ECLI:NL:RBDHA:2026:23615 Rechtbank Den Haag , 22-07-2026 / C/09/690430 / FA RK 25-6325
Samenvatting
Rechtbank Den Haag (Enkelvoudige Kamer), beschikking 22 juli 2026 (rekestnr. FA RK 25-6325, zaaknr. C/09/690430). Verzoekster: [de vrouw], bijgestaan door mr. M. Hoogeveen (Gouda). Belanghebbende/gedaagde: [de man], bijgestaan door mr. E.E. Nauta‑Rijsdijk. Reeds vaststaande feiten: de partijen hadden een affectieve relatie; zij zijn gezamenlijk gezagdragers van hun dochter [minderjarige], geboren 2022 en door de man erkend; de minderjarige verblijft hoofdzakelijk bij de vrouw. Bij hofbeschikking van 23 april 2025 is omgang vastgesteld: na opbouw een weekend in de twee weken (zaterdag 10:00–zondag 16:00).
Verzoek en procesverloop: op 19 augustus 2025 verzocht de vrouw de rechtbank te bepalen dat de man vanaf de datum van indiening €196 per maand aan kinderalimentatie betaalt (met voorraaduitvoerbaarheid). De zaak is behandeld op 17 juni 2026; schriftelijke stukken en aanvullende berichten van beide partijen zijn overgelegd.
Beoordeling: de rechtbank neemt de aanbevelingen uit het Rapport alimentatienormen van de Expertgroep Alimentatie als vertrekpunt en besluit om eerst de draagkracht van de man te onderzoeken (proceseconomisch). Niet betwist is dat de man in een gemeentelijk schuldhulpverleningstraject zit en €80 per week aan leefgeld ontvangt. De vrouw voerde aan dat het traject bijna voltooid zou zijn en dat de man vanaf 1 juli 2026 tenminste €25 per maand zou kunnen betalen; deze stelling is echter niet met stukken onderbouwd. De man heeft daarentegen met brieven/e-mails van de gemeente en financiële stukken zijn beperkte afloscapaciteit en leefgeld aangetoond. De rechtbank rekent mee dat de man omgang met de minderjarige heeft en daardoor zelf kosten maakt en bijdraagt aan verzorging. Gelet op de overgelegde bewijsstukken en de gemotiveerde betwisting concludeert de rechtbank dat de man thans geen draagkracht heeft voor kinderalimentatie.
Beslissing: het verzoek van de vrouw wordt afgewezen. Beschikking gegeven door mr. M.F. Baaij (rechter), bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning (griffier).
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
Afwijzen vaststellen kinderalimentatie wegens schulden en schuldhulpverleningstraject.
Uitspraak
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-6325 Zaaknummer: C/09/690430 Datum beschikking: 22 juli 2026
Alimentatie
Beschikking op het op 19 augustus 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M. Hoogeveen in Gouda.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man],
de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. E.E. Nauta-Rijsdijk in [gemeente].
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen, namens de vrouw;
- het verweerschrift, met bijlagen, namens de man;
- het bericht van 23 april 2026, met bijlage, namens de vrouw;
- het bericht van 28 mei 2026, met bijlagen, namens de man;
- het bericht van 29 mei 2026, met bijlagen, namens de man.
Op 17 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat en de man met zijn advocaat.
Feiten
- De man en de vrouw hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats].
- [minderjarige] is door de man erkend.
- De ouders zijn gezamenlijk met het gezag over [minderjarige] belast.
- [minderjarige] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de vrouw.
- Bij beschikking van 23 april 2025 van het Gerechtshof Den Haag is bepaald dat [minderjarige] – na een opbouwperiode – bij de man is een weekend in de twee weken van zaterdag 10.00 uur tot zondag 16.00 uur
.
Verzoek en verweer
De vrouw verzoekt de rechtbank te bepalen dat de man aan de vrouw met ingang van de datum van indiening van dit verzoekschrift, althans een andere datum door de rechtbank in goede justitie te bepalen, betaalt ter zake de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] een bedrag van € 196,- per maand, althans een ander bedrag door de rechtbank in goede justitie te bepalen, bij vooruitbetaling verschuldigd, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Bij de vaststelling van de kinderalimentatie neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie opgenomen in het Rapport alimentatienormen als uitgangspunt.
Om proceseconomische redenen zal de rechtbank eerst de draagkracht van de man bespreken.
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. Niet in geschil tussen partijen is dat de man in een gemeentelijk schuldhulpverleningstraject zit en € 80,- per week aan leefgeld ontvangt. De man stelt dat hij vanwege zijn schulden geen kinderalimentatie kan betalen voor [minderjarige]. De vrouw heeft op de zitting aangevoerd dat de man inmiddels al bijna achttien maanden in het schuldhulpverleningstraject zit en daarom bijna klaar zou moeten zijn met het traject. Op basis van de uitkering en studiefinanciering die de man ontvangt zou de man volgens de vrouw in ieder geval met ingang van 1 juli 2026 voldoende draagkracht moeten hebben om € 25,- per maand aan kinderalimentatie te voldoen.
De rechtbank overweegt als volgt. De vrouw heeft haar stelling dat de man bijna klaar is met zijn schuldhulpverleningstraject niet met stukken onderbouwd. De rechtbank gaat hierom, mede gelet op de gemotiveerde betwisting van de man, aan de stelling van de vrouw voorbij. De man heeft met brieven en e-mails van de gemeente [gemeente] en financiële stukken over zijn afloscapaciteit en leefgeld voldoende onderbouwd dat hij geen enkele ruimte heeft om op dit moment bij te dragen aan de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige]. De rechtbank houdt daarbij rekening met het feit dat de man omgang heeft met [minderjarige] en dat hij zo kosten maakt voor en bijdraagt aan de verzorging van [minderjarige]. Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de man geen draagkracht heeft om een bedrag aan kinderalimentatie aan de vrouw te voldoen. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vrouw afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek van de vrouw af.