ECLI:NL:RBDHA:2026:26106 Rechtbank Den Haag , 09-09-2026 / NL26.26896
Samenvatting
Eiser is [naam] (V-nummer: [nummer]), bijgestaan door mr. H. Meijerink. Verweerder is de minister van Asiel en Migratie. Eiser vroeg beslissing op zijn asielaanvraag van 29 oktober 2023; de beslistermijn is verstreken. Na verloop van die termijn verzocht eiser de minister nog om binnen twee weken te beslissen; daarop volgde geen besluit, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank behandelde de zaak schriftelijk en hield geen zitting.
De rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk en gegrond. Juridische uitgangspunten: artikel 42 Vreemdelingenwet 2000 en relevante bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht betreffende tijdige besluitvorming. De rechtbank constateerde dat de beslistermijn was overschreden en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden die afwijking van een versnelde termijn rechtvaardigen.
Relevante procedurele wijziging is dat met inwerkingtreding van het EU-Asiel- en migratiepact op 12 juni 2026 (Verordening (EU) 2024/1348) de voornemenprocedure vervalt, waardoor na het gehoor sneller tot besluitvorming kan worden overgegaan. De rechtbank liet ook haar eerdere 8+8‑wekenmodel (8 weken voor het gehoor, daarna 8 weken voor besluitvorming) vervallen en stelt voortaan een 8+4‑wekenmodel vast: 8 weken voor het gehoor en 4 weken voor het besluit na het gehoor. Bovendien oordeelt de rechtbank dat indien de maximale behandeltermijn van 21 maanden is overschreden, een kortere beslistermijn passend is; in die gevallen halveert zij de op te leggen termijn, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn (hier: geen).
Concreet legt de rechtbank op dat de minister binnen zes weken (4+2) na de dag ná bekendmaking van de uitspraak een besluit moet nemen. Als de minister deze termijn overtreedt moet hij een rechterlijke dwangsom betalen van €50 per dag, met een maximum van €15.000. De rechtbank baseert de hoogte en systematiek van de dwangsom op de aanbeveling van het Landelijk Overleg Vakinhoud Bestuursrecht (LOVB) van 21 mei 2026. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiser tot €467.
De uitspraak (door mr. L.J. van der Veen, griffier A.W. Landman) vernietigt het niet-tijdig nemen van een besluit, draagt de minister op binnen zes weken alsnog te beslissen, legt de dwangsom en kosten op, en is geanonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
BNT asiel
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.26896
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
V-nummer: [nummer], (gemachtigde: mr. H. Meijerink),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 29 oktober 2023.
1.1. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn om op de aanvraag te beslissen is verstreken.
3. Het beroep is ontvankelijk en gegrond.
4. De minister moet alsnog een besluit nemen op de aanvraag.
5. Deze rechtbank en zittingsplaats hanteerde tot voor kort het zogenoemde 8+8-wekenmodel. Daarbij werd uitgegaan van een termijn van acht weken voor het horen en aansluitend acht weken voor het nemen van een besluit. Deze termijn werd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State passend geacht.
6. De rechtbank ziet aanleiding om het tot nu toe gehanteerde 8+8-wekenmodel te herzien en hanteert voortaan het zogenoemde 8+4-wekenmodel. Daarbij blijft de termijn van acht weken voor het houden van het gehoor gehandhaafd en geldt voor het nemen van een besluit na het gehoor een termijn van vier weken.
7. De rechtbank oordeelt dat in de gevallen waarin, zoals hier, de bovengrens van 21 maanden
8. Dit betekent dat de minister binnen een termijn van zes (4+2) weken een besluit moet nemen. De termijn begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak.
9. De rechtbank legt alleen een rechterlijke dwangsom op.
10. Het LOVB
Conclusie en gevolgen
11. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en de minister zes weken de tijd krijgt om alsnog een besluit te nemen. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eiser een dwangsom verschuldigd.
12. De minister moet de door eiser gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 467,-.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt de minister op om binnen zes weken na de dag van het bekendmaken van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;
- bepaalt dat de minister aan eiser een dwangsom van € 50,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen