Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:8942

ECLI:NL:RBZWB:2026:8942 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-05-2026 / 26-005559 en 26-005560
Strafrecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

Rechtbank Zeeland-West-Brabant (zittingsplaats Middelburg), parketnr. 02-037554-26, raadkamernrs. 26-005559 en 26-005560. Verzoeker: [verzoekster], geboren [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats], woonplaats kiezend op het kantoor van mr. A.C.M. Tönis, advocaat te Breda. Beslissing enkelvoudige raadkamer d.d. 27 mei 2026, mr. J. Bergen (rechter), mr. D.J. Gentenaar van der Landen (griffier).

Procedurele gang

  • Verzoeken ingediend bij de griffie op 27 februari 2026: een verzoek ex art. 533 Sv tot vergoeding van €320 voor schade door ondergane inverzekeringstelling en een verzoek ex art. 530 Sv tot vergoeding van €420 (forfait voor indieningskosten; alternatief genoemd in het verzoek: €825 bij behandeling in raadkamer).
  • Openbaar Ministerie gaf op 5 februari 2026 een beleidssepot (sepot omdat verzoekster ten onrechte als verdachte werd aangemerkt). De officier van justitie reageerde schriftelijk; de advocaat van verzoekster stemde in met afdoening zonder mondelinge behandeling. De rechtbank besloot zonder zitting.

Feiten en beoordeling

  • De zaak eindigde zonder oplegging van straf of maatregel en zonder toepassing van art. 9a Sr. De rechtbank is qua bevoegdheid bevoegd omdat de zaak bij de rechtbank in feitelijke aanleg is (zou zijn) vervolgd.
  • Rechtsgrondslagen: art. 533 Sv (vergoeding voor schade door inverzekeringstelling/voorlopige hechtenis indien zaak is geseponeerd of verdachte niet is veroordeeld), art. 530 Sv (vergoeding van reis- en verblijfskosten, daadwerkelijk geleden tijdschade en kosten raadsman tenzij toegevoegd), en art. 534 lid 1 Sv (toekenning geschiedt voor zover gronden van billijkheid aanwezig zijn; geheel omstandigheden van het geval meewegen).
  • De rechtbank overweegt dat het OM sepot heeft gegeven omdat verzoekster ten onrechte als verdachte werd aangemerkt. Hoewel in zulke gevallen gronden van billijkheid kunnen ontbreken indien de verzoekster de kosten aan zichzelf te wijten had, oordeelt de rechtbank dat hier wél billijkheidsgronden aanwezig zijn om vergoeding toe te kennen voor de onterechte inverzekeringstelling.

Toekenning en motivering

  • Inverzekeringstelling: verzoekster heeft twee dagen in verzekering op het politiebureau doorgebracht. De rechtbank past de LOVS-uitgangspunten toe: een forfaitair bedrag van €160 per dag voor verblijf op het politiebureau, waarbij zowel de aanvangsdag als de dag van invrijheidstelling als volledige dagen worden vergoed (ook indien verblijf op één dag beperkt zou zijn). Op die grond wordt een bedrag van €320 toegekend ex art. 533 Sv. De rechtbank ziet geen reden af te wijken van de LOVS-normering.
  • Kosten indiening verzoekschrift/raadkamer: de rechtbank kent het forfaitaire bedrag van €420 toe ex art. 530 Sv voor de kosten verbonden aan het indienen van de verzoekschriften (het lagere forfait uit de aanvraag). De rechtbank vermeldt dat vergoeding van kosten raadsman mogelijk is onder art. 530 Sv, tenzij raadsman was toegevoegd; hier is gekozen voor het forfait.

Beslissing

  • Toekenning ex art. 533 Sv: €320 (schade wegens ondergane inverzekeringstelling/voorlopige hechtenis).
  • Toekenning ex art. 530 Sv: €420 (kosten verbonden aan indiening verzoekschriften in raadkamer).
  • Totaalbedrag €740 wordt overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [naam], onder vermelding van “[vermelding]”.

Beroepsmogelijkheid

  • Tegen de beslissing kan het Openbaar Ministerie binnen 14 dagen na dagtekening hoger beroep instellen bij het Gerechtshof te ’s‑Hertogenbosch; verzoeker kan binnen één maand na betekening hoger beroep instellen.

