ECLI:NL:RBZWB:2026:8935 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-05-2026 / 26-007695
Samenvatting
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (zittingsplaats Middelburg), parketnummer 02-117300-25, raadkamernummer 26-007695. Beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek ex artikel 530 Sv van [verzoeker], geboren [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats], kiezend woonplaats op het kantoor van mr. M.C. Kersemaekers‑Schraven, advocaat te Breda.
Procedurele feiten
- Verzoekschrift ingediend bij de griffie op 11 maart 2026, strekkende tot toekenning van vergoeding ex art. 530 Sv: € 3.163,55 aan kosten van rechtsbijstand; forfaitaire vergoeding voor het opstellen/indienen van het verzoekschrift € 420,00 of € 825,00 bij behandeling in raadkamer. Bijlage: kennisgeving sepot d.d. 13 december 2025.
- Schriftelijke reactie officier van justitie; overige stukken in dossier.
- Onderzoek in raadkamer op 13 mei 2026; gehoord: officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis en gemachtigd advocaat mr. M.C. Kersemaekers‑Schraven. Verzoeker was behoorlijk opgeroepen maar niet aanwezig. Advocaat betoogde onder meer dat wegens persoon van verzoeker meer tijd aan de zaak besteed moest worden. De officier vorderde matiging van de gevraagde vergoeding gelet op het beperkte dossier en de beperkte complexiteit.
Feiten en bevoegdheid
- De zaak eindigde in een sepot (geen oplegging van straf of maatregel; geen toepassing van art. 9a Sr).
- De raadkamer is bevoegd omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank werd vervolgd of zou worden vervolgd.
Juridische beoordeling
- Rechtsgrondslag: art. 530 Sv (vergoeding voor reis- en verblijfskosten, schade door tijdverzuim, en kosten van raadsman tenzij deze was toegevoegd). Art. 534 lid 1 Sv: toekenning van schadevergoeding geschiedt indien naar oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn; alle omstandigheden moeten worden betrokken.
- De rechtbank beoordeelt de onderbouwing van de gevorderde kosten van rechtsbijstand (€ 3.163,55) en de toelichting van de advocaat als voldoende en billijk. Gezien die onderbouwing kent de rechtbank deze post toe.
- Voor de kosten verbonden aan indiening en behandeling van het verzoek in raadkamer wordt het hogere forfait van € 825,00 toegekend (het in het verzoek genoemde alternatief van € 420,00 is daarmee niet gekozen).
- De stelling van de officier tot matiging wordt niet gevolgd voor zover de rechtbank de door de advocaat gegeven specificatie en motivatie voldoende achtte in verhouding tot de verrichte werkzaamheden.
Beslissing
- Toekenning van het verzoek ex art. 530 Sv tot een totaalbedrag van € 3.988,55, bestaande uit:
- € 3.163,55 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 825,00 ter zake van de indiening en behandeling van het verzoek in raadkamer.
- Uitbetaling van € 3.988,55 te verrichten op rekening [rekeningnummer] ten name van [naam], onder vermelding van “[vermelding]”.
Formele gegevens
- Beslissing genomen en uitgesproken op 27 mei 2026 door mr. J. Bergen, rechter; griffier mr. D.J. Gentenaar van der Landen.
- Rechtsmiddelen: het Openbaar Ministerie kan binnen 14 dagen na dagtekening hoger beroep instellen bij het Gerechtshof te ’s‑Hertogenbosch; verzoeker kan binnen één maand na betekening hoger beroep instellen.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
verzoekschrift schadevergoeding ex art. 530 Sv toewijzen
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer: 02-117300-25 raadkamernummer: 26-007695
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] , woonplaats kiezend op het kantoor van mr. M.C. Kersemaekers-Schraven advocaat te Breda, (Postbus 1878, 4801 BW Breda),
hierna te noemen: de verzoeker.
1 De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het op 11 maart 2026 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding **ex artikel 530 van het Wetboek van strafvordering **(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
-
€ 3.163,55, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
-
€ 420,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 825,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
-
de kennisgeving sepot van 13 december 2025;
-
de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
-
de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 13 mei 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. M. Nieuwenhuis, en mr. M.C. Kersemaekers-Schraven als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens de verzoeker is verzocht een vergoeding voor bovengenoemde kosten toe te wijzen. De advocaat heeft in aanvulling op het verzoek in raadkamer aangevoerd dat zij vanwege de persoon van verzoeker meer tijd nodig heeft had.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld de verzochte vergoeding van kosten rechtsbijstand dient te worden gematigd tot een nader te bepalen bedrag. Het verzochte bedrag verhoudt zich niet tot het beperkte dossier en de complexiteit daarvan.
2 De beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of voor het laatst werd vervolgd.
Op grond van artikel 530 Sv kan aan een gewezen verdachte een vergoeding worden toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 3.163,55 is met de door de advocaat gegeven toelichting in raadkamer in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 825,00 toegekend.
3 De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van
€ 3.988,55, bestaande uit:
- € 3.163,55 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 825,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van € 3.988,55 zal worden overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [naam] , onder vermelding van “ [vermelding] ”.
Deze beslissing is op 27 mei 2026 genomen door mr. J. Bergen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. D.J. Gentenaar van der Landen, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 27 mei 2026.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.