in tegenwoordigheid van mr. D.J. Gentenaar van der Landen, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 27 mei 2026.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.