Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:5942

ECLI:NL:RBDHA:2026:5942 Rechtbank Den Haag , 17-02-2026 / C/09/691466 / HA RK 25-493
Civiel recht > Personen- en familierecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

Rechtbank Den Haag (enkelvoudige kamer), rekestnr. HA RK 25-493, zaaknr. C/09/691466, beschikking 17 februari 2026. Verzoeker (bij de rechtbank bekend adres) verzocht, bijgestaan door mr. F. Engelbertink te Amsterdam, om vaststelling van zijn staatloosheid. De Staat der Nederlanden (Ministerie van Justitie en Veiligheid, IND), vertegenwoordigd door L. Angela, trad op als belanghebbende en adviseerde toewijzing. Partijen stemden in met besluitvorming zonder mondelinge behandeling.

Feiten: verzoeker is Nederland binnengekomen als alleenstaande minderjarige op 7 oktober 2022 en heeft die dag asiel aangevraagd; die aanvraag werd ingewilligd op 17 februari 2023. Bureau Documenten van de IND onderzocht en verklaarde als echt: een origineel Syrisch reisdocument, een individueel uittreksel uit het bevolkingsregister, een geboorte-uittreksel en huwelijksaktes/afschriften van verzoekers ouders. Verzoeker verklaarde van Palestijnse afkomst te zijn, in Syrië geboren en daar verbleven te hebben; vader van Palestijnse afkomst, moeder met Syrische nationaliteit.

Juridisch kader: het verzoek is beoordeeld op grond van artikel 2 van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid (7 juni 2023, Stb. 2023, 230). De rechtbank toetst of niet is gebleken dat de betrokkene krachtens de wetgeving van enige staat als onderdaan wordt beschouwd. Verzoeker woont in Nederland en heeft onmiddellijk belang; het verzoek is ontvankelijk. De Staat heeft geen tegenadvies gegeven maar juist toewijzing aanbevolen.

Beoordeling ten aanzien van relevante landen: de rechtbank onderzocht of verzoeker als onderdaan van de Palestijnse Gebieden of van Syrië moet worden beschouwd. Op basis van de door de IND geverifieerde stukken acht de rechtbank aannemelijk dat verzoeker van Palestijnse afkomst is. Nederland erkent de staat Palestina niet (zie Algemeen Ambtsbericht Palestijnse Gebieden en IND Werkinstructie WI 2020/19); Palestijnen uit de Palestijnse gebieden gelden voor Nederland als staatloos. Ten aanzien van Syrië: de Syrische nationaliteitswet (decreet 276/1969) kent nationaliteit vooral via Syrische vader; doorgeven via moeder is slechts in beperkte gevallen (geboorte in Syrië en geen erkenning door vader). Uit het dossier blijkt niet dat verzoeker de Syrische nationaliteit via ouders heeft verkregen. Bovendien beschikt verzoeker over een Syrisch reisdocument voor Palestijnse vluchtelingen, hetgeen erop wijst dat de Syrische autoriteiten hem als Palestijn zonder Syrische nationaliteit beschouwen. De Werkinstructie vermeldt dat Palestijnen in Syrië in principe staatloos zijn en niet kunnen naturaliseren.

Conclusie en beslissing: de rechtbank stelt vast dat verzoeker staatloos is en wijst het verzoek tot vaststelling van staatloosheid toe. De beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone (rechter), bijgestaan door mr. P. Hillebrand (griffier), uitgesproken op 17 februari 2026.

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:16812
Civiel recht > Personen- en familierecht
22-06-2026 96% soortgelijk
Rechtbank Den Haag (Enkelvoudige Kamer), rekestnr. HA RK 25-718, zaaknr. C/09/695918; beschikking d.d. 22 mei 2026 door mr. H.M. Boone (rechter), griffier mr. S. Sluijmer. Partijen - Verzoeker: [verzoeker], geboren in 1993...
ECLI:NL:RBDHA:2025:25229
Civiel recht
26-12-2025 96% soortgelijk
Rechtbank Den Haag (enkelvoudige kamer), beschikking van 25 november 2025 (rekestnr. HA RK 25-347, zaaknr. C/09/688010). Verzoeker (geboren [geboortedatum] 2005 te Syrië), bijgestaan door mr. J. Hemelaar te Leiden, verzocht om vaststelling...
ECLI:NL:RBDHA:2026:23796
Civiel recht > Personen- en familierecht
24-08-2026 96% soortgelijk
Rechtbank Den Haag (Enkelvoudige Kamer), rekestnr. HA RK 26-15, zaaknr. C/09/697369, beschikking 24 juli 2026. Verzoeker, geboren in 2006 in [plaats], Syrië, vertegenwoordigd door mr. F. Engelbertink (Amsterdam), verzocht bij schriftelijk verzoek...
ECLI:NL:RBDHA:2025:26743
Civiel recht
19-01-2026 96% soortgelijk
Rechtbank Den Haag (enkelvoudige kamer), rekestnr. HA RK 25-176, zaaknr. C/09/683415, beschikking 19 december 2025. Verzoeker (geboren [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats], Syrië) verzoekt om vaststelling van staatloosheid. Verzoeker woont in Nederland en...
ECLI:NL:RBDHA:2026:3426
Civiel recht
21-02-2026 96% soortgelijk
Rechtbank Den Haag (enkelvoudige kamer), rekestnr. HA RK 25-405 / zaaknr. C/09/689640, beschikking van 21 januari 2026. Verzoeker, geboren in 2004 te [geboorteplaats], [geboorteland], wonende op een bij de rechtbank bekend adres,...

