ECLI:NL:RBZWB:2026:8938 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-05-2026 / 26-007301 en 26-007302
Samenvatting
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (zittingsplaats Middelburg), parketnummer 02-045590-26, raadkamernummers 26-007301 en 26-007302. Verzoekster: [verzoekster], geboren [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] (Hongarije), woonplaats kiezend op het kantoor van mr. N.A. Koole, advocaat te Middelburg. De verzoeken (ingediend bij de griffie op 11 maart 2026) betroffen: (i) een schadevergoeding ex artikel 533 Sv voor ondergane inverzekeringstelling, gevorderd op grond van één dag verblijf op het politiebureau (€160,00), en (ii) een vergoeding ex artikel 530 Sv voor de kosten verbonden aan het opstellen/indienen en de behandeling van de verzoekschriften (gevraagd forfaitair €420 of €825 bij behandeling in raadkamer). De kennisgeving van sepot dateert van 13 februari 2026.
De verzoeken zijn behandeld op 13 mei 2026; namens het Openbaar Ministerie verscheen officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis; mr. N.A. Koole trad op als gemachtigde van verzoekster. Verzoekster was behoorlijk opgeroepen maar niet aanwezig. De officier van justitie handhaafde de schriftelijke conclusie en stond op het standpunt dat de verzoeken geheel toewijsbaar waren.
De rechtbank overweegt dat de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder toepassing van artikel 9a Sr, zodat behandeling van vergoedingsverzoeken op grond van artikelen 530 en 533 Sv mogelijk is. Artikel 533 Sv biedt vergoeding voor schade door ondergane inverzekeringstelling/voorlopige hechtenis indien de zaak is geseponeerd of de verdachte niet is veroordeeld. Artikel 530 Sv ziet op reis- en verblijfskosten, werkelijk geleden tijdverzuim en kosten van een raadsman (tenzij toegevoegd). Artikel 534 lid 1 Sv vereist dat toekenning plaatsvindt indien en voor zover gronden van billijkheid daartoe naar het oordeel van de rechter aanwezig zijn; alle omstandigheden dienen in die beoordeling te worden betrokken.
De rechtbank acht gronden van billijkheid aanwezig voor vergoeding van de onterecht ondergane inverzekeringstelling. Vaststaat dat verzoekster één dag (volledige dagmaatstaf) in verzekering heeft verbleven op het politiebureau. Toepassing werd gegeven aan de LOVS-uitgangspunten (forfaitaire vergoeding €160,00 per dag politiebureau). De rechtbank zag geen reden af te wijken en kende €160,00 toe ex artikel 533 Sv.
Voor de kosten verbonden aan het opstellen, indienen en behandelen van de verzoekschriften in raadkamer (artikel 530 Sv) werd het in de aanvraag genoemde forfaitaire bedrag voor behandeling in raadkamer van €825,00 toegewezen. De rechtbank motiveert dit op grond van billijkheid en de toepasselijke regels voor vergoeding van proceskosten/raadsman niet zijnde een toegevoegde raadsman.
De beschikking van 27 mei 2026 (mr. J. Bergen, rechter; mr. D.J. Gentenaar van der Landen, griffier) bevat de beslissingen: toewijzing ex artikel 533 Sv €160,00 (schade wegens inverzekeringstelling) en toewijzing ex artikel 530 Sv €825,00 (kosten verbonden aan indiening en behandeling in raadkamer). Totaal €985,00 wordt opgelegd over te maken op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [naam], onder vermelding van “[vermelding]”. Vermeld is dat hoger beroep mogelijk is: het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening; verzoeker binnen één maand na betekening bij het Gerechtshof te ’s‑Hertogenbosch.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
verzoekschriften schadevergoeding ex art. 530 en 533 Sv toewijzen
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer: 02-045590-26 raadkamernummer: 26-007301 en 26-007302
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op de verzoeken op grond van artikel 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] (Hongarije), woonplaats kiezend op het kantoor van mr. N.A. Koole, advocaat te Middelburg (Houtkaai 7, 4331 JR Middelburg),
hierna te noemen: de verzoekster.
1 De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het op 11 maart 2026 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding **ex artikel 533 van het Wetboek van Strafvordering **(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 160,00, € 160,00, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling; het op 11 maart 2026 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 420,00 € 420,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 825,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
- de kennisgeving sepot van 13 februari 2026;
- de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
- de overige stukken in het raadkamerdossier.
De verzoeken zijn behandeld op 13 mei 2026. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis, en mr. N.A. Koole als gemachtigd advocaat van verzoekster, gehoord.
Verzoekster is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoekster is verzocht een vergoeding van bovengenoemde schade toe te wijzen.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke conclusie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat de verzoeken geheel toewijsbaar zijn.
2 De beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om de verzoeken in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of voor het laatst werd vervolgd.
Op grond van artikel 533 Sv kan aan een gewezen verdachte een vergoeding van de schade die hij ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden worden toegekend. Voorwaarde hierbij is dat de zaak van de gewezen verdachte is geseponeerd of dat die verdachte niet is veroordeeld.
Op grond van artikel 530 Sv kan aan een gewezen verdachte een vergoeding worden toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
De rechtbank acht gronden van billijkheid aanwezig om aan verzoekster een vergoeding toe te kennen voor de dagen die zij onterecht in verzekering heeft doorgebracht.
Bij het bepalen van het aantal dagen dat de verzoekster in een politiecel of huis van bewaring heeft doorgebracht, wordt zowel de dag waarop de inverzekeringstelling is aangevangen als de dag van de invrijheidstelling als een volledige dag vergoed. Ook indien de inverzekeringstelling is aangevangen en geëindigd op één en dezelfde dag en beperkt is gebleven tot enkele uren wordt er naar de maatstaf van een volledige dag vergoed.
Verzoekster heeft één dag in verzekering doorgebracht op het politiebureau. De LOVS-uitgangspunten gaan uit van een forfaitaire vergoeding van € 160,00 per dag voor het verblijf op het politiebureau. De gevraagde vergoeding is conform de LOVS-uitgangspunten. De rechtbank ziet geen reden daarvan af te wijken. De rechtbank zal naar billijkheid een bedrag toekennen van € 160,00.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van de verzoekschriften in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 825,00 toegekend.
3 De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv toe tot een bedrag van € 160,00, bestaande uit schade wegens ondergane inverzekeringstelling;
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van
€ 825,00, bestaande uit de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van de verzoekschriften in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van € 985,00 zal worden overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [naam] , onder vermelding van “ [vermelding] ”.
Deze beslissing is op 27 mei 2026 genomen door mr. J. Bergen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. D.J. Gentenaar van der Landen, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 27 mei 2026.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.