ECLI:NL:RBNNE:2023:5657 Rechtbank Noord-Nederland , 02-02-2023 / C/17/187445 / JE RK 22-1076
Samenvatting
Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden (zaaknr. C/17/187445 / JE RK 22-1076) heeft op 2 februari 2023 bij beschikking de ondertoezichtstelling (OTS) van [minderjarige 1] (geboren 2014) en [minderjarige 2] (geboren 2020) verlengd tot 19 februari 2024. Verzoeker was de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (de gecertificeerde instelling, GI). De moeder (woonachtig te [woonplaats]), die het ouderlijk gezag heeft, is als belanghebbende aangemerkt; zij was geldig opgeroepen maar was niet aanwezig bij de zitting. Op 2 februari 2023 is de zaak met gesloten deuren behandeld; namens de GI verscheen en werd gehoord [vertegenwoordiger van de GI]. Het verzoekschrift met bijlagen dateert van 30 december 2022.
Feiten en onderbouwing verzoek
- De kinderen wonen bij hun moeder. De OTS was eerder verlengd bij beschikking van 7 februari 2022 tot 19 februari 2023.
- De GI verzoekt verlenging van de OTS voor één jaar om regie te houden en verdere hulpverlening te kunnen inzetten.
- De GI geeft aan dat de moeder in basis zorgzaam is, maar beperkt functioneert: zij is analfabeet, eenzaam, heeft vrijwel geen netwerk (behalve een behulpzame buurman) en is in het dagelijks leven aangewezen op ondersteuning. De moeder heeft zelf hulp gevraagd en accepteert inmiddels een opvoedcoach van het Leger des Heils; zij overweegt ook (tijdelijke) pleegzorg voor vakantie/als back-up.
- Ten aanzien van [minderjarige 1] bestaan zorgen over taalontwikkeling en schoolmotivatie; mogelijk is een persoonlijkheidsonderzoek en inzet van een kindercoach gewenst. Het traject moet stapsgewijs zodat het de moeder niet overweldigt.
Beoordeling door de kinderrechter
- De kinderrechter toetst aan artikel 1:260 lid 1 en artikel 1:255 BW. Uit stukken en zitting blijkt dat de ontwikkelingsbedreigingen die aanleiding gaven voor de OTS nog steeds aanwezig zijn.
- Concrete bedreigingen: onvoldoende vertrouwen op een stabiele, veilige, stimulerende en voorspelbare opvoedingsomgeving; zorgen over de taalontwikkeling van [minderjarige 1]; zorgen over het persoonlijk functioneren en het opvoedershandelen van de moeder; en afhankelijkheid van ondersteuning in het dagelijks leven.
- De rechter weegt positief mee dat de moeder hulp heeft gevraagd en een opvoedcoach accepteert, maar oordeelt dat meer ondersteuning nodig is om haar in staat te stellen een stabiele, veilige en voorspelbare opvoedingssituatie te bieden. Daarom is voortgezette regie van de jeugdzorgwerker noodzakelijk om zicht te houden en hulpverlening te realiseren.
- Gelet op de aard en duur van de bedreigingen acht de rechter één jaar verlenging proportioneel en noodzakelijk; het is niet te verwachten dat de bedreigingen op korte termijn volledig zijn weggenomen.
Beslissing
- De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 19 februari 2024 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
- De beschikking is door mr. M. van der Hoeven uitgesproken; griffier was mr. H.J. Boon; schriftelijke uitwerking vastgesteld op 16 februari 2023.
- Beroep is mogelijk binnen drie maanden volgens de gebruikelijke regels (met tussenkomst van een advocaat bij het hof Arnhem-Leeuwarden).
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
Verzoek verlenging ondertoezichtstelling toegewezen. De gezaghebbende moeder is niet verschenen bij de mondelinge behandeling. Er zijn zorgen over het persoonlijk functioneren en opvoedershandelen van de moeder. De moeder is in het dagelijks leven aangewezen op ondersteuning. Er moet meer zicht gekregen worden op de opvoedingssituatie van de kinderen, ook om de benodigde hulpverlening in te schakelen. De moeder accepteert de ondersteuning van de opvoedcoach, maar er is meer nodig om de kinderen een stabiele, veilig en voorspelbare opvoedomgeving te bieden.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Leeuwarden
Zaaknummer: C/17/187445 / JE RK 22-1076 Datum uitspraak: 2 februari 2023
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam , hierna te noemen: de GI (Gecertificeerde Instelling)
betreffende
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
1 Het procesverloop
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoek met bijlagen van de GI van 30 december 2022, ingekomen bij de griffie op diezelfde dag.
