Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:25641

ECLI:NL:RBDHA:2026:25641 Rechtbank Den Haag , 05-08-2026 / C/09/642664 / FA RK 23-1055
Civiel recht > Personen- en familierecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

De rechtbank Den Haag (enkelvoudige kamer, beschikking 5 augustus 2026; rekestnummer FA RK 23-1055, zaak C/09/642664) behandelde het verzoek van [de vader] (bijgestaan door mr. C.H. Remmelink) en de verwerende positie van [de moeder] (bijgestaan door mr. S. Burger). Belanghebbende is [de moeder]; de minderjarige [minderjarige] heeft zich in raadkamer op 16 juli 2026 uitgelaten. Op 17 juli 2026 werd de zitting voortgezet; verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat en een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming ([naam]).

Aan de rechtbank lagen nog: het verzoek van de vader om een zorg- c.q. omgangsregeling vast te stellen en de verzoeken van de moeder om haar met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten en om proceskostencompensatie. De rechtbank heeft haar eerdere overwegingen (zoals vastgelegd in de beschikking van 30 oktober 2024) gehandhaafd en bleef deze als uitgangspunt hanteren.

Feiten en stand van hulpverlening: de rechtbank constateert dat de bij beschikking van 30 oktober 2024 opgelegde omgangsbegeleiding niet van de grond is gekomen. Uit rapporten van Jeugdformaat blijkt dat op 19 september 2025 traumabehandeling voor [minderjarige] is gestart en dat de moeder opvoedondersteuning volgt. In het rapport van 10 juni 2026 staat dat de behandeling voorlopig is gestopt wegens gebrek aan intrinsieke motivatie bij [minderjarige]. Er is in de tussenliggende periode geen omgangbegeleiding begonnen en er is niet aan contactherstel gewerkt. Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van diverse schriftelijke berichten van de ouders en een brief van de minderjarige.

Beoordeling en motivering: de rechtbank geeft gewicht aan de constatering van de Raad dat de jarenlange hulpverlening zwaar is geweest voor [minderjarige] en dat een kind zich het beste ontwikkelt wanneer het onbelast contact met beide ouders kan hebben. De Raad adviseerde dat ouders gezamenlijk en realistisch moeten werken aan contactherstel, zonder te veel te verwachten van de minderjarige, en dat de moeder een rol heeft in het stimuleren van positief contact door te laten zien dat de vader ook een leuke kant heeft. Op de zitting uitten beide ouders spijt over het uitblijven van omgangsbegeleiding; de vader wenst actief contactherstel, de moeder staat er niet principieel opposed tegen maar vindt begeleiding lastig zolang de minderjarige weinig motivatie toont.

Gerechtelijke maatregel en procesverloop: na korte schorsing vond overleg plaats tussen ouders, advocaten, de Raad en de partner van de moeder. Als concrete, tijdelijke maatregel spraken partijen af dat de vader een aantal kaarten naar [minderjarige] zal sturen en dat de vader en de partner van de moeder contact zullen houden over de ontvangst van die kaarten. De rechtbank legt deze afspraak op als proefperiode van enkele weken en besluit de verdere behandeling van verzoeken rond omgang en gezag aan te houden tot een nieuwe mondelinge behandeling op 11 september 2026 om 10:00 uur.

Beslissing (kort): de rechtbank bepaalt dat de vader tot 11 september 2026 kaarten aan [minderjarige] mag sturen en dat vader en de partner van de moeder hierover contact houden; verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad; stelt de voortzetting van behandeling vast op 11 september 2026 (dit geldt als oproeping voor verzoeker en belanghebbende); en houdt pro forma alle beslissingen omtrent omgang en gezag aan. De beschikking is gegeven door kinderrechter mr. C.G. Meeder, griffier mr. R. Warmerdam, en uitgesproken op 5 augustus 2026.

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:25636
Civiel recht > Personen- en familierecht
05-09-2026 91% soortgelijk
Rechtbank Den Haag (enkelvoudige kamer), rekestnr. FA RK 26-6336, zaaknr. C/09/707688; beschikking 5 augustus 2026. Verzoeker: [de vader], bijgestaan door mr. K. Hoesenie te Rotterdam. Belanghebbende: [de moeder], bijgestaan door mr. F....
ECLI:NL:RBDHA:2026:3427
Civiel recht
21-02-2026 90% soortgelijk
Rechtbank Den Haag (enkelvoudige kamer), beschikking van 21 januari 2026 (zaak C/09/654721, rekest FA RK 23-7167). Verzoeker: [de vader], woonachtig op een bij de rechtbank bekend adres, bijgestaan door mr. M.J. Zennipman....
ECLI:NL:RBDHA:2025:22257
Civiel recht > Personen- en familierecht
25-11-2025 90% soortgelijk
De rechtbank Den Haag (enkelvoudige kamer, kinderrechter mr. E.D.A. Geleijns) heeft bij beschikking van 5 november 2025 het verzoek van [de vader] (ingediend 5 mei 2022) om gezamenlijk gezag over [minderjarige], een...
ECLI:NL:RBDHA:2026:18343
Civiel recht > Personen- en familierecht
05-07-2026 90% soortgelijk
De rechtbank Den Haag (enkelvoudige kamer, rekestnr. FA RK 24-6058, zaak C/09/671417) heeft bij beschikking van 4 juni 2026 op het verzoek van [de vader] (adv. mr. B.S. van Haeften) beslist ten...
ECLI:NL:RBDHA:2026:25640
Civiel recht > Personen- en familierecht
05-09-2026 90% soortgelijk
Rechtbank Den Haag (enkelvoudige kamer), rekestnummer FA RK 25-9332 / zaak C/09/695917, beschikking 5 augustus 2026. Verzoeker: [de vader], woonadres bij rechtbank bekend, advocaat mr. T.B. Goemans. Belanghebbende: [de moeder], woonadres geheim,...

