Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:1429

ECLI:NL:HR:2026:1429 Hoge Raad , 08-09-2026 / 25/03677
Strafrecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

Hoge Raad der Nederlanden, Strafkamer, zaaknummer 25/03677 (arrest van 8 september 2026). Het beroep in cassatie strekt tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden van 6 augustus 2025 (nr. 21‑001304‑23). Als appellant staat vermeld: [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.

Procesverloop: het beroep in cassatie is ingesteld door de verdachte. In de cassatieprocedure zijn er echter geen cassatiemiddelen door of namens de verdachte ingediend; er is geen schriftuur met klachten door zijn advocaat overgelegd binnen de daartoe door de wet gestelde termijn.

Rechtsgrond en motivering: de Hoge Raad wijst erop dat artikel 437, lid 2, van het Wetboek van Strafvordering vereist dat een advocaat namens de verdachte tijdig een schriftuur met cassatiemiddelen indient. Aangezien aan deze verplichting niet is voldaan, kan de Hoge Raad het beroep niet inhoudelijk behandelen. De wettelijke termijn en de gevolgtrekking (niet‑ontvankelijkheid bij ontbreken van de schriftuur) vormen de concrete rechtsgrond voor de beslissing.

Beslissing: het beroep van de verdachte wordt niet‑ontvankelijk verklaard.

Het arrest is gewezen door raadsheer C. Caminada, in aanwezigheid van waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken te zitting op 8 september 2026.

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:HR:2026:1374
Strafrecht
25-08-2026 95% soortgelijk
Hoge Raad der Nederlanden, Strafkamer, arrest nr. 26/00716 van 25 augustus 2026. Beroep in cassatie tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden van 2 maart 2026 (nr. 21‑005922‑23) in de strafzaak tegen...
ECLI:NL:HR:2026:1372
Strafrecht
25-08-2026 94% soortgelijk
Hoge Raad, Strafkamer, zaaknr. 25/01727, arrest 25 augustus 2026. Beroep in cassatie tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden van 2 mei 2025 (nr. 21‑000926‑23) door [verdachte] (geboren [geboorteplaats], [geboortedatum] 1986). Het...
ECLI:NL:HR:2026:555
Strafrecht
01-04-2026 94% soortgelijk
Hoge Raad der Nederlanden, Strafkamer, zaaknummer 24/03688, arrest van 7 april 2026. Cassatie door [verdachte] (geboren [geboorteplaats], [geboortedatum] 1990) tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 augustus 2024 (nr. 21-001394-24)....
ECLI:NL:HR:2026:776
Strafrecht
18-05-2026 94% soortgelijk
De Hoge Raad (Strafkamer), arrestnummer 25/04417 van 15 september 2026, behandelde een beroep in cassatie tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 november 2025 (nr. 23-001405-24) in de strafzaak tegen...
ECLI:NL:HR:2025:1366
Strafrecht
19-09-2025 94% soortgelijk
Hoge Raad der Nederlanden, Strafkamer, nr. 24/04296; arrest 23 september 2025. Cassatie tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden van 13 november 2024 (nr. 21‑005316‑22). Beklaagde: [verdachte], geboren 1975 te [geboorteplaats]. Beroep...

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

Poging tot doodslag door in 2022 in Assen naar aanleiding van ruzie in tuin van woning met mes in linkerzij van ander te steken (art. 287 Sr) en diefstal d.m.v. valse sleutels, meermalen gepleegd (art. 311.1.5 Sr). Geen middelen ingediend, verdachte n-o.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

**Nummer **25/03677

Datum8 september 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 augustus 2025, nummer 21-001304-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 september 2026.