Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:8943

ECLI:NL:RBZWB:2026:8943 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-05-2026 / 26-000313
Strafrecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

De enkelvoudige raadkamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (zittingsplaats Middelburg; parketnummer 02-264284-25; raadkamernummer 26-000313) heeft bij beschikking van 27 mei 2026 op het verzoek van [verzoeker] (geb. [geboortedag] 1970 te [geboorteplaats], woonplaats kiezend kantoor mr. F.H.J. de Graaf, advocaat te Tilburg) besloten tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv.

Procedurele feiten en partijen

  • Het verzoekschrift, ingediend bij de griffie op 6 januari 2026, vorderde vergoeding van: € 1.064,80 voor kosten rechtsbijstand; € 9,53 reiskosten voor een verhoor op het politiebureau; en een forfait voor het opstellen/indienen van het verzoek van € 420,00 dan wel € 825,00 bij behandeling in raadkamer. Verder behoorden tot het dossier de kennisgeving sepot van 8 oktober 2025 en de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
  • Op 13 mei 2026 vond de behandeling in de raadkamer plaats; de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis en mr. J.M. Mc Keown (waarnemend advocaat voor mr. F.H.J. de Graaf) zijn gehoord. Verzoeker was opgeroepen maar niet verschenen; zijn advocaat trad op en verwees inzake reiskosten naar het oordeel van de rechtbank.
  • De officier van justitie gaf aan het verzoek toewijsbaar te achten, met uitzondering van de reiskosten voor het politieverhoor, die volgens het OM niet onder artikel 530 Sv vallen.

Beoordeling en rechtsgrondslag

  • De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder toepassing van artikel 9a Sr. De rechtbank is bevoegd omdat de zaak bij haar in feitelijke aanleg (is) vervolgd.
  • Artikel 530 Sv geeft een gewezen verdachte de mogelijkheid vergoeding te krijgen voor reis- en verblijfskosten gemaakt voor onderzoek en behandeling van de zaak, vergoeding voor daadwerkelijk geleden tijdverlies door vervolging/behandeling ter terechtzitting, en vergoeding van kosten van een raadsman (behoudens toevoeging).
  • Artikel 534 lid 1 Sv vereist dat toekenning plaatsvindt voor zover naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn; alle omstandigheden dienen te worden meegewogen.
  • De rechtbank oordeelt dat het gevorderde bedrag van € 1.064,80 voor rechtsbijstand voldoende is onderbouwd en billijk is; toekenning volgt.
  • De gevraagde € 9,53 voor reiskosten in verband met een verhoor op het politiebureau wordt afgewezen omdat dergelijke kosten buiten de reikwijdte van artikel 530 Sv vallen.
  • Voor de kosten verbonden aan het indienen en de behandeling van het verzoek in raadkamer kent de rechtbank het forfaitaire bedrag van € 825,00 toe (dus de hogere van de gevraagde forfaitaire opties).

Beslissing

  • Het verzoek wordt toegewezen tot een totaalbedrag van € 1.889,80, bestaande uit: € 1.064,80 (kosten rechtsbijstand) en € 825,00 (forfait kosten verzoekschrift/raadkamer).
  • Het overige verzoek wordt afgewezen (in het bijzonder de € 9,53 reiskosten).
  • Uitbetaling van € 1.889,80 zal geschieden op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [naam], onder vermelding van “[vermelding]”.
  • Beslissing genomen door mr. J. Bergen, rechter; griffier mr. D.J. Gentenaar van der Landen. Tegen de beschikking is beroep mogelijk door het Openbaar Ministerie binnen 14 dagen na dagtekening en door verzoeker binnen één maand na betekening bij het Gerechtshof te ’s‑Hertogenbosch.