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:1661
Strafrecht
12-03-2026 95% soortgelijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg (parketnr. 02-324606-24; raadkamernrs. 25-030607 en 25-030608) heeft bij beslissing van de enkelvoudige raadkamer van 24 februari 2026 beschikking gegeven op verzoeken van [verzoekster] (geboren [datum] 2000 te [plaats],...
ECLI:NL:RBZWB:2026:1664
Strafrecht
12-03-2026 94% soortgelijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (zittingsplaats Middelburg), parketnummer 02-222054-25, raadkamernummers 25-024566 en 25-024567. Beslissing op schriftelijke verzoeken ex artikel 533 en 530 Sv van [verzoekster], geboren [datum] 1991 te [plaats], woonplaats kiezend op het kantoor...
ECLI:NL:RBZWB:2026:8938
Strafrecht
15-09-2026 93% soortgelijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (zittingsplaats Middelburg), parketnummer 02-045590-26, raadkamernummers 26-007301 en 26-007302. Verzoekster: [verzoekster], geboren [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] (Hongarije), woonplaats kiezend op het kantoor van mr. N.A. Koole, advocaat te Middelburg. De verzoeken...
ECLI:NL:RBZWB:2024:9677
Strafrecht
02-10-2025 92% soortgelijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (team strafrecht, locatie Breda) behandelde op verzoek van [verzoeker] (geb. [datum] 2008 te [plaats], [land], woonplaats kiezende op het kantoor van mr. A. Huseinovic, Kraaivenstraat 36-09, 5048 AB Tilburg) verzoeken...
ECLI:NL:RBZWB:2026:8173
Strafrecht
25-08-2026 92% soortgelijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (zittingsplaats Breda), enkelvoudige raadkamer, besluit van 28 april 2026 (parketnr. 02-065517-20; raadkamernrs. 26-001469 en 26-001468). Verzoeker: [verzoeker], geb. [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats], woonplaats kiezend bij mr. V. Poelmeijer (advocaat, Amsterdam)....

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

verzoekschriften schadevergoeding ex art. 530 en 533 Sv toewijzen

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht

Zittingsplaats Middelburg

Parketnummer: 02-037554-26 raadkamernummers: 26-005559 en 26-005560

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op de verzoeken op grond van artikel 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoekster] ,

geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats] , woonplaats kiezend op het kantoor van mr. A.C.M. Tönis advocaat te Breda, (Postbus 4650, 4803 ER Breda),

hierna te noemen: de verzoekster.

1 De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

 het op 27 februari 2026 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding **ex artikel 533 van het Wetboek van Strafvordering **(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:

  • € 320,00 € 320,00 voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling;  het op 27 februari 2026 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 420,00 € 420,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 825,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de kennisgeving sepot van 5 februari 2026;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
  • de overige stukken in het raadkamerdossier.

De officier van justitie heeft de schriftelijke reactie aan de advocaat van verzoekster doen toekomen. De advocaat van verzoekster heeft ermee ingestemd dat het verzoek zonder behandeling ter zitting wordt afgedaan.

De rechtbank zal zonder mondelinge behandeling op de verzoekschriften beslissen.

2 De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of voor het laatst werd vervolgd.

Op grond van artikel 533 Sv kan aan een gewezen verdachte een vergoeding van de schade die hij ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden worden toegekend. Voorwaarde hierbij is dat de zaak van de gewezen verdachte is geseponeerd of dat die verdachte niet is veroordeeld.

Op grond van artikel 530 Sv kan aan een gewezen verdachte een vergoeding worden toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.

Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.

Het Openbaar Ministerie is op 5 februari 2026 overgegaan tot een beleidssepot, nu verzoekster ten onrechte als verdachte werd aangemerkt. In zo’n geval kunnen gronden van billijkheid voor toekenning van een vergoeding ontbreken als verzoekster de kosten aan zichzelf te wijten had.

De rechtbank acht gronden van billijkheid aanwezig om aan verzoekster een vergoeding toe te kennen voor de dagen die zij onterecht in verzekering heeft doorgebracht.

Bij het bepalen van het aantal dagen dat de verzoekster in een politiecel of huis van bewaring heeft doorgebracht, wordt zowel de dag waarop de inverzekeringstelling is aangevangen als de dag van de invrijheidstelling als een volledige dag vergoed. Ook indien de inverzekeringstelling is aangevangen en geëindigd op één en dezelfde dag en beperkt is gebleven tot enkele uren wordt er naar de maatstaf van een volledige dag vergoed.

Verzoekster heeft **2 dagen in verzekering **op het politiebureau doorgebracht. De LOVS-uitgangspunten gaan uit van een forfaitaire vergoeding van € 160,00 per dag voor het verblijf op het politiebureau.

De gevraagde vergoeding is conform de LOVS-uitgangspunten. De rechtbank ziet geen reden daarvan af te wijken. De rechtbank zal naar billijkheid een bedrag toekennen van € 320,00.

Voor de kosten verbonden aan de indiening van de verzoekschriften wordt het forfaitaire bedrag van € 420,00 toegekend.

3 De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv toe tot een bedrag van € 320,00, bestaande uit de kosten voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling en/of voorlopige hechtenis:

wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van

€ 420,00, bestaande uit de kosten verbonden aan de indiening van de verzoekschriften in raadkamer;

bepaalt dat een bedrag van € 740,00 zal worden overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [naam] , onder vermelding van “ [vermelding] ”.

Deze beslissing is op 27 mei 2026 genomen door mr. J. Bergen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. D.J. Gentenaar van der Landen, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 27 mei 2026.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.