ECLI:NL:RBNHO:2026:12055 Rechtbank Noord-Holland , 16-07-2026 / K/4104/11735272
Samenvatting
Rechtbank Noord-Holland, kantonrechter te Zaanstad (mr. H. Bruin), 16 juli 2026 — zaaknr. 11735272/CV EXPL 25-1651. Partijen: [eiseres] (eisende partij, gemachtigde M.S.L.M. Knops) versus [gedaagde] (gedaagde partij, gemachtigde C.J.M. Degeling).
Feiten en procedure
- [eiseres] liet op 22 oktober 2022 dakwerkzaamheden uitvoeren door [gedaagde] op het hoge dak en het lagere uitbouwdak; offerte d.d. 21 mei 2022, prijs €2.904 incl. btw. [gedaagde] gaf op de uitvoeringsdatum een schriftelijke garantie voor tien jaar op lekkages door materialen of aanleg.
- Kort na uitvoering ontstonden lekkages: december 2022 een terugkerende lekkage op dezelfde plaats; december 2023 een lekkage bij de achtergevel (hoek woningscheidende muur nr. 23). [eiseres] verzocht herhaaldelijk (vanaf 7-12-2023) herstel; [gedaagde] reageerde niet.
- EBN (expert) inspecteerde op 1-10-2024; rapport 14-11-2024 concludeerde dat [gedaagde] de werkzaamheden onvoldoende had uitgevoerd en [eiseres] had moeten adviseren om dakdoorvoeren en daklood te vervangen. Tijdens de mondelinge behandeling (19-6-2026) was [gedaagde] niet aanwezig ondanks mogelijkheid tot Teams of vertegenwoordiging.
Kern van het geschil
- [eiseres] vorderde verklaring voor recht van tekortschieten en schadevergoeding: herstelkosten (oorspronkelijk offerte Dakdekker Van Leeuwen voor volledige vervanging €7.215,53), buitengerechtelijke kosten, deskundigenkosten, gevolgschade en proceskosten.
- [gedaagde] stelde dat lekkage was veroorzaakt door werkzaamheden van buren of door condensatie bij dakdoorvoeren en dat de werkzaamheden conform offerte waren uitgevoerd.
Beoordeling en redenering
- De kantonrechter kwalificeert de overeenkomst als aanneming door een professionele dakdekker: verplichting tot werken "naar eisen van goed en deugdelijk werk" en plicht tot adequaat adviseren.
- De garantie en doelstelling van opdracht gaven [eiseres] de gerechtvaardigde verwachting dat het dak waterdicht zou zijn en niet snel opnieuw zou lekken. Bij tekortkoming is [gedaagde] aansprakelijk (art. 6:74 BW).
- Het EBN-rapport gaf concreet bewijs: twee lekkages vastgesteld (actieve lekkage rond een dakdoorvoer; eerdere lekkage achtergevel), slordige randafwerking op het hoge dak, stroken op het lage dak niet over de opstand aangebracht, en het nalaten de dakdoorvoeren en het daklood te vervangen/adviseren. EBN waarschuwde dat niet-geconstateerde problemen een kwestie van tijd zijn.
- Verweer dat zonnepanelen of burenwerkzaamheden oorzaak zouden zijn, faalt: zonnepanelen niet oorzaak (niet weersproken) en de werkzaamheden bij de buren startten pas ná de december 2023 lekkage; bewijs voor burenoorzaak ontbreekt.
- Verweer dat condensatie de actieve lekkage verklaart wordt verworpen: getuigenverklaring van [eiseres] (regen dringt binnen bij bepaalde windrichting) en EBN’s oordeel dat dakdoorvoeren hadden moeten worden vernieuwd ondersteunen causatie door gebrekkige uitvoering/advies.
- Conclusie: [gedaagde] is tekortgeschoten in zowel uitvoering als advies- en waarschuwingsplicht.
