ECLI:NL:RBDHA:2025:17294 Rechtbank Den Haag , 21-07-2025 / C/09/670977 / FA RK 24-5833
Samenvatting
De rechtbank Den Haag (enkelvoudige kamer, beschikking 21 juli 2025) behandelde het verzoek van [de vrouw] (bij de rechtbank bekend adres in Duitsland; advocaat mr. A. Neermawatie Nandoe, Voorburg) tot echtscheiding met nevenvoorzieningen tegen [de man] (bij de rechtbank bekend adres in Nederland; advocaat mr. L. Leenders, Den Haag). Partijen trouwden in 2005 in [plaats], Oekraïne; beiden hebben de Oekraïense nationaliteit. Zij zijn ouders van [minderjarige] (geboren 2007). Het verzoekschrift kwam binnen op 13 augustus 2024; tijdens de procedure werden meerdere F9-berichten ingediend (11 sep 2024 door de vrouw, 13 mei 2025 door de man, 10 juni 2025 door de vrouw). De minderjarige heeft schriftelijk zijn mening gegeven. De zaak werd mondeling behandeld op 23 juni 2025; beide partijen verschenen met advocaat en er was een tolk aanwezig.
Verzoeken en standpunten
- De vrouw verzocht om echtscheiding, vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij haar en vaststelling van kinderalimentatie ad € 251 per maand met ingang van 14 maart 2024 (alternatief ingang datum indiening verzoek).
- De man voerde verweer tegen de kinderalimentatie, maar verzocht zelfstandig ook om echtscheiding.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
- Omdat de laatste gewone verblijfplaats van partijen in Nederland was en de man daar nog verblijft, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht ten aanzien van het echtscheidingsverzoek; de rechtbank past op grond van art. 10:56 lid 1 BW Nederlands recht toe.
- De gewone verblijfplaats van de minderjarige was bij indiening van het verzoek in Nederland, zodat de Nederlandse rechter bevoegd is voor de hoofdverblijfplaats. Voor het verzoek tot vaststelling van bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding past de rechtbank, gelet op art. 4 lid 3 van het Protocol van 23 november 2007, eveneens Nederlands recht toe.
Feiten en beoordeling
- Beide partijen stelden dat het huwelijk duurzaam ontwricht is; de rechtbank achtte de wederzijdse verzoeken tot echtscheiding gegrond en sprak de echtscheiding uit.
- De rechtbank wees het verzoek tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats toe: de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] wordt bij de vrouw vastgesteld; dit verzoek was niet weersproken en bleek niet in strijd met het belang van het kind.
- Ten aanzien van kinderalimentatie stelde de man onweersproken dat hij sinds november 2023 werkloos is en thans een zeer beperkt inkomen heeft. Hij ontvangt leefgeld (onder bijstandsniveau) van de gemeente Leidschendam-Voorburg krachtens de Regeling opvang ontheemden Oekraïne en verblijft in een gemeentelijke opvanglocatie. Gezien zijn financieel beperkte draagkracht stelde de rechtbank geen kinderalimentatie vast en wees het verzoek van de vrouw af.
Slotbeslissing en proceskosten
- De rechtbank: spreekt echtscheiding uit (huwelijk 2005 te [plaats], Oekraïne); bepaalt dat [minderjarige] (geb. 2007) de hoofdverblijfplaats bij de vrouw heeft; verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad met uitzondering van de beslissing over de echtscheiding; bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt; wijst verder gevraagde voorzieningen af.
- De beschikking is gegeven door mr. C. van Hees (kinderrechter), bijgestaan door griffier mr. M.G.J. Konings, uitgesproken op 21 juli 2025.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
echtscheiding met nevenvoorzieningen
Uitspraak
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-5833 Zaaknummer: C/09/670977 Datum beschikking: 21 juli 2025
Scheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 13 augustus 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres in Duitsland, advocaat: mr. A. Neermawatie Nandoe te Voorburg.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. L. Leenders te Den Haag.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift;
- het F9-bericht van 11 september 2024, met bijlagen (waaronder een door partijen ondertekend ouderschapsplan), van de zijde van de vrouw;
- het F9-beriht van 13 mei 2025, met bijlage, van de zijde van de man;
- het F9-bericht van 10 juni 2025, met bijlage, van de zijde van de vrouw.
De minderjarige [minderjarige] heeft schriftelijk zijn mening kenbaar gemaakt.
Op 23 juni 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat, de man met zijn advocaat en een tolk.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2005 te [plaats] , Oekraïne.
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] , [geboorteland] .
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- Partijen hebben allebei de Oekraïense nationaliteit.
Verzoek en verweer
Het verzoek strekt tot echtscheiding met nevenvoorzieningen tot:
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vrouw;
- vaststelling van kinderalimentatie van € 251,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van 14 maart 2024, dan wel ingaande op de datum van indiening van het verzoekschrift, althans een zodanig bedrag als de rechtbank met ingang van datum indiening verzoekschrift in goede justitie vermeent te behoren; een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De man voert – onder referte voor het overige – op dit moment nog verweer tegen de verzochte kinderalimentatie, welk verweer hierna, voor zover nodig, zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de man zelfstandig om de echtscheiding tussen partijen uit te spreken.
Beoordeling
Omdat de laatste gewone verblijfplaats van partijen in Nederland was, en de man daar nog verblijft, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe.
De rechtbank zal op grond van artikel 10:56, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.
Beide partijen stellen dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, zodat de daarop steunende, over en weer gedane verzoeken tot echtscheiding als op de wet gegrond kunnen worden toegewezen.
Omdat de gewone verblijfplaats van de minderjarige [minderjarige] op het moment van indiening van het verzoekschrift in Nederland was, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] .
Het verzoek van de vrouw om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij haar te bepalen kan als niet weersproken en op de wet gegrond worden toegewezen, omdat ook niet is gebleken dat dat in strijd is met de belangen van [minderjarige] .
Omdat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het echtscheidingsverzoek, heeft hij tevens rechtsmacht met betrekking tot het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] .
De rechtbank zal op grond van artikel 4 lid 3 van het Protocol van 23 november 2007 Nederlands recht op het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [minderjarige] toepassen, omdat de onderhavige zaak in Nederland is aangebracht alwaar de man zijn gewone verblijfplaats heeft.
Door de man is onweersproken gesteld dat hij sinds november 2023 werkloos is, en dat hij vóór die tijd boven zijn draagkracht – vanuit zijn spaargeld – geld aan de vrouw en [minderjarige] overmaakte. De man heeft onderbouwd gesteld dat hij op dit moment een zeer beperkt inkomen heeft. Op grond van de ‘Regeling opvang ontheemden Oekraïne’ ontvangt de man leefgeld (onder bijstandsniveau) van de gemeente Leidschendam-Voorburg en verblijft hij in een gemeentelijke opvanglocatie voor Oekraïners. Gelet op deze omstandigheden zal de rechtbank geen kinderalimentatie vaststellen en het verzoek van de vrouw dus afwijzen.
Omdat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.
Beslissing
De rechtbank:
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2005 te [plaats] , Oekraine;
bepaalt dat de minderjarige:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2007 te [plaats] , [geboorteland] ; de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vrouw;
verklaart deze beschikking – met uitzondering van de beslissing over de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.