Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:22900

ECLI:NL:RBDHA:2026:22900 Rechtbank Den Haag , 16-07-2026 / C/09/696767 / HA RK 25-755
Civiel recht > Personen- en familierecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

Rechtbank Den Haag (enkelvoudige kamer) heeft bij beschikking van 16 juli 2026 het verzoek van [verzoekster] (geboren [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats], [geboorteland]; advocaat: mr. E. Bezem te Amsterdam) tot vaststelling van staatloosheid toegewezen. De Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door mr. K.A. van Iwaarden (Ministerie van Justitie en Veiligheid, IND), werd als belanghebbende gehoord; de Staat had geadviseerd het verzoek toe te wijzen. Partijen stemden in met beslissing zonder mondelinge behandeling. Zaaknummers: rekest HA RK 25-755; C/09/696767. Verzoekschrift ingekomen 23 december 2025.

Feiten en stukken

  • Verzoekster diende asielaanvragen in op 10 januari 2018 en 30 juni 2020; beide afgewezen.
  • Zij kreeg later verblijfsvergunningen: tijdelijke humanitaire gronden (22-11-2022) en voortgezet verblijf (13-11-2025).
  • Overgelegde documenten omvatten onder meer: Iraakse geboorteakte; verklaring van de Palestijnse Missie; twee verklaringen van het Iraakse Ministerie van Ontheemden en Migranten (Dienst humanitaire zaken); documenten en identiteitsbewijzen voor Palestijnen; twee Palestijnse paspoorten (waarvan één met afgiftedatum 10-3-2013 door de Koninklijke Marechaussee als echt bevonden); UNHCR-certificaten en diverse andere registers/verklaringen.

Juridisch kader en ontvankelijkheid Het verzoek is beoordeeld op grond van artikel 2 Wvs (Wet vaststellingsprocedure staatloosheid 7 juni 2023). De rechtbank verklaarde verzoekster ontvankelijk: zij woont in Nederland en heeft onmiddellijk belang bij de vaststelling.

Beoordeling per relevant staat

  • Palestijnse Gebieden: uit de stukken volgt dat verzoekster van Palestijnse afkomst is en beschikt over diverse Palestijnse documenten en paspoorten (waarvan één door de Marechaussee als echt is aangemerkt). De rechtbank neemt mee dat Nederland de staat Palestina en de Palestijnse nationaliteit niet erkent (Algemeen Ambtsbericht Palestijnse Gebieden, april 2022; IND Werkinstructie WI 2020/19). Conclusie: voor Nederlandse rechtsgevolgen gelden personen afkomstig uit de Palestijnse gebieden als staatloos, tenzij zij een andere nationaliteit hebben.
  • Irak: verzoekster verklaart niet over de Iraakse nationaliteit te beschikken; Iraakse autoriteiten hebben aangegeven dat zij niet de Iraakse nationaliteit bezit. Gelet op haar verklaringen, de overgelegde documenten en de Iraakse wet- en regelgeving acht de rechtbank het niet aannemelijk dat zij Iraaks onderdaan is.
  • Turkije: verzoekster verbleef van 6 augustus 2014 tot 6 oktober 2017 in Turkije. De Turkse staatsburgerschapswet (Stbw) kent verkrijging van rechtswege via afstamming of via geboorte op Turks grondgebied (art. 8 Stbw; verkrijging door naturalisatie vereist onder meer vijf jaar verblijf, art. 11 e.v.). Verzoekster voldoet niet aan de vereiste verblijfsduur noch aan afstammingsgrond; de rechtbank acht het niet aannemelijk dat zij Turks onderdaan is.

Conclusie en beschikking De rechtbank stelt vast dat verzoekster sinds haar geboorte staatloos is. De beschikking vermeldt dat, na onherroepelijkheid, een afschrift wordt gezonden aan de woongemeente van verzoekster. Een vordering tot veroordeling van de Staat in proceskosten wordt afgewezen. De beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, bijgestaan door griffier mr. N.C. Gantenbein, uitgesproken 16 juli 2026.

