Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:26872

ECLI:NL:RBDHA:2026:26872 Rechtbank Den Haag , 15-09-2026 / NL26.11590
Bestuursrecht > Vreemdelingenrecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

Eisers (meerdere natuurlijke personen, gezamenlijk aangeduid als eisers; gemachtigde: mr. S.R. Nohar) hebben een opvolgend beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie wegens het niet tijdig beslissen op hun aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (zaaknummer NL26.11590, Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen). De enkelvoudige kamer (plaatsvervangend voorzitter/rechter: mr. H. Hanssen-Telman; griffier: A.W. Landman) behandelde de zaak schriftelijk: partijen hadden geen zitting verzocht, zodat het onderzoek zonder zitting werd gesloten.

Feiten en procesverloop

  • In een eerdere zaak (NL25.21056) had de rechtbank de minister al opgedragen binnen acht weken alsnog te beslissen. De minister heeft daarop niet binnen die termijn beslist.
  • In het huidige beroep heeft de rechtbank vastgesteld dat het dossier (mogelijk) nog niet volledig is: de minister moet ingediende documenten beoordelen, kan een herstelverzuimbrief sturen of wacht op beantwoording daarvan. Normaal gesproken zou daarvoor een beslistermijn van acht weken gelden, maar vanwege het eerdere vonnis en het verstreken tijdsverloop is sprake van een opvolgend beroep.

Beoordeling en motivering

  • De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond. De minister wordt verweten in strijd met de Awb niet tijdig te hebben beslist, ondanks eerdere rechterlijke opdracht.
  • Gelet op het eerdere vonnis en de verstreken termijnen acht de rechtbank een verkorte beslistermijn proportioneel en noodzakelijk om alsnog tijdige besluitvorming af te dwingen. De rechtbank baseert zich daarbij op de relevante wettelijke bepalingen (onder meer art. 8:57 en art. 8:55d Awb) en volgt de jurisprudentie inzake rechterlijke dwangsommen (o.a. ECLI:NL:RVS:2022:3352 en ECLI:NL:RVS:2022:3353).
  • De rechtbank verwijst naar en sluit onverkort aan bij de aanbeveling van het Landelijk Overleg Vakinhoud Bestuursrecht (LOVB) van 21 mei 2026 over rechterlijke dwangsommen bij niet-tijdig beslissen in vreemdelingenzaken, bedoeld om uniformering en uitvoerbaarheid van termijnen te bevorderen.

Beslissingen (belangrijkste dispositief)

  • Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig beslissen wordt vernietigd.
  • De minister wordt opgedragen binnen vier weken na de dag na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag van eisers te nemen (kortere termijn dan de gebruikelijke acht weken wegens opvolgend beroep en eerdere rechterlijke aanwijzing).
  • De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van €50 per dag dat de minister de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. De keuze en hoogte van de dwangsom is gebaseerd op de LOVB-aanbeveling en art. 8:55d, tweede lid, Awb.
  • De minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eisers: €467 voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand (berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht: 1 punt à €934 met wegingsfactor 0,5) en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €200.

Praktische informatie en rechtsmiddelen

  • De uitspraak is geanonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl.
  • Partijen die het niet eens zijn met de uitspraak kunnen binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; bij spoedeisend belang kan gevraagd worden om een voorlopige voorziening.

Samenvattend: de rechtbank heeft het opvolgend beroep van de eisers toegewezen wegens herhaaldelijk niet tijdig beslissen door de minister, de minister opgedragen binnen vier weken alsnog te besluiten en een rechterlijke dwangsom en kostenveroordeling opgelegd om uitvoering van die verplichting af te dwingen.

