ECLI:NL:RBOVE:2026:5488 Rechtbank Overijssel , 08-09-2026 / 11952966 \ CV EXPL 25-3538
Samenvatting
Stichting Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging (SFPB) vordert tegen Guard Security B.V. (gedaagde sub 1), ARD International B.V., Singel International Holding B.V. en uiteindelijk [gedaagde] (hierna gezamenlijk Guard Security c.s.) naleving van twee algemeen verbindend verklaarde cao’s (cao Particuliere Beveiliging — AVV 23-10-2021 tot 30-6-2023 — en cao SFPB — AVV 23-10-2021 tot 1-7-2026), overlegging van correctiestukken en betaling van een forfaitaire schadevergoeding en nabetalingen aan (ex-)werknemers. SFPB is gemachtigd toezichthouder op naleving op grond van het controlereglement bij de cao SFPB (artikelen 2, 4, 7, 8 en 9 controlereglement).
Feiten en procedure
- SFPB onderzocht Guard Security op 22 okt 2024 en 9 jan 2025 (controleperiode juli 2022–juni 2023) en constateerde negen cao-overtredingen, met name op loon en toeslagen. SFPB verzocht correcties en bewijsstukken (brief 20-1-2025). Guard Security reageerde nauwelijks; na herhaalde verzoeken stelde SFPB bij brief van 27-3-2025 ingebrekestelling en aanspraak op de forfaitaire boete.
- Guard Security verweerde zich met omstandigheden (klein bedrijf, vertrek boekhouder, gezondheid [gedaagde]) en vroeg onder meer om een andere controleperiode of een nieuw bezoek. Zij leverden slechts één document met loonbetalingen op 20-5-2026; onderliggende stukken (loonstroken, bankafschriften) ontbraken.
Beoordeling door de kantonrechter
- Naleving en informatieplicht
- Guard Security valt onder de werkingssfeer van beide cao’s en is gehouden tot volledige en voortvarende medewerking aan controles (controlereglement art. 2 lid 2 en art. 4 lid 1). Vaststaat dat Guard Security de geconstateerde tekortkomingen niet heeft gecorrigeerd en de gevraagde correctiestukken niet heeft verstrekt.
- De door Guard Security aangevoerde persoonlijke en organisatorische omstandigheden maken niet dat de cao-bepalingen niet gelden; het was aan de onderneming zelf om de administratie op orde te houden.
- Dwangsom gevraagd door SFPB
- SFPB vroeg een dwangsom (€ 500 per dag) voor nakoming van de correcties. De rechter wijst die gevorderde dwangsom af omdat SFPB niet voldoende heeft toegelicht hoe vastgesteld wordt wanneer correcties voldoende zijn of wat de consequentie is indien Guard Security de benodigde documenten feitelijk niet meer kan leveren.
- Forfaitaire schadevergoeding
- Op grond van artikel 7 en 9 controlereglement is Guard Security aansprakelijk voor een forfaitaire schadevergoeding wegens het niet (tijdig) verstrekken van gevraagde gegevens. SFPB berekende € 25.500; Guard Security voerde geen inhoudelijk verweer tegen de hoogte. De kantonrechter wijst deze schadevergoeding toe, met wettelijke rente vanaf 23-10-2025. Een verzoek tot matiging faalt: de rechter oordeelt dat de omstandigheden geen buitensporig resultaat opleveren, temeer omdat SFPB meerdere kansen heeft geboden en een termijn van aanhouding is verleend.
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- De kantonrechter houdt (indirect) bestuurders (ARD, Singel en uiteindelijk [gedaagde]) hoofdelijke aansprakelijk. Op grond van artikel 2:9 BW moet een bestuurder behoorlijk handelen; artikel 2:11 BW brengt aansprakelijkheid door rechtspersoon-bestuurders door tot de uiteindelijk werkzame natuurlijke persoon. De (indirect) bestuurders hebben lange tijd niet meegewerkt, ondanks kennis van tekortkomingen en meerdere kansen; hun gebrek aan medewerking en het risico dat daardoor verhaal onmogelijk werd, maakt hen persoonlijk ernstig verwijtbaar.
