Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:8917

ECLI:NL:RBZWB:2026:8917 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 15-09-2026 / 02-090777-25
Strafrecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

Betrokken partijen en procedure Verdachte: [verdachte], geboren [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats], wonende te [woonadres]; bijgestaan door mr. R.M. van Breemen (advocaat te Rijen). Officier van justitie: mr. J.J. Peerboom. Zitting inhoudelijk op 1 september 2026; vonnis van de meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland‑West‑Brabant (zittingsplaats Breda) op 15 september 2026. Parketnummers: 02-090777-25 (hoofdzaak) en 02-303872-24 (tenuitvoerlegging).

Feiten en tenlastelegging Verdachte werd ten laste gelegd (art. 300 lid 1 Sr) dat hij op of omstreeks 23 maart 2025 te Tilburg, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, [slachtoffer] heeft mishandeld door die persoon meermalen te duwen, vast te pakken (onder meer bij de keel), tegen een stilstaande trein te duwen en tegen het lichaam te schoppen.

Bewijswaardering en bewezenverklaring De rechtbank verklaart het tenlastegelegde grotendeels bewezen: op 23 maart 2025 heeft verdachte, in vereniging met een ander, [slachtoffer] meermalen duwend en vastpakkend mishandeld, tegen een stilstaande trein geduwd en tegen het lichaam geschopt. Niet bewezen is het (meer of anders geformuleerde) vastpakken bij de keel; daarvoor wordt verdachte vrijgesproken. De dagvaarding en bevoegdheid zijn in orde; vervolging is ontvankelijk en er is geen schorsing.

Strafbaarheid en motivering De rechtbank oordeelt dat geen omstandigheden zijn komen vast te staan die strafbaarheid uitsluiten; verdachte is strafbaar voor medeplegen van mishandeling. In de motivering benadrukt de rechtbank dat verdachte zich in een gevecht mengde en fors geweld gebruikte waardoor aangever angst en pijn leed. Het incident vond plaats op een druk treinperron (CS Tilburg) op een zondagmiddag, waardoor veel omstanders ongewenst met het geweld werden geconfronteerd; dat vormt een verzwarende omstandigheid en rechtvaardigt een zwaardere straf dan de landelijke oriëntatiepunten doorgaans aangeven.

Persoonlijke omstandigheden en reclasseringsadvies De reclassering (advies 11‑8‑2026) rapporteert dat verdachte sinds 2017 in Nederland woont en van jongs af aan problemen heeft met emotie‑ en agressieregulatie en impulscontrole, gebrekkige zelfbeheersing, gebrek aan structuur/werk; positief is dat verdachte ambulante begeleiding krijgt en zich vrijwillig heeft aangemeld voor behandeling. Recidiverisico wordt als gemiddeld‑hoog ingeschat; langdurige begeleiding wordt geadviseerd. Reclassering adviseert een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden (meldplicht, verplichte ambulante forensische behandeling, contactverbod met aangever). De rechtbank constateert tijdens zitting bevestiging van positieve punten: redelijke open houding, bereidheid tot naleving, begeleid wonen via [organisatie], gesprekken met [hulpverlening], opstart bewindvoering.

Straffen en bijzondere maatregelen De rechtbank legt een gevangenisstraf van 45 dagen op, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Algemene voorwaarde: niet opnieuw een strafbaar feit plegen gedurende de proeftijd. Bijzondere voorwaarden (onder meer): directe melding bij Reclassering Nederland (Ringbaan West 275, Tilburg) binnen drie dagen na ingaan proeftijd; meewerken aan diagnostiek en behandeling bij Forensische Polikliniek [hulpverlening] of gelijkwaardige zorgverlener; contactverbod met [slachtoffer] (geboren [geboortedatum] 1994); ambulante begeleiding via [organisatie], Humanitas Homerun of gelijkwaardig; medewerking aan identificatie en reclasseringstoezicht (inclusief huisbezoeken). Reclassering krijgt opdracht toezicht te houden en begeleiding te bieden. Voorarresttijd wordt in mindering gebracht.

Vorderingen tot tenuitvoerlegging Ten aanzien van parketnummer 02-303872-24 liet de rechtbank weten dat verdachte zich vóór het einde van de toen geldende proeftijd schuldig had gemaakt aan een nieuw strafbaar feit, zodat uitvoering van die voorwaardelijke straf gelast kon worden. De politierechter had eerder een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 week opgelegd; de rechtbank gelast uitvoering maar vervangt die te tenuitvoerlegging komende gevangenisstraf door een taakstraf van 30 uur vanwege de huidige persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verlenging van de proeftijd wordt niet geboden.

