ECLI:NL:RBDHA:2026:25563 Rechtbank Den Haag , 02-09-2026 / NL25.14184
Samenvatting
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag (zittingsplaats Middelburg), in zaaknummer NL25.14184, heeft op 2 september 2026 een verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Verzoeker is aangeduid als [verzoeker] (V‑nummer: [V‑nummer], gemachtigde mr. R.C. van den Berg). Verweerder is de minister van Asiel en Migratie (gemachtigde mr. E. Konstapel).
Achtergrond: op 18 december 2023 wees de minister een aanvraag van verzoeker om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER af. Bij besluit van 6 maart 2025 verklaarde de minister het daarop ingestelde bezwaar van verzoeker ongegrond. Verzoeker heeft tegen dat bezwaarbesluit beroep ingesteld bij de rechtbank en daarnaast bij de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening verzocht.
Procedurele beslissing: de voorzieningenrechter heeft ex artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. De voorzieningenrechter overweegt dat op 27 augustus 2026 in zaaknummer NL25.14183 uitspraak is gedaan op het hoofdberoep. Omdat die uitspraak in het bodemgeding (het beroep tegen het bezwaarbesluit) is gegeven, is de voorlopige voorziening niet langer nodig. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er bestaat geen aanleiding tot toewijzing van proceskosten, zodat geen proceskostenveroordeling wordt opgelegd.
De uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos (voorzieningenrechter) in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks (griffier) en is geanonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
Plakvovo
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.14184
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
en
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. E. Konstapel).
Procesverloop
Met een besluit van 6 maart 2025 heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het besluit van 18 december 2023 tot afwijzing van zijn aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van 27 augustus 2026, zaaknummer NL25.14183, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 2 september 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.