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:24091
Bestuursrecht > Vreemdelingenrecht
25-08-2026 95% soortgelijk
Rechtbank Den Haag (zittingsplaats Groningen), enkelvoudige kamer, zaaknummer NL26.21911, heeft uitspraak gedaan in een opvolgend bezwaar van drie eisers (aangeduid als [naam], V-nummer [nummer]; [naam], V-nummer [nummer]; en [naam], V-nummer [nummer]), gezamenlijk...
ECLI:NL:RBDHA:2025:22947
Bestuursrecht > Vreemdelingenrecht
04-12-2025 94% soortgelijk
Rechtbank Den Haag (zittingsplaats Groningen), zaaknummer NL25.53066 — kort samengevat: Partijen - Eisers: meerdere natuurlijke personen (namen en V-nummers in uitspraak geanonimiseerd als [naam], V-nummer: [nummer] e.a.), gezamenlijk eiser, bijgestaan door gemachtigde...
ECLI:NL:RBDHA:2026:10695
Bestuursrecht > Vreemdelingenrecht
06-05-2026 94% soortgelijk
Rechtbank Den Haag (zittingsplaats Groningen), enkelvoudige kamer, zaaknr. NL26.9312, heeft uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke opvolgende procedure tussen vijf eisers (namen en V-nummers in het geding; gemachtigde: mr. S. Cetinkaya-Ahmad) en de...
ECLI:NL:RBDHA:2026:9987
Bestuursrecht > Vreemdelingenrecht
29-04-2026 94% soortgelijk
Rechtbank Den Haag (zittingsplaats Groningen), enkelvoudige kamer, zaaknummer NL26.10288. Eisers: meerdere natuurlijke personen (in de beslissing aangeduid als [naam], elk met een V‑nummer), gezamenlijk bijgestaan door gemachtigde mr. S. Cetinkaya‑Ahmad. Verweerder: de...
ECLI:NL:RBDHA:2026:24593
Bestuursrecht > Vreemdelingenrecht
28-08-2026 94% soortgelijk
Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen (bestuursrecht), zaaknummer NL26.22440. Eisers zijn meerdere vreemdeling verzoekers die in de uitspraak als afzonderlijke [naam] met bijbehorende V‑nummers zijn opgenomen (gezamenlijk: eisers), bijgestaan door gemachtigde mr. S.R....

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

BNT regulier

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.11590

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer],

[naam], V-nummer: [nummer],

[naam], V-nummer: [nummer],

[naam], V-nummer: [nummer],

[naam], V-nummer: [nummer],

[naam], V-nummer: [nummer],

[naam], V-nummer: [nummer]

[naam],

V-nummer: [nummer]

gezamenlijk: eisers, (gemachtigde: mr. S.R. Nohar),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1.1. Deze uitspraak gaat over het opvolgende beroep dat eisers hebben ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf.

1.2. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek.

Beoordeling door de rechtbank

2. In een eerdere beroepsprocedure niet tijdig beslissen heeft de rechtbank de minister opgedragen om binnen acht weken alsnog een beslissing op de aanvraag te nemen. De minister heeft dit niet gedaan.

3. Het beroep is ontvankelijk en gegrond.

4. De rechtbank stelt vast dat het dossier (mogelijk) nog niet compleet is, omdat de minister de bij de aanvraag ingediende documenten nog moet beoordelen, van plan is een herstelverzuim te sturen voor nadere documenten of informatie, of in afwachting is van een reactie op die herstelverzuimbrief. Dit betekent dat de minister in principe binnen acht weken een besluit op de aanvraag bekend moet maken. Echter, het gaat in deze zaak om een opvolgend beroep tegen het niet tijdig beslissen. Mede gelet op de beslistermijn die de rechtbank in een eerdere procedure heeft opgelegd en het tijdsverloop sindsdien, bepaalt de rechtbank daarom dat de minister binnen vier weken een beslissing op de aanvraag moet nemen. De termijn begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak.

Welke dwangsom legt de rechtbank op?

5. De rechtbank legt alleen een rechterlijke dwangsom op.

6. Het LOVB heeft op 21 mei 2026 een aanbeveling vastgesteld over de rechterlijke dwangsom bij beroepen wegens het niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken. Deze aanbeveling strekt ertoe tot een meer uniforme vaststelling van de rechterlijke dwangsom te komen, waarbij rekening wordt gehouden met zowel het belang van tijdige besluitvorming als met de uitvoerbaarheid van de door de rechtbank gestelde beslistermijn. De rechtbank volgt de aanbeveling van het LOVB onverkort. De rechtbank bepaalt dat de minister een dwangsom van € 50,- per dag moet betalen als hij de door de rechtbank opgelegde beslistermijn overschrijdt. Hierbij geldt een maximum van € 15.000,-.

7. De minister moet de door eisers gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 467,-. De minister moet ook het betaalde griffierecht aan eisers vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt de minister op binnen vier weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken.
  • bepaalt dat de minister aan eisers een dwangsom van € 50,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
  • draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 200,- aan eisers te vergoeden;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 467,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) NL25.21056 ECLI:NL:RVS:2022:3352 en ECLI:NL:RVS:2022:3353 . Het Landelijk Overleg Vakinhoud Bestuursrecht. In dit overleg zijn alle afdelingen bestuursrecht van de rechtbanken vertegenwoordigd. Aanbeveling rechterlijke dwangsom bij beroep niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken, raadpleegbaar via www.rechtspraak.nl. Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 0,5.