Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:5286

ECLI:NL:RBZWB:2026:5286 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 07-04-2026 / 25-028039
Strafrecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

Rechtbank Zeeland‑West‑Brabant (zittingsplaats Middelburg), parketnr. 96-106166-25, raadkamernr. 25-028039. Enkelvoudige raadkamer, beslissing op het verzoek ex artikel 530 Sv van [verzoeker], geboren [geboortedag] 1968 te [geboorteplaats], woonplaats kiezend op het kantoor van mr. W.H. Jebbink (Singel 362, Amsterdam). Verzoeken ingediend 2 november 2025; sepot d.d. 20 oktober 2025. Onderzoek in raadkamer op 24 maart 2026; officier van justitie mr. R.S. Jacobs gehoord. Verzoekster en haar raadsman waren geldig opgeroepen maar niet aanwezig.

Geïntimeerd waren de stukken (verzoekschrift, declaratie, sepot, schriftelijke reactie OM en overige dossierstukken). Het verzoek beoogde vergoeding ex art. 530 Sv voor: € 508,20 aan kosten rechtsbijstand en een forfaitaire vergoeding van € 340,00 voor het indienen van het verzoek (met alternatief € 680,00 indien behandeling in raadkamer zou plaatsvinden).

Beoordeling: de zaak eindigde in een sepot zonder oplegging van straf of maatregel en zonder toepassing van art. 9a Sr. De rechtbank is bevoegd omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd. Op grond van art. 530 Sv kan een gewezen verdachte worden vergoed voor reis‑/verblijfskosten, geleden tijdverlies en de kosten van een raadsman (tenzij toegevoegd). Art. 534 lid 1 Sv vereist dat toekenning geschiedt voor zover naar oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn; alle omstandigheden moeten worden betrokken.

De officier merkte tijdens de zitting op dat de bij het verzoek gevoegde declaratie ook in een soortgelijke andere zaak was ingediend. Gezien die samenhang acht de rechtbank billijkheidshalve matiging van de gevraagde kosten van rechtsbijstand op zijn plaats. De rechtbank halveerde het gevraagde bedrag van € 508,20 en kent € 254,10 toe. Voor de kosten verbonden aan de indiening van het verzoek wordt het forfait toegekend van € 340,00. Het verzoek voor het overige wordt afgewezen.

Beslissing (7 april 2026, mr. J. Bergen, in aanwezigheid van griffier I.L. Bruijnooge): toewijzing van het verzoek ex art. 530 Sv tot een bedrag van in totaal € 594,10 (bestaan uit € 254,10 aan kosten rechtsbijstand en € 340,00 forfait voor indieningskosten). Uitbetaling wordt bevolen naar rekeningnummer [iban] ten name van [stichting] onder vermelding van “[verzoeker] / schadevergoeding”. Beschikking bevat mededeling over rechtsmiddel: het Openbaar Ministerie kan binnen 14 dagen na dagtekening hoger beroep instellen; verzoeker kan binnen één maand na betekening hoger beroep instellen bij het Gerechtshof ’s‑Hertogenbosch.

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:8935
Strafrecht
15-09-2026 95% soortgelijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (zittingsplaats Middelburg), parketnummer 02-117300-25, raadkamernummer 26-007695. Beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek ex artikel 530 Sv van [verzoeker], geboren [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats], kiezend woonplaats op het kantoor...
ECLI:NL:RBZWB:2026:6431
Strafrecht
15-07-2026 95% soortgelijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (zittingsplaats Middelburg), raadkamernummer 25-025357, parketnummer 02-202743-25. Verzoeker: [de verzoeker], geboren [geboortedag] 1996 te '[geboorteplaats], wonende kiezend op het kantoor van mr. S. van der Zeeuw, advocaat te 's‑Hertogenbosch. Gemachtigde van...
ECLI:NL:RBZWB:2026:5287
Strafrecht
16-06-2026 94% soortgelijk
Rechtbank Zeeland‑West‑Brabant (zittingsplaats Middelburg), parketnr. 02‑204808‑24, raadkamernr. 25‑032106. Verzoeker: [verzoeker], geboren [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats], woonplaats kiezend op het kantoor van mr. W.T.J. Schieman, advocaat te Middelburg (Lange Noordstraat 42). Officier van...
ECLI:NL:RBZWB:2026:8940
Strafrecht
15-09-2026 94% soortgelijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg (parketnr. 02-241410-25, raadkamernr. 26-000255) heeft bij beslissing van de enkelvoudige raadkamer op 27 mei 2026 een verzoek ex artikel 530 Sv van [verzoeker] (geb. [geboortedag] 1973 te [geboorteplaats],...
ECLI:NL:RBZWB:2025:8410
Strafrecht
28-11-2025 94% soortgelijk
De enkelvoudige raadkamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (zittingsplaats Middelburg; parketnr. 02-052105-25; raadkamernr. 25-013709) heeft bij beslissing van 28 oktober 2025 een verzoek ex artikel 530 Sv van [verzoeker] (geboren [datum] 1985 te...

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

verzoekschrift 530 Sv gedeeltelijke toewijzing

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht

Zittingsplaats Middelburg

parketnummer: 96-106166-25 raadkamernummer : 25-028039

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedag] 1968 te [geboorteplaats] , woonplaats kiezend op het kantoor van mr. W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam (Singel 362, 1016 AH Amsterdam),

hierna te noemen: de verzoekster.

1 De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

 het op 2 november 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding **ex artikel 530 van het Wetboek van strafvordering **(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:

  • € 508,20, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;

  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;

  • het sepot van 20 oktober 2025,

  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie;

  • de overige stukken in het raadkamerdossier.

Op 24 maart 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij is de officier van justitie mr. R.S. Jacobs gehoord.

Verzoekster en haar raadsman zijn behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.

De officier van justitie stelt zich ter zitting op het standpunt dat het verzoek voor vergoeding van kosten rechtsbijstand gedeeltelijk kan worden toegewezen. De bij het verzoek gevoegde declaratie is niet alleen in deze zaak ingediend, maar ook namens een andere cliënt van de raadsman in een soortgelijke zaak.

2 De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.

Op grond van artikel 530 Sv wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.

Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.

Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 508,20 is niet alleen verzocht in onderhavige zaak, maar eveneens in een soortgelijke zaak waarbij dezelfde declaratie is gevoegd. Gelet op deze samenhang acht de rechtbank het billijk om de gevraagde vergoeding voor rechtsbijstand te matigen tot een bedrag van € 254,10. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.

Voor de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift wordt het forfaitaire bedrag van € 340,00 toegekend.

3 De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van

€ 594,10, bestaande uit:

  • € 254,10 aan kosten van rechtsbijstand; en
  • € 340,00 de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift;

wijst het verzoek voor het overige af;

bepaalt dat een bedrag van **€ 594,10 **zal worden overgemaakt op rekeningnummer [iban] ten name [stichting] onder vermelding van “ [verzoeker] /schadevergoeding”;

Deze beslissing is op 7 april 2026 genomen door mr. J. Bergen rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 7 april 2026.

De griffier is buiten staat te tekenen.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.