- Opgave SV-loon en nabetaling verschuivingstoeslag
- Guard Security gaf aan dat roosterregistratie ontbrak, waardoor verschuivingstoeslag niet kan worden berekend. Cao PB art. 111 lid 2 bepaalt in dat geval forfaitair 10% van de loonsom (SV-loon) als verschuivingstoeslag. De rechter beveelt Guard Security c.s. binnen twee weken na betekening opgave van het SV-loon over 23-10-2021 tot 30-6-2023 te doen en binnen twee weken na die opgave 10% van het betreffende SV-loon aan de betreffende werknemers te betalen. Voor deze verplichting legt de rechter een dwangsom op van € 500 per dag, gezamenlijk gemaximeerd op € 10.000; dit is toegestaan omdat de betaling aan derden (werknemers) een dwangsom als indirect executiemiddel rechtvaardigt (art. 611a lid 1 Rv speelt hierbij een rol).
- Kosten en bijkomende veroordelingen
- Buitengerechtelijke incassokosten van € 1.246,30 worden toegewezen (art. 6:96 BW) met rente; proceskosten SFPB worden begroot op € 3.203,66 en toegewezen, te betalen binnen 14 dagen; vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Beslissing (kern)
- Guard Security c.s. worden veroordeeld tot naleving van cao PB en cao SFPB: correctie van geconstateerde overtredingen en overleggen correctiestukken.
- Hoofdelijke betaling aan SFPB van € 25.500 (forfaitaire schadevergoeding) plus wettelijke rente vanaf 23-10-2025.
- Binnen twee weken: opgave SV-loon (23-10-2021 tot 30-6-2023) en binnen twee weken daarna betaling van 10% van dat SV-loon aan werknemers; dwangsom € 500/dag tot max. € 10.000 voor gezamenlijke nalatigheid.
- Hoofdelijke betaling aan SFPB van € 1.246,30 buitengerechtelijke kosten plus rente; proceskosten € 3.203,66 toegewezen.
- Vonnis gewezen en openbaar uitgesproken op 8 september 2026 (mr. D.N.R. Wegerif).
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
Niet naleven algemeen verbindend verklaarde cao PB en SFPB door werkgever. Veroordeling tot naleving cao's en betaling forfaitaire boete. Veroordeling betaling geldsom werknemers op straffe van een dwangsom. Bestuurdersaansprakelijkheid.
Uitspraak
Civiel recht Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11952966 \ CV EXPL 25-3538
Vonnis van 8 september 2026
in de zaak van
STICHTING SOCIAAL FONDS PARTICULIERE BEVEILIGING (SFPB), te 's-Gravenhage, eisende partij, hierna te noemen: SFPB, gemachtigde: mr. S. Wouters,
tegen
1 GUARD SECURITY B.V.,
te Deventer, 2. ARD INTERNATIONAL B.V., te Deventer, 3. SINGEL INTERNATIONAL HOLDING B.V., te Deventer, 4. [gedaagde], te [woonplaats] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: Guard Security c.s., procederend in persoon.
1 De zaak en het oordeel in het kort
1.1 SFPB is belast met de controle op de naleving van twee algemeen verbindend verklaarde cao’s in de beveiligingsbranche en heeft vastgesteld dat Guard Security de verplichtingen onder de cao’s niet heeft nageleefd. Volgens SFPB zijn de (indirect) bestuurders van Guard Security mede verantwoordelijk voor de overtredingen. SFPB vordert daarom veroordeling van Guard Security c.s. tot naleving van de cao’s, het betalen van een forfaitaire schadevergoeding aan SFPB en tot het doen van nabetalingen aan de (ex)werknemers. Guard Security c.s. hebben gemotiveerd verweer gevoerd.