Geldelijke beslissing
- Toewijzing van vorderingen tot betaling binnen 14 dagen:
- herstelkosten €2.634,79 (op basis EBN-ramingen; rechter veroordeelt niet tot volledige vervanging zoals in Van Leeuwen-offerte omdat herstel mogelijk is), met wettelijke rente vanaf 2 mei 2024;
- gevolgschade €500,-;
- deskundigenkosten (EBN) €1.149,50;
- buitengerechtelijke kosten €553,43 (op basis wettelijke tarieven);
- Proceskosten voor [eiseres] €1.270,02 (inclusief nakosten), te vermeerderen met rente indien niet tijdig betaald;
- Vonnis uitvoerbaar bij voorraad; verder of meer gevorderde wordt afgewezen.
Samengevat: de kantonrechter acht de aannemer ([gedaagde]) in gebreke gebleven in uitvoering en advisering, legt aansprakelijkheid vast en veroordeelt haar tot vergoeding van herstelkosten, gevolgschade, deskundigen- en buitengerechtelijke kosten en proceskosten, met bijbehorende wettelijke rente.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
In deze zaak vordert eiseres schadevergoeding van de aannemer die werkzaamheden heeft verricht aan het dak van haar woning. De kantonrechter wijst de vordering gedeeltelijk toe. De aannemer heeft de werkzaamheden namelijk niet goed uitgevoerd, waardoor lekkages zijn ontstaan bij het dak. Ook heeft de aannemer niet goed geadviseerd welke werkzaamheden nodig waren. De aannemer moet daarom de kosten betalen van het herstellen van het dak.
Uitspraak
Civiel recht Kantonrechter
Zittingsplaats Zaanstad
Zaaknummer: 11735272 \ CV EXPL 25-1651
Vonnis van 16 juli 2026
in de zaak van
tegen
De zaak in het kort
In deze zaak vordert eiseres schadevergoeding van de aannemer die werkzaamheden heeft verricht aan het dak van haar woning. De kantonrechter wijst de vordering gedeeltelijk toe. De aannemer heeft de werkzaamheden namelijk niet goed uitgevoerd, waardoor lekkages zijn ontstaan bij het dak. Ook heeft de aannemer niet goed geadviseerd welke werkzaamheden nodig waren. De aannemer moet daarom de kosten betalen van het herstellen van het dak.
1 De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 14;
- het schriftelijk verweer van [gedaagde] ;
- het tussenvonnis van 11 september 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 19 juni 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
1.2. De mondelinge behandeling is eerst gepland op 29 januari 2026. Op 23 januari 2026 heeft de echtgenote van [gedaagde] medegedeeld dat hij niet aanwezig kon zijn bij de zitting, om medische redenen. De zitting is daarom uitgesteld. De zitting is vervolgens opnieuw gepland op 19 juni 2026 (waarbij rekening is gehouden met de verhinderdata van beide partijen). Deze datum is op 13 februari 2026 aan partijen medegedeeld. Kort voor de zitting, op 16 juni 2026, heeft de echtgenote van [gedaagde] opnieuw medegedeeld dat hij niet op de zitting kon verschijnen, om dezelfde redenen als vermeld in de e-mail van 23 januari 2026, zonder daarbij een onderbouwing te geven. De kantonrechter heeft daarop beslist dat de zitting doorgang zal vinden. Daarbij is erop gewezen dat [gedaagde] via een Teams-verbinding kon deelnemen aan de zitting of zich kon laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. De echtgenote van [gedaagde] heeft aangekondigd dat hij daarvan geen gebruik maakt en heeft opnieuw om uitstel gevraagd. De griffier heeft aan de echtgenote van [gedaagde] medegedeeld dat niet wordt teruggekomen op de beslissing om de zitting doorgang te laten vinden. [gedaagde] was niet bij die zitting aanwezig.
2 De feiten
2.1. [eiseres] woont in een woning aan de [adres] in [woonplaats] .
2.2. Op 21 mei 2022 heeft [gedaagde] aan [eiseres] een offerte gestuurd voor dakbedekkingswerkzaamheden op het bovendak van de woning van [eiseres] en op het (lager gelegen) dak van de uitbouw van die woning, voor € 2.904,- inclusief btw. De werkzaamheden bestonden uit het aanbrengen van een toplaag van gebitumineerde polyestermat volgens de brandmethode, en het aanbrengen van een randafwerking.
