Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2026:7040

ECLI:NL:RBGEL:2026:7040 Rechtbank Gelderland , 23-04-2026 / C/05/462478 / FA RK 26-341
Civiel recht > Personen- en familierecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

Rechtbank Gelderland, locatie Arnhem (familie- en jeugdrecht), beschikking van 23 april 2026 (zaaknr. C/05/462478 / FA RK 26-341). Partijen: de vrouw (advocaat mr. H.M.A. over de Linden, Amsterdam) en de man (beiden Oekraïense nationaliteit). Partijen waren gehuwd en hebben drie minderjarige kinderen, die bij de vrouw wonen. De vrouw verzocht om verlof voor erkenning en tenuitvoerlegging in Nederland van een Oekraïense alimentatiebeslissing van de Selydove City Court of Donetsk Region van 17 januari 2024 (zaak 242/62/24 / rolnr. 2/242/1/24). In die beslissing is bepaald dat de man 50% van zijn inkomen aan de vrouw moet betalen als kinderalimentatie voor de kinderen (met wettelijke grenzen: minimaal 50% van het wettelijk minimum en maximaal tienmaal dat minimum), te voldoen vanaf 17 januari 2024 tot de kinderen 18 jaar zijn.

Het verzoek omvatte tevens een alternatief verzoek tot vaststelling van een vaste maandelijkse alimentatie van circa €375 per kind (€1.125 totaal), jaarlijks te indexeren, en het verzoek om uitvoerbaarverklaring bij voorraad zonder zekerheidstelling. De mondelinge behandeling vond achter gesloten deuren plaats op 9 maart 2026; de vrouw verscheen met haar advocaat, de man was correct opgeroepen maar niet verschenen.

Beoordeling: het verzoek moest worden beoordeeld naar het Haags Alimentatieverdrag 2007 (en de Uitvoeringswet internationale inning levensonderhoud, art. 5). De voorzieningenrechter (mr. J.P. Mesman) constateerde dat voor toepassing van artikel 25 lid 1 sub c van het verdrag aanvullende stukken vereist zijn indien de beslissing in de staat van herkomst is gewezen zonder dat de verweerder is verschenen of vertegenwoordigd. Die stukken moeten aantonen dat de verweerder deugdelijke kennisgeving van de procedure of van de beslissing heeft gehad en in de gelegenheid is gesteld bezwaar of beroep aan te tekenen.

De vrouw kreeg gelegenheid om ontbrekende stukken aan te vullen en diende bij brief van 30 maart 2026 aanvullende stukken in. Uit deze stukken bleek volgens haar dat de man op de voorgeschreven wijze was opgeroepen en dat er geen hoger beroep is ingesteld. De voorzieningenrechter oordeelde evenwel dat de overgelegde stukken onvoldoende waren: de Oekraïense uitspraak zelf vermeldde niet dat de procedure op tegenspraak was gevoerd; de aanvullende stukken toonden slechts dat op 21 februari 2024 (na de uitspraak) een brief met de uitspraak naar een adres in Oekraïne was gestuurd. De Basisregistratie Personen gaf aan dat de man sinds 2022 in Nederland verblijft, en de overgelegde stukken bevatten geen deugdelijke aanwijzing dat de man in Oekraïne naar behoren was ingelicht of de beschikking op de juiste wijze had ontvangen en kon aanvechten.

Conclusie en dispositief: omdat de voor de beoordeling voorgeschreven stukken (artikel 25 lid 1 sub c Haags Alimentatieverdrag 2007) niet waren overgelegd, en de vrouw in de gelegenheid was gesteld maar niet voldoende heeft aangevuld, wees de voorzieningenrechter het verzoek af. De beschikking is gegeven door mr. J.P. Mesman en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van griffier S.C. Dijksterhuis.