1.2. Op 2 februari 2023 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de zitting met gesloten deuren behandeld. Verschenen en gehoord is:
- [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI.
1.3. De moeder is op de juiste wijze opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen.
2 De feiten
2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.
2.3. De kinderrechter heeft bij beschikking van 7 februari 2022 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 19 februari 2023.
3 Het verzoek
3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Voor een onderbouwing van het verzoek verwijst de GI naar het verzoekschrift en de daaraan gehechte bijlagen.
3.2. Op de zitting heeft de GI heeft het verzoek toegelicht en aangevoerd dat de moeder enerzijds in de basis een goede moeder is, maar dat zij anderzijds ook zeer beperkt is. Hierdoor overziet zij niet alles en maakt zij niet altijd de juiste keuzes in het belang van de kinderen. De moeder is analfabeet en voelt zich erg eenzaam. Positief is dat er recent een opvoedcoach van het Leger des Heils betrokken is. De moeder had zelf hulp gevraagd om te leren hoe zij met het gedrag van [minderjarige 1] om kan gaan en de moeder heeft deze hulp goed opgepakt. Het blijft echter ook nodig dat de moeder hulp voor zichzelf gaat accepteren. Zij maakt zich zorgen over haar eigen toekomst en realiseert zich in die zin dat een weekendpleeggezin of een pleeggezin voor de vakantieperiode helpend kan zijn, voor het geval er iets met haar zal gebeuren. De GI vindt het goed dat de moeder daarover nadenkt. Daarnaast zal er gekeken worden of bij [minderjarige 1] een persoonlijkheidsonderzoek gedaan kan worden. De GI krijgt signalen dat hij wel gemotiveerd is om naar school te gaan, maar het komt er maar niet uit. Hierdoor zijn er twijfels of hij wel op de juiste school zit. Dit onderzoek zal met kleine stapjes opgezet moeten worden, zodat wordt voorkomen dat het de moeder teveel wordt. De moeder heeft geen netwerk waar zij op terug kan vallen. Er is een buurman in beeld die haar helpt. Hij maakt zich geen zorgen over de ouder-kindrelatie tussen de moeder en de kinderen en dat is positief. Deze buurman heeft echter ook aangegeven dat het tijd wordt om verdere hulpverlening in te schakelen. De GI deelt dit standpunt en zal zo snel mogelijk een hulpaanbod gaan doen. Daarnaast zal gezocht worden naar de mogelijkheid om een kindercoach voor [minderjarige 1] aan te stellen. Om de regie hierin te kunnen voeren is het noodzakelijk dat de ondertoezichtstelling met één jaar wordt verlengd.
4 De beoordeling
4.1. Op grond van artikel 1:260, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter de ondertoezichtstelling van een minderjarige verlengen wanneer aan de wettelijke vereisten genoemd in artikel 1:255 BW wordt voldaan.
4.2. Uit de overgelegde stukken en de behandeling op de zitting is naar het oordeel van de kinderrechter gebleken dat de ontwikkelingsbedreigingen die tot de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben geleid ook nu nog aanwezig zijn en dat het noodzakelijk is dat de maatregel wordt verlengd. De kinderrechter deelt de geschetste zorgen en overweegt dat de regie van de jeugdzorgwerker langer noodzakelijk is om meer zicht te krijgen op de opvoedingssituatie van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en om de benodigde hulpverlening in te schakelen. De kinderrechter vindt het positief dat de moeder zelf gevraagd heeft om een opvoedcoach en deze hulpverlening inmiddels ook accepteert, echter is er meer nodig om ervoor te zorgen dat zij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een stabiele, veilige en voorspelbare opvoedomgeving kan bieden. Om hierin verdere stappen te kunnen zetten, blijft de ondersteuning van de jeugdzorgwerker nodig. De kinderrechter is van oordeel dat aan de wettelijke vereisten voor het verlengen van de ondertoezichtstelling wordt voldaan en zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengen voor de duur van één jaar, nu het niet de verwachting is dat de onderstaande ontwikkelingsbedreigingen in een kortere periode zijn weggenomen.
4.3. De concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn:
- de kinderen kunnen onvoldoende vertrouwen op een stabiele, veilige, stimulerende en voorspelbare opvoedingsomgeving;
- er zijn zorgen over de taalontwikkeling van [minderjarige 1] ;
- er zijn zorgen over het persoonlijke functioneren en het opvoedershandelen van de moeder;
- de moeder is in het dagelijks leven aangewezen op ondersteuning.
5 De beslissing
De kinderrechter:
5.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 19 februari 2024;
5.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.