Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2026:3695

ECLI:NL:RBNNE:2026:3695 Rechtbank Noord-Nederland , 26-08-2026 / C/18/260785
Civiel recht > Personen- en familierecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

Rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen (zaaknr. C/18/260785 / JE RK 26-1607) heeft op 26 augustus 2026 een beschikking gegeven van de kinderrechter (mr. B.R. Tromp; griffier M.C. Boskma) met betrekking tot een voorlopige ondertoezichtstelling (OTS) en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing.

Partijen

  • Verzoeker: de Raad voor de Kinderbescherming, regio Noord-Nederland, locatie Leeuwarden ("de Raad").
  • Betrokken minderjarigen: [De minderjarige 1] (geboren 2009) en [De minderjarige 2] (geboren 2011).
  • Belanghebbenden: [Naam van de moeder] (woonachtig te [woonplaats]) en [Naam van de vader] (verblijft in de PI te [plaatsnaam]).
  • Gecertificeerde instelling (GI): Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, Leeuwarden.

Verloop van de procedure

  • De Raad diende op 26 augustus 2026 mondeling een verzoek in om [De minderjarige 1] en [De minderjarige 2] voorlopig onder toezicht te stellen en een machtiging te verlenen voor uithuisplaatsing dag en nacht voor vier weken; tegelijk verzocht de Raad om toewijzing zonder voorafgaande mondelinge behandeling.
  • De kinderrechter heeft dat verzoek diezelfde dag mondeling toegewezen; de schriftelijke aanvraag is op 27 augustus 2026 ingekomen. De schriftelijke beschikking is op 27 augustus 2026 openbaar uitgesproken.

Beoordeling en motivering

  • De kinderrechter oordeelt dat de minderjarigen ernstig en acuut in hun ontwikkeling worden bedreigd en dat onmiddellijke maatregelen noodzakelijk zijn voor hun veiligheid en voor de ruimte om onderzoek te doen. De directe gronden zijn: (i) (nieuwe) signalen van seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen de directe leefomgeving; (ii) verklaringen van de minderjarigen dat zij zich al langere tijd onveilig voelen in de thuissituatie en zich onvoldoende gehoord, gesteund en beschermd voelen door de verzorgende ouder; (iii) één ouder heeft eerder een strafrechtelijke veroordeling wegens seksueel misbruik van één van de minderjarigen en neemt nog steeds een plaats in het gezinsleven.
  • De minderjarigen wilden alleen met de politie spreken indien zij niet naar huis hoeven terug te keren. De rechtbank leidt daaruit af dat zij binnen de huidige gezinssituatie niet vrij en veilig kunnen spreken en dat er risico is op (in)directe beïnvloeding of loyaliteitsdruk. Voor een onbelemmerd politieverhoor en hulpverlening is verblijf in een veilige, neutrale en afgeschermde omgeving noodzakelijk.
  • Voortzetting van verblijf thuis brengt volgens de rechter risico’s op terughoudendheid bij verklaringen, toename van emotionele belasting en belemmering van onderzoek. Er zijn bovendien twijfels over de actuele mogelijkheid van de verzorgende ouder om uitsluitend en onvoorwaardelijk aan te sluiten bij de veiligheids- en ontwikkelingsbehoeften van de kinderen; binnen het gezin bestaan tegenstrijdige belangen en eerdere zorgen over de ruimte voor contact met hulpverlening en politie.
  • Gezien het spoedeisende karakter acht de kinderrechter een vrijwillige plaatsing onvoldoende waarborgen: risico op voortijdige beëindiging of blijvende (tussen)komst van druk vanuit de thuissituatie. Daarom is zowel een OTS als een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk om onmiddellijk regie te voeren, verdere belasting te beperken en ruimte te creëren voor zorgvuldig onderzoek en passende hulpverlening.
  • De beoordeling is gebaseerd op de toen beschikbare informatie; ouders en minderjarigen zijn nog niet gehoord. De kinderrechter zal hen spoedig de gelegenheid geven hun visie te geven.

Beslissing (samengevat)

  • [De minderjarige 1] en [De minderjarige 2] worden voorlopig onder toezicht gesteld van Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering (GI).
  • De GI krijgt een machtiging om de minderjarigen gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken. (Een verzoek om een langere duur is aangehouden.)
  • De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
  • Een mondelinge vervolgbehandeling is bepaald op woensdag 2 september 2026 om 15:00 uur in het gerechtsgebouw te Groningen; de Raad, de ouders en de GI worden opgeroepen aanwezig te zijn.
  • De griffie moet de moeder in het kader van de pilot "kosteloze rechtsbijstand" een advocaat toewijzen. De griffie moet ook een datum en tijdstip vaststellen waarop de minderjarigen met de kinderrechter kunnen spreken.