1.2 De kantonrechter komt tot het oordeel dat Guard Security de cao’s onvoldoende heeft nageleefd en dat de (indirect) bestuurders van Guard Security hoofdelijk aansprakelijk zijn. De kantonrechter zal de vorderingen van SFPB grotendeels toewijzen. De kantonrechter legt dat oordeel in het navolgende uit.
2 De procedure
2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 9 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitaantekeningen van SFPB;
- de akte vermeerdering van eis van SFPB met producties;
- de antwoordakte van Guard Security c.s.
2.2 Ten slotte is vonnis bepaald.
3 De feiten
3.1 SFPB, opgericht in 2000 door werkgevers- en werknemersorganisaties, voert onder andere controles uit op de correcte naleving van twee cao’s in de beveiligingsbranche. Het gaat om de cao Particuliere Beveiliging (hierna: cao PB) en de cao Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging (hierna: cao SFPB). De cao PB is algemeen verbindend verklaard over de periode 23 oktober 2021 tot 30 juni 2023. De cao SFPB is algemeen verbindend verklaard over de periode van 23 oktober 2021 tot 1 juli 2026. In het controlereglement dat als bijlage 3 is opgenomen bij de cao SFPB (hierna: het controlereglement), zijn de voorwaarden waaronder en de werkwijze waarop de cao-controle wordt uitgevoerd opgenomen. In het controlereglement is onder meer vermeld:
3.2 Guard Security is een beveiligingsbedrijf en valt onder de werkingssfeer van de cao PB en cao SFPB. ARD international B.V. was gedurende de onderzoeksperiode enig aandeelhouder en bestuurder van Guard Security. Singel International Holding B.V. was bestuurder van ARD International B.V. en [gedaagde] (hierna [gedaagde] ) was enig aandeelhouder en bestuurder van Singel International Holding B.V.
3.3 Op 22 oktober 2024 en 9 januari 2025 heeft SFPB onderzoek gedaan naar de naleving van de cao’s door Guard Security over de controleperiode juli 2022 tot en met juni 2023. SFPB heeft Guard Security per brief van 20 januari 2025 geïnformeerd dat zij negen cao-overtredingen heeft vastgesteld, met name op het gebied van de betaling van loon en toeslagen. SFPB heeft Guard Security verzocht de geconstateerde overtredingen met terugwerkende kracht te corrigeren en bewijsstukken van deze correcties aan SFPB te sturen. SFPB heeft over het corrigeren van de overtredingen meerdere keren contact opgenomen met Guard Security en haar brieven gestuurd maar Guard Security heeft in die periode niet gereageerd. Bij brief van 27 maart 2025 heeft SFPB Guard Security in gebreke gesteld en de forfaitaire boete aangezegd.
3.4 Bij e-mail van 9 april 2025 heeft [gedaagde] namens Guard Security gereageerd. In de brief is opgenomen dat hij de cao altijd zoveel mogelijk heeft willen naleven en dat hij voor zover mogelijk de correcties zal uitvoeren. Ook heeft hij verzocht een andere controleperiode te hanteren omdat de gehanteerde periode voor Guard Security om meerdere redenen bijzonder ongunstig is. In de daarop volgende correspondentie heeft SFPB toegelicht dat zij geen andere controleperiode zal hanteren en heeft zij Guard Security c.s. meerdere keren verzocht de correctiestukken te overleggen. Guard Security c.s. heeft op haar beurt wederom verzocht om een andere controleperiode en heeft aangegeven de verzochte correctiestukken niet aan te kunnen leveren.
