Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:HR:1996:6

ECLI:NL:HR:1996:6 Hoge Raad , 10-09-1996 / 102.924
Strafrecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

Strafvonnis van de Hoge Raad (strafkamer), zaaknummer 102.924 SM, uitgesproken 10 september 1996.

Partijen en procedure

  • Beklaagde: [verdachte], geboren 1975, wonende te [woonplaats], ten tijde van het arrest gedetineerd in PI "[A]".
  • Vertegenwoordiging: mr. B.R. Angad-Gaur, advocaat te 's‑Gravenhage, die namens de verdachte cassatiemiddelen indiende; een aanvullend schrijven van de raadsman d.d. 29 mei 1996 werd na de zitting ontvangen en door de Hoge Raad in kennis genomen.
  • Ten tijde van het cassatieberoep was er een arrest van het Gerechtshof te 's‑Hertogenbosch van 11 juli 1995 in hoger beroep, waarbij het hof - met vernietiging van het vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Breda van 2 november 1994 - de verdachte vrijsprak van bepaalde tenlastelegingen en hem veroordeelde tot tien jaar gevangenisstraf voor medeplegen van doodslag, onder omschrijving van bijkomende bestanddelen (doodslag gevolgd/vergezeld/voorafgegaan door een strafbaar feit, gericht op voorbereiding/vergemakkelijking of verzekeren van straffeloosheid bij betrapping).

Conclusie van het Openbaar Ministerie

  • Advocaat‑Generaal Meijers concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep.

Beoordeling Hoge Raad en rechtsgronden

  • Eerste en tweede middel: de Hoge Raad oordeelt dat deze middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Op grond van artikel 101a Rv (RO) is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen vragen oproepen die beantwoording in het belang van rechtsvorming of rechtseenheid vereisen.
  • Derde middel: dit middel wordt niet behandeld omdat het niet als middel van cassatie kan gelden. De Hoge Raad stelt dat een loutere mededeling dat het recht is geschonden en/of vormen zijn verzuimd, gecombineerd met een verwijzing naar een cassatieschriftuur in een andere zaak "voor zover ten deze toepasselijk", niet voldoet als zelfstandig cassatiemiddel en daarom ontoelaatbaar is.
  • Ambtshalve vernietiging: de Hoge Raad zag bovendien geen grond om de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen.

Beslissing

  • Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen; het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Samenstelling

  • Arrest gewezen door vice‑president Haak (voorzitter) en raadsheren Bleichrodt en Van Erp Taalman Kip‑Nieuwenkamp; waarnemend griffier Van Wijk.

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:HR:2025:1673
Strafrecht
10-11-2025 86% soortgelijk
Zaaknummer en partijen Hoge Raad, strafkamer, nummer 23/02394, arrest uitgesproken op 11 november 2025. Cassatie ingesteld door de verdachte, aangeduid als [verdachte] (geboren 1973 te [geboorteplaats]). De verdachte werd in het hoger...
ECLI:NL:HR:2026:673
Strafrecht
16-04-2026 86% soortgelijk
Hoge Raad der Nederlanden, Strafkamer, arrestnummer 24/03725 (21 april 2026). In cassatie werd beroep ingesteld door de verdachte, aangeduid als [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] (1977). Het cassatieberoep richtte zich tegen...
ECLI:NL:HR:2026:1363
Strafrecht
24-08-2026 85% soortgelijk
Hoge Raad der Nederlanden, Strafkamer, arrest nr. 24/03554 van 25 augustus 2026 (beroep in cassatie tegen arrest gerechtshof Den Haag 12 september 2024, nr. 22-000558-22). De zaak betrof [verdachte], geboren 1973 te...
ECLI:NL:HR:1996:4
Strafrecht
10-09-2026 85% soortgelijk
In deze cassatiezaak (nr. 102.915) deed de Hoge Raad op 10 september 1996 uitspraak over het beroep van [verdachte] (geb. 1974, ten tijde van de bestreden uitspraak gedetineerd in Huis van Bewaring...
ECLI:NL:HR:2026:1133
Strafrecht
01-07-2026 85% soortgelijk
De Hoge Raad (Strafkamer), arrest nummer 24/02543 van 7 juli 2026, heeft het cassatieberoep van [verdachte] (geboren 1984 te [geboorteplaats]) behandeld. De verdachte was in voorlopige hechtenis en liet zich in cassatie...

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Uitspraak

10 september 1996 Strafkamer nr. 102.924 SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 11 juli 1995 in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, wonende te [woonplaats], ten tijde van de bestreden uitspraak gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "[A]" te [plaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Breda van 2 november 1994 - de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding onder 1 primair en 2 telastegelegde en hem voorts ter zake van 1. "medeplegen van: doodslag gevolgd of vergezeld en/of voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid te verzekeren" veroordeeld tot tien jaren gevangenisstraf.

2. Het cassatieberoep

2.1. Het beroep - dat zich kennelijk niet richt tegen de gegeven vrijspraken - is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.R. Angad-Gaur, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2. De Hoge Raad heeft kennis genomen van een na de terechtzitting waarop de conclusie van het Openbaar Ministerie is genomen nog binnengekomen schrijven van de raadsman, gedateerd 29 mei 1996.

3. De conclusie van het Openbaar Ministerie

De Advocaat-Generaal Meijers heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

4. Beoordeling van het eerste en het tweede middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of van de rechtsontwikkeling.

5. Beoordeling van het derde middel

Het derde middel komt niet voor bespreking in aanmerking. Immers, niet als een middel van cassatie kan worden aangemerkt de loutere vermelding dat het recht is geschonden en/of vormen zijn verzuimd met de enkele verwijzing naar een cassatieschriftuur in een andere zaak "voor zover ten deze toepasselijk".

6. Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

7. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Bleichrodt en Van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, in bijzijn van de waarnemend-griffier Van Wijk, en uitgesproken op 10 september 1996.