ECLI:NL:RBLIM:2026:9371 Rechtbank Limburg , 03-09-2026 / 12346179 CV EXPL 26-4379
Samenvatting
Stichting Weller Wonen (eiseres), vertegenwoordigd door mr. R.W. Janssen, vorderde in kort geding tegen [huurder] (gedaagde, procederend in persoon) ontruiming van de woning aan [adres] te [plaats]. Zittingsplaats was de rechtbank Limburg (kantonrechter, mr. Otto), zaaknr. 12346179 / CV EXPL 26-4379; vonnis gewezen en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2026. De procedure omvatte de dagvaarding met producties 1–16, een aanvullende productie 17 en een mondelinge behandeling op 31 augustus 2026.
Feiten en contractuele verbintenis
- Partijen sloten een tijdelijke huurovereenkomst ("Contract tijdelijke verhuur Housing Plus") waarbij [huurder] vanaf 15 november 2025 voor twee jaar de woning huurt. Die overeenkomst is expliciet gekoppeld aan deelname aan het Housing Plus-traject en de daarbij behorende begeleidingsovereenkomst.
- In de huurovereenkomst is opgenomen dat [huurder] zijn vorige woning moest verlaten wegens veroorzaakte overlast en dat via Housing Plus een tweede kans wordt geboden.
- [huurder] sloot daarnaast een woonbegeleidingsovereenkomst met Loket Housing; Levantogroep was betrokken bij het Housing Plus-traject/ondersteuning.
- Vanaf het begin van de huurovereenkomst deden omwonenden herhaaldelijk overlastmeldingen; Weller Wonen heeft deze meldingen als bewijs ingebracht.
- Loket Housing gaf op 3 mei 2026 een schriftelijke waarschuwing dat bij uitblijven van structurele verbetering de begeleidingsovereenkomst (en daarmee de huurovereenkomst) beëindigd kon worden.
- Per e-mail van 15 juli 2026 is [huurder] nogmaals gesignaleerd dat overlast bleef bestaan en dat hij onvoldoende meewerkte; hij kreeg de gelegenheid de huurovereenkomst vrijwillig te beëindigen maar deed dat niet.
- Levantogroep zegde het Housing Plus-traject op (mededelingen van 22 juli 2026) en mediation/traject zou op 5 augustus 2026 eindigen (bericht 29 juli). Weller Wonen deelde op 30 juli 2026 mee dat zij de huurovereenkomst wenste te beëindigen en verzocht vrijwillige ontruiming uiterlijk 1 september 2026; daarop volgde geen vertrek van [huurder].
Vordering en verweer
- Weller Wonen vorderde ontruiming en veroordeling van [huurder] in proceskosten en nakosten. Zij stelde dat [huurder] zonder recht of titel in de woning verbleef doordat de beëindiging van de begeleidingsovereenkomst de huurovereenkomst beëindigde. Daarnaast stelde Weller Wonen dat [huurder] ernstige tekortkomingen beging door overlast en betalingstekort.
Beoordeling en rechtsmotivering
- De kantonrechter merkt eerst op dat een ontruiming in kort geding een ingrijpende maatregel is die terughoudend moet worden opgelegd, omdat kort geding geen uitgebreid feitenonderzoek biedt en ontruiming veelal onomkeerbare gevolgen heeft.
- Uit de ingebracht stukken en waarschuwingen volgt volgens de kantonrechter dat [huurder] herhaaldelijk geen medewerking aan begeleiding heeft verleend en hulp heeft geweigerd. De rechter acht aannemelijk dat de begeleidingsovereenkomst rechtsgeldig is opgezegd. Dat [huurder] later (recent) wel hulp heeft geaccepteerd en tijdelijk in een zorginstelling verblijft, weerlegt dit oordeel niet.
- Omdat de huurovereenkomst contractueel onlosmakelijk verbonden is met de begeleidingsovereenkomst van Housing Plus, leidt de geldige opzegging van de begeleidingsovereenkomst naar voorlopig oordeel tot beëindiging van de huurovereenkomst. Daarmee verblijft [huurder] momenteel zonder recht of titel in de woning.
- De kantonrechter acht ontruiming daarom geboden, maar houdt vanwege de impact van ontruiming en de praktische noodzaak dat [huurder] hulp heeft bij het leeghalen en opslaan van spullen een langere ontruimingstermijn aan dan door Weller Wonen gevraagd. In plaats van zeven dagen gaf de rechter een termijn van zes weken na betekening van het vonnis, als redelijke termijn om aan de veroordeling te voldoen.
- De door Weller Wonen gevorderde machtiging om zonodig met inzet van de sterke arm te ontruimen is afgewezen als overbodig ingevolge artikel 556 lid 1 en 557 Rv.
- De gevorderde ontruiming en de kostenvordering werden toegewezen; andere of meer gevorderde onderdelen werden afgewezen.
Beslissing (samengevat)
- [huurder] is veroordeeld de woning aan [adres] binnen zes weken na betekening te ontruimen en de sleutels aan Weller Wonen af te geven, tenzij de in de woning aanwezige zaken van Weller Wonen zijn.
- [huurder] is veroordeeld tot betaling van proceskosten à €1.301,02 (specificatie: dagvaardingskosten €153,02; griffierecht €139,00; salaris gemachtigde €865,00; nakosten €144,00) te voldoen binnen 14 dagen na aanschrijving, te vermeerderen met de kosten van betekening indien van toepassing.
- Bij niet-tijdige betaling is wettelijke rente (art. 6:119 BW) verschuldigd.
- Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Kernuitkomst en praktische gevolgen
- De rechter concludeerde voorlopig dat beëindiging van de begeleidingsovereenkomst tevens beëindiging van de huurovereenkomst tot gevolg heeft; dat maakt verblijf zonder titel en rechtvaardigt ontruiming ondanks de zwaarwegende belangen van de huurder. De rechter heeft wel een ruimere ontruimingstermijn toegestaan vanwege de praktische hulpbehoefte van de huurder bij het leegmaken van de woning.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
Kort geding. Huur- en begeleidingsovereenkomst. Gedaagde / huurder stelt zich niet begeleidbaar op en veroorzaakt overlast. Door de rechtsgeldige opzegging van de begeleidingsovereenkomst is ook de huurovereenkomst geëindigd. Vordering ontruiming wordt toegewezen.
Uitspraak
Civiel recht Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 12346179 \ CV EXPL 26-4379
Vonnis in kort geding van 3 september 2026
in de zaak van
STICHTING WELLER WONEN, te Heerlen, eisende partij, hierna te noemen: Weller Wonen, gemachtigde: mr. R.W. Janssen,
tegen
1 De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 16
- de door Weller Wonen in het geding gebrachte aanvullende productie 17
- de mondelinge behandeling van 31 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2 De feiten
2.1. Tussen [huurder] en Weller Wonen, een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet, is een schriftelijke huurovereenkomst “Contract tijdelijke verhuur Housing Plus” tot stand gekomen
2.2. Daarnaast heeft [huurder] met Loket Housing een woonbegeleidingsovereenkomst gesloten.
2.3. Vanaf aanvang van de huurovereenkomst wordt door omwonenden overlastmeldingen gedaan bij Weller Wonen. Weller Wonen heeft die meldingen als producties ingebracht.
2.4. Bij brief van 3 mei 2026 heeft Loket Housing [huurder] een schriftelijke waarschuwing gegeven en vermeld dat bij uitblijven van structurele verbetering beëindiging van de begeleidingsovereenkomst kan volgen, hetgeen ook tot beëindiging van de huurovereenkomst leidt.
2.5. Bij emailbericht van 15 juli 2026 is aan [huurder] meegedeeld dat er nog steeds sprake is van overlast, hij onvoldoende samenwerkt met de behandelaren en hij gemaakte evaluatieafspraken niet nakomt. [huurder] is in de gelegenheid gesteld de huurovereenkomst vrijwillig op te zeggen en het gehuurde te verlaten.
2.6. Levantogroep heeft de eenzijdige beëindiging van het Housing Plus traject schriftelijk meegedeeld bij e-mailbericht en brief van 22 juli 2026.
2.7. Bij brief van 29 juli 2026 is meegedeeld dat de bemiddeling en het Housing Plus traject op 5 augustus 2026 eindigen.
2.8. Bij brief van 30 juli 2026 heeft Weller Wonen aan [huurder] meegedeeld dat met het negatief afsluiten / beëindigen van het Housing Traject Weller Wonen de huurovereenkomst wenst te beëindigen. [huurder] is in dit schrijven nogmaals verzocht de huurovereenkomst vrijwillig op te zeggen en de woning uiterlijk 1 september 2026 te ontruimen.
3 Het geschil
3.1. Weller Wonen vordert ontruiming van de woning aan [adres] te [plaats] , met veroordeling van [huurder] in de proceskosten en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
3.2. Weller Wonen legt aan de vordering ten grondslag dat [huurder] zonder recht of titel in de woning verblijft, omdat met de begeleidingsovereenkomst gelijktijdig de huurovereenkomst is geëindigd. Daarnaast schiet [huurder] in ernstige mate tekort in de nakoming van de huurovereenkomst door overlast te veroorzaken en de huur niet te betalen.
3.3. [huurder] voert verweer.
3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
4.1. De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.
4.2. Weller Wonen heeft [huurder] meermaals gewezen op het feit dat hij zich begeleidbaar op moet stellen en geen overlast mag veroorzaken. [huurder] heeft, ondanks herhaalde waarschuwingen en afspraken, daaraan niet voldaan. Weller Wonen heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat [huurder] hulp en begeleiding weigert. De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat de begeleidingsovereenkomst rechtsgeldig is opgezegd. Dat [huurder] recent wel hulp c.q. begeleiding heeft geaccepteerd en momenteel in [zorginstelling] verblijft, kan aan het vorenstaande niet afdoen.
4.3. Vaststaat dat de huurovereenkomst onlosmakelijk is verbonden met de begeleidingsovereenkomst van Housing Plus. Door de rechtsgeldige opzegging van de begeleidingsovereenkomst is ook de huurovereenkomst geëindigd. Dit betekent dat [huurder] op dit moment zonder recht of titel in de woning verblijft. Daarom moet [huurder] de woning ontruimen. De kantonrechter ziet aanleiding om een langere ontruimingstermijn aan te houden dan de zeven dagen die Weller Wonen in haar vordering heeft gevraagd. [huurder] heeft bij gelegenheid van de mondelinge behandeling aangegeven dat hij begeleiding en hulp nodig heeft bij het leegmaken van de woning en het opslaan van de spullen en tijd nodig heeft om die benodigde hulp in te schakelen. Gelet hierop wordt de ontruimingstermijn gesteld op zes weken na betekening van dit vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
4.4. De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Rv overbodig is.
4.5.
[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Weller Wonen worden begroot op:
4.6. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5 De beslissing
De kantonrechter
5.1. veroordeelt [huurder] om binnen zes weken na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Weller Wonen zijn, en de sleutels af te geven aan Weller Wonen,
5.2. veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.301,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3. veroordeelt [huurder] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.