ECLI:NL:RBOVE:2026:5465 Rechtbank Overijssel , 08-09-2026 / C/08/348942 / KG ZA 26-145
Samenvatting
Rechtbank Overijssel (zitting Zwolle) velt op 8 september 2026 vonnis in kort geding tussen [eiser] B.V. (adv. mr. B.A. Boer) als eiser en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] (adv. mr. N.E. Koelemaij; bij zitting trad [gedaagde 1] zonder advocaat op en overhandigde hij een volmacht voor [gedaagde 2]).
Feiten en afspraak
- Op 29 maart 2010 heeft [eiser] een (tweede) hypotheek genomen op onder meer de woning aan de [adres].
- Op 22 oktober 2025 loste [eiser] namens [gedaagden] de vordering van de eerste hypotheekhouder in en trad zij in de rang van eerste hypotheekhouder, onder voorwaarden die waren voorgesteld door de advocaat van [gedaagden] en geaccepteerd door [eiser]. Kernverplichtingen van [gedaagden] waren onder meer het afgeven van een onherroepelijke volmacht die [eiser] machtigt de woning te verlaten, te verkopen en tot levering over te gaan; van tevoren overleg over het moment van vertrek; inschakeling van een door [eiser] exclusief aan te wijzen makelaar; betaling van rente over de periode dat zij in het pand verbleven; geen beroep op huur/onderhuur.
- De notariële volmacht is ondanks verplichting niet opgemaakt. Sinds oktober 2025 betalen [gedaagden] de hypotheek niet.
Eiseres vorderingen (gewijzigd ter zitting)
- Primair: veroordeling tot afgifte onherroepelijke volmacht binnen 3 dagen of, primair, toestaan van lijfsdwang ex art. 585 Rv; subsidiair aanstelling van de heer H.A. [eiser] als dwangvertegenwoordiger om namens [gedaagden] te verkopen en te leveren en de notaris te instrueren de koopprijs aan [eiser] te betalen; meer subsidiair invoeging van het vonnis in plaats van toestemming.
- Veroordeling tot volledige medewerking aan [eiser] of door haar aan te wijzen makelaar/notaris (conform randnr. 12 dagvaarding), bij gebreke lijfsdwang of subsidiair dwangsom van €2.500 per dag per onwillige gedaagde (max. €250.000,-, nader beperkt door de voorzieningenrechter).
- Ontruiming binnen twee weken na betekening.
- Machtiging voor [eiser] om bij gebreke ontruiming uitvoering te doen op kosten van gedaagden door deurwaarder (indien nodig politie).
- Proceskosten.
Beoordeling en beslissing — kernpunten
- Spoedeisend belang is aanvaard.
- Aangaande vordering 1: de rechtbank constateert dat partijen de afspraken hebben gemaakt en dat [eiser] als eerste hypotheekhouder gerechtigd is tot verkoop en verhaal op de opbrengst. De gevraagde onherroepelijke volmacht wordt toegewezen: [gedaagden] moeten binnen drie dagen na betekening een onherroepelijke volmacht afgeven die [eiser] bevoegd maakt de woning te verkopen, te leveren en de koopprijs door de notaris aan haar te laten uitkeren.
- Lijfsdwang (art. 585 Rv) wordt primair gevorderd maar afgewezen. Motivering: lijfsdwang is ultimum remedium; onvoldoende aannemelijk dat andere dwangmiddelen ontoereikend zijn (subsidiariteit) en proportionaliteit weegt tegen toewijzing.
- Subsidiair wordt de gevraagde dwangvertegenwoordiging toegewezen: de heer H.A. [eiser] wordt aangewezen om namens [gedaagden] de woning in de verkoop te zetten, een koopovereenkomst te sluiten en, minus makelaar- en notariskosten, de levering te verrichten en de notaris te instrueren tot betaling aan [eiser]. Geen verweer van [gedaagde 1].
- Vordering 2 (medewerking): grotendeels toegewezen conform randnr. 12 (o.a. binnen een week in verkoop zetten bij NVM-makelaar, woning schoon voor foto’s, bezichtigingen binnen 24 uur na aankondiging, opvolging redelijke instructies, minimale biedprijs €630.000,- als grens voor sluiten overeenkomst, directe betaling bij levering). De rechtbank wijst echter twee onderdelen af als te onbepaald: de formulering dat in een koopovereenkomst "geen voor [eiser] nadelige bepalingen" mogen worden opgenomen, en de eis dat [gedaagden] zelf een notaris moeten zoeken die "op korte termijn beschikbaar" is. Omdat lijfsdwang tekortschiet als middel, wordt subsidiair een dwangsom toegewezen: €2.500 per dag per onwillige gedaagde, met een maximum van €100.000,-.
