ECLI:NL:RBDHA:2026:13805 Rechtbank Den Haag , 26-05-2026 / NL26.14750
Samenvatting
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg (zaaknummer NL26.14750), behandelde het verzoek van [verzoeker] (V‑nummer: [V‑nummer], gemachtigde mr. A. Orhan) tegen de minister van Asiel en Migratie om een voorlopige voorziening. Achtergrond: bij besluit van 30 december 2025 had de minister vastgesteld dat het verblijfsrecht van verzoeker en zijn gezinsleden van rechtswege was geëindigd per 1 april 2024 en waren hun aanvragen voor duurzaam verblijfsrecht op grond van het Terugtrekkingsakkoord afgewezen. Op 6 maart 2026 verklaarde de minister het tegen dat besluit ingestelde bezwaar kennelijk ongegrond (het bestreden besluit). Verzoeker stelde tegen dat bestreden besluit beroep in en vroeg gelijktijdig om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek zonder zitting krachtens artikel 8:83, derde lid, Awb. De kern van de motivering is puur procedureel: op dezelfde dag stelde de rechtbank in een separate uitspraak (zaaknummer NL26.14749) uitspraak in het bodemproces over het beroep. Omdat over het hoofdgeschil reeds op de voorwaarden en de bevoegdheid van de rechter is beslist, is een afzonderlijke voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens zag de voorzieningenrechter geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 26 mei 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en geanonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl. Tegen deze (voorzieningenrechterlijke) uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
Plakvovo – uitspraak in beroep – voorlopige voorziening afgewezen.
Uitspraak
**RECHTBANK DEN HAAG **
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.14750
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 30 december 2025 (het primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat het verblijfsrecht van verzoeker en zijn familieleden van rechtswege is geëindigd per 1 april 2024. In datzelfde besluit heeft verweerder de aanvragen van verzoeker en zijn familieleden voor duurzaam verblijfsrecht op grond van het Terugtrekkingsakkoord
Bij besluit van 6 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder het daartegen gerichte bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.14749, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 26 mei 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.