Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:1407

ECLI:NL:HR:2026:1407 Hoge Raad , 01-09-2026 / 24/03610
Strafrecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

Hoge Raad der Nederlanden, Strafkamer, zaaknummer 24/03610, arrest van 1 september 2026. Het betreft een cassatieberoep van [verdachte] (geboren 1993 te [geboorteplaats]) tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 september 2024 (nr. 23-003249-23) in een strafzaak. Het beroep in cassatie is ingesteld door de verdachte; namens hem heeft advocaat M.I. L'Ghdas schriftelijk een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de door de verdachte gemaakte klachten tegen het hof beoordeeld en geoordeeld dat die klachten niet konden leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Raad geeft geen nadere motivering voor dat oordeel, omdat het in deze zaak niet nodig was vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of verdere ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Op grond van deze beoordeling verwerpt de Hoge Raad het beroep in cassatie.

Het arrest is gewezen door raadsheer C. Caminada (voorzitter) en raadsheren C.N. Dalebout en T.B. Trotman, in aanwezigheid van waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 september 2026.

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:HR:2026:1408
Strafrecht
31-08-2026 95% soortgelijk
Hoge Raad, strafkamer, nr. 24/03611 (arrest 1 september 2026). Beroep in cassatie van de verdachte, aangeduid als [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993, tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van...
ECLI:NL:HR:2026:746
Strafrecht
04-05-2026 93% soortgelijk
Hoge Raad der Nederlanden, Strafkamer, nr. 24/04338, arrest van 16 juni 2026. Cassatie tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 14 november 2024 (nr. 23-000635-24) in de strafzaak tegen [verdachte] (geboren...
ECLI:NL:HR:2026:673
Strafrecht
16-04-2026 93% soortgelijk
Hoge Raad der Nederlanden, Strafkamer, arrestnummer 24/03725 (21 april 2026). In cassatie werd beroep ingesteld door de verdachte, aangeduid als [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] (1977). Het cassatieberoep richtte zich tegen...
ECLI:NL:HR:2026:555
Strafrecht
01-04-2026 93% soortgelijk
Hoge Raad der Nederlanden, Strafkamer, zaaknummer 24/03688, arrest van 7 april 2026. Cassatie door [verdachte] (geboren [geboorteplaats], [geboortedatum] 1990) tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 augustus 2024 (nr. 21-001394-24)....
ECLI:NL:HR:2026:387
Strafrecht
10-03-2026 93% soortgelijk
Hoge Raad der Nederlanden, Strafkamer, nr. 24/00690 — arrest van 10 maart 2026. Het betreft het beroep in cassatie ingesteld door [verdachte] (geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982) tegen het arrest van...

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

Diefstal, art. 310 Sr. Strafmotivering (gevangenisstraf van 7 dagen). Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over strafoplegging, art. 359.2 Sv. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/03611 en met 24/03609 (niet gepubliceerd; art. 80a RO).

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

**Nummer **24/03610

Datum1 september 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 september 2024, nummer 23-003249-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993, hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.I. L'Ghdas bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Caminada als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 september 2026.