- Vordering 3 (ontruiming): toegewezen binnen twee weken na betekening, maar niet eerder dan 3 oktober 2026, omdat de belangen van [gedaagden] (woningruimte vanaf 3 okt.) zwaarder wegen voor de termijn.
- Vordering 4 (machtiging voor ontruiming door deurwaarder): toegewezen; het verzoek om gebruik van de sterke arm van justitie wordt afgewezen als overbodig (art. 556 lid 1 en art. 557 Rv).
- Proceskosten: [gedaagden] zijn in het ongelijk gesteld en hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €1.811,35 (specificatie: dagvaarding €127,35; griffierecht €735; advocaat €760; nakosten €189) binnen 14 dagen, vermeerderd met €98 en kosten van betekening bij niet-tijdige voldoening; wettelijke rente ex art. 6:119 BW bij te late betaling.
Slot Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders gevorderde is afgewezen. Rechtsgrondslag en relevante wettelijke overwegingen betreffen onder meer de (on)toepasselijkheid van lijfsdwang (art. 585 Rv), executiemogelijkheden uit art. 3:300 BW en rente- en proceskostenbepalingen.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
Kort geding. Vordering medewerking afgeven volmacht. Verkoop en levering woning. Reële executiemiddelen. Lijfsdwang. Dwangvertegenwoordiging. Dwangsom.
Uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/348942 / KG ZA 26-145
Vonnis in kort geding van 8 september 2026
in de zaak van
tegen
1 [gedaagde 1],
te [woonplaats 1], 2. [gedaagde 2], te [woonplaats 2], gedaagde partijen, hierna samen te noemen: ‘[gedaagde 1]’, ‘[gedaagde 2]’ en gezamenlijk ‘[gedaagden]’, advocaat: mr. N.E. Koelemaij.
1 De zaak en het oordeel in het kort
1.1. [eiser] vordert in deze procedure medewerking van [gedaagden] om de verkoop en levering van de woning aan de [adres] te bewerkstelligen. De voorzieningenrechter zal de vorderingen van [eiser] grotendeels toewijzen en zal hierna uitleggen waarom.
2 De procedure
2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 5,
- de aanvullende producties 6 tot en met 10 van [eiser],
- de mondelinge behandeling van 18 augustus 2026, waarbij door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Op de mondelinge behandeling is H.A. [eiser], namens [eiser], verschenen met zijn advocaat mr. B.A. Boer. [gedaagde 1] is zonder advocaat verschenen en heeft ter zitting een volmacht overgelegd om rechtshandelingen te verrichten namens [gedaagde 2].
3 De feiten
3.1. Op 29 maart 2010 heeft [eiser] een (tweede) hypotheek genomen op onder meer het woonhuis van [gedaagden] aan de [adres] (hierna: de woning).
3.2. Op 22 oktober 2025 wenste de eerste hypotheekhouder de woning te veilen omdat [gedaagden] hun verplichtingen tegenover haar niet na kwamen. [eiser] heeft toen onder voorwaarden als tweede hypotheekhouder de schuld van [gedaagden] ingelost, zodat zij in rang opschoof en eerste hypotheekhouder werd. De voorwaarden zijn voorgesteld door de advocaat van [gedaagden] en akkoord bevonden door [eiser], en luidden als volgt:
Een onherroepelijke volmacht af te geven dat zij de woning te [adres] op verzoek van uw cliënte zullen verlaten, welke volmacht tevens strekt tot de bevoegdheid aan uw cliënte om tot levering van het object aan een koper over te gaan; Partijen wel van te voren in overleg treden omtrent het moment van het verlaten van de woning; Uw cliënte – bij uitsluiting – een makelaar inschakelt die tot verkoop van het huis zal overgaan (client overlegt dan wel graag met uw cliënte); De rentevergoeding wordt betaald door cliënten over de periode dat cliënten in het pand zitten (ik begrijp dan dat dit de rentevergoeding is over het lossingsbedrag en bijkomende kosten); Geen beroep te zullen doen op huur, dan wel onderhuur c.a..”
3.3. Op 24 oktober 2025 heeft de advocaat van [eiser] de advocaat van [gedaagden] aangeschreven om de volmachten door een notaris op te laten stellen. Uiteindelijk heeft [gedaagden] de verplichting op zich genomen om de volmacht op te (laten) stellen.