2.3. [gedaagde] heeft de werkzaamheden op 22 oktober 2022 verricht. Zij heeft op diezelfde dag een schriftelijke garantie verstrekt aan [eiseres] . Daarin is (kort gezegd) vermeld dat alle lekkages die gedurende een periode van tien jaar ontstaan door de kwaliteit van het materiaal of omdat het materiaal niet goed is aangebracht, worden hersteld.
2.4. In december 2022 heeft [eiseres] geconstateerd dat een nieuwe lekkage is ontstaan op dezelfde plaats waar eerder een lekkage was geweest. [gedaagde] heeft de spouwmuur aan de voorzijde van de woning dichtgemaakt. In december 2023 is er vervolgens een lekkage ontstaan bij de achtergevel van de woning van [eiseres] , op de hoek met de woningscheidende muur met huisnummer 23.
2.5. [eiseres] heeft vanaf 7 december 2023 in verschillende brieven [gedaagde] verzocht de problemen binnen twee weken te verhelpen en [gedaagde] aansprakelijk gesteld. [gedaagde] heeft op die brieven niet gereageerd.
2.6. [eiseres] heeft op 19 februari 2024 een offerte gekregen van Dakdekker Van Leeuwen van € 7.215,52, voor het vervangen van de dakbedekking op haar woning.
2.7. Op 1 oktober 2024 heeft Expertise Bureau Noord (hierna: EBN) in opdracht van [eiseres] een inspectie gedaan van de woning. [gedaagde] was hierbij aanwezig. EBN heeft op 14 november 2024 een rapport uitgebracht, waarin EBN (samengevat) tot de conclusie komt dat [gedaagde] de dakdekwerkzaamheden niet goed heeft uitgevoerd en [gedaagde] [eiseres] ten onrechte niet heeft geadviseerd om de dakdoorvoeren en het daklood te vervangen.
3 Het geschil
3.1. [eiseres] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
- voor recht verklaart dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting jegens [eiseres] en aansprakelijk is voor de schade die [eiseres] heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van de tekortkoming van [gedaagde] ;
- [gedaagde] veroordeelt tot betaling, binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis, van:
- de herstelkosten van € 7.215,53, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- de buitengerechtelijke kosten van € 890,29;
- de deskundigenkosten van € 1.149,50;
- de gevolgschade van € 500,-;
een en ander met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, waaronder de nakosten en te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2. [eiseres] voert het volgende aan. [gedaagde] is te kort is geschoten in haar zorgplicht om de werkzaamheden naar eisen van goed vakmanschap uit te voeren. Er zijn vlak na de werkzaamheden lekkages ontstaan. Verschillende professionele partijen hebben geconcludeerd dat [gedaagde] de werkzaamheden onjuist en onzorgvuldig heeft uitgevoerd. Ook is [eiseres] niet juist geadviseerd door [gedaagde] .
3.3. [gedaagde] voert daartegen het volgende aan. De lekkage is ontstaan tijdens het plaatsen van de opbouw op het lage dak bij de buren van [eiseres] . EBN heeft op het dak van [eiseres] geen aanwijzingen gevonden waaruit een eventuele lekkage zou kunnen ontstaan, maar alleen een inwendige condensatie in de ontluchting van het luchtbehandelingssysteem. De bewering dat de dakdoorvoeren en het daklood vervangen hadden moeten worden, is onjuist. De werkzaamheden zijn conform de offerte uitgevoerd.
3.4. Op de stellingen van partijen gaat de kantonrechter, voor zover van belang, hierna nader in.
4 De beoordeling
4.1. Partijen hebben een overeenkomst gesloten voor het uitvoeren van dakdekwerkzaamheden. [gedaagde] moet als professioneel aannemer die werkzaamheden naar de eisen van goed en deugdelijk werk uitvoeren. Dat betekent dat [gedaagde] werk moet leveren dat functioneel en bruikbaar is, ook als dat niet in offerte staat.
4.2.
[eiseres] heeft [gedaagde] ingeschakeld om bestaande lekkages te verhelpen. [gedaagde] heeft bovendien een garantie gegeven voor tien jaar. [eiseres] mocht daarom verwachten dat na de werkzaamheden van [gedaagde] de dakbedekking waterdicht zou zijn en dat er niet op korte termijn nieuwe lekkages zouden ontstaan. Als [gedaagde] niet aan deze verplichtingen heeft voldaan en [eiseres] daardoor schade heeft geleden, moet [gedaagde] die schade vergoeden.