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:22908
Civiel recht > Personen- en familierecht
16-08-2026 96% soortgelijk
Rechtbank Den Haag (enkelvoudige kamer), beschikking van 16 juli 2026 (rekestnr. HA RK 25-752, zaaknr. C/09/696748). Verzoekster (geboren 1953 te [geboorteplaats], [geboorteland]), woonachtig in Nederland, bijgestaan door mr. E. Bezem (advocaat, Amsterdam),...
ECLI:NL:RBDHA:2026:22905
Civiel recht > Personen- en familierecht
16-08-2026 95% soortgelijk
Rechtbank Den Haag (enkelvoudige kamer), beschikking van 16 juli 2026 (rekestnr. HA RK 25-754, zaaknr. C/09/696761). Verzoekster (geboren [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats], [geboorteland]), woonachtig in Nederland, bijgestaan door mr. E. Bezem te...
ECLI:NL:RBDHA:2026:2199
Civiel recht
10-02-2026 95% soortgelijk
Rechtbank Den Haag (enkelvoudige kamer), rekestnr. HA RK 25-404, zaaknr. C/09/689627, beschikking 7 januari 2026. Verzoekster ([verzoekster], geboren 1988 te [geboorteplaats], [geboorteland], woonachtig op bij de rechtbank bekend adres) verzocht om vaststelling...
ECLI:NL:RBDHA:2026:3879
Civiel recht
27-02-2026 95% soortgelijk
Rechtbank Den Haag, enkelvoudige kamer (rekestnr. HA RK 25-471, zaaknr. C/09/691012) heeft bij beschikking van 27 januari 2026 het verzoek van [verzoekster] tot vaststelling van staatloosheid toegewezen. Partijen en procedure - Verzoekster...
ECLI:NL:RBDHA:2026:22907
Civiel recht > Personen- en familierecht
16-08-2026 93% soortgelijk
Rechtbank Den Haag (enkelvoudige kamer), rekestnr. HA RK 25-756, zaaknr. C/09/696771. Verzoek ingekomen 23 december 2025; beschikking uitgesproken 16 juli 2026. Verzoeker: [verzoeker], geboren in 1981 te [geboorteplaats], [geboorteland], bijgestaan door mr....

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

Vaststelling staatloosheid - relevante landen: Palestijnse gebieden, Irak en Turkije

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: HA RK 25-755 Zaaknummer: C/09/696767 Datum beschikking: 16 juli 2026

Vaststelling van staatloosheid

Beschikking op het op 23 december 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoekster],

verzoekster, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. E. Bezem in Amsterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst, hierna: de Staat, zetelende in ’s-Gravenhage, vertegenwoordigd door: mr. K.A. van Iwaarden.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;
  • de brief van 19 mei 2026 van de Staat;
  • het e-mailbericht van 12 juni 2026 van de zijde van verzoekster.

Omdat het advies van de Staat overeenstemt met dat wat door verzoekster is verzocht, heeft de rechtbank aanleiding gezien om zonder mondelinge behandeling op het verzoek te beslissen. Partijen hebben hiermee ingestemd.

Feiten

De volgende feiten blijken uit het dossier:

  • Verzoekster is geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats], [geboorteland].

  • Verzoekster heeft op 10 januari 2018 en op 30 juni 2020 asielaanvragen ingediend. Beide aanvragen zijn afgewezen.

  • Bij beschikking van 22 november 2022 is aan verzoekster een verblijfsvergunning ‘tijdelijke humanitaire gronden’ verleend.

  • Bij beschikking van 13 november 2025 is aan verzoekster een verblijfsvergunning ‘voortgezet verblijf’ verleend.

  • Verzoekster heeft de volgende documenten overgelegd:

  • Iraakse geboorteakte;

  • verklaring van de Palestijnse Missie;

  • twee verklaringen Republiek Irak, Ministerie van Ontheemden en Migranten, Dienst voor humanitaire zaken;

  • document voor Palestijnen;

  • identiteitskaart voor Palestijnen;

  • twee Palestijnse paspoorten;

  • gezinsboekje;

  • twee UNHCR Refugee Certificates;

  • UNHCR verklaring over asielaanvraag Turkije;

  • verklaring van woonplaats;

  • distributiekaart;

  • formulier voor de ontvangst van de identiteitskaart van de permanente commissie voor vluchtelingenzaken bij vertrek of terugkeer;

  • Palestijnse geboorteakte van [naam 1];

  • overlijdensakte van [naam 1];

  • document voor Palestijnen van [naam 2];

  • identiteitskaart voor Palestijnen van [naam 3].

  • Het Palestijnse paspoort met afgiftedatum 10 maart 2013 is door de Koninklijke Marechaussee ‘echt’ bevonden.

Verzoek en het advies van de Staat

Verzoekster verzoekt vast te stellen dat zij sinds zijn geboorte staatloos is, een dag en uur te bepalen waarop de behandeling van dit verzoek zal aanvangen, een en ander uitvoerbaar bij voorraad en met veroordeling van de Staat in de proceskosten.

De Staat adviseert het verzoek tot vaststelling van de staatloosheid van verzoekster toe te wijzen.