4 Het geschil
4.1 SFPB vordert - samengevat - na vermeerdering van eis uitvoerbaar bij voorraad: I. Guard Security c.s. te veroordelen tot naleving van de cao PB en de cao SFPB indien en voor zover deze algemeen verbindend zijn verklaard, en meer precies tot het corrigeren van de vastgestelde cao-overtredingen en overleggen van correctiestukken zoals bedoeld in de rapportagebrief SFPB van 20 januari 2025, op straffe van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat zij daarmee vanaf twee weken na betekening van dit vonnis in gebreke is, II. Guard Security c.s. hoofdelijk te veroordelen om een forfaitaire schadevergoeding ex artikel 7 lid 3 controlereglement van € 25.500,- aan SFPB te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de volledige betaling, III. Guard Security c.s. hoofdelijk te veroordelen om binnen twee weken na betekening van het vonnis, aan SFPB opgave te doen van het SV-loon van alle medewerkers van gedaagde sub 1 over de periode van 23 oktober 2021 tot en met 30 juni 2023, en om binnen twee weken na deze opgave, een bedrag van 10% van het betreffende SV-loon aan de betreffende werknemers van gedaagde sub 1 te betalen, zulks op grond van artikel 111 lid 2 van de Cao Particuliere Beveiliging, op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat gedaagden in gebreke blijven aan enige in dit onderdeel opgenomen verplichting te voldoen, te rekenen vanaf het verstreken van de voor die verplichting geldende termijn, IV. Guard Security c.s. hoofdelijk te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten van € 1.246,30 incl. BTW, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de volledige betaling, V. Guard Security c.s. hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure.
4.2 Guard Security c.s. voeren verweer. Guard Security c.s. concluderen tot afwijzing van de vorderingen van SFPB, met veroordeling van SFPB in de kosten van deze procedure.
4.3 Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5 De beoordeling
5.1 SFPB vordert Guard Security c.s. te veroordelen tot naleving van de cao PB en cao SFPB, indien en voor zover deze cao’s algemeen verbindend zijn verklaard. De kantonrechter overweegt dat Guard Security als werkgever onder de werkingssfeer van de cao PB en cao SFPB valt en daarom beide cao’s moet naleven in de periodes dat die algemeen verbindend zijn verklaard (artikel 2 lid 1 Wet AVV). Gelet op de doelstelling van SFPB zoals verwoord in artikel 2 lid 1 controlereglement, heeft zij ook belang bij haar vordering.
5.2 Meer specifiek vordert SFPB dat Guard Security c.s. de stukken die zij heeft genoemd in haar brief van 20 januari 2025 moet verstrekken. De kantonrechter overweegt dat Guard Security c.s. op basis van de cao’s altijd volledig en voortvarend hun medewerking aan het onderzoek van SFPB moeten verlenen, zoals door het verstrekken van informatie (artikel 2 lid 2 in combinatie met artikel 4 lid 1 van het controlereglement). Vaststaat dat Guard Security c.s. de tekortkomingen zoals benoemd in de brief van 20 januari 2025 niet hebben gecorrigeerd en de verzochte correctiestukken niet hebben overgelegd. In de periode tot aan de dagvaarding hebben zij SFPB alleen verzocht om een andere controleperiode te hanteren en hebben zij geen correcties doorgevoerd of stukken overgelegd. Na de mondelinge behandeling is de procedure zes weken aangehouden zodat Guard Security c.s. de correcties alsnog konden doorvoeren en de nabetalingen konden verrichten, maar dat hebben zij niet gedaan. Zij hebben bij hun e-mail van 20 mei 2026, twee dagen voor de afloop van de aanhouding van de procedure, alleen een document met loonbetalingen aan SFPB toegestuurd. Dat is onvoldoende. Zoals SFPB aanvoert is het document geen correctie van de vastgestelde tekortkomingen en ontbreken de onderliggende stukken, zoals loonstroken en bankafschriften, waardoor SFPB het document niet op juistheid kan controleren.