4.3. De kantonrechter is van oordeel dat uit het rapport van EBN blijkt dat [gedaagde] niet aan haar verplichtingen heeft voldaan. Er zijn twee lekkages vastgesteld bij het hoge dak van de woning van [eiseres] : één actieve lekkage rondom een dakdoorvoer en één verholpen lekkage bij de achtergevel (op de hoek met de woningscheidende muur met huisnummer 23). EBN heeft onder meer geconstateerd dat [gedaagde] de dakdoorvoeren ten onrechte niet heeft vervangen en dat de randafwerking op het hoge dak door [gedaagde] “
4.4. [gedaagde] heeft hiertegen verschillende verweren gevoerd, die hieronder per onderwerp zullen worden besproken.
4.5. Vlak nadat [gedaagde] haar werkzaamheden had verricht, zijn op het hoge dak van de woning van [eiseres] zonnepanelen geplaatst. EBN is tot de conclusie gekomen dat (het plaatsen van) de zonnepanelen niet de oorzaak zijn van de lekkages. [gedaagde] heeft daar niets tegen in gebracht. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat de zonnepanelen de problemen niet hebben veroorzaakt.
4.6. Volgens [gedaagde] is de lekkage ontstaan door de werkzaamheden bij de buren van [eiseres] . Zij hebben op hun lage dak een dakopbouw gemaakt. Daarbij is volgens [gedaagde] een nieuwe hemelwaterafvoer door de gevel geboord en is de dakbedekking van de woning van [eiseres] deels (tot op het beton) verwijderd en aangepast. Daarbij zijn bovendien sterk afwijkende materialen gebruikt, stelt [gedaagde] .
4.7. [gedaagde] krijgt hierin geen gelijk. [eiseres] heeft namelijk tijdens de zitting toegelicht dat de lekkage bij de achtergevel (op de hoek met de muur woningscheidende muur van nummer 23) al in december 2023 is ontstaan. Op dat moment waren de werkzaamheden bij de buren nog niet gestart, maar waren zij nog op zoek naar een aannemer. De feitelijke werkzaamheden bij de buren zijn pas in 2024 gestart, dus ná het ontstaan van de lekkage. [gedaagde] heeft dat niet weersproken, omdat zij niet op de zitting is verschenen. Ook uit het rapport van EBN (dat is gebaseerd op de inspectie door EBN, waarbij [gedaagde] wél aanwezig was) blijkt niet dat de lekkage is veroorzaakt door de werkzaamheden bij de buren. Integendeel: de oorzaak van de lekkage is juist weggenomen door de werkzaamheden bij de buren, omdat toen een extra strook dakbedekking is aangebracht boven de lekkage. De kantonrechter gaat er dus vanuit dat de lekkage bij de achtergevel niet is veroorzaakt door de werkzaamheden bij de buren.
4.8. [gedaagde] voert over de randafwerking aan dat EBN geen vocht in de plafonds en wanden heeft gemeten. Verder betoogt [gedaagde] dat zij wel degelijk een nieuwe daktrim heeft aangebracht op het hoge dak. Ook ontkent [gedaagde] dat zij de (op een foto zichtbare) “behandeling (met schroevendraaier)” op het lage dak heeft uitgevoerd. De foto van de randafwerking van het lage dak is volgens [gedaagde] niet van de woning van [eiseres] .
4.9. Over de randafwerking bij het lage dak heeft EBN vermeld dat [gedaagde] tijdens de inspectie heeft erkend dat de stroken niet tot over de opstand zijn aangelegd. [gedaagde] heeft in deze procedure geen ander standpunt ingenomen. Om die reden gaat de kantonrechter er van uit dat de randafwerking op het lage dak inderdaad te kort is. De foto van de randafwerking in het rapport van EBN, waartegen [gedaagde] bezwaar maakt, kan daarom buiten beschouwing blijven. Dat geldt ook voor de foto met de schroevendraaier, omdat [eiseres] daarvoor geen herstelkosten vordert.
