ECLI:NL:HR:2026:1419 Hoge Raad , 08-09-2026 / 24/03628
Samenvatting
Arrest van de Hoge Raad (nummer 24/03628) van 8 september 2026 in het cassatieberoep van [verdachte] (geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum], 1991) tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 september 2024 (nummer 23-001766-22). Het beroep in cassatie is ingesteld door de verdachte; namens hem heeft advocaat J. Kuijper schriftelijk cassatiemiddelen ingebracht. De advocate-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de door de verdediging aangevoerde klachten beoordeeld en geoordeeld dat die klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad geeft geen nadere motivering van die beoordeling omdat het beantwoorden van de relevante vragen niet nodig is voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht, in overeenstemming met artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie. Gevolg: het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof Amsterdam blijft in stand.
Het arrest is gewezen door vice-president M.J. Borgers (voorzitter) en raadsheren C.N. Dalebout en R. Kuiper, in aanwezigheid van waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 september 2026.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
Mensenhandel door aangeefster in prostitutie te laten werken (meermalen gepleegd), art. 273f.1.4, 273f.1.6 en 273f.1.9 Sr. 1. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van aangeefster voldoende steun in andere bewijsmiddelen? 2. Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade. Is sprake van aantasting in persoon “op andere wijze” a.b.i. art. 6:106.b BW? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/03629 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o).
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
**Nummer **24/03628
Datum8 september 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 september 2024, nummer 23-001766-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991, hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van