Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:1476

ECLI:NL:HR:2026:1476 Hoge Raad , 15-09-2026 / 25/01736
Strafrecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

Hoge Raad, Strafkamer, zaaknummer 25/01736 (arresten van 15 september 2026). Het cassatieberoep is ingesteld door de in het geding als [verdachte] aangeduide persoon (geboren 2001). Het betreft een cassatie tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 22 april 2025, nummer 23-002534-24.

Procesverloop: namens de verdachte heeft advocaat M.D. Rijnsburger schriftelijk een cassatiemiddel ingebracht. De advocaat‑generaal P.T.C. van Kampen heeft in zijn conclusie aanbevolen het bestreden arrest te vernietigen en de zaak terug te wijzen naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuw rechtsgevolg (hernieuwde berechting en beslissing).

Inhoud van het cassatiemiddel en beoordeling: het middel richtte zich tegen de beslissing van het hof om het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet‑ontvankelijk te verklaren. De Hoge Raad constateert dat dit cassatiemiddel slaagt; de nadere motivering waarom de niet‑ontvankelijkverklaring onjuist was, is opgenomen in de conclusie van de advocaat‑generaal, waarop de Hoge Raad zijn oordeel baseert.

Beslissing: de Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof Amsterdam en wijst de zaak terug naar dat gerechtshof opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Samenstelling van de kamer en beschikking: het arrest is gewezen door vice‑president C. Caminada (voorzitter) en raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, met waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken in het openbaar op 15 september 2026.

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:HR:2026:708
Strafrecht
17-04-2026 94% soortgelijk
Hoge Raad der Nederlanden, Strafkamer, nummer 24/01948, arrest van 21 april 2026. Appellant: [verdachte] (geb. [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats]), hierna: de verdachte. Het geding betreft beroep in cassatie tegen het arrest van...
ECLI:NL:HR:2025:1766
Strafrecht
21-11-2025 93% soortgelijk
Arrest van de Hoge Raad der Nederlanden, Strafkamer, nummer 24/03408, uitgesproken op 25 november 2025. Het betreft een cassatieberoep van [verdachte] (geb. [geboorteplaats], [geboortedatum] 2002) tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam...
ECLI:NL:HR:2026:1359
Strafrecht
20-08-2026 93% soortgelijk
Hoge Raad der Nederlanden, Strafkamer — arrest van 25 augustus 2026 (nummer 25/01336 J). Beroep in cassatie tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 27 maart 2025 (nr. 22-001571-24) in...
ECLI:NL:HR:2025:1874
Strafrecht
08-12-2025 93% soortgelijk
Hoge Raad, Strafkamer, arrest nr. 24/04605 van 9 december 2025: cassatie tegen arrest van het gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden van 4 december 2024 (nr. 21-002079-23) in de strafzaak tegen [verdachte] (geboren in [geboorteplaats] op...
ECLI:NL:HR:2026:1407
Strafrecht
31-08-2026 93% soortgelijk
Hoge Raad der Nederlanden, Strafkamer, zaaknummer 24/03610, arrest van 1 september 2026. Het betreft een cassatieberoep van [verdachte] (geboren 1993 te [geboorteplaats]) tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 september...

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. mishandeling (art. 300.1 Sr), bedreiging (art. 285.1 Sr), vernieling (art. 350.1 Sr) en poging tot zware mishandeling (art. 302.1 jo. 45 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur aan cassatieschriftuur gehecht. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op inhoud van e-mail van raadsman aan strafgriffie Rb met als bijlage een appelschriftuur? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Bij stukken bevindt zich geen appelschriftuur. Door raadsman in cassatie overgelegd stuk doet evenwel ernstig vermoeden dat appelschriftuur wel degelijk is ingediend. Het moet ervoor worden gehouden dat namens verdachte tijdig schriftuur houdende grieven is ingediend en dat deze na indiening in het ongerede is geraakt. Bijgevolg kan ’s hofs beslissing om verdachte met toepassing van art. 416.2 Sv n-o te verklaren in h.b. niet in stand blijven. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

**Nummer **25/01736

Datum15 september 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 22 april 2025, nummer 23-002534-24, in de strafzaak

tegen

[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001, hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.D. Rijnsburger bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1 Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het door de verdachte ingestelde hoger beroep.

2.2 Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • vernietigt de uitspraak van het hof;
  • wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C. Caminada als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 september 2026.