Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2026:343

ECLI:NL:RBGEL:2026:343 Rechtbank Gelderland , 02-01-2026 / 11971911
Civiel recht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

Stichting Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging (SFPB), gevestigd te ’s‑Gravenhage (gemachtigde mr. D.P. op den Velde), heeft bij dagvaarding gevorderd dat de gezamenlijke gedaagden – de besloten vennootschap [gedaagde 1] in haar hoedanigheid als bestuurder van de inmiddels ontbonden De Grote Broer B.V. (tevens vestigingsplaats genoemd), de besloten vennootschap [gedaagde 2] (vestigingsplaats genoemd) en de natuurlijke persoon [gedaagde 3] (woonplaats genoemd) – worden veroordeeld tot naleving van de cao PB en de cao SFPB, tot nabetaling wegens vastgestelde cao‑overtredingen, tot betaling van een forfaitaire schadevergoeding van €54.000, wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Gedaagden worden in de zaak vertegenwoordigd door mr. S.J.B. Drijber.

Procedurele gang van zaken: de dagvaarding met producties 1–48, een e‑mail van de rechtbank d.d. 17 november 2025 (uitnodiging om zich uit te laten over ambtshalve verwijzing naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken, locatie Arnhem) en nadere akten van partijen vormen de processtukken. De uitspraak is gedaan op 2 januari 2026 door de kantonrechter, mr. M.J.C. van Leeuwen.

Beoordeling bevoegdheid: SFPB erkende dat de zaak per abuis bij de kantonafdeling was ingediend (de vordering is hoger dan €25.000 en gegrond op bestuurdersaansprakelijkheid), en stelde dat de zaak eigenlijk bij de afdeling handelszaken thuishoort; zij gaf echter geen bezwaar tegen behandeling door de kantonrechter ex artikel 96 Rv nu gedaagden zich bij de kantonrechter hebben gesteld. De kantonrechter onderzocht ambtshalve zijn bevoegdheid. Gelet op artikel 93 sub c Rv (bevoegdheid kantonrechter voor zaken betreffende een collectieve arbeidsovereenkomst) oordeelde hij dat de vordering tot naleving van de cao’s en de mogelijke uitleg van de bestreden cao‑bepalingen onder zijn bevoegdheid vallen. Bovendien werd op grond van artikel 94 lid 2 Rv geoordeeld dat ook de schadevordering door de kantonrechter behandeld mag worden, omdat deze rechtstreeks voortvloeit uit de gestelde niet‑naleving van de cao en de samenhang tussen vorderingen afzonderlijke behandeling in de weg staat. Daarom zag de kantonrechter af van ambtshalve verwijzing naar de kamer voor andere zaken.

Verdere proceshandeling en besluit: gedaagden hebben nog geen conclusie van antwoord ingediend; de kantonrechter verwees de zaak naar de rolzitting van 30 januari 2026 om die conclusie in te dienen. Iedere verdere beslissing blijft aangehouden.

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:RBOVE:2026:5488
Civiel recht
12-09-2026 82% soortgelijk
Stichting Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging (SFPB) vordert tegen Guard Security B.V. (gedaagde sub 1), ARD International B.V., Singel International Holding B.V. en uiteindelijk [gedaagde] (hierna gezamenlijk Guard Security c.s.) naleving van twee...
ECLI:NL:RBZWB:2026:7936
Civiel recht > Arbeidsrecht
20-08-2026 79% soortgelijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (kantonrechter, zitting Tilburg), vonnis 19 augustus 2026. Partijen: Stichting Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging (SFPB) te ’s‑Gravenhage (eiseres in conventie; gemachtigde mr. D.P. op den Velde) versus Comfort Beheer en Toezicht...
ECLI:NL:RBMNE:2025:6869
Civiel recht
22-12-2025 77% soortgelijk
Rechtbank Midden-Nederland (kantonrechter, zittingsplaats Almere), zaaknummer 11781841 / MC EXPL 25-3774 BW 31650, vonnis 10 december 2025. Partijen - Eisende partij: Stichting Sociaal Fonds Veiligheidsdomein (hierna: Sociaal Fonds), gevestigd te Maastricht, gemachtigde...
ECLI:NL:RBROT:2025:15305
Civiel recht > Arbeidsrecht
09-01-2026 76% soortgelijk
Rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht, beschikking van 8 december 2025 (zaaknr. 11893539 HA VERZ 25-77). Partijen: verzoekster en verweerster op de tegenverzoeken PF Security B.V. (Dordrecht), gemachtigde mr. H.H. Kelderhuis, tegen verweerder [verweerder]...
ECLI:NL:RBROT:2025:15512
Civiel recht > Burgerlijk procesrecht
26-01-2026 76% soortgelijk
Rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam (zaaknr. 11819458 CV EXPL 25-16573), vonnis van de kantonrechter mr. M. Fiege d.d. 12 december 2025. Partijen: [eiseres 1] (zetel Rijen; gemachtigde mr. M. van Gastel), [eiseres 2]...

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident. Volgens partijen gaat de zaak over bestuurdersaansprakelijkheid en is de rechtbank bevoegd, maar omdat de gestelde aansprakelijk voortvloeit uit stellingen over vergoedingen op grond van een CAO, acht de kantonrechter zich bevoegd.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht Kantonrechter

Zittingsplaats Nijmegen

Zaaknummer: 11971911 \ CV EXPL 25-3217

Vonnis van 2 januari 2026

in de zaak van

de stichting** Stichting Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging ** gevestigd te 's-Gravenhage eisende partij hierna te noemen: SFPB gemachtigde: mr. D.P. op den Velde

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid **[gedaagde 1] in haar hoedanigheid van bestuurder van de thans ontbonden besloten vennootschap De Grote Broer B.V. ** gevestigd te [vestigingsplaats]

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid **[gedaagde 2] ** gevestigd te [vestigingsplaats]

**3 [gedaagde 3] ** wonende te [woonplaats] gedaagde partijen hierna samen te noemen: [gezamenlijke gedaagden] gemachtigde: mr. S.J.B. Drijber.

1 De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding met producties 1 t/m 48;
  • de e-mail van 17 november 2025 van deze rechtbank waarin partijen in de gelegenheid zijn gesteld zich bij akte uit te laten over ambtshalve verwijzing naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank, locatie Arnhem;
  • de akten uitlaten van partijen.

1.2. Ten slotte is de datum van het vonnis bepaald.

2 Het geschil en de beoordeling

2.1. SFPB vordert bij dagvaarding om [gezamenlijke gedaagden] te veroordelen tot naleving van de cao PB en de cao SFPB en tot het nabetalen van de vastgestelde cao overtredingen. Daarbij vordert SFPB een bedrag van € 54.000 als forfaitaire schadevergoeding, de wettelijke rente, buitengerechtelijk en de proceskosten.

2.2. SFPB stelt in haar akte dat de zaak per abuis is aangebracht bij de afdeling kanton in plaats van de afdeling handelszaken van deze rechtbank. De vordering van SFPB is hoger dan € 25.000 en gegrond op bestuurdersaansprakelijkheid. SFPB is daarom van mening dat de zaak behandeld dient te worden door de afdeling handelszaken. [gezamenlijke gedaagden] sluit zich hier bij aan. SFPB heeft nog wel aangegeven dat zij geen bezwaar heeft tegen behandeling van deze zaak door de kantonrechter op grond van artikel 96 Rv, aangezien [gezamenlijke gedaagden] zich ondertussen bij de kantonrechter heeft gesteld.

2.3. Artikel 93 sub c Rv bepaalt dat door de kantonrechter worden behandeld en beslist (onder meer) zaken betreffende een collectieve arbeidsovereenkomst en algemeen verbindend verklaarde bepalingen van een collectieve arbeidsovereenkomst. SFPB heeft in het petitum van haar dagvaarding onder i. naleving van de daarin genoemde cao’s gevorderd. Daarnaast acht de kantonrechter het niet uitgesloten dat de bepalingen, waarvan SFPB onder punt 28 van de dagvaarding heeft gesteld dat [gezamenlijke gedaagden] deze heeft overtreden, zullen moeten worden uitgelegd. Een en ander brengt met zich mee dat deze zaak een zaak is ‘betreffende een collectieve arbeidsovereenkomst’ en daarmee valt onder de bevoegdheid van de kantonrechter. De kantonrechter acht zich op grond van artikel 94 lid 2 Rv eveneens bevoegd kennis te nemen van de onder ii. gevorderde schadevordering nu deze vordering voortvloeit uit de door SFPB gestelde niet-naleving van de cao en de samenhang tussen de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet. Gelet op het voorgaande acht de kantonrechter zich bevoegd kennis van deze zaak te nemen en hierin te beslissen, zodat van ambtshalve verwijzing naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank wordt afgezien.

2.4. [gezamenlijke gedaagden] heeft nog geen conclusie van antwoord ingediend. Daartoe zal zij in de gelegenheid worden gesteld, zoals hierna beslist.

2.5. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1. verwijst de zaak naar de rolzitting van 30 januari 2026 voor het indienen van een conclusie van antwoord door [gezamenlijke gedaagden] ;

3.2. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2026.

40140 \ 560