5.3 Guard Security c.s. hebben SFPB in de brief ook verzocht om nogmaals langs te komen voor een controle waarbij de salarisadministratie en de fiscalist van Guard Security ook aanwezig zouden zijn, maar dat aanbod hoefde SFPB niet te accepteren. Zoals SFPB aanvoert is het aanbod te laat gedaan en moeten Guard Security c.s. eerst de benodigde stukken uit de administratie achterhalen, zodat SFPB de controle daadwerkelijk kan uitvoeren. Het is niet gesteld of gebleken dat Guard Security c.s. tijdens de schorsing actie hebben ondernomen om de stukken aan te leveren. SFPB heeft gemotiveerd toegelicht dat een nieuw bezoek zonder de benodigde stukken zoals benoemd in de brief van 20 januari 2025 niet zinvol is. Dat SFPB in die periode niet nog een keer voor een controlebezoek of gesprek is langsgegaan bij Guard Security is dan ook niet genoeg om de vorderingen af te wijzen nu niet gesteld of gebleken is dat Guard Security c.s. alsnog de stukken zou kunnen verstrekken of overleggen.
5.4 Guard Security c.s. hebben verschillende redenen aangevoerd op grond waarvan de vorderingen volgens hen moeten worden afgewezen. Samengevat kunnen zij zich niet vinden in het controlesysteem zoals dat is opgenomen in de cao’s en de bijlagen. Ook is het voor een klein bedrijf zoals Guard Security moeilijker om aan de controles te voldoen. Daarnaast hebben Guard Security c.s. omstandigheden aangevoerd waardoor het voor hen niet goed mogelijk is aan de controle te voldoen. Deze redenen en omstandigheden zijn echter niet genoeg om de vorderingen af te wijzen nu ook Guard Security gebonden is aan de algemeen verbindend verklaarde bepalingen in de cao. De kantonrechter volgt Guard Security c.s. ook niet in hun verweer dat SFPB een andere controleperiode moet hanteren omdat de gekozen periode voor hen om diverse redenen bijzonder ongunstig is. Guard Security c.s. hebben weliswaar uitgelegd dat juist de controleperiode een lastige periode was vanwege onder andere de gezondheid van [gedaagde] en het vertrek van de boekhouder, maar het niet kunnen voldoen aan de informatieverstrekking is geen reden om een andere controleperiode te kiezen. Het argument van Guard Security c.s. dat zij geprobeerd hebben altijd zo dicht mogelijk bij de cao’s te blijven en dat zij werknemers daarnaast andere voordelen als beloning hebben gegeven is gelet op het voorgaande ook niet genoeg voor een ander oordeel. Tot slot is het feit dat de administratie van Guard Security volgens hen mede vanwege het vertrek van de boekhouder in de controleperiode onvoldoende was, ook geen reden om de cao’s niet na te leven. In artikel 4 van het controlereglement is namelijk bepaald dat de werkgever aan de hand van een inzichtelijke en deugdelijke loon- en arbeidstijdenregistratie moet aantonen dat de cao’s worden nageleefd. Het was dus juist aan Guard Security om te zorgen dat die administratie voldoende was om de cao’s deugdelijk na te leven. Dat er verschillende persoonlijke omstandigheden waren die dat moeilijk maakten is niet genoeg om te oordelen dat die verplichtingen uit de cao niet golden.
5.5 Gelet op het voorgaande hebben Guard Security c.s. de cao’s onvoldoende nageleefd. Zij zullen daarom veroordeeld worden om de cao PB en cao SFPB na te leven, meer precies om de vastgestelde cao-overtredingen te corrigeren en de correctiestukken zoals bedoeld in de rapportagebrief van SFPB van 20 januari 2025 (productie 4 bij dagvaarding) te overleggen.
