ECLI:NL:RBZWB:2026:5287 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 07-04-2026 / 25-032106
Samenvatting
Rechtbank Zeeland‑West‑Brabant (zittingsplaats Middelburg), parketnr. 02‑204808‑24, raadkamernr. 25‑032106. Verzoeker: [verzoeker], geboren [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats], woonplaats kiezend op het kantoor van mr. W.T.J. Schieman, advocaat te Middelburg (Lange Noordstraat 42). Officier van justitie ter zitting: mr. R.S. Jacobs. Beslisser: mr. J. Bergen, rechter; griffier: I.L. Bruijnooge. Verzoekschrift ingediend 11 december 2025; sepot d.d. 27 november 2025; raadkameronderzoek 24 maart 2026; beslissing uitgesproken 7 april 2026.
Verzoeker heeft bij verzoek ex artikel 530 Sv vergoeding gevorderd ten laste van de Staat voor kosten van rechtsbijstand ad €5.660,40 en een forfaitaire vergoeding voor het indienen/behandelen van het verzoekschrift (€340 of €680 indien in raadkamer behandeld). De zaak eindigde zonder oplegging van straf of maatregel en zonder toepassing van art. 9a Sr. Verzoeker was regelmatig opgeroepen maar niet zelf verschenen; zijn raadsman, mr. Schieman, is gehoord en heeft de gevraagde kosten toegelicht. De officier van justitie gaf aan dat, na toelichting, de kosten voor rechtsbijstand volledig voor vergoeding in aanmerking komen.
De rechtbank overwoog dat zij bevoegd is (zaak zou in feitelijke aanleg bij de rechtbank zijn vervolgd) en dat op grond van art. 530 Sv aan een gewezen verdachte vergoed kan worden: reis‑/verblijfskosten, schade wegens tijdverlies door vervolging/ behandeling en de kosten van een raadsman (tenzij toegevoegd). Art. 534 lid 1 Sv vereist dat toekenning plaatsvindt waar gronden van billijkheid daartoe aanwezig zijn, met inachtneming van alle omstandigheden. De gevorderde €5.660,40 aan kosten van rechtsbijstand was voldoende onderbouwd en billijk; daarnaast is het forfait van €680,00 voor indiening en behandeling in de raadkamer toegekend.
Beslissing: toewijzing van het verzoek tot een totaalbedrag van €6.340,40 (€5.660,40 kosten rechtsbijstand + €680,00 forfait). Uitbetaling wordt bevolen naar rekening NL04 INGB [nummer] ten name van [verzoeker] met vermelding “[verzoeker] /OM”. Tegen de beslissing staat het Openbaar Ministerie hoger beroep toe binnen 14 dagen na dagtekening; verzoeker kan binnen een maand na betekening hoger beroep instellen. De griffier was buiten staat te tekenen.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
verzoekschrift 530 Sv toewijzing
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer: 02-204808-24 raadkamernummer : 25-032106
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
geboren op [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats] , woonplaats kiezend op het kantoor van mr. W.T.J. Schieman, advocaat te Middelburg (Lange Noordstraat 42, 4331 CE Middelburg),
hierna te noemen: de verzoeker.
1 De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het op 11 december 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding **ex artikel 530 van het Wetboek van strafvordering **(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
-
€ 5660,40, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
-
€ 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
-
het sepot van 27 november 2025,
-
de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
-
de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 24 maart 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. R.S. Jacobs en mr. W.T.J. Schieman als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
De raadsman heeft desgevraagd ter terechtzitting een toelichting geven met betrekking tot de gevraagde kosten voor rechtsbijstand.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de kosten voor rechtsbijstand na de gegeven toelichting geheel voor vergoeding in aanmerking komen.
2 De beoordeling
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.
Op grond van artikel 530 Sv wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 5660,40 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 680,00 toegekend.
3 De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van
€ 6.340,40, bestaande uit:
- € 5660,40 aan kosten van rechtsbijstand; en
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van **€ 6.340,40 **zal worden overgemaakt op rekeningnummer NL04 INGB [nummer] ten name [verzoeker] onder vermelding van “ [verzoeker] /OM”;
Deze beslissing is op 7 april 2026 genomen door mr. J. Bergen rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 7 april 2026.
De griffier is buiten staat te tekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.