ECLI:NL:HR:2026:776 Hoge Raad , 15-09-2026 / 25/04417
Samenvatting
De Hoge Raad (Strafkamer), arrestnummer 25/04417 van 15 september 2026, behandelde een beroep in cassatie tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 november 2025 (nr. 23-001405-24) in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994. Het beroep was door de verdachte ingesteld, maar er zijn geen cassatiemiddelen namens hem ingediend: “Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.”
De kern van de rechtsvraag betrof de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. De Hoge Raad merkt op dat op grond van artikel 437 lid 2 Wetboek van Strafvordering aan een termijnvereiste moet worden voldaan waarin een advocaat namens de verdachte schriftelijk de cassatiemiddelen indient. Die verplichting is in deze zaak niet nageleefd. Gelet op die wettelijke voorschrift kan de Hoge Raad het beroep niet inhoudelijk behandelen; de niet-nakoming van de termijn leidt tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.
De beslissing luidt dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. Het arrest is gewezen door raadsheer C. Caminada, in aanwezigheid van waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 15 september 2026.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
Doodslag door in 2023 in Hoorn tijdens oud en nieuwfeest in woning met mes tweemaal in buik van ander te steken (art. 287 Sr), bedreiging van ex-vriendin, meermalen gepleegd (art. 285.1 Sr) en vernieling van raam van woning van ex-vriendin (art. 350.1 Sr). TBS met dwangverpleging opgelegd. Geen middelen ingediend, verdachte n-o.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
**Nummer **25/04417
Datum15 september 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 november 2025, nummer 23-001405-24, in de strafzaak
tegen
[verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994, hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van