5.6 SFPB heeft gevorderd deze veroordeling uit te spreken op straffe van een dwangsom. Tijdens de mondelinge behandeling heeft zij toegelicht dat de gevorderde dwangsom noodzakelijk is als prikkel tot nakoming van de veroordeling omdat zij de forfaitaire schadevergoeding alleen vordert tot het moment van dagvaarding en deze daarom na het vonnis niet (meer) dient als financiële prikkel. De kantonrechter overweegt als volgt. Guard Security c.s. hebben toegelicht dat zij door verschillende omstandigheden niet meer over alle gevraagde gedetailleerde gegevens beschikken zoals genoemd in de brief van 20 januari 2025 en dat zij deze informatie vanwege een beperkte administratie niet meer (volledig) kunnen achterhalen. In reactie op de vragen van de kantonrechter aan SFPB tijdens de mondelinge behandeling over de gevolgen van de dwangsom indien Guard Security c.s. niet meer kunnen beschikken over alle benodigde documenten voor het doorvoeren van de correcties, heeft SFPB aangevoerd dat in die situatie volgens haar de gehele dwangsom verschuldigd is. Hoewel de kantonrechter SFPB in de gelegenheid heeft gesteld in haar akte na de aanhouding nader in te gaan op de verschuldigdheid van de dwangsom als financiële prikkel tot nakoming indien op voorhand blijkt dat Guard Security c.s. niet of niet volledig aan de veroordeling kan voldoen, heeft zij dat niet gedaan. Ook heeft SFPB ondanks die mogelijkheid niet nader toegelicht hoe kan worden vastgesteld wanneer Guard Security c.s. de correcties voldoende heeft doorgevoerd en wanneer de dwangsom verschuldigd zou zijn. De kantonrechter zal de gevorderde dwangsom dan ook afwijzen.
5.7 SFPB vordert daarnaast Guard Security c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een forfaitaire schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering tot veroordeling van de (indirect) bestuurders van Guard Security baseert zij op bestuurdersaansprakelijkheid (waarover hierna meer).
5.8 De kantonrechter overweegt als volgt. SFPB heeft Guard Security bij brief van 20 januari 2025 geïnformeerd over de geconstateerde tekortkomingen en haar verzocht deze te herstellen. Omdat Guard Security niet heeft gereageerd, heeft SFPB haar bij brief van 20 februari 2025 een termijn van twee weken gesteld om de stukken aan te leveren. Bij brief van 10 maart 2025 heeft zij nogmaals verzocht om de correctiestukken binnen twee weken aan te leveren en heeft zij de forfaitaire schadevergoeding aangezegd. Omdat reactie van Guard Security uitbleef heeft SFPB haar bij brief van 27 maart 2025 in gebreke gesteld en geïnformeerd dat zij een forfaitaire schadevergoeding verschuldigd is wanneer zij de stukken niet binnen twee weken aanlevert.
5.9 Zoals hiervoor onder 5.2. is overwogen, staat vast dat Guard Security de stukken niet heeft aangeleverd. Gelet op het bepaalde in artikel 7 lid 2 en 3 van het controlereglement is Guard Security de schadevergoeding aan SFPB verschuldigd. SFPB heeft een schadevergoeding van € 25.500,- gevorderd en heeft dat bedrag berekend aan de hand van artikel 9 van het controlereglement. Guard Security heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de hoogte van de schadevergoeding waardoor van de juistheid daarvan moet worden uitgegaan.
5.10 Guard Security c.s. voeren aan dat zij de boete extreem hoog vinden, dat zij die niet kunnen betalen en dat de situatie is ontstaan door onder andere de gezondheid van [gedaagde] , het vertrek van de boekhouder en de nasleep van de coronapandemie. Voor zover Guard Security c.s. hiermee een beroep op matiging hebben willen doen, wordt dat verworpen. Het door SFPB gevorderde bedrag moet worden gezien als boete in de zin van de wet (artikel 6:94 BW). Dat betekent dat de boete alleen gematigd kan worden wanneer de billijkheid dit klaarblijkelijk eist. Dit brengt mee dat de rechter pas van de bevoegdheid tot matiging gebruik mag maken als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Daarbij zal de rechter niet alleen moeten letten op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder dit beding is ingeroepen.