4.10. Voor het hoge dak geldt dat de kantonrechter niet kan vaststellen dat [gedaagde] de daktrim niet heeft vervangen. Het rapport van EBN geeft daarover geen duidelijke informatie. Wel heeft EBN duidelijk opgeschreven dat de aansluiting van de daktrim op het hoge dak zeer slordig is uitgevoerd. [gedaagde] heeft daartegen niets aangevoerd, zodat dit vaststaat.
4.11. Dat deze door EBN geconstateerde problemen met de randafwerking volgens [gedaagde] niet tot lekkages hebben geleid, vindt de kantonrechter geen overtuigend argument. Daarmee gaat [gedaagde] er aan voorbij dat EBN wel degelijk lekkagesporen heeft gezien bij de randafwerking van het hoge dak, namelijk van de (niet meer actieve) lekkage bij de achtergevel (op de hoek met de woningscheidende muur met huisnummer 23). Die lekkage is inmiddels verholpen, maar de randafwerking van het hoge dak is nog niet hersteld. Dat de problemen met de randafwerking op het hoge en lage dak nog niet hebben geleid tot andere lekkages, betekent bovendien niet dat het werk dus goed is gedaan. EBN heeft namelijk ook opgeschreven dat het een kwestie van tijd is voordat dit tot (meer) lekkages gaat leiden. De dakbedekking voldoet daarom niet aan de eisen van goed en deugdelijk werk.
4.12. [gedaagde] moet daarom de kosten van het herstellen van de randafwerking van het hoge en het lage dak aan [eiseres] betalen. Daarbij gaat de kantonrechter niet uit van de offerte van Dakdekker Van Leeuwen, omdat Van Leeuwen een offerte heeft gemaakt voor het volledig vervangen van de dakbedekking. Uit het EBN-rapport volgt (juist) dat dat niet nodig is, omdat herstel van de bestaande dakbedekking mogelijk is. EBN raamt de kosten van het herstellen van de randafwerking voor het hoge dak op € 492,- en het lage dak op € 411,50, dus in totaal € 903,50 exclusief btw, dus € 1.093,24 inclusief 21% btw. Dat bedrag moet [gedaagde] dus betalen aan [eiseres] .
4.13. [gedaagde] voert aan dat uit het rapport van EBN blijkt dat de actieve lekkage bij de dakdoorvoer in het hoge dak is veroorzaakt door condensatie en dus niet door een fout van [gedaagde] . Volgens [gedaagde] heeft EBN aan de buitenzijde van de dakdoorvoer geen aanwijzingen gevonden voor de oorzaak van de lekkage.
4.14. [eiseres] heeft tijdens de zitting concreet toegelicht dat de regen bij de dakdoorvoer naar binnen sijpelt, bij wind vanuit een bepaalde windrichting. Dat wijst er op dat sprake van een lekkage en niet (alleen) van condensatie. Dit komt overeen met de bevindingen van EBN. EBN heeft in het rapport namelijk ook vermeld dat bij de renovatie van het dak, de dakdoorvoeren hadden moeten worden vernieuwd, om een goede hechting te waarborgen. Omdat dat niet is gebeurd, kan water tussen de dakdoorvoer en de dakbedekking komen, zoals blijkbaar gebeurt bij het dak van [eiseres] .
4.15. [gedaagde] stelt zich verder op het standpunt dat het vervangen van de dakdoorvoeren niet is opgenomen in haar offerte. Ook dat argument van [gedaagde] slaagt niet. [gedaagde] moest er voor zorgen dat het dak van [eiseres] waterdicht zou zijn. [gedaagde] had daarom [eiseres] moeten adviseren om dakdoorvoeren te laten vervangen, of had ten minste moeten waarschuwen dat het niet vervangen van de dakdoorvoeren tot problemen kan leiden. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan. [eiseres] mocht verwachten dat [gedaagde] voor de afgesproken aanneemsom zou zorgen voor een waterdichte dakbedekking. [gedaagde] moet daarom de kosten van het vervangen van de dakdoorvoeren betalen.