3.4. De volmacht is niet opgemaakt.
3.5. [gedaagden] hebben sinds oktober 2025 de betalingen van de hypotheek achterwege gelaten.
4 Het geschil
4.1.
[eiser] vordert – na wijziging van eis ter zitting – bij voorziening uitvoerbaar bij voorraad:
1. [gedaagden] te veroordelen om binnen drie dagen na het betekenen van het vonnis aan [eiser] een onherroepelijke volmacht af te geven waarmee zij de woning gelegen aan de [adres] (gemeente Hardenberg) kan verkopen en leveren en de koopprijs voor deze woning door de notaris aan haar kan laten uitkeren, bij gebreke waarvan
2. Primair [gedaagden] te veroordelen om alle medewerking aan [eiser] of een door haar aangewezen makelaar en notaris te geven, waaronder nadrukkelijk begrepen het opvolgen van redelijke instructies, een en ander zoals opgesomd onder randnummer 12 van de dagvaarding, waarmee zij de woning gelegen aan de [adres] (gemeente Hardenberg) kan verkopen en vervolgens ook kan leveren, bij gebreke waarvan
4.2. [gedaagde 1] heeft ter zitting geen verweer gevoerd tegen de door [eiser] aangevoerde feiten en evenmin tegen de voorgenomen verkoop van de woning en de vorderingen van [eiser]. Hij wil aan de verkoop meewerken, maar hij wenst door de makelaar op de hoogte te worden gehouden welke personen de woning komen bezichtigen. Daarnaast voert [gedaagde 1] wel verweer tegen de gevorderde ontruimingstermijn van twee weken.
4.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
5 De beoordeling
5.1. [eiser] heeft naar oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk gemaakt dat zijn vordering spoedeisend is, zodat de voorzieningenrechter toekomt aan de inhoudelijke beoordeling van het geschil.
5.2. [eiser] vordert om [gedaagden] te veroordelen tot het afgeven van een onherroepelijke volmacht om de woning te verkopen en leveren en de koopprijs voor deze woning door de notaris aan haar kan laten uitkeren.
5.3. [gedaagde 1] heeft ter zitting erkend dat [eiser] op 29 maart 2010 een hypotheek heeft genomen op onder meer de woning van [gedaagden], dat [eiser] op 22 oktober 2025 de schuld van [gedaagden] heeft ingelost, dat [eiser] eerste hypotheekhouder is geworden en dat partijen de door [eiser] gestelde afspraken hebben gemaakt over de verkoop van de woning. Hieruit volgt dat [eiser] recht heeft om over te gaan tot verkoop van de woning en recht heeft om zich te verhalen op de opbrengst van de woning. De voorzieningenrechter zal [gedaagden] daarom veroordelen om binnen drie werkdagen na het betekenen van dit vonnis aan [eiser] een onherroepelijk volmacht af te geven waarmee zij de woning kan verkopen en leveren en de koopprijs voor deze woning door de notaris aan haar kan laten uitkeren.
5.4. [eiser] vreest dat [gedaagden] niet zal meewerken aan het afgeven van de volmacht. Partijen hebben namelijk al een jaar geleden afspraken gemaakt over de verkoop van de woning, maar tot op heden zijn deze niet door [gedaagden] nagekomen. Om die reden heeft [eiser] diverse vorderingen ingesteld die haar reële executiemogelijkheden op grond van artikel 3:300 van het Burgerlijk Wetboek (BW) moeten geven. Ter zitting heeft [eiser] de volgorde van haar vorderingen gewijzigd. De voorzieningenrechter zal de vorderingen naar die wijziging beoordelen.
5.5. [eiser] vordert primair ex artikel 585 Rv dat lijfsdwang wordt toegestaan.
5.6. De voorzieningenrechter stelt voorop dat lijfsdwang een ultimum remedium is om de schuldenaar te dwingen zijn verplichtingen na te komen, dat kan worden toegewezen als aannemelijk is dat toepassing van alle andere dwangmiddelen onvoldoende uitkomst bieden (subsidiariteit) en dat het belang van de schuldeiser toepassing daarvan rechtvaardigt (proportionaliteit)
5.7. De voorzieningenrechter ziet op dit moment onvoldoende aanknopingspunten om de gevorderde lijfsdwang toe te wijzen. Niet aannemelijk is geworden dat de gevorderde andere dwangmiddelen onvoldoende uitkomst bieden om de verkoop en levering van de woning te bewerkstelligen. De gevorderde lijfsdwang komt daarom niet voor toewijzing in aanmerking.