Beoordeling

Vaststelling staatloosheid

Juridisch kader

Het verzoek is gebaseerd op artikel 2 van de Wet van 7 juni 2023, houdende regels met betrekking tot de vaststelling van staatloosheid, Staatsblad 2023, 230 (Wet vaststellingsprocedure staatloosheid, hierna: Wvs).

Op grond van lid 1 van genoemd artikel kan een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, bij deze rechtbank een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was. De rechtbank stelt op grond van lid 2 van dit artikel de staatloosheid vast, indien haar niet is gebleken dat de betrokkene door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.

Ontvankelijkheid

De rechtbank stelt vast dat verzoekster in Nederland woont. Verder is niet in geschil dat verzoekster onmiddellijk belang heeft bij het verzoek tot vaststelling van staatloosheid, zodat zij ontvankelijk is in haar verzoek.

Relevante landen

Gelet op de overgelegde stukken zal de rechtbank de Palestijnse Gebieden, Irak en Turkije bij de beoordeling van het verzoek tot vaststelling van de staatloosheid van verzoekster betrekken. De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat verzoekster een andere nationaliteit kan hebben verkregen.

Wordt verzoekster als onderdaan van de Palestijnse Gebieden beschouwd?

Verzoekster stelt in [geboorteland] te zijn geboren en van Palestijnse afkomst te zijn. De Staat acht het aannemelijk dat verzoekster van Palestijnse afkomst is, nu dit overeenkomt met haar verklaringen en de overgelegde documenten en dat zij de Palestijnse nationaliteit heeft.

Gelet op de door verzoekster overgelegde documenten in onderlinge samenhang bezien is het aannemelijk dat verzoekster van Palestijnse afkomst is. Voor zover verzoekster de Palestijnse nationaliteit heeft, geldt het volgende.

Uit het ‘Algemeen Ambtsbericht Palestijnse Gebieden’ (april 2022) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de ‘Werkinstructie SUA’ van 11 december 2020 van de IND (nummer en titel: WI 2020/19 Palestijnen, hierna te noemen: de Werkinstructie) volgt dat Nederland de staat Palestina en dus ook de Palestijnse nationaliteit, niet erkent. Voor Nederland gelden Palestijnen afkomstig uit de Palestijnse gebieden daarom als staatloos, tenzij zij nog een andere nationaliteit hebben.

Wordt verzoekster als onderdaan van Irak beschouwd?

Verzoekster stelt in [geboorteland] te zijn geboren, maar niet over de Iraakse nationaliteit te beschikken. De Iraakse autoriteiten hebben aangegeven dat verzoekster niet de Iraakse nationaliteit bezit. De Staat is van mening dat dit ook wordt ondersteund door de verklaringen van verzoekster zelf, de door haar overgelegde documenten en door de Iraakse wet- en regelgeving.

Gelet hierop acht de rechtbank het niet aannemelijk dat verzoekster de Iraakse nationaliteit heeft.

Wordt verzoekster als onderdaan van Turkije beschouwd?

Verzoekster voert aan van 6 augustus 2014 tot 6 oktober 2017 in Turkije te hebben verbleven.

De regels ten aanzien van de verkrijging en het verlies van de Turkse nationaliteit zijn vastgelegd in de Wet op het Turkse staatsburgerschap (hierna: Stbw).

De Turkse nationaliteit wordt van rechtswege verkregen door afstamming of geboorte op Turks grondgebied. Voor de verkrijging van de Turkse nationaliteit via afstamming geldt dat afstamming van ten minste één Turkse ouder is vastgesteld. De verkrijgingsgrond door geboorte op Turks grondgebied heeft alleen betrekking op in Turkije geboren kinderen die bij geboorte – behoudens de Turkse nationaliteit – staatloos zouden zijn (art. 8 lid 1 Stbw).

De Turkse nationaliteit kan worden verleend indien men voldoet aan bepaalde wettelijke eisen (art. 11 e.v. Stbw). Eén van de voorwaarde is dat een persoon minimaal vijf jaar inwoner is geweest van Turkije. Hier voldoet verzoekster niet aan.

De rechtbank acht daarom niet aannemelijk dat verzoekster de Turkse nationaliteit heeft.

Conclusie

De rechtbank stelt, gelet op het voornoemde, de staatloosheid van verzoekster vast.

De rechtbank stuurt, na het onherroepelijk worden van deze beschikking, een afschrift van de beschikking naar de woongemeente van verzoeker.

Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een veroordeling van de Staat in de proceskosten van verzoekster en zal het verzoek daartoe afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:

stelt vast dat verzoekster staatloos is;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, bijgestaan door mr. N.C. Gantenbein als griffier en uitgesproken op de openbare zitting van 16 juli 2026. Tweede Kamer, vergaderjaar 2020-2021, 35 687, nr. 3, pagina 42.