Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2024:15337

ECLI:NL:RBDHA:2024:15337 Rechtbank Den Haag , 25-09-2024 / NL24.28174
Bestuursrecht > Vreemdelingenrecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

In de zaak tussen eiser, vertegenwoordigd door mr. J.W.F. Noot, en de minister van Asiel en Migratie, heeft de Rechtbank Den Haag op 26 september 2024 uitspraak gedaan. Eiser, geboren op [datum] 2007 en staatloos, diende op 11 januari 2023 een asielaanvraag in. Deze aanvraag werd op 18 juni 2024 ingewilligd, waarbij verweerder eiser een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleende op basis van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet (Vw).

Eiser betwistte echter de vaststelling van zijn nationaliteit door verweerder, die deze als 'onbekend' had geclassificeerd. Eiser stelde dat hij als staatloos had moeten worden aangemerkt en dat het bestreden besluit in strijd was met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel. Hij voerde aan dat verweerder niet had gemotiveerd waarom zijn verklaringen niet waren gevolgd, ondanks dat deze als geloofwaardig werden beschouwd. Eiser verwees naar toezeggingen van verweerder over het opvragen van documenten bij Duitse autoriteiten en naar specifieke werkinstructies van de IND met betrekking tot de beoordeling van staatloosheid.

Verweerder stelde dat eiser geen procesbelang had en dat het beroep om die reden niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De rechtbank beoordeelde ambtshalve het procesbelang van eiser en concludeerde dat hij geen belang had bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. De rechtbank baseerde deze conclusie op vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die stelt dat verweerder niet verplicht is om de staatloosheid van een vreemdeling vast te stellen, zolang dit niet noodzakelijk is voor de beslissing over de asielaanvraag. Aangezien eiser de asielrechtelijke bescherming had verkregen, was de asielprocedure niet gericht op het vaststellen van staatloosheid.

De rechtbank merkte op dat er sinds 1 oktober 2023 een nieuwe wet is die een procedure voor de vaststelling van staatloosheid introduceert, waar eiser gebruik van kan maken. Dit betekent dat de asielprocedure en het beroep tegen de inwilliging van de asielaanvraag niet de juiste weg zijn om de staatloosheid aan te vechten.

Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep van eiser niet-ontvankelijk en oordeelde dat verweerder de proceskosten van eiser niet hoefde te vergoeden. De uitspraak werd openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie. Eiser heeft de mogelijkheid om verzet aan te tekenen tegen deze uitspraak binnen zes weken na bekendmaking.

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2025:3948
Bestuursrecht > Vreemdelingenrecht
14-03-2025 98% soortgelijk
In de zaak tussen eiser, een staatloos Palestijn, en de Minister van Asiel en Migratie heeft de Rechtbank Den Haag op 5 maart 2025 uitspraak gedaan. Eiser had een asielaanvraag ingediend die...
ECLI:NL:RBDHA:2025:12715
Bestuursrecht > Vreemdelingenrecht
15-07-2025 98% soortgelijk
In de zaak tussen eiser, vertegenwoordigd door mr. M. Issa, en de Minister van Asiel en Migratie, vertegenwoordigd door mr. W.A. Kleingeld, heeft de Rechtbank Den Haag op 8 april 2025 uitspraak...
ECLI:NL:RBDHA:2022:7920
Bestuursrecht > Vreemdelingenrecht
03-08-2022 97% soortgelijk
In de zaak tussen [naam], eiser, en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, heeft de Rechtbank Den Haag op 16 juni 2022 uitspraak gedaan over de asielaanvraag van eiser. Eiser, geboren...
ECLI:NL:RBDHA:2024:23098
Bestuursrecht > Vreemdelingenrecht
13-02-2025 97% soortgelijk
In de zaak tussen eiser, een staatloos Palestijn geboren in Syrië, en de Minister van Asiel en Migratie, heeft de rechtbank Den Haag op 21 mei 2024 uitspraak gedaan. Eiser had beroep...
ECLI:NL:RBDHA:2025:7
Bestuursrecht > Vreemdelingenrecht
02-01-2025 97% soortgelijk
In de uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, is het beroep van eiser, een staatloze persoon die op 1 mei 2023 een asielaanvraag indiende, tegen het besluit van de minister...

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

Buitenzitting, geen procesbelang, beroep niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.28174

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J.W.F. Noot),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 18 juni 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van eiser van 11 januari 2023 ingewilligd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft desgevraagd een verweerschrift ingediend.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2007 en staatloos te zijn. Eiser heeft op 11 januari 2023 een asielaanvraag ingediend.

2. Verweerder heeft in het bestreden besluit eiser in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw. Verweerder heeft eisers verklaringen over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht. Echter, in het bestreden besluit staat vermeld dat zijn nationaliteit ‘onbekend’ is.

3. Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit. De inwilliging van de gevraagde verblijfsvergunning wordt niet betwist, eiser betwist wel de vaststelling van zijn nationaliteit door verweerder. Eiser stelt dat hij als staatloos had moeten worden aangemerkt en dat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel. Volgens eiser heeft verweerder niet gemotiveerd waarom eisers verklaringen niet zijn gevolgd, terwijl verweerder in het bestreden besluit wel eisers verklaringen over identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig acht. Eiser onderbouwt zijn standpunt door te verwijzen naar een toezegging van verweerder over het opvragen van documenten bij de Duitse autoriteiten en verwijst naar de Werkinstructie (WI) 2018/12 en de WI 2023/10. Eiser betoogt dat hij procesbelang heeft bij deze procedure, omdat verweerder ten onrechte de beoordeling van evidente staatloosheid niet heeft uitgevoerd. Eiser stelt dat verweerder meer expertise heeft in deze beoordeling dan de gemeente. Indien de gemeente de staatloosheid van eiser niet kan vaststellen dient eiser een civiele procedure te starten, waarin de IND een adviserende rol heeft.

4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser geen procesbelang heeft en dat het beroep om die reden niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

5. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of eiser belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. De rechtbank is van oordeel dat eiser geen procesbelang heeft. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat verweerder, zolang dit niet noodzakelijk is voor zijn beslissing, niet verplicht is om in het kader van een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vast te stellen of een vreemdeling staatloos is. De asielprocedure is gericht op het al dan niet verstrekken van asielrechtelijke bescherming, eiser heeft die bescherming verkregen met de afgifte van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De asielprocedure richt zich niet op het vaststellen van staatloosheid bij een vreemdeling.

6. Dit brengt met zich dat de asielprocedure en het beroep gericht tegen de inwilliging van de asielaanvraag niet de weg is om hierover te procederen. Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat op 1 oktober 2023 de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid (Wvs) in werking is getreden. Via deze procedure kan eiser een verzoek indienen om zijn nationaliteit te wijzigen in de Basisregistratie Personen (BRP) bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij staat ingeschreven. Het is voor eiser ook mogelijk, indien zijn asielprocedure onherroepelijk is, een civielrechtelijk verzoek in te dienen bij de rechtbank tot vaststelling van staatloosheid in de zin van de Wvs.

7. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Eiser heeft geen procesbelang bij het door hem ingestelde beroep tegen de inwilliging van zijn asielaanvraag.

8. Verweerder hoeft de proceskosten van eiser niet te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 26 september 2024 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Vreemdelingenwet 2000. Artikel 3:2 en artikel 3:46 van de Awb. WI 2018/12 IND als identificerende partner: wijziging identiteitsgegevens door de IND. WI 2023/10 Beoordelen evidente staatloosheid. Zie in dit kader ECLI:NL:RVS:2017:3385 en ECLI:NL:RVS:2022:2898 .