5.8. [eiser] vordert subsidiair dat de heer [eiser] als dwangvertegenwoordiger wordt aangewezen om de woning namens [gedaagden] in de verkoop te zetten, een koopovereenkomst te sluiten en, minus eventuele kosten makelaar en notaris, te mogen leveren en de notaris te instrueren dat de voor deze levering te ontvangen koopprijs dient te worden betaald aan [eiser].
5.9. De voorzieningenrechter zal de gevorderde dwangvertegenwoordiging toewijzen, nu [gedaagde 1] hiertegen geen bezwaren heeft aangevoerd. Het doel van de gevraagde veroordeling is om de woning te verkopen, te leveren en dat de koopprijs aan [eiser] wordt overgemaakt. De voorzieningenrechter acht dwangvertegenwoordiging onder de gegeven omstandigheden een geschikt middel om dit te bewerkstelligen. Dit geldt temeer nu [eiser] eenzelfde belang heeft als [gedaagden] bij een zo hoog mogelijke verkoopopbrengst van de woning.
5.10. Aan de meer subsidiaire vordering komt de voorzieningenrechter niet toe, omdat het subsidiair gevorderde zal worden toegewezen.
5.11. [eiser] vordert [gedaagden] te veroordelen om alle medewerking aan [eiser] of een door haar aangewezen makelaar en notaris te geven, waaronder nadrukkelijk begrepen het opvolgen van redelijk instructies, een en anders zoals opgesomd onder randnummer 12 van de dagvaarding, waarmee zij de woning kan verkopen en leveren, bij gebreke waarvan primair ex artikel 585 Rv lijfsdwang wordt toegestaan of subsidiair bij gebreke waarvan [gedaagden] per onwillige gedaagde een dwangsom verbeuren. Randnummer 12 van de dagvaarding luidt als volgt:
De woning wordt binnen een termijn van een week na betekening van het vonnis in de verkoop gezet bij een door [eiser] aan te wijzen NVM-makelaar en derhalve dient hiertoe binnen een termijn een overeenkomst van opdracht met de betreffende makelaar te worden gesloten; De woning dient schoon en opgeruimd te zijn voor het maken van foto’s t.b.v. de verkoop en t.b.v. bezichtigingen; Bezichtigingen dienen binnen 24 uur na aankondiging per e-mail plaats te kunnen vinden; Bezichtigingen dienen ongestoord door een makelaar te kunnen worden uitgevoerd; Alle redelijke instructies van de makelaar zullen door [gedaagden] worden opgevolgd; Een koopovereenkomst te sluiten indien de geboden prijs van de woning tenminste € 630.000,- bedraagt; In een koopovereenkomst geen voor [eiser] nadelige bepalingen op te nemen. In de koopovereenkomst dient in ieder geval te staan dat de koopprijs bij levering direct en ineens wordt voldaan. M.b.t. de koopprijs mogen er derhalve geen uitgestelde betalingen en/of andere financieringsconstructies worden overeengekomen; Ten behoeve van de levering van de woning een notaris aan te zoeken en te instrueren die op korte termijn beschikbaar is voor de benodigde werkzaamheden.
5.12. Nu [gedaagden] hiertegen geen verweer hebben gevoerd zal deze vordering worden toegewezen, behoudens de veroordeling om in een koopovereenkomst geen voor [eiser] nadelige bepalingen op te nemen. Deze formulering is te onvoldoende bepaald. Ook de veroordeling van [gedaagden] om ten behoeve van de levering van de woning een notaris aan te zoeken en te instrueren die op korte termijn beschikbaar is voor de benodigde werkzaamheden is niet toewijsbaar. [eiser] heeft immers ook verzocht om [gedaagden] te veroordelen om alle medewerking aan haar of een door haar aangewezen makelaar en notaris te geven. Deze vordering zal onder r.o. 6.2 worden toegewezen.
5.13. De gevorderde lijfsdwang zal door de voorzieningenrechter ook hier worden afgewezen, omdat niet is gebleken dat een dwangsom voor [gedaagden] onvoldoende prikkel is om hun medewerking te verlenen zoals verzocht. Het belang van [eiser] rechtvaardigt daarom geen toepassing van lijfsdwang. Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter daarom de subsidiair gevorderde dwangsom toewijzen. Dat betekent dat [gedaagden] per onwillige gedaagde een dwangsom verbeuren van € 2.500,00 per dag of gedeelte daarvan als zij niet aan deze veroordeling voldoen, tot een maximum van € 100.000,00.