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:RBOVE:2026:3407
Civiel recht > Personen- en familierecht
17-06-2026 85% soortgelijk
Rechtbank Overijssel (locatie Zwolle), beschikking 10 juni 2026 (zaaknr. C/08/339394 / FA RK 25-2565). Partijen: [de vrouw] (adv. mr. U. Yildirim) tegen [de man] (adv. mr. M.B. Beerentsen). Zitting met gesloten deuren...
ECLI:NL:RBZWB:2026:5990
Civiel recht > Personen- en familierecht
05-07-2026 84% soortgelijk
Partijen en procesverloop De zaak (zaak-/rekestnummer C/02/446481/FA RK 26-1570; hoofdzaak C/02/442339/FA RK 25-6083, ingediend 17 november 2025) betreft de vrouw, van Oekraïense nationaliteit, wonende te [woonplaats], bijgestaan door mr. B.P.A. van Beers...
ECLI:NL:RBROT:2025:9338
Civiel recht
30-07-2025 83% soortgelijk
Zaak en partijen Verzoekster: [naam vrouw], wonende te [woonplaats 1] ([land]), bijgestaan door mr. S.J. Hasselaar‑Veltkamp (Den Haag). Verweerder: [naam man], wonende te [woonplaats 2], bijgestaan door mr. L. Vieira (Rotterdam). Rechtbank:...
ECLI:NL:RBDHA:2026:23615
Civiel recht > Personen- en familierecht
22-08-2026 83% soortgelijk
Rechtbank Den Haag (Enkelvoudige Kamer), beschikking 22 juli 2026 (rekestnr. FA RK 25-6325, zaaknr. C/09/690430). Verzoekster: [de vrouw], bijgestaan door mr. M. Hoogeveen (Gouda). Belanghebbende/gedaagde: [de man], bijgestaan door mr. E.E. Nauta‑Rijsdijk....
ECLI:NL:RBDHA:2025:17294
Civiel recht > Personen- en familierecht
19-09-2025 82% soortgelijk
De rechtbank Den Haag (enkelvoudige kamer, beschikking 21 juli 2025) behandelde het verzoek van [de vrouw] (bij de rechtbank bekend adres in Duitsland; advocaat mr. A. Neermawatie Nandoe, Voorburg) tot echtscheiding met...

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek verkrijgen van verlof om een Oekraïense alimentatiebeslissing in Nederland ten uitvoer te leggen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Arnhem

Zaaknummer: C/05/462478 / FA RK 26-341 Datum uitspraak: 23 april 2026

Beschikking over de erkenning en tenuitvoerlegging van een buitenlandse alimentatiebeslissing

in de zaak van

[de vrouw] , hierna te noemen de vrouw, wonend in [woonplaats] ( [provincie] .), advocaat mr. H.M.A. over de Linden uit Amsterdam,

en

[de man] , hierna te noemen de man, wonend in [woonplaats] .

1 Het verloop van de procedure

1.1. De voorzieningenrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift van de vrouw, ontvangen op 28 januari 2026;
  • het F9-formulier met bijlagen van de vrouw, ontvangen op 30 maart 2026.

1.2. Tijdens de mondelinge behandeling achter gesloten deuren van 9 maart 2026 heeft de rechtbank gehoord:

  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.

1.3. De man is correct opgeroepen, maar niet verschenen.

2 Wat vaststaat

2.1. Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest.

2.2. Partijen hebben drie minderjarige kinderen:

[kind 1] , geboren op [geboortedatum 1] in [geboorteplaats 1] , [land] ; [kind 2] , geboren op [geboortedatum 2] in [geboorteplaats 2] , [land] ; [kind 3] , geboren op [geboortedatum 3] in [geboorteplaats 2] , [land] .

2.3. De kinderen wonen bij de vrouw.

2.4. Partijen hebben de Oekraïense nationaliteit.

2.5. Op 17 januari 2024 heeft de Selydove City Court of Donetsk Region (Oekraïne) beslist dat de man 50% van zijn inkomen aan de vrouw moet betalen als alimentatie voor de kinderen, maar niet minder dan 50% van het wettelijk minimumbedrag dat nodig is om een kind van de desbetreffende leeftijd te kunnen verzorgen, maar ook niet meer dan tien keer het minimum wettelijk bedrag dat nodig is om een kind te verzorgen, te voldoen vanaf 17 januari 2024, totdat de kinderen de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt.

3 Het verzoek

3.1. De vrouw verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, zonder verplichting tot zekerheidstelling verlof te verlenen om voornoemde rechterlijke beslissing van 17 januari 2024 van de rechtbank en te bepalen dat:

  • in Nederland ten laste van de man integraal ten uitvoer te kunnen leggen, een en ander onder nader te stellen voorwaarden, zodat verlof wordt verleend om de uitspraak ten uitvoer te kunnen leggen ofwel dat de uitspraak van de rechtbank Selydove City Court of Donetsk Region met zaaknummer 242/62/24 en rolnummer 2/242/1/24 met als resultaat dat de man gehouden zal zijn te voldoen het bedrag van 50% van zijn inkomen en spaargeld, eventueel onder nadere voorwaarden;
  • althans dat de man een vast bedrag aan kinderalimentatie per maand zal voldoen ten behoeve van de verzorging en opvoeding van de drie minderjarige kinderen van partijen, aangezien het voor de Nederlandse deurwaarder nagenoeg ondoenlijk is om elke maand te verifiëren wat het inkomen van de man op dat moment is. Een en ander komt neer op het vaststellen van een bedrag aan kinderalimentatie van ca. € 375 per kind per maand, totaal derhalve € 1.125, welk bedrag jaarlijks dient te worden geïndexeerd;
  • de ingangsdatum van de verschuldigdheid te bepalen op datum uitspraak Oekraïens vonnis 17 januari 2024, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen ingangsdatum, welke zal zijn gelegen uiterlijk op het moment van indiening onderhavig verzoek.

