ECLI:NL:RBDHA:2025:21917 Rechtbank Den Haag , 09-07-2025 / C/09/669312 / FA RK 24-4969
Samenvatting
Rechtbank Den Haag (Enkelvoudige Kamer), beschikking van 9 juli 2025 (rekest binnengekomen 9 juli 2024). Verzoekster: [de vrouw], woonachtig op bij de rechtbank bekend adres, aanvankelijk bijgestaan door mr. J.H. Weermeijer-Patist (Leiden), op zitting bijgestaan door mr. A.L. Weterings als waarnemend advocaat. Verweerder: [de man], woonachtig op bij de rechtbank bekend adres, bijgestaan door mr. M. de Boorder (Den Haag). De Raad voor de Kinderbescherming was vertegenwoordigd door [naam]. Minderjarige: [de minderjarige], geboren 2014; een jong-meerderjarig kind [de jong-meerderjarige], geboorte 2007, is inmiddels meerderjarig.
Feiten en voorlopige voorzieningen: partijen trouwden in 2005; gezamenlijk gezag over [de minderjarige]; beide kinderen verbleven bij de vrouw. Op 12 juni 2024 had de rechtbank voorlopige voorzieningen getroffen: toevertrouwing van beide kinderen aan de vrouw; voorlopige zorgregeling waarbij de kinderen één weekenddag per twee weken van 09:00–18:00 bij de man waren; voorlopige kinderalimentatie €223 per maand (circa €112 per kind).
Ontvankelijkheid en echtscheidingsgrond: de vrouw verzocht echtscheiding met nevenvoorzieningen, waaronder wijziging gezag, hoofdverblijfplaats, zorgregeling, kinderalimentatie (primair €250 per kind, subsidiair €223), en verstrekking van pensioeninformatie. De rechtbank merkt op dat artikel 815 lid 2 Rv een ouderschapsplan vereist; de rechtbank vond voldoende aannemelijk dat partijen niet in staat waren een gezamenlijk ondertekend ouderschapsplan te overleggen en besloot daarom het verzoek toch in behandeling te nemen. De vrouw stelde dat het huwelijk duurzaam is ontwricht; de man betwistte dit niet, zodat de wettelijke grond voor echtscheiding is gegeven en het verzoek toegewezen werd.
Beoordeling ten aanzien van de kinderen:
- [de jong-meerderjarige]: de rechtbank kon geen beslissingen nemen nu dit kind meerderjarig is en geen volmacht is overgelegd.
- Gezag: het door de vrouw verzochte gewijzigd gezag is op zitting ingetrokken; de rechtbank hoefde daar niet over te beslissen.
- Hoofdverblijfplaats: de man stemde in met plaatsing van de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vrouw; de rechtbank wijst dit toe omdat het belang van het kind dit niet verhindert.
- Zorg- en opvoedingstaken: partijen bereikten ter zitting overeenstemming: [de minderjarige] zal elk weekend één dag (09:00–18:00) bij de man verblijven; indien het kind een tweede dag wil, kan de vrouw daaraan meewerken; er zullen geen overnachtingen plaatsvinden. De rechtbank stelt deze regeling vast omdat deze niet in strijd is met het belang van het kind.
- Kinderalimentatie: partijen zijn het eens gebleven dat de man de in de voorlopige voorziening vastgestelde kinderalimentatie van €223 per maand blijft betalen; de rechtbank legt deze afspraak vast en bepaalt betaling van vooruitbetaling met ingang van heden.
Pensioeninformatie: het verzoek van de vrouw tot verstrekking van pensioeninformatie wordt afgewezen. De rechtbank overweegt dat het pensioenfonds van de man bekend is en dat de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding de verevening regelt; de vrouw heeft daarom geen belang meer bij aanvullende informatie.
Proceskosten en uitvoerbaarheid: de rechtbank compenseert proceskosten in die zin dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. De beschikking wordt, met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding zelf, uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Beslissing in het dictum (samengevat): echtscheiding uitgesproken; hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vrouw; zorgregeling één dag per weekend 09:00–18:00 bij de man; man betaalt €223 per maand kinderalimentatie voor [de minderjarige]; verzoek tot aanvullende pensioeninformatie afgewezen; verdere verzoeken afgewezen; partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. De beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter-kinderrechter.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
Echtscheiding met nevenvoorzieningen.
Uitspraak
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-4969 Zaaknummer: C/09/669312 Datum beschikking: 9 juli 2025
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 9 juli 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J.H. Weermeijer-Patist te Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M. de Boorder te Den Haag.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift;
- het F9-formulier van 27 september 2024 van de man, met bijlagen.
De minderjarige [de minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om zijn mening kenbaar te maken, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
Op 11 juni 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de vrouw, bijgestaan door mr. A.L. Weterings als waarnemend advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2005 te [plaats] .
- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats 1] ;
- Uit het huwelijk is daarnaast een inmiddels meerderjarig kind geboren:
- [de jong-meerderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] 2007 te [geboorteplaats 2] ;
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
- [de minderjarige] (en [de jong-meerderjarige] ) verblijven op dit moment bij de vrouw.