5.11 In dit geval is daarvan geen sprake, althans Guard Security c.s. hebben daartoe onvoldoende aangevoerd. Guard Security c.s. hebben uitgelegd dat de controleperiode voor Guard Security c.s. een moeilijke periode was door de gezondheid van [gedaagde] en de nasleep van de coronapandemie, maar het lag in de eerste plaats op de weg van Guard Security c.s. om voor de zakelijke kwesties tijdig hulp en bijstand in te schakelen zodat de gevolgen van deze tegenslagen beperkt konden worden. Bovendien heeft SFPB rekening met die omstandigheden gehouden. Zij heeft Guard Security c.s. meerdere keren in de gelegenheid gesteld de correcties alsnog door te voeren en is een tweede keer op bedrijfsbezoek geweest zodat Guard Security c.s. de verzochte stukken alsnog kon aanleveren. Ook heeft zij tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met aanhouding van de procedure en Guard Security c.s. een termijn van zes weken gegeven. Hoewel Guard Security c.s. aanvoeren dat zij in die periode volledige medewerking hebben verleend, althans dat zij daartoe bereid waren, hebben zij gedurende het hele traject niet of niet adequaat gereageerd op berichten van SFPB en hebben zij onvoldoende actie ondernomen. Eerst vlak voor het einde van de termijn hebben zij SFPB uitgenodigd voor een gesprek zonder een concrete toezegging dat alsnog alle gegevens zouden worden verstrekt. De door Guard Security c.s. aangevoerde omstandigheden kunnen daarom niet leiden tot een matiging van de boete. Gelet op het voorgaande wordt de gevorderde forfaitaire schadevergoeding van € 25.500,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding toegewezen.
5.12 Volgens SFPB zijn de (indirect) bestuurders van Guard Security hoofdelijk aansprakelijk voor de hiervoor toegewezen schadevergoeding. De (indirect) bestuurders zijn het daar niet mee eens.
5.13 De kantonrechter oordeelt als volgt. Uitgangspunt is dat een bestuurder niet persoonlijk aansprakelijk is voor de schulden van een besloten vennootschap. Dat kan onder bijzondere omstandigheden anders zijn. De bestuurder moet, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening (artikel 2:9 BW), een voldoende ernstig verwijt gemaakt kunnen worden. Of de bestuurders persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en de ernst van de geschonden norm en de overige omstandigheden van het geval. Van ernstige persoonlijke verwijtbaarheid van de bestuurder, die kan leiden tot externe aansprakelijkheid van de bestuurder, kan onder meer sprake zijn indien de bestuurder een bepaalde handelswijze van de vennootschap heeft bewerkstelligd of heeft toegelaten terwijl hij wist of redelijkerwijs had behoren te begrijpen dat die handelswijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. Verder bepaalt artikel 2:11 BW dat de aansprakelijkheid van een rechtspersoon als bestuurder van een andere rechtspersoon (zoals Ard International B.V. en Singel International Holding B.V.) ook rust op de bestuurder van de rechtspersoon-bestuurder, in dit geval (uiteindelijk) [gedaagde] .
5.14 De kantonrechter oordeelt dat de (indirect bestuurders) in dit geval niet hebben gehandeld als een redelijk handelend bestuurder en dat hen een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. [gedaagde] heeft (met tussenkomst van Ard International B.V. en Singel International Holding B.V.) lange tijd niet meegewerkt aan controles van SFPB. Hoewel hij SFPB wel tot het bedrijf heeft toegelaten voor het uitvoeren van controles, heeft [gedaagde] na de brief van 20 januari 2025 waarin de geconstateerde overtredingen zijn opgenomen, lange tijd niet meer gereageerd op SFPB en heeft hij, ondanks dat hij daartoe meerdere keren in de gelegenheid is gesteld, de verzochte stukken niet overgelegd, de overtredingen niet gecorrigeerd en geen nabetalingen aan (ex)werknemers gedaan. De stelling dat hij die gegevens vanwege een beperkte administratie niet meer heeft, komt in dit verband voor zijn risico. Door dit handelen hebben [gedaagde] en zijn vennootschappen gefrustreerd dat SFPB haar toezichthoudende taken kon uitoefenen en de vorderingen kon verhalen.