Rechtsmiddelen

  • Tegen de machtiging tot uithuisplaatsing kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar dat moet door een advocaat worden gedaan; hiervoor geldt doorgaans een termijn van drie maanden na de uitspraak. Tegen de beslissing over de voorlopige ondertoezichtstelling is geen hoger beroep mogelijk.

Kort gezegd: de rechtbank heeft, wegens acute bedreiging van de ontwikkeling van de twee minderjarigen en concrete signalen van seksueel grensoverschrijdend gedrag gecombineerd met een gebrek aan ervaren veiligheid en eerdere strafrechtelijke veroordeling binnen het gezin, bij beschikking een OTS opgelegd en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing (vier weken) verleend om hun veiligheid te waarborgen en onderzoek en hulpverlening mogelijk te maken.

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:RBNHO:2026:9973
Civiel recht > Personen- en familierecht
05-08-2026 92% soortgelijk
Rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, heeft op 4 augustus 2026 een beschikking gegeven in een zaak waarbij de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) verzoeker was ten aanzien van twee minderjarigen: [de...
ECLI:NL:RBDHA:2026:17504
Civiel recht > Personen- en familierecht
29-06-2026 91% soortgelijk
Rechtbank Den Haag (Jeugd- en Zorgrecht), zaaknr. C/09/706017 / JE RK 26-926, uitspraak 29 mei 2026. Kort geding door de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling (OTS) en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing. Partijen...
ECLI:NL:RBNHO:2026:8998
Civiel recht > Personen- en familierecht
17-07-2026 91% soortgelijk
De kinderrechter van de Rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem), mr. N. Cuvelier, heeft op 16 juli 2026 een beschikking gegeven naar aanleiding van een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming te Haarlem....
ECLI:NL:RBNHO:2026:11033
Civiel recht > Personen- en familierecht
24-08-2026 90% soortgelijk
Partijen en procesverloop De zaak is aangespannen door de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad), gevestigd te Haarlem, betreffend [de minderjarige] (geboren [geboortedatum] te [plaats], [land]). Belanghebbenden zijn [de moeder] (woonachtig te...
ECLI:NL:RBNNE:2026:3718
Civiel recht > Personen- en familierecht
31-08-2026 90% soortgelijk
De kinderrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, heeft bij mondeling verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming (regio Noord-Nederland, locatie Leeuwarden) van 27 augustus 2026 een voorlopige ondertoezichtstelling (OTS) bevolen ten...

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

Kinderbeschermingsmaatregelen naar aanleiding van zorgen of de veiligheid van kinderen in een gezinshuis

De rechtbank publiceert samenhangende beschikkingen ( ECLI:NL:RBNNE:2026:3695 , ECLI:NL:RBNNE:2026:3718 en ECLI:NL:RBNNE:2026:3717 ) over de kinderen van gezinshuisouders en over kinderen die in het gezinshuis waren geplaatst. Aanleiding zijn ernstige zorgen over de veiligheid en het functioneren van het gezinshuis. Die zorgen zijn ontstaan nadat de gezinshuisvader in 2026 is veroordeeld wegens een ernstig zedendelict tegen een minderjarige.

De beschikkingen zien enerzijds op de kinderbeschermingsmaatregelen ten aanzien van de minderjarige kinderen die tot het gezin van de gezinshuisouders behoren. Anderzijds betreffen zij verzoeken om de verblijfplaats van in het gezinshuis geplaatste kinderen te wijzigen. In de laatstbedoelde beschikking licht de kinderrechter onder meer toe waarom de gezinshuisouders in die procedure niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt en waarom een uitplaatsing uit het gezinshuis onder de gegeven omstandigheden onvermijdelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Groningen

Zaaknummer: C/18/260785 / JE RK 26-1607 Datum uitspraak: 26 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, die hierna "de Raad" wordt genoemd.