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2025:8410
Strafrecht
28-11-2025 95% soortgelijk
De enkelvoudige raadkamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (zittingsplaats Middelburg; parketnr. 02-052105-25; raadkamernr. 25-013709) heeft bij beslissing van 28 oktober 2025 een verzoek ex artikel 530 Sv van [verzoeker] (geboren [datum] 1985 te...
ECLI:NL:RBZWB:2026:8940
Strafrecht
15-09-2026 95% soortgelijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg (parketnr. 02-241410-25, raadkamernr. 26-000255) heeft bij beslissing van de enkelvoudige raadkamer op 27 mei 2026 een verzoek ex artikel 530 Sv van [verzoeker] (geb. [geboortedag] 1973 te [geboorteplaats],...
ECLI:NL:RBZWB:2026:8930
Strafrecht
15-09-2026 95% soortgelijk
De enkelvoudige raadkamer van de Rechtbank Zeeland‑West‑Brabant (zittingsplaats Middelburg; parketnummer 02-400811-24, raadkamernummer 26‑004705) heeft bij beslissing van 27 mei 2026 het verzoek van [verzoeker] (geboren [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats], woonplaats kiezend op...
ECLI:NL:RBZWB:2026:5287
Strafrecht
16-06-2026 94% soortgelijk
Rechtbank Zeeland‑West‑Brabant (zittingsplaats Middelburg), parketnr. 02‑204808‑24, raadkamernr. 25‑032106. Verzoeker: [verzoeker], geboren [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats], woonplaats kiezend op het kantoor van mr. W.T.J. Schieman, advocaat te Middelburg (Lange Noordstraat 42). Officier van...
ECLI:NL:RBZWB:2026:6431
Strafrecht
15-07-2026 94% soortgelijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (zittingsplaats Middelburg), raadkamernummer 25-025357, parketnummer 02-202743-25. Verzoeker: [de verzoeker], geboren [geboortedag] 1996 te '[geboorteplaats], wonende kiezend op het kantoor van mr. S. van der Zeeuw, advocaat te 's‑Hertogenbosch. Gemachtigde van...

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

verzoekschrift schadevergoeding ex art. 530 Sv gedeeltelijk toewijzen

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht

Zittingsplaats Middelburg

parketnummer: 02-264284-25 raadkamernummer: 26-000313

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedag] 1970 te [geboorteplaats] , woonplaats kiezend op het kantoor van mr. F.H.J. de Graaf, advocaat te Tilburg (Bredaseweg 204-13, 5038 NK Tilburg),

hierna te noemen: de verzoeker.

1 De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

 het op 6 januari 2026 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding **ex artikel 530 van het Wetboek van strafvordering **(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:

  • € 1.064,80, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;

  • € 9,53, voor vergoeding van reiskosten voor het verhoor op het politiebureau;

  • € 420,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 825,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;

  • de kennisgeving sepot van 8 oktober 2025;

  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie;

  • de overige stukken in het raadkamerdossier.

Op 13 mei 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis, en mr. J.M. Mc Keown, waarnemend voor mr. F.H.J. de Graaf, als gemachtigd advocaat van verzoeker, gehoord.

Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.

Namens verzoeker is verzocht om vergoeding van bovengenoemde schade. In raadkamer heeft de advocaat kenbaar gemaakt zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank voor zover het verzoek ziet op de gevorderde reiskosten.

De officier van justitie acht het verzoek toewijsbaar, met uitzondering van de reiskosten ten behoeve van het verhoor op het politiebureau. Deze kosten vallen niet onder de reikwijdte van artikel 530 Sv.

2 De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of voor het laatst werd vervolgd.

Op grond van artikel 530 Sv kan aan een gewezen verdachte een vergoeding worden toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.

Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.

Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 1.064,80 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.

Verzoeker heeft vergoeding van een bedrag ter hoogte van € 9,53 verzocht voor reiskosten in verband met een verhoor op het politiebureau. Deze kosten vallen echter buiten de reikwijdte van artikel 530 Sv, zodat de rechtbank deze verzochte vergoeding zal afwijzen.

Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 825,00 toegekend.

3 De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van

€ 1.889,80, bestaande uit:

  • € 1.064,80 aan kosten van rechtsbijstand;
  • € 825,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;

wijst het verzoek voor het overige af;

bepaalt dat een bedrag van € 1.889,80 zal worden overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [naam] , onder vermelding van “ [vermelding] ”.

Deze beslissing is op 27 mei 2026 genomen door mr. J. Bergen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. D.J. Gentenaar van der Landen, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 27 mei 2026.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.