- De man en de vrouw hebben beiden de Nederlandse nationaliteit.
- Deze rechtbank heeft op 12 juni 2024 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang, inhoudende: toevertrouwing van [de jong-meerderjarige] en [de minderjarige] aan de vrouw; vaststelling van een voorlopige zorgregeling, waarbij de kinderen een weekenddag per twee weken van 09.00 uur tot 18.00 uur bij de man zijn; vaststelling van een voorlopige kinderalimentatie van € 223,- per maand, aldus € 112,- per kind per maand.
Verzoek en verweer
Het verzoek, strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot:
- bepaling dat voortaan alleen aan de vrouw het ouderlijk gezag zal toekomen over [de jong-meerderjarige] en [de minderjarige] ;
- opname en aanhechting van de inhoud en de afspraken, zoals opgenomen in het ouderschapsplan, in het geval partijen tot overeenstemming komen;
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw;
- vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over de kinderen in overleg en aan de hand van de wens van de kinderen;
-
primair: vaststelling van kinderalimentatie van € 250,- per maand per kind, bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van de datum van het verzoekschrift, dan wel de datum zoals bepaald bij voorlopige voorziening, dan wel de datum van de beschikking, dan wel een door de rechtbank te bepalen ingangsdatum; -subsidiair: vaststelling van kinderalimentatie € 223,- per maand met ingang van de datum van het verzoekschrift, dan wel de datum zoals bepaald bij voorlopige voorziening, dan wel de datum van de beschikking, dan wel een door de rechtbank te bepalen ingangsdatum; - bepaling dat de man binnen veertien dagen na de beschikking alle benodigde informatie aan de vrouw verschaft, waaronder in ieder geval de naam van alle pensioenverzekeraars waarbij de man gedurende het huwelijk pensioenrechten heeft opgebouwd en zijn registratienummers, zodat de vrouw een verzoek tot pensioenverevening kan doen; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De man voert – onder referte voor het overige –verweer tegen de verzochte wijziging van het gezag, de kinderalimentatie en het pensioen, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Op grond van artikel 815 tweede lid Rv moet een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan bevatten. Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval voldoende aannemelijk geworden dat partijen niet in staat zijn om tot een gezamenlijk opgesteld en ondertekend ouderschapsplan te komen. Gelet hierop zal de rechtbank voorbij gaan aan het vereiste van artikel 815 tweede lid Rv. De rechtbank zal daarom de vrouw ontvangen in haar verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen.
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.
De rechtbank merkt op dat zij niets kan vaststellen voor [de jong-meerderjarige] , nu [de jong-meerderjarige] meerderjarig is en geen volmacht namens hem is overgelegd. Het hiernavolgende over gezag, hoofdverblijfplaats, verdeling van zorg- en opvoedingstaken en kinderalimentatie betreft daarom alleen [de minderjarige] .
De vrouw heeft op de zitting haar verzoek tot wijziging van het gezag ingetrokken, zodat de rechtbank hierover geen beslissing meer hoeft te nemen.
De man heeft ingestemd met het verzoek van de vrouw om de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vrouw te bepalen. De rechtbank zal dit verzoek toewijzen, nu ook niet is gebleken dat het belang van [de minderjarige] zich hiertegen verzet.
Partijen zijn voorafgaand aan de zitting tot overeenstemming gekomen over de zorgregeling. Zij hebben afgesproken dat [de minderjarige] elk weekend een dag van 09.00 uur tot 18.00 uur bij de man zal verblijven. Indien [de minderjarige] ook een tweede weekenddag bij de man wil verblijven, dan kan de vrouw hiermee instemmen. Er zal geen overnachting plaatsvinden. Nu niet is gebleken dat deze zorgregeling in strijd is met de belangen van [de minderjarige] , zal de rechtbank deze vaststellen.
Partijen zijn er ook in geslaagd om overeenstemming te bereiken over de kinderalimentatie. De man zal de kinderalimentatie zoals vastgesteld in de beschikking tot voorlopige voorzieningen van € 223,- per maand blijven voldoen. De rechtbank zal deze afspraak vastleggen in het dictum.
Tot slot is door de vrouw verzocht om de man te verplichten om inzage te geven in het door hem opgebouwde pensioen. Op de zitting is besproken dat het pensioenfonds van de man bekend is en dat er conform de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding verevend zal worden. Nu dit reeds uit de wet volgt en de vrouw geen belang meer heeft bij het verkrijgen van de informatie, zal de rechtbank dit verzoek afwijzen.
Gelet op het feit dat partijen (ex-)echtgenoten zijn, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.
Beslissing
De rechtbank:
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2005 te [plaats] ;
bepaalt dat de minderjarige:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats 1] ; de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vrouw;
bepaalt dat [de minderjarige] bij de man zal zijn op één weekenddag per week van 09.00 uur tot 18.00 uur;
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van heden een kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige] van € 223,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.