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

vaststelling staatloosheid. Palestijnse Gebieden en Syrië. Verzoek toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: HA RK 25-493 Zaaknummer: C/09/691466 Datum beschikking: 17 februari 2026

Vaststelling van staatloosheid

Beschikking op het op 5 september 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker] ,

verzoeker, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. F. Engelbertink te Amsterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

(Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst, verder te noemen “de Staat”), zetelende te ’s-Gravenhage, vertegenwoordigd door: L. Angela.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;
  • de brief van 10 december 2025 van de Staat;
  • de brief van 19 december 2025 van verzoeker.

Verzoek en het advies van de Staat

Het verzoekschrift strekt tot vaststelling van staatloosheid van verzoeker.

De Staat adviseert het verzoek toe te wijzen.

Omdat het advies van de Staat overeenstemt met wat is verzocht, heeft de rechtbank aanleiding gezien om zonder mondelinge behandeling op het verzoek te beslissen. Partijen hebben hiermee ingestemd.

Feiten

De volgende feiten blijken uit het dossier dan wel zijn door de Staat vastgesteld, zodat de rechtbank deze als vaststaand aanneemt.

  • Verzoeker is Nederland ingereisd als alleenstaande minderjarige op 7 oktober
  • Verzoeker heeft op 7 oktober 2022 een asielaanvraag ingediend, welke is ingewilligd op 17 februari 2023.
  • Bureau documenten van de IND heeft de volgende in het bezit van verzoeker zijnde documenten onderzocht en echt bevonden: o een Origineel Syrisch reisdocument; o individueel uittreksel uit het bevolkingsregister; o een geboorte uittreksel; o een huwelijksakte van de ouders van verzoeker; o een huwelijksafschrift van de ouders van verzoeker.

Beoordeling

Juridisch kader

Het verzoek is gebaseerd op artikel 2 van de Wet van 7 juni 2023, houdende regels met betrekking tot de vaststelling van staatloosheid, Staatsblad 2023, 230 (Wet vaststellingsprocedure staatloosheid).

Op basis van lid 1 van genoemd artikel kan een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, bij deze rechtbank een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was. De rechtbank stelt op basis van lid 2 van dit artikel de staatloosheid vast, indien hem niet is gebleken dat de betrokkene door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.

Ontvankelijkheid

De rechtbank stelt vast dat verzoeker in Nederland woont. Verder is niet in geschil dat verzoeker onmiddellijk belang heeft bij het verzoek tot vaststelling van staatloosheid, zodat hij ontvankelijk is in zijn verzoek.

Relevante landen

De rechtbank ziet aanleiding om de Palestijnse Gebieden en Syrië in haar beoordeling over de staatloosheid van verzoeker te betrekken. Dit omdat verzoekster stelt van Palestijnse afkomst te zijn, in Syrië geboren is daar tot zijn komst naar Nederland heeft verbleven. De vader van verzoeker is van Palestijnse afkomst en de moeder van verzoeker heeft de Syrische nationaliteit.

Wordt verzoeker als onderdaan van de Palestijnse Gebieden beschouwd?

Gelet op de door verzoeker overgelegde documenten – welke documenten positief zijn beoordeeld door Bureau Documenten van de IND – is het aannemelijk dat verzoeker van Palestijnse afkomst is. Voor zover verzoeker de Palestijnse nationaliteit heeft, geldt het volgende.

Uit het ‘Algemeen Ambtsbericht Palestijnse Gebieden’ (april 2022) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de ‘Werkinstructie SUA’ van 11 december 2020 van de IND (nummer en titel: WI 2020/19 Palestijnen, hierna te noemen: de Werkinstructie) volgt dat Nederland de staat Palestina, en dus ook de Palestijnse nationaliteit, niet erkent. Voor Nederland gelden Palestijnen uit de Palestijnse gebieden daarom als staatloos.

Wordt verzoeker als onderdaan van Syrië beschouwd?

Op grond van de nationaliteitswetgeving van Syrië (decreet 276 uit 1969; bevestiging hiervan is te vinden in het ‘Algemeen Ambtsbericht Syrië’ (mei 2022) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken) kan de Syrische nationaliteit onder andere worden verkregen door afstamming van een Syrische vader. Een moeder kan naar Syrisch nationaliteitsrecht haar nationaliteit alleen doorgeven in het geval het kind is geboren in Syrië en de vader het kind niet heeft erkend. Van deze situaties is in dit geval niet gebleken, zodat het niet aannemelijk is dat verzoeker de Syrische nationaliteit via zijn vader of moeder heeft verkregen. Verzoeker beschikt ook over een Syrisch reisdocument voor Palestijnse vluchtelingen, zodat aannemelijk is dat de Syrische overheid verzoeker beschouwt als Palestijn zonder de Syrische nationaliteit.

Uit de Werkinstructie volgt dat Palestijnen in Syrië in principe staatloos zijn en niet kunnen naturaliseren.

Gelet op het voorgaande vindt de rechtbank het niet aannemelijk dat verzoeker beschikt over de nationaliteit van Syrië.

Conclusie

De rechtbank stelt, gelet op het voornoemde, de staatloosheid van verzoeker vast

Beslissing

De rechtbank:

stelt vast dat verzoeker staatloos is;

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, bijgestaan door mr. P. Hillebrand als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 februari 2026.