Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2026:5679

ECLI:NL:RBMNE:2026:5679 Rechtbank Midden-Nederland , 21-07-2026 / C/16/614554 / JL RK 26-436
Civiel recht > Personen- en familierecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

Rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad (zaaknr. C/16/614554 / JL RK 26-436) behandelde op 21 juli 2026 een beschikking van de kinderrechter inzake een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] (geb. 2013). Partijen: William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (de gecertificeerde instelling, GI); de moeder ([de moeder]), bijgestaan door mr. E. Lucas. De beslissing is openbaar uitgesproken door mr. M.M. Janssen‑Witteveen; griffier mr. J. Mather. De zitting vond plaats met gesloten deuren; de moeder was niet aanwezig maar liet zich door haar advocaat vertegenwoordigen. [Minderjarige] is gehoord maar gaf geen mening.

Procedurele voorgeschiedenis

  • Bij beschikking van 29 juli 2025 is [minderjarige] onder toezicht gesteld (tot 18 augustus 2026) en is een machtiging afgegeven om haar dag en nacht in een gezinshuis te plaatsen tot die datum.
  • Bij beschikking van 10 juli 2026 verleende de kinderrechter een spoedmachtiging om [minderjarige] met ingang van 10 juli 2026 tot 24 juli 2026 in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te plaatsen; het vervolgverzoek (plaatsing 24 juli–7 aug 2026 en aansluitend een reguliere machtiging voor plaatsing in een accommodatie tot einde OTS op 18 aug 2026) werd aangehouden.

Feiten en standpunten

  • [Minderjarige] verblijft momenteel in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.
  • De GI heeft een nieuw gezinshuis in [plaats] gevonden; [minderjarige] maakte kennis en reageerde goed. Zij staat gepland te verhuizen per 24 juli 2026. De GI heeft haar aangemeld bij de gedragswetenschapper van het nieuwe gezinshuis voor diagnostisch onderzoek.
  • De zuster van [minderjarige], die eerder in hetzelfde gezinshuis woonde, verblijft nu bij (de ouders van) een vriendin; dat gezin is beoordeeld als veilig en er loopt een pleegzorgscreening. Mocht die screening negatief uitvallen, wordt een plek vrijgehouden in het nieuwe gezinshuis zodat de zussen contact kunnen blijven houden of kunnen logeren.
  • De moeder erkent dat zij momenteel niet voor beide dochters kan zorgen; zij hecht eraan dat zustercontact en bezoeken aan moeder (voor zover haar gezondheid dat toelaat) mogelijk blijven en benadrukt dat de aangekondigde diagnostiek voor [minderjarige] niet mag worden vergeten.

Beoordeling en rechtsgevolg

  • De kinderrechter handhaaft de reeds toegekende spoedmachtiging van 10 juli 2026 (plaatsing 10–24 juli 2026 in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder).
  • Het aangehouden vervolgverzoek wordt afgewezen. De motivering: op 24 juli 2026 verhuist [minderjarige] van de huidige groepsaccommodatie naar een gezinshuis dat aansluit bij haar behoeften; de eerdere machtiging uit 29 juli 2025 voor plaatsing in een gezinshuis loopt nog door tot 18 augustus 2026 en is niet vervallen door de beschikking van 10 juli 2026. Gegeven die voortzetting van de geldige gezinshuismachtiging is een verdere machtiging voor plaatsing in een jeugdhulpaccommodatie na 24 juli niet noodzakelijk. De rechtbank benadrukt dat het in het belang van [minderjarige] is dat contact met haar zus en moeder wordt onderhouden en dat de GI zich hiervoor moet blijven inspannen. Ook is relevant dat diagnostisch onderzoek is gepland/ingemeld.

Uitspraak

  • Vaststelling dat de machtiging tot uithuisplaatsing in een gezinshuis voortduurt tot 18 augustus 2026.
  • Afwijzing van het aangehouden deel van het verzoek (nadere machtiging voor plaatsing in een jeugdhulpaccommodatie na 24 juli 2026).

De beslissing is uitgesproken op 21 juli 2026 en op schrift gesteld op 27 juli 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden (binnen drie maanden; een advocaat is vereist).

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:RBNHO:2026:9120
Civiel recht > Personen- en familierecht
21-07-2026 91% soortgelijk
Rechtbank Noord-Holland (Fam. en Jeugdrecht, locatie Alkmaar), zaaknr. C/15/380397 / JU RK 26-1139, uitspraak 21 juli 2026. Partijen - Gecertificeerde instelling (GI): William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, Amsterdam. - Betrokken minderjarige:...
ECLI:NL:RBMNE:2026:6324
Civiel recht > Personen- en familierecht
15-09-2026 91% soortgelijk
Zaak C/16/616355 — kort geding (kinderrechter, RECHTBANK MIDDEN‑NEDERLAND, locatie Lelystad). Partijen: William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (gecertificeerde instelling, GI) als verzoeker; [minderjarige] (geboren 2011) als belanghebbende; [de moeder] (houder van ouderlijk...
ECLI:NL:RBZWB:2026:4509
Civiel recht > Personen- en familierecht
24-05-2026 91% soortgelijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda (krt. mr. Phillips, griffier Baremans) heeft op 23 april 2026 een nadere beschikking gegeven in twee samen behandelde zaken (C/02/440873 / JE RK 25-1856 en C/02/446953 / JE...
ECLI:NL:RBNHO:2026:7974
Civiel recht > Personen- en familierecht
01-07-2026 91% soortgelijk
De kinderrechter van de Rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar (zaaknr. C/15/379610 / JU RK 26-994; beslissing uitgesproken 30 juni 2026, schriftelijk 1 juli 2026; mr. E.G. van Roest, griffier M.P. van Driel) heeft...
ECLI:NL:RBZWB:2026:2857
Civiel recht > Personen- en familierecht
12-04-2026 90% soortgelijk
Rechtbank Zeeland‑West‑Brabant (Fam. & Jeugdrecht), zaaknr. C/02/445638 / JE RK 26‑361, uitspraak 12 maart 2026 (mondeling uitgesproken; schriftelijk 25 maart 2026). Kinderrechter: mr. Van Triest; griffier Van Dijke. Partijen - Gecertificeerde instelling...

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing resterende deel van een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Mj verhuist naar een gezinshuis. Oorspronkelijke machtiging tot uithuisplaatsing in een gezinshuis loopt nog en is hiervoor afdoende.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Lelystad

Zaaknummer: C/16/614554 / JL RK 26-436 Datum uitspraak: 21 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, gevestigd in Amsterdam, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. E. Lucas.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1. De kinderrechter heeft bij beschikking van 10 juli 2026 een machtiging verleend om [minderjarige] met spoed uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 10 juli 2026 tot 24 juli 2026. Ook heeft zij de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden. De kinderrechter moet nog beslissen op dit deel van het verzoek, te weten een machtiging om [minderjarige] met spoed uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 24 juli 2026 tot 7 augustus 2026 en aansluitend een (reguliere) machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 18 augustus 2026.

1.2. Hierna heeft de kinderrechter geen verdere stukken meer ontvangen.

1.3. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • de advocaat van de moeder;
  • [A.] namens de GI. De moeder heeft haar advocaat laten weten dat het haar niet lukt om bij de zitting te zijn.

1.4. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om haar mening te geven.

1.5. Voor het eerdere verloop van de procedure verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 10 juli 2026.

2 De feiten

2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

2.2. [minderjarige] verblijft op dit moment in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.

2.3. De kinderrechter heeft bij beschikking van 29 juli 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 18 augustus 2026.

2.4. De kinderrechter heeft bij diezelfde beschikking van 29 juli 2025 de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gezinshuis tot 18 augustus 2026.

3 De standpunten

De GI

3.1. De GI heeft verteld dat er voor [minderjarige] inmiddels een nieuw gezinshuis is gevonden in [plaats] . Tijdens het bezoek aan dit gezinshuis reageerde zij hier goed op. [minderjarige] zal daarom aankomende vrijdag, 24 juli 2026, verhuizen naar dit gezinshuis. De zus van [minderjarige] , die samen met haar in het oorspronkelijke gezinshuis woonde, verblijft inmiddels bij (de ouders van) een vriendin. Dit gezin is beoordeeld als een veilige plek en er wordt inmiddels een pleegzorgscreening uitgevoerd. Mocht deze screening toch uitlopen op een negatief resultaat, dan wordt er een plek vrijgehouden in het nieuwe gezinshuis waar [minderjarige] naar toe zal gaan. In zowel het pleeggezin als in het gezinshuis is het mogelijk dat de zussen bij elkaar langs komen of logeren, zodat het onderlinge contact gewaarborgd blijft.

De moeder

3.2. Namens de moeder is verteld dat zij zich realiseert dat zij op dit moment niet voor [minderjarige] – en haar zus – kan zorgen en dat er een goede plek gevonden moet worden waar zij kunnen wonen. Hierbij is het belangrijk dat de zussen onderling goed contact kunnen hebben en dat zij bij de moeder op bezoek kunnen komen – voor zover de gezondheidssituatie van de moeder dat toelaat. Tot slot is benadrukt dat het belangrijk is om het uitvoeren van de al een tijd aangekondigde diagnostiek voor [minderjarige] niet te vergeten.

4 De beoordeling

4.1. De kinderrechter heeft partijen gehoord over het al toegewezen spoedverzoek om [minderjarige] te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder en laat de beschikking van de rechtbank van 10 juli 2026 in stand. De kinderrechter zal het aangehouden deel van het verzoek afwijzen en legt hieronder uit waarom zij deze beslissing neemt.

4.2. Tijdens de zitting is naar voren gekomen dat [minderjarige] per 24 juli 2026 zal verhuizen naar een ander gezinshuis. Zij heeft daar al kennisgemaakt. [minderjarige] had een goed gevoel bij dit gezinshuis en is zelfs al met hen mee naar de [attractiepark] op de dag van de zitting. De GI heeft [minderjarige] inmiddels aangemeld bij de gedragswetenschapper van dit nieuwe gezinshuis voor het uitvoeren van diagnostisch onderzoek. De overplaatsing naar dit gezinshuis lijkt daarmee aan te sluiten bij wat [minderjarige] nodig heeft en is daarmee in haar belang. Wel overweegt de kinderrechter dat het belangrijk is om het contact met haar zus en haar moeder te onderhouden. Daar zal de GI zich de komende periode voor moeten blijven inzetten.

4.3. Het toegewezen deel van de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder loopt tot 24 juli 2026. Omdat [minderjarige] op die datum vanaf de groep waar ze nu verblijft weer zal verhuizen naar een gezinshuis, is het niet meer noodzakelijk om een verdere machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen. De oorspronkelijke machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinshuis, zoals die bij beschikking van 29 juli 2025 is verleend, is namelijk nog geldig tot 18 augustus 2026. Deze is niet komen te vervallen door de beschikking van 10 juli 2026. De kinderrechter zal dus het aangehouden deel van het verzoek afwijzen.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1. stelt vast dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinshuis loopt tot 18 augustus 2026;

5.2. wijst het aangehouden deel van het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 door mr. M.M. Janssen - Witteveen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J. Mather als griffier, en op schrift gesteld op 27 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.