5.15 Gelet op het voorgaande is de conclusie dat de (indirect) bestuurders van Guard Security hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de boete die Guard Security moet betalen aan SFPB.
5.16 De buitengerechtelijke incassokosten van € 1.246,30 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
5.17 SFPB vordert na wijziging van haar eis, opgave van het SV-loon van alle werknemers van Guard Security, in de periode van 23 oktober 2021 tot en met 30 juni 2023 en nabetaling van 10% van dit loon aan de (ex)werknemers van Guard Security in die periode.
5.18 De kantonrechter oordeelt als volgt. Zoals SFPB heeft toegelicht volgt uit de e-mail van Guard Security c.s. van 20 mei 2026 dat er tijdens de controleperiode verschuivingen in de roosters hebben plaatsgevonden, maar dat het onmogelijk is om de juiste verschuivingstoeslag te berekenen omdat, zoals [gedaagde] schrijft:
5.19 Guard Security c.s. zullen gelet op het voorgaande ook veroordeeld worden tot betaling van 10% van het SV-loon over de controleperiode aan de (ex)werknemers van Guard Security in die periode. De kantonrechter zal aan die veroordeling een dwangsom verbinden van € 500,- per dag dat zij in gebreke blijven om aan de verplichting tot opgave van het SV-loon aan SFPB en tot betaling van de verschuivingstoeslag te voldoen, met een maximum van € 10.000,-. Niet gesteld of gebleken is dat Guard Security c.s. het SV-loon niet meer kunnen achterhalen. De kantonrechter overweegt daarbij dat op grond van artikel 611a lid 1 RV geen dwangsom kan worden verbonden aan de veroordeling tot betaling van een geldsom aan de eisende partij, maar dat wél een dwangsom verbonden kan worden aan de veroordeling tot betaling van een geldsom aan een derde. SFPB heeft ook belang bij deze dwangsom omdat zij geen executoriaal beslag kan leggen voor de betaling van een geldsom aan derden (de werknemers) en daarom een dwangsom nodig heeft als een indirect executiemiddel om betaling af te dwingen.
5.20 Guard Security c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van SFPB worden begroot op:
5.21 De veroordeling wordt deels hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij.
6 De beslissing
De kantonrechter
6.1 veroordeelt Guard Security c.s. tot naleving van de cao PB en de cao SFPB indien en voor zover deze algemeen verbindend zijn verklaard, en meer precies tot het corrigeren van de vastgestelde cao-overtredingen en overleggen van correctiestukken zoals bedoeld in de rapportagebrief van SFPB van 20 januari 2025 (productie 4 bij dagvaarding),
6.2 veroordeelt Guard Security c.s. hoofdelijk om aan SFPB te betalen een bedrag van € 25.500,- als forfaitaire schadevergoeding ex artikel 7 lid 3 controlereglement, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 oktober 2025 tot aan de dag van de volledige betaling,
6.3 veroordeelt Guard Security c.s. hoofdelijk om binnen twee weken na betekening van dit vonnis, aan SFPB opgave te doen van het SV-loon van alle medewerkers van Guard Security over de periode van 23 oktober 2021 tot en met 30 juni 2023, en om binnen twee weken na deze opgave, een bedrag van 10% van het betreffende SV-loon aan de betreffende werknemers van gedaagde sub 1 te betalen, op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat Guard Security c.s. niet binnen de gestelde termijnen aan deze veroordeling voldoen, met een maximum voor Guard Security c.s. tezamen van € 10.000,-,
6.4 veroordeelt Guard Security c.s. hoofdelijk om aan SFPB te betalen een bedrag van € 1.246,30 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling
6.5 veroordeelt Guard Security c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 3.203,66, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Guard Security c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
6.6 verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.7 wijst het anders of meer gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.N.R. Wegerif en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026.