die betrekking heeft op

[De minderjarige 1] , die is geboren op [geboortedag] [geboortemaand] 2009 in [geboorteplaats] , en die hierna " [de minderjarige 1] " wordt genoemd, en [De minderjarige 2] , die is geboren op [geboortedag] [geboortemaand] 2011 in [geboorteplaats] , en die hierna " [de minderjarige 2] " wordt genoemd.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[Naam van de moeder] , die woont in [woonplaats] , en die hierna "de moeder" wordt genoemd, [Naam van de vader] , die verblijft in de PI in [plaatsnaam] , en die hierna "de vader" wordt genoemd,

de gecertificeerde instelling

Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, die is gevestigd in Leeuwarden, en die hierna "de GI" wordt genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1. Deze procedure is ingeleid met een mondeling verzoek van de Raad op 26 augustus 2026, waarbij de Raad aan de kinderrechter heeft verzocht om [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voorlopig onder toezicht te stellen van de GI en ten aanzien van hen een machtiging tot uithuisplaatsing gedurende dag en nacht te verlenen voor de duur van vier weken. De Raad heeft verzocht om het verzoek zonder voorafgaande mondelinge behandeling toe te wijzen.

1.2. De kinderrechter heeft op diezelfde datum het verzoek van de Raad mondeling toegewezen.

1.3. Op 27 augustus 2026 heeft de rechtbank het schriftelijke verzoek van de Raad ontvangen.

1.4. Ten slotte is bepaald dat deze beschikking vandaag wordt gegeven.

2 De beoordeling

2.1. De kinderrechter heeft het verzoek van de Raad toegewezen. Dat betekent dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voorlopig onder toezicht worden gesteld van de GI en aan de GI een machtiging wordt verleend om [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voor de duur van vier weken uit huis te plaatsen. Er is verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor een langere duur. De beslissing daarop wordt aangehouden.

2.2. Deze beslissingen worden genomen vanwege het volgende.

2.3. Op grond van de beschikbare informatie komt de kinderrechter tot het oordeel dat de minderjaren ernstig en acuut in hun ontwikkeling worden bedreigd en dat onmiddellijke maatregelen noodzakelijk zijn om hun veiligheid, rust en ruimte voor onderzoek te waarborgen. Er zijn (nieuwe) signalen van seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen hun directe leefomgeving. Daarnaast hebben de minderjarigen verklaard dat zij zich al langere tijd onveilig voelen in de thuissituatie en dat zij zich onvoldoende gehoord, gesteund en beschermd voelen door de verzorgende ouder. Deze signalen wijzen niet alleen op een mogelijk concreet veiligheidsrisico, maar ook op een langdurige emotionele belasting en onvoldoende ervaren veiligheid binnen het gezin.

2.4. De minderjarigen hebben aangegeven hun zorgen met de politie te willen bespreken, maar uitsluitend wanneer zij niet naar de thuissituatie hoeven terug te keren. De kinderrechter leidt hieruit af dat zij in de huidige gezinssituatie onvoldoende vrijheid en veiligheid ervaren om onbelemmerd over hun ervaringen te spreken. Voor het voeren van gesprekken met de politie en andere betrokken instanties is het daarom noodzakelijk dat zij tijdelijk in een veilige, neutrale en van de thuissituatie afgeschermde omgeving verblijven. Op die manier kunnen zij tot rust komen, vrijuit verklaren en kan mogelijke (in)directe beïnvloeding worden voorkomen.

2.5. Bij voortzetting van het verblijf in de thuissituatie bestaat het risico dat de minderjarigen zich geremd voelen om hun verhaal te doen, dat hun emotionele belasting toeneemt en dat het noodzakelijke onderzoek wordt bemoeilijkt. De acute noodzaak wordt mede bepaald door de op korte termijn geplande gesprekken tussen betrokken gezinsleden en de gelegenheid die de minderjarigen krijgen om met de politie te spreken. Deze omstandigheden kunnen spanning oproepen en de veiligheid en emotionele stabiliteit van de minderjarigen verder onder druk zetten.

2.6. Daarnaast bestaan er zorgen over de vraag of de verzorgende ouder op dit moment voldoende in staat is om uitsluitend en onvoorwaardelijk aan te sluiten bij de veiligheids- en ontwikkelingsbehoeften van de minderjarigen. Binnen het gezin komen verschillende, mogelijk tegenstrijdige belangen samen, waaronder de bescherming van andere gezinsleden, het behoud van de bestaande gezinsstructuur en de voortzetting van gezamenlijke activiteiten of voorzieningen. Ook zijn eerder zorgen geuit over de ruimte die de minderjarigen ervaren om met hulpverlenende instanties en de politie te spreken. Dit roept twijfel op of binnen een vrijwillig kader voldoende kan worden gewaarborgd dat zij zonder druk, loyaliteitsconflict of beïnvloeding hun ervaringen kunnen delen en passende bescherming kunnen ontvangen.

