ECLI:NL:RBDHA:2025:18466 Rechtbank Den Haag , 07-10-2025 / C/09/643839 / FA RK 23-1626
Samenvatting
Rechtbank Den Haag (enkelvoudige kamer), rekestnummer FA RK 23-1626 / zaaknummer C/09/643839. Verzoeker: [de man], wonende te [woonplaats 1], bijgestaan door mr. W.N. Sardjoe te ’s-Gravenhage. Belanghebbende: [de moeder], eerst wonende te [woonplaats 2], nu te [woonplaats 1], aanvankelijk bijgestaan door mr. S. Oedayrajsingh Varma te Zoetermeer, thans zonder advocaat. Betreft de minderjarige [de minderjarige] en een verzoek over vervangende toestemming tot erkenning en (aanvraag van) gezamenlijk gezag.
Op 13 februari 2024 had de rechtbank reeds (voor zover relevant) vervangende toestemming tot erkenning van de minderjarige door de man verleend. De beslissing op het verzoek tot gezamenlijk gezag werd toen pro forma aangehouden in afwachting van het tot stand komen van de erkenning, aanvankelijk tot 15 juni 2024.
De rechtbank ontving vervolgens op 25 juni 2025 via een F9-formulier de akte van erkenning van de man. Op een later F9-formulier van 31 juli 2025 heeft de man zijn verzoek tot gezamenlijk gezag ingetrokken.
De juridische grondslag van de beslissing berustte op het volgende: de rechtbank kan uitsluitend definitief over gezamenlijk gezag oordelen nadat de erkenning van de minderjarige tot stand is gebracht. Nadat de erkenning is ingediend en vervolgens de verzoeker het verzoek tot gezamenlijk gezag heeft ingetrokken, ontbreekt iedere concrete beslissing waarover de rechtbank nog kan oordelen. Gelet op de ontvangst van de akte van erkenning en de intrekking van het verzoek stelt de rechtbank vast dat er niets meer te beslissen valt.
Beslissing: de rechtbank constateert dat er niets meer te beslissen is. De beschikking is gegeven en uitgesproken op 7 oktober 2025 door mr. C.L. Strop (rechter, tevens kinderrechter), bijgestaan door mr. I.E. Moerkerk-van Kersbergen als griffier.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
verzoek gezag ingetrokken - niets meer te beslissen
Uitspraak
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 23-1626 Zaaknummer: C/09/643839 Datum beschikking: 7 oktober 2025
Vervangende toestemming erkenning/omgang/informatie- en consultatie/gezag
Beschikking op het op 28 februari 2023 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
verzoeker, hierna: de man, wonende te [woonplaats 1] , advocaat: mr. W.N. Sardjoe te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder, eerst wonende te [woonplaats 2] , nu wonende te [woonplaats 1] , advocaat: eerst mr. S. Oedayrajsingh Varma te Zoetermeer, nu zonder advocaat,
Procedure
Bij beschikking van 13 februari 2024 van deze rechtbank – voor zover relevant – is de man vervangende toestemming tot erkenning van de minderjarige [de minderjarige] verleend en is in afwachting van de akte van erkenning bepaald dat de beslissing op het verzoek tot gezamenlijk gezag pro forma wordt aangehouden tot 15 juni 2024.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het F9 formulier van 25 juni 2025, met daarbij de akte van erkenning, van de man;
- het F9 formulier van 31 juli 2025 van de man, houdende de intrekking van het verzoek tot gezamenlijk gezag.
Beoordeling
Zoals is overwogen in de beschikking van 13 februari 2024 kan de rechtbank pas definitief op het verzoek tot gezamenlijk gezag beslissen nadat de erkenning tot stand is gebracht. Bij F9 formulier van 25 juni 2025 heeft de rechtbank de akte van erkenning ontvangen. Bij F9 formulier van 31 juli 2025 heeft de man zijn verzoek tot gezamenlijk gezag ingetrokken.
De rechtbank stelt gelet op het voorgaande vast dat er niets meer te beslissen valt.
Beslissing
De rechtbank:
stelt vast dat er niets meer te beslissen valt.