ECLI:NL:RBDHA:2026:6211 Rechtbank Den Haag , 18-03-2026 / NL23.34761
Samenvatting
Zaaknummer NL23.34761 — voorzieningenrechter, Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg. Partijen: [verzoeker] (v-nummer: [V-nummer], gemachtigde mr. P.H. Hillen) als verzoeker, tegen de minister van Asiel en Migratie (voorheen staatssecretaris van Justitie en Veiligheid) als verweerder.
Feiten en besluiten: bij een primaire beslissing van 9 februari 2022 stelde verweerder vast dat het verblijfsrecht van verzoeker als gemeenschapsonderdaan van rechtswege was geëindigd in oktober 2021. Op 27 oktober 2023 verklaarde verweerder het bezwaar van verzoeker tegen dat primaire besluit ongegrond (het bestreden besluit). Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht bij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Procedurele gang: de voorzieningenrechter besliste zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb.
Beoordeling en motivering: de voorzieningenrechter overwoog dat op 15 april 2024 in zaaknummer NL23.34760 reeds uitspraak was gedaan in het principale beroepsproces tegen hetzelfde besluit. Omdat die uitspraak het hoofdgeschil beslechtte, bestond geen noodzaak meer voor een voorlopige voorziening. Op grond daarvan werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er waren geen omstandigheden die een proceskostenveroordeling rechtvaardigden, zodat van zodanige veroordeling werd afgezien.
Beslissing en bekendmaking: het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. De uitspraak dateert van 18 maart 2026 en is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos (voorzieningenrechter), in aanwezigheid van mr. S. Mohandes (griffier). De uitspraak is geanonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
plakvovo – uitspraak in beroep – voorlopige voorziening afgewezen.
Uitspraak
**RECHTBANK DEN HAAG **
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.34761
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij het besluit van 9 februari 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat verzoekers verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in oktober 2021 van rechtswege is geëindigd.
Bij besluit van 27 oktober 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
1. Bij uitspraak van 15 april 2024, zaaknummer NL23.34760, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 18 maart 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.