4 De beoordeling

4.1. Het verzoek van de vrouw strekt tot het verkrijgen van verlof om de aan het verzoekschrift gehechte rechterlijke alimentatiebeslissing van 17 januari 2024 van de Selydove City Court of Donetsk Region (Oekraïne) in Nederland ten uitvoer te leggen.

4.2. Het verzoek moet worden beoordeeld aan de hand van Haags Alimentatieverdrag 2007.

4.3. Op grond van dit verdrag en artikel 5 van de Uitvoeringswet internationale inning levensonderhoud van 29 september 2011 is de voorzieningenrechter bevoegd daarover te beslissen.

4.4. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter met de (advocaat van de) vrouw besproken dat het Haags Alimentatieverdrag 2007 van toepassing is en dat (in ieder geval) de stukken genoemd in artikel 25 lid 1 sub b en c van het Haags Alimenatievedrag 2007 ontbreken. Aan de vrouw is een termijn gegeven om deze stukken alsnog over te leggen.

4.5. Bij brief van 30 maart 2026 heeft de vrouw aanvullende stukken ingediend. Hieruit blijkt volgens haar dat de man in Oekraïne op de voorgeschreven wettelijke wijze is opgeroepen en dat er geen hoger beroep is ingesteld (waardoor de Oekraïense beslissing in kracht van gewijsde is gegaan).

4.6. Artikel 25 lid 1 sub c van het van het Haags Alimenatievedrag 2007 bepaalt dat indien de verweerder niet was verschenen en niet was vertegenwoordigd in de procedure in de staat van herkomst het verzoekschrift dient te worden vergezeld van een stuk of stukken, naargelang het geval, waarin wordt bevestigd dat de verweerder naar behoren in kennis is gesteld van de procedure en in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord of dat de verweerder naar behoren in kennis is gesteld van de beslissing en in de gelegenheid is gesteld bezwaar of beroep aan te tekenen op feitelijke of rechtsgronden.

4.7. Uit de alimentatiebeslissing van 17 januari 2024, waarvan tenuitvoerlegging wordt gevraagd, blijkt niet dat de rechterlijke beslissing op tegenspraak is gegeven (of anders gezegd: dat de man in die procedure was verschenen, althans was vertegenwoordigd).

4.8. Op grond van artikel 25 lid 1 sub c van het van het Haags Alimentatiebedrag 2007 dient het verzoekschrift in dat geval te worden vergezeld van een stuk of stukken waaruit blijkt dat de verweerder is opgeroepen of dat de verweerder naar behoren in kennis is gesteld van de beslissing en in de gelegenheid is gesteld bezwaar of beroep aan te tekenen op feitelijke of rechtsgronden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de vrouw dergelijke stukken niet overgelegd. Uit de overgelegde stukken volgt dat er op 21 februari 2024 – dus na het wijzen van de alimentatiebeslissing – een brief is verstuurd naar een adres in Oekraïne met daarbij de uitspraak van 17 januari 2024. Echter, uit de Basisregistratie Persoenen (BRP) blijkt dat de man al sinds 2022 in Nederland verblijft. Dit is ook wat de vrouw tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard. De voorzieningenrechter kan op basis van de overgelegde stukken niet vaststellen dat de man naar behoren in kennis is gesteld van de Oekraïense alimentatiebeslissing van 17 januari 2024. Evenmin blijkt uit de door de vrouw overgelegde stukken, anders dan zij (bloot) stelt, dat de beslissing is gegeven in een procedure waarvoor de man (deugdelijk) is opgeroepen.

4.9. De voor de beoordeling benodigde stukken als bedoeld in artikel 25 lid 1 sub c van het Haags Alimenatieverdrag 2007 ontbreken derhalve. Omdat deze stukken niet zijn overgelegd, ook niet nadat de vrouw in de gelegenheid is gesteld om haar verzoekschrift en de voor de beoordeling benodigde stukken aan te vullen, zal het verzoek vanwege de ontoereikendheid van de stukken worden afgewezen.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1. wijst het verzoek van de vrouw af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.P. Mesman, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van S.C. Dijksterhuis, griffier op 23 april 2026. !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! Het Verdrag inzake de internationale inning van levensonderhoud voor kinderen en andere familieleden van 23 november 2007 (PbEU 2011, L 192/51).