4.16. [eiseres] beroept zich op de offerte van Dakdekker Van Leeuwen. Daarin zijn geen kosten opgenomen voor het vervangen van de dakdoorvoeren. In de raming van EBN zijn die kosten wel berekend. Het gaat om € 447,50 exclusief btw, dus € 541,48 inclusief 21% btw. Dat bedrag moet [gedaagde] dus betalen aan [eiseres] .
4.17. [gedaagde] heeft aangevoerd dat het vervangen van het daklood van het lage dak geen onderdeel uitmaakte van de overeenkomst met [eiseres] . De kantonrechter is van oordeel dat ook hiervoor geldt, dat [gedaagde] [eiseres] had moeten adviseren deze werkzaamheden te laten verrichten. Omdat het lood niet is vervangen, kunnen er volgens EBN namelijk op korte termijn nieuwe lekkages ontstaan. [eiseres] heeft toegelicht dat zij bereid zou zijn geweest om een hogere aanneemsom te betalen voor het vervangen van het lood, als [gedaagde] haar zou hebben gewaarschuwd dat dat nodig was. Omdat [eiseres] mocht verwachten dat [gedaagde] (voor de afgesproken aanneemsom) ervoor zou zorgen dat de dakbedekking niet (meer) zou lekken, moet [gedaagde] de kosten voor het vervangen van het lood ook aan [eiseres] vergoeden.
4.18. Als [gedaagde] [eiseres] zou hebben geadviseerd om het daklood te vervangen, zou [gedaagde] dat hebben gedaan tegelijk met de andere werkzaamheden. Dat is goedkoper dan wanneer die werkzaamheden nu als losse werkzaamheden door een derde moeten worden uitgevoerd. De kantonrechter sluit daarom aan bij de offerte van Dakdekker Van Leeuwen, omdat Van Leeuwen die de kosten heeft geoffreerd als onderdeel van andere dakwerkzaamheden. Van Leeuwen rekent hiervoor een bedrag van € 826,50 exclusief btw, dus € 1.000,07 inclusief 21% btw. [gedaagde] moet daarom die kosten betalen.
4.19. In het EBN-rapport staat dat sprake is van lekkageschade in de woning van [eiseres] bij de dakdoorvoer en bij de achtergevel (op de hoek met de woningscheidende muur met huisnummer 23). Uit het voorgaande volgt dat die beide lekkages zijn veroorzaakt doordat [gedaagde] de werkzaamheden niet goed heeft uitgevoerd. [gedaagde] moet daarom ook de kosten vergoeden van het herstellen van de lekkageschade. [eiseres] heeft die kosten geschat op € 500,-. De kantonrechter vindt die schatting niet te hoog, omdat EBN een hoger bedrag raamt. [gedaagde] moet dus het door [eiseres] geschatte bedrag van € 500,- betalen.
4.20. De conclusie van het voorgaande is dat [gedaagde] niet aan haar verplichtingen heeft voldaan en daarom de herstelkosten van € 2.634,79
4.21. Omdat [gedaagde] aansprakelijk is, moet zij ook de kosten van het rapport van EBN betalen aan [eiseres] .
4.22. [eiseres] vordert daarnaast vergoeding van de buitengerechtelijke kosten. Zij heeft voldoende toegelicht dat zij kosten heeft gemaakt voor buitengerechtelijke werkzaamheden. De kantonrechter bepaalt de vergoeding op basis van de wettelijke tarieven op € 553,43.
4.23. [gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- dagvaarding € 149,02
- griffierecht € 257,00
- salaris gemachtigde € 720,00 (2 punten x tarief € 360,00)
- nakosten €
144,00 Totaal € 1.270,02
4.24. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5 De beslissing
De kantonrechter
5.1. verklaart voor recht dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting jegens [eiseres] en aansprakelijk is voor de schade die [eiseres] heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van de tekortkoming van [gedaagde] ;
5.2. veroordeelt [gedaagde] tot betaling, binnen veertien dagen na vandaag, van:
- de herstelkosten van € 2.634,79, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2024 tot de dag van volledige betaling;
- de gevolgschade van € 500,-;
- de deskundigenkosten van € 1.149,50;
- de buitengerechtelijke kosten van € 553,43;
5.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.270,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen,
5.4. veroordeelt [gedaagde] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.6. wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. Bruin en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026.