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

opbouw contactherstel, opnieuw aanhouden zaak, omgangsbegeleiding bij UHA niet tot stand gekomen

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 23-1055 Zaaknummer: C/09/642664 Datum beschikking: 5 augustus 2026 (bij vervroeging)

Gezag en omgangs- c.q. zorgregeling

Beschikking op het op 13 februari 2023 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader, wonende op een voor de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. C.H. Remmelink te Zoetermeer.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder, wonende op een voor de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. S. Burger te Rotterdam.

Procedure

Bij beschikking van 30 oktober 2024 van deze rechtbank is een beslissing ter zake van de zorg- c.q. omgangsregeling, het gezag en de proceskosten aangehouden en zijn de ouders doorverwezen middels een proces-verbaal voor deelname aan het traject Omgangsbegeleiding.

De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:

  • het bericht van de moeder op 6 juli 2026 met bijlage;
  • de brief van [minderjarige] op 21 mei 2026;
  • het bericht van de moeder op 20 april 2026;
  • het bericht van de vader op 17 april 2026;
  • het bericht van de moeder op 25 september 2025 met bijlage;
  • het bericht van de vader op 1 september 2025;
  • het bericht van de vader op 14 augustus 2025;
  • het bericht van de moeder op 7 augustus 2025;
  • het bericht van de moeder op 23 april 2025;
  • het bericht van de vader op 18 april 2025.

De minderjarige [minderjarige] heeft zich op 16 juli 2026 in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Op 17 juli 2026 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist.

Aan de rechtbank ligt nog voor het verzoek van de vader om een zorg- c.q. omgangsregeling vast te stellen en de verzoeken van de moeder om haar met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten en om de proceskosten te compenseren.

Huidige stand van zaken

Het is de rechtbank gebleken dat de omgangsbegeleiding, waarnaar de ouders zijn verwezen bij de beschikking van 30 oktober 2024, niet van de grond is gekomen. Uit het verslag van Jeugdformaat van 19 september 2025 is gebleken dat traumabehandeling voor [minderjarige] is gestart en dat de moeder opvoedondersteuning is gaan volgen. Uit het verslag van Jeugdformaat van 10 juni 2026 blijkt dat verdere behandeling voor [minderjarige] voor nu gestopt is vanwege gebrek aan intrinsieke motivatie bij [minderjarige]. In de tussentijd is er geen omgangbegeleiding gestart en is niet gewerkt aan contactherstel.

Omgang en gezag

Op de zitting hebben beide ouders aangegeven het te betreuren dat de omgangsbegeleiding niet tot stand is gekomen. De vader wenst nog steeds het contact met [minderjarige] te herstellen en wil zich daar actief voor inzetten. De moeder heeft aangegeven dat zij zich niet tegen het contactherstel verzet, maar dat het voor haar lastig is om [minderjarige] te begeleiden in het contactherstel als zij het zelf niet lijkt te willen. De Raad heeft op de zitting aangegeven dat de hulpverlening van de afgelopen jaren een zware belasting is geweest voor [minderjarige]. Een kind kan zich het beste ontwikkelen wanneer zij met beide ouders onbelast contact kan hebben. Volgens de Raad moeten de ouders samen kijken hoe naar contactherstel gewerkt kan worden, zonder daarin te veel te verwachten van [minderjarige]. De Raad heeft daarbij aangegeven dat [minderjarige] haar moeder nodig heeft om te kunnen zien dat vader ook een leuke kant heeft en het contact vanuit moeder gestimuleerd dient te worden.

De zitting is voor een korte duur geschorst en de ouders hebben, samen met hun advocaten, de vertegenwoordiger van de Raad en de partner van de moeder, geprobeerd in overleg te treden over hoe contactherstel mogelijk tot stand kan worden gebracht. Hieruit is voortgekomen dat de vader zal beginnen met het sturen van kaarten naar [minderjarige] en dat de vader en de partner van de moeder contact houden over hoe deze kaarten worden ontvangen door [minderjarige].

Met de ouders is afgesproken dat deze poging tot contactherstel voor een aantal weken wordt uitgeprobeerd en dat het verdere verloop van de zaak wordt behandeld op de zitting van 11 september 2026 om 10:00 uur.

In afwachting van het verloop van het hiervoor vermelde contactherstel zal de rechtbank de beslissing met betrekking tot de omgang en het gezag aanhouden.

Beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat de vader tot 11 september 2026 een aantal kaarten naar [minderjarige] zal sturen waarbij de vader en de partner van de moeder contact houden;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat de behandeling van het verzoek voor een omgangsregeling en gezag op zitting zal worden voortgezet op de zitting van 11 september 2026 om 10:00 uur;

bepaalt dat deze beschikking voor de verzoeker en de belanghebbende heeft te gelden als oproeping;

houdt iedere beslissing ten aanzien van de omgang en het gezag pro forma aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, kinderrechter, bijgestaan door mr. R. Warmerdam als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 augustus 2026.