Civiele vorderingen benadeelden De benadeelde partijen [slachtoffer] en [benadeelde] vorderden elk €8.000 immateriële schade. De rechtbank verklaart beide vorderingen niet‑ontvankelijk wegens onvoldoende verband tussen het bewezenverklaarde handelen en de gevorderde schade; de vorderingen kunnen bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Wettelijke grondslag en uitspraak Beslissing rust op art. 14a, 14b, 14c, 47 en 300 Sr (zoals ten tijde van het feit). Uitspraak: bewezenverklaring zoals boven, vrijspraak voor meer/anders ten laste gelegde, veroordeling tot 45 dagen gevangenisstraf waarvan 30 voorwaardelijk met 2 jaar proeftijd, bijzondere voorwaarden en toezicht en vervanging van eerder op te leggen 1 week gevangenisstraf door 30 uur taakstraf.

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:RBOBR:2026:5380
Strafrecht
22-07-2026 89% soortgelijk
De rechtbank Oost-Brabant (locatie ’s‑Hertogenbosch) behandelde in verkorte procedure de zaak tegen [verdachte] (geboren 2004, wonende [adres 1], thans gedetineerd). De zittingen vonden plaats op 17 dec. 2025, 5 mrt., 19 mei...
ECLI:NL:RBZWB:2026:4082
Strafrecht
13-05-2026 89% soortgelijk
De rechtbank Zeeland-West-Brabant (zittingplaats Breda, meervoudige kamer) heeft op 13 mei 2026 vonnis gewezen in zaak parketnummer 02-306510-25 tegen [verdachte] (geboren 2002 te [geboorteplaats], niet ingeschreven in de Nederlandse BRP, adres: [adres],...
ECLI:NL:RBROT:2025:15661
Strafrecht
06-02-2026 88% soortgelijk
Rechtbank Rotterdam (team straf 3), vonnis van 18 september 2025 (parketnr. 10-167766-25). Verdachte: [verdachte] (geb. 1995), bijgestaan door raadsvrouw mr. B. Molleman; officier van justitie: mr. M. Groot. Zitting: 4 september 2025....
ECLI:NL:RBZWB:2026:8241
Strafrecht
27-08-2026 88% soortgelijk
De Rechtbank Zeeland‑West‑Brabant (meervoudige kamer, zittingsplaats Breda) heeft op 27 augustus 2026 vonnis gewezen in de zaak tegen [verdachte] (geboren 2006, ter zitting preventief gedetineerd). De officier van justitie was mr. M.S....
ECLI:NL:RBZWB:2026:670
Strafrecht
05-02-2026 88% soortgelijk
Op 5 februari 2026 heeft de meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (zittingsplaats Breda) [verdachte] (geb. 2006) veroordeeld voor openlijke geweldpleging in vereniging tegen [slachtoffer] op 18 april 2024 te Tilburg (Dr....

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van mishandeling (artikelen 47 en 300 Sr). Het handgemeen vond plaats op een zondagmiddag op een druk treinperron van Centraal Station Tilburg. Strafoplegging: een gevangenisstraf van 45 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummers: 02-090777-25 en 02-303872-24 (tul)

**Vonnis van de meervoudige kamer van 15 september 2026 **

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] , wonende te [woonadres] ,

raadsvrouw: mr. R.M. van Breemen, advocaat te Rijen.

1 Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 1 september 2026, waarbij de officier van justitie mr. J.J. Peerboom en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een mishandeling.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat op basis van het dossier het tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

4.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat het tenlastegelegde kan worden bewezen met uitzondering van het vastpakken van de keel van aangever, omdat verdachte heeft verklaard [slachtoffer] bij de kraag te hebben vastgepakt. Van het vastpakken bij de keel moet verdachte worden vrijgesproken. Voor het overige heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de bewezenverklaring.

4.3. Het oordeel van de rechtbank

4.3.1. **De bewijsmiddelen **

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

4.4. De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 23 maart 2025 te Tilburg tezamen en in vereniging met een ander [slachtoffer] heeft mishandeld, door die [slachtoffer] meermalen te duwen en vast te pakken en te duwen tegen een stilstaande trein en te schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer] .

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een taakstraf van 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar, met daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om verdachte tot niet meer te veroordelen dan een straf gelijk aan de duur van het voorarrest, aangevuld met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 2 jaar, met daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van mishandeling. De mededader heeft bewust de confrontatie met aangever opgezocht, waarna een gevecht tussen beiden ontstond. Verdachte mengde zich in dit gevecht en gebruikte fors geweld tegen aangever, door hem hardhandig vast te pakken, meermalen te duwen en te schoppen. Hij heeft hiermee angst en pijn bij aangever veroorzaakt. Het handgemeen vond plaats op een zondagmiddag op een druk treinperron van Centraal Station Tilburg. Hierdoor werden vele reizigers tegen wil en dank geconfronteerd met het forse geweld. Verdachte wordt ook hiervoor mede verantwoordelijk gehouden.