2.7. De gezinscontext wordt verder belast door een eerdere strafrechtelijke veroordeling van een ouder wegens seksueel misbruik van een van de minderjarigen, terwijl die ouder nog steeds een plaats inneemt in het gezinsleven. Dit vergroot de zorgen over de ruimte binnen het gezin voor de uiteenlopende ervaringen, emoties en beschermingsbehoeften van de kinderen.

2.8. Een vrijwillige plaatsing biedt naar het voorlopige oordeel van de kinderrechter onvoldoende waarborgen voor een bestendig en veilig verblijf buiten de thuissituatie. Daarbij bestaat het risico dat de plaatsing voortijdig wordt beëindigd of dat vanuit de thuissituatie alsnog druk of beïnvloeding wordt uitgeoefend. Het vrijwillige kader biedt daarom onvoldoende zekerheid dat de minderjarigen de benodigde rust, bescherming en zelfstandige ruimte krijgen om met de politie en betrokken hulpverlening te spreken.

2.9. De kinderrechter acht een voorlopige ondertoezichtstelling daarom noodzakelijk om onmiddellijk regie te kunnen voeren over de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarigen en inzet van passende hulpverlening. Ook acht de kinderrechter een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk, zodat de minderjarigen tijdelijk op een neutrale, veilige en afgeschermde plaats kunnen verblijven. Daarmee wordt verdere belasting beperkt, wordt ruimte gecreëerd voor zorgvuldig onderzoek en kan worden vastgesteld welke bescherming en hulpverlening nodig zijn voor een veilige ontwikkeling.

2.10. Dit oordeel berust op de informatie die de kinderrechter op dit moment ter beschikking staat en is noodzakelijk gezien het spoedeisende karakter van de situatie. De ouders zijn nog niet in de gelegenheid gesteld hun visie op de feiten, de zorgen en de noodzaak van de verzochte maatregelen aan de kinderrechter kenbaar te maken. De kinderrechter zal de ouders daarom zo spoedig mogelijk horen. Bij die gelegenheid kunnen de ouders hun standpunt naar voren brengen, waaronder hun visie op de veiligheid van de minderjarigen, hun beschermende mogelijkheden en de noodzaak, proportionaliteit en duur van de voorlopige ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing. Ook de minderjarigen zijn nog niet in de gelegenheid gesteld om met de kinderrechter te spreken. De kinderrechter zal hen uitnodigen voor een gesprek.

2.11. De kinderrechter zal hierna een datum en tijdstip bepalen waarop de resterende duur van het verzoek mondeling zal worden behandeld. De kinderrechter gelast de griffie om een datum en tijdstip te bepalen waarop [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in de gelegenheid worden gesteld om met de kinderrechter te spreken.

2.12. Aan de moeder zal in het kader van de pilot "kosteloze rechtsbijstand" een advocaat worden toegevoegd.

2.13. Eén en ander leidt er toe dat de volgende beslissing wordt genomen.

3 De beslissing

De kinderrechter:

3.1. stelt [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, gevestigd in Leeuwarden;

3.2. verleent aan de GI een machtiging om [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen;

3.3. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.4. houdt iedere verdere beslissing op het verzoek aan;

3.5. bepaalt een mondelinge behandeling door mr. B.R. Tromp op woensdag 2 september 2026 om 15:00 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, aan het Guyotplein 1 in Groningen;

3.6. bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep aan de Raad, de ouders en de GI om bij die mondelinge behandeling aanwezig te zijn;

3.7. gelast de griffie om aan de moeder een advocaat toe te voegen;

3.8. gelast de griffie om een datum en tijdstip te bepalen waarop [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in de gelegenheid worden gesteld om met de kinderrechter te spreken.

Deze uitspraak is mondeling gegeven door mr. B.R. Tromp, kinderrechter, bijgestaan door M.C. Boskma LLM., griffier, op 26 augustus 2026. De schriftelijke uitwerking van de uitspraak in deze beschikking is vastgesteld en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2026.

Als u het niet eens met de beslissing die de kinderrechter heeft genomen met betrekking tot de machtiging tot uithuisplaatsing kunt u in hoger beroep. U kunt niet in hoger beroep tegen de beslissing over de voorlopige ondertoezichtstelling. Let op! Hoger beroep kunt u niet zelf instellen. U moet daarvoor naar een advocaat. Een advocaat kan voor u hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Belangrijk is dat u snel naar een advocaat gaat. Hoger beroep moet meestal binnen drie maanden na de dag van de uitspraak worden ingesteld.