5.14. Ter zitting heeft [gedaagde 1] nog aangegeven dat hij wenst door de makelaar op de hoogte te worden gehouden van de personen die komen bezichtigen en dat hij een aantal personen liever wenst uit te sluiten van bezichtiging. De voorzieningenrechter ziet echter onvoldoende aanleiding om de makelaar dergelijke restricties op te leggen, dat neemt niet weg dat [gedaagde 1] dit verzoek zelf kan doen aan de makelaar.
5.15. [eiser] vordert [gedaagden] te veroordelen tot ontruiming van de woning binnen twee weken na betekening van dit vonnis.
5.16. Ter zitting heeft [gedaagde 1] verweer gevoerd tegen de ontruimingstermijn van twee weken. Verder heeft hij aangevoerd dat hij met ingang van 3 oktober 2026 beschikt over nieuwe woonruimte en in ieder geval tot deze datum de tijd wil om de woning te ontruimen. De voorzieningenrechter zal ontruiming daarom toewijzen binnen twee weken na betekening van dit vonnis, maar niet eerder dan 3 oktober 2026, omdat de belangen van [gedaagden] zwaarder wegen dan de belangen van [eiser] bij een eerdere overdracht van de woning.
5.17. De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf op kosten van gedaagde te doen uitvoeren door de deurwaarder, kan worden toegewezen. De vordering om dit met behulp van de sterke arm van justitie te doen, zal worden afgewezen, omdat dit ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Rv overbodig is.
5.18.
[gedaagden] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
5.19. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5.20. De veroordeling van de proceskosten wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij.
5.21. [eiser] heeft ook gevorderd dat dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Gelet op het belang van [eiser] dat de verkoop van de woning zo spoedig mogelijk zal plaatsvinden, zal de voorzieningenrechter het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
6 De beslissing
De voorzieningenrechter
6.1. veroordeelt [gedaagden] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis aan [eiser] een onherroepelijke volmacht af te geven waarmee zij de woning gelegen aan de [adres] (gemeente Hardenberg) kan verkopen en leveren en de koopprijs voor deze woning door de notaris aan haar kan laten uitkeren, bij gebreke waarvan de heer [eiser], bestuurder van [eiser], als dwangvertegenwoordiger zal worden aangewezen om de woning gelegen aan de [adres] (gemeente Hardenberg) namens [eiser] in de verkoop te zetten, een koopovereenkomst te sluiten en, minus eventuele kosten makelaar en notaris, te mogen leveren en de notaris te instrueren dat de voor deze levering te ontvangen koopprijs dient te worden betaald aan [eiser],
6.2. veroordeelt [gedaagden] om alle medewerking aan [eiser] of een door haar aangewezen makelaar en notaris te geven, waaronder nadrukkelijk begrepen het opvolgen van redelijk instructie – een en ander zoals opgesomd onder randnummer 12 van de dagvaarding met uitzondering van de bepalingen om i) in een koopovereenkomst geen voor [eiser] nadelige bepalingen op te nemen en ii) ten behoeve van de levering van de woning een notaris aan te zoeken en te instrueren, zoals is geoordeeld in r.o. 5.12 – waarmee zij de woning gelegen aan de [adres] (gemeente Hardenberg) kan verkopen en vervolgens ook kan leveren, bij gebreke waarvan [gedaagden] per onwillige gedaagde een dwangsom verbeuren van € 2.500,00 per dag, een ingegane dag te rekenen als een gehele dag, met een maximum van € 100.000,00,
6.3. veroordeelt [gedaagden] om voormelde woning gelegen aan de [adres] (gemeente Hardenberg) met de hunnen en met het hunne te verlaten en te ontruimen binnen twee weken na betekening van dit vonnis, maar niet eerder dan 3 oktober 2026, met afgifte van de sleutels en die ter vrije beschikking van [eiser] te stellen,
6.4. indien [gedaagden] in gebreke blijven om de woning te ontruimen: machtigt [eiser] om op kosten van [gedaagden] door inschakeling van de deurwaarder de tenuitvoerlegging van deze beslissing onder 6.3 te bewerkstelligen,
6.5. veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, des de een betalend de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten van € 1.811,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
6.6. veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, des de een betalend de ander zal zijn bevrijd, tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.7. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.8. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.N. Bartels en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026. (jjm)