Bij de strafbepaling slaat de rechtbank doorgaans acht op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. De rechtbank ziet in dit geval echter redenen voor een zwaardere strafoplegging nu geen sprake was van een doorsneemishandeling, gezien de omstandigheden waaronder de gewelddadigheden plaatsvonden, in de openbaarheid en de impact hiervan op het slachtoffer en de omstanders.

Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon van de nu 30-jarige verdachte. De reclassering schrijft in haar advies van 11 augustus 2026 dat verdachte sinds 2017 woonachtig is in Nederland en van jongs af aan problemen kent op het gebied van zijn emotie- en agressieregulatie en zijn impulscontrole. Er is sprake van gebrekkige zelfbeheersing en hij heeft onvoldoende adequate oplossingsvaardigheden en geen werk of andere structurele daginvulling. Positief is dat verdachte al ambulante begeleiding krijgt en dat hij zich vrijwillig heeft aangemeld voor behandeling. De reclassering schat het recidiverisico in als gemiddeld tot hoog en vindt langdurige begeleiding noodzakelijk om dit risico te verminderen. De reclassering adviseert oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf met daaraan verbonden als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, verplichte ambulante behandeling en begeleiding en een contactverbod met aangever. In het kader van deze voorwaarden kan worden gewerkt aan het verder stabiliseren van de praktische leefgebieden en aan het realiseren van gedragsverandering bij verdachte.

De door de reclassering benoemde positieve punten zijn bevestigd tijdens het onderzoek ter zitting op 1 september 2026. Verdachte liet een redelijk open proceshouding zien en toonde zich bereid tot het naleven van de door de reclassering geadviseerde voorwaarden. Er is nu al sprake van begeleid wonen door [organisatie] . Daarnaast is verdachte in gesprek met [hulpverlening] voor het krijgen van behandeling en wordt bewindvoering opgestart.

Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van 45 dagen passend en geboden. Een deel daarvan, te weten 30 dagen, wordt voorwaardelijk opgelegd met daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde voorwaarden. Dit betekent dat verdachte niet terug naar de gevangenis hoeft en op vrije voeten kan blijven als het hem lukt om de ingezette positieve lijn vast te houden.

7 De vorderingen van de benadeelde partijen

De benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 8.000,00 voor immateriële schade.

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte ontbreekt, zodat geen sprake is van schade die rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde feit. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

De benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij [benadeelde] vordert een schadevergoeding van € 8.000,00 voor immateriële schade.

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte ontbreekt, zodat geen sprake is van schade die rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde feit. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

8 De vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 02-303872-24 toe te wijzen en om de door de politierechter opgelegde gevangenisstraf van 1 week om te zetten in een taakstraf van 30 uur.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop kan de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen. Vanwege de huidige persoonlijke omstandigheden van verdachte zal de rechtbank verdachte in de gelegenheid stellen een taakstraf van 30 uur te verrichten in plaats van uitvoer te geven aan de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank ziet geen redenen voor het verlengen van de proeftijd, zoals de verdediging heeft verzocht.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
  • spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert: Medeplegen van mishandeling;
  • verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

  • veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 45 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar;
  • bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
  • bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
  • stelt als bijzondere voorwaarden:
  • dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Ringbaan West 275 in Tilburg;
  • dat verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan diagnostiek en zich laat behandelen door Forensische Polikliniek [hulpverlening] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start na de aanmelding door de toezichthouder. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op in ieder geval verdachte zijn impulscontrole, zelfbeheersing, emotie- en agressieregulatie en het aanleren van adequate oplossingsvaardigheden. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken.
  • dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zoekt of heeft met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1994 te [plaats];
  • dat verdachte meewerkt aan ambulante begeleiding door [organisatie] , Humanitas Homerun of een soortgelijke hulpverlener, gericht op de leefgebieden werk, wonen en financiën. De begeleiding richt zich op het meer stabiliseren van deze leefgebieden en vervolgens de stabiliteit te behouden;
  • dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
  • dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
  • geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Benadeelde partijen

  • verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;

  • veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

  • wijst het overige gedeelte van de vordering af;

  • verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;

  • veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

  • wijst het overige gedeelte van de vordering af;

Vordering tot tenuitvoerlegging

  • gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van 5 december 2024 door de politierechter is opgelegd in de zaak onder parketnummer 02-303872-24 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een gevangenisstraf van 1 week;
  • gelast dat deze ten uitvoer te leggen gevangenisstraf wordt vervangen door een taakstraf van 30 uren.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.M. Schotanus, voorzitter, en mr. D. van Kralingen en mr. J.P.E. Mullers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.E.M. Hoezen, griffier, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 15 september 2026.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

hij op of omstreeks 23 maart 2025 te Tilburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft mishandeld, door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, te duwen en/of vast te pakken bij de keel en te duwen tegen een stilstaande trein en/of te schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer] ; (art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht )