ECLI:NL:RBDHA:2026:26794 Rechtbank Den Haag , 15-09-2026 / C/09/708678/ KG ZA 26-769
Samenvatting
De zaak betrof een spoedprocedure van [eiseres] B.V. tegen de Gemeente Katwijk over een niet-openbare Europese aanbesteding voor de nieuwbouw van de multifunctionele accommodatie "Valken ’68" (Opdracht). Na selectiefase verstrekte de Gemeente op 21 april 2026 een Uitnodiging tot Inschrijving (UtI). In de UtI was het gunningscriterium "beste prijs-kwaliteitverhouding" opgenomen met subgunningscriteria (onder meer meerdere prijscomponenten waaronder "Deelname Bouwteam") en de mededeling dat de inschrijver met de laagste prijs het maximale aantal punten voor het betreffende subonderdeel verkrijgt; voor de exacte omzetting naar punten verwees de UtI naar een voorbeeldformule op het Inschrijfbiljet (Bijlage A).
Vier partijen schreven in, waaronder [eiseres] en [bedrijf]. Na beoordeling deelde de Gemeente op 11 juni 2026 een voorlopige gunningsbeslissing mee met voornemen te gunnen aan [bedrijf]. Op kwaliteit scoorden beide genoemde inschrijvers elk 32 punten; op prijs behaalde [eiseres] 28,92 punten en [bedrijf] 41,61 punten; op het subgunningscriterium "Deelname Bouwteam" had [eiseres] volgens de Gemeente 0 punten gekregen en [bedrijf] 20 punten. [eiseres] stelde bij brief dat, op basis van de voorbeeldformule op het Inschrijfbiljet, zij eveneens 20 punten had moeten krijgen (en dus hoger zou eindigen). De Gemeente antwoordde dat de voorbeeldformule een kennelijke verschrijving bevatte (teller en noemer verwisseld) en dat zij daarom bij beoordeling een gangbare formule heeft toegepast: (Laagste Prijs / Geboden Prijs) × maximaal aantal punten. De precieze door de Gemeente gehanteerde formule werd pas na herhaalde verzoeken aan [eiseres] verstrekt.
[eiseres] vorderde in kort geding dat de Gemeente uitvoering aan de voorlopige gunningsbeslissing zou staken, de voorlopige gunningsbeslissing zou intrekken, de aanbesteding zou worden beëindigd en, indien de Gemeente alsnog wilde gunnen, een nieuwe aanbesteding zou organiseren. Zij stelde dat het achteraf hanteren van een andere, voor inschrijvers niet kenbare, puntentoekenningsformule in strijd is met het transparantie- en gelijkheidsbeginsel (EU-aanbestedingsrecht; Succhi di Frutta) en daarmee een fundamenteel gebrek oplevert dat heraanbesteding vereist.
De voorzieningenrechter oordeelde als volgt:
- Het verweer van de Gemeente dat [eiseres] haar rechten had verwerkt (zij had onduidelijkheden tijdens de inschrijvingsfase moeten melden conform paragraaf I.14 UtI) faalde: de door de Gemeente gehanteerde alternatieve formule en de feitelijke toepassing daarvan waren ten tijde van inschrijving niet bekend en werden pas na de voorlopige gunning kenbaar gemaakt, zodat klachten daartegen niet eerder mogelijk waren.
- De Gemeente mocht niet volstaan met een beroep op het ATI EAC-arrest: dat arrest staat toe punten over subelementen te verdelen zolang de kern van het gunningscriterium niet wijzigt en er geen onaanvaardbare discriminatie optreedt. Hier ging het niet om herverdeling van punten, maar om het in de beoordelingsfase introduceren van een andere, wezenlijk afwijkende rekenmethode dan de rekenwijze die in de aanbestedingsstukken stond vermeld.
- De voorbeeldformule op het Inschrijfbiljet was, ook al werd zij als 'voorbeeld' aangeduid, het enige aanknopingspunt in de stukken voor de wijze waarop prijzen van andere inschrijvers aan de laagste prijs gerelateerd moesten worden en is daarmee (voorshands) een essentieel onderdeel van de puntentoekenning. De Gemeente kon deze formule niet na opening van de inschrijvingen stilzwijgend wijzigen zonder de transparantie en gelijke behandeling te schenden.
- De Gemeente handelde niet transparant: zij heeft de "fout" niet actief en tijdig aan inschrijvers bekendgemaakt en heeft de alternatieve berekeningswijze pas na aandringen verstrekt.
- Het gebrek was wezenlijk: voorshands is aannemelijk dat bij tijdige en transparante bekendmaking van de juiste formule andere inschrijvingen of een andere uitslag denkbaar waren; de Gemeente had onvoldoende en samenhangend tegenbewijs geleverd dat geen enkel gangbare formule tot eenzelfde winnaar zou hebben geleid. Daarmee is sprake van een fundamenteel gebrek dat niet door een interne herbeoordeling kan worden gerepareerd maar tot staking en heraanbesteding leidt.
Gevolg: de voorzieningenrechter verbood de Gemeente uitvoering te geven aan de voorlopige gunningsbeslissing, beval intrekking daarvan binnen vijf werkdagen en beval staking van de aanbesteding; mocht de Gemeente de opdracht nog willen gunnen, dan moet zij een nieuwe aanbesteding organiseren (zonder dat wezenlijke inhoudelijke wijziging van de opdracht nodig is, behoudens herstel van de fout). De Gemeente werd veroordeeld in proceskosten van €2.226,57 en te vergoeden wettelijke rente bij achterstallige betaling. Het vonnis is gewezen door mr. T.F. Hesselink en openbaar uitgesproken op 15 september 2026.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
Aanbesteding. Wijziging formule voor puntentoekenning in strijd met transparantiebeginsel.
Uitspraak
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/708678/ KG ZA 26-769
Vonnis in kort geding van 15 september 2026
in de zaak van
tegen:
**GEMEENTE KATWIJK **te Katwijk, gedaagde, hierna te noemen: de Gemeente, advocaat: mr. M.C. Pinto.
1 De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: -de dagvaarding van 10 juli 2026 met producties 1 tot en met 9; -de door de Gemeente overgelegde conclusie van antwoord; -de door beide partijen overgelegde pleitnotities.
1.2. Op 1 september 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden.
2 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1. De Gemeente heeft een niet-openbare Europese aanbesteding genaamd ‘Nieuwbouw Multifunctionele Accommodatie (MFA) Valken ‘68’ georganiseerd (hierna: de aanbesteding).
2.2. De aanbesteding ziet op een opdracht voor het ontwerp (engineering installaties) en uitvoeringswerkzaamheden sloop en vervangende nieuwbouw van de multifunctionele accommodatie Valken’68 in Valkenburg (ZH) (hierna: de Opdracht).
2.3. Na een daaraan voorafgaande selectiefase heeft de Gemeente op 21 april 2026 aan door haar geselecteerde gegadigden een Uitnodiging tot Inschrijving gedaan (hierna: de UtI).
2.4. In de UtI is in paragraaf I.14, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:
“Deze uitnodiging tot inschrijving met bijbehorende documenten is met grote zorg samengesteld. Indien inschrijver meent dat dit document dan wel een nota van inlichtingen onduidelijkheden en/of tegenstrijdigheden bevat, en/of de geschiktheidseisen, het programma van eisen of de gunningscriteria onduidelijk of ongeoorloofd zijn, en/of de wijze van beoordelen onduidelijk is, en/of dit document geheel of ten dele strijdig zou zijn met het recht, dan dient de potentiële inschrijver hierover een vraag te stellen in de nota(‘s) van inlichtingen en/of dit uiterlijk 5 kalenderdagen na verzending van de laatste nota van inlichtingen schriftelijk en gemotiveerd aan de aanbesteder bekend te maken via TENDERNED, bij afwezigheid waarvan ieder recht om tegen dit document in rechte op te komen vervalt.”
2.5. In de UtI is in deel III: ‘Gunningscriterium en beoordeling’, in paragraaf III.1 vermeld dat het gunningscriterium ‘beste prijs-kwaliteitverhouding’ (BPKV) is. Dit gunningscriterium bestaat uit de volgende subgunningscriteria en het te behalen aantal punten:
2.6. In paragraaf III in de UtI is ten aanzien van (de beoordeling van) het gunningscriterium Prijs, voor zover hier van belang, verder het volgende opgenomen:
“
III.2 SG1 PRIJS
Inschrijvers worden gevraagd om binnen het taakstellende budget van € 5.700.000,-- exclusief BTW (prijsvast einde werk) een opgave te doen voor directe bouwkosten, staartkosten en advies- en engineeringskosten. Deze opgave bepaalt in welke verhouding het taakstellende budget door Inschrijver besteed wordt aan de daadwerkelijke bouw enerzijds en aan staartkosten anderzijds. De opgave voor staartkosten (ABK, AK en W&R) en engineeringskosten, zoals gevraagd op het Inschrijfbiljet en onderstaande specificatie, bepalen de beoordeling op prijs.
De inschrijver moet een inschrijving doen conform het bij deze aanbesteding gevoegde inschrijfbiljet (BIJLAGE A) en Verklaring omtrent rechtmatigheid (BIJLAGE B). (…)
III.3 BEOORDELING SG1 PRIJS
Alle onderdelen van de staartkosten worden met elkaar vergeleken en vervolgens wordt
2.7. Met het als Bijlage A bij de UtI gevoegde inschrijfbiljet (hierna: het Inschrijfbiljet) konden gegadigden op de aanbesteding inschrijven. Op het Inschrijfbiljet is, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:
“Voorbeeld: ((aangeboden Algemene (bedrijfs)kosten in € - laagste aanbieder Algemene (bedrijfs)kosten - in €) ) / laagste aanbieder Algemene (bedrijfs)kosten in € )) * 10 = score van Algemene (bedrijfs)kosten.”
2.8. Op de aanbesteding hebben vier partijen ingeschreven, waaronder [eiseres] .
2.9. Op 11 juni 2026 heeft de Gemeente aan [eiseres] de voorlopige gunningsbeslissing medegedeeld (hierna: de voorlopige gunningsbeslissing). Daarin is het voornemen geuit om de Opdracht te gunnen aan [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf] ). De inschrijving van [eiseres] is op de tweede plaats geëindigd.
2.10. Zowel [eiseres] als [bedrijf] hebben 32 punten gescoord op gunningscriterium Kwaliteit. Op gunningscriterium Prijs heeft [eiseres] 28,92 punten gescoord en [bedrijf] 41,61 punten. Op het subgunningscriterium ‘Deelname Bouwteam’ heeft [eiseres] 0 punten gescoord en [bedrijf] (de maximale) 20 punten.
2.11. Bij brief van 19 juni 2026 heeft [eiseres] bezwaar gemaakt tegen de voorlopige gunningsbeslissing, omdat de score voor het subonderdeel ‘Deelname Bouwteam’ volgens haar niet klopt. Daartoe heeft [eiseres] aan de Gemeente het volgende geschreven:
2.12. De Gemeente heeft op 25 juni 2026 als volgt gereageerd op voornoemde brief:
2.13. Bij brief van 26 juni 2026 heeft de advocaat van [eiseres] de Gemeente aangeschreven en de Gemeente verzocht om de voorlopige gunningsbeslissing in te trekken, de Opdracht aan [eiseres] te gunnen dan wel de aanbesteding te beëindigen en de Opdracht opnieuw aan te besteden. In die brief staat onder meer het volgende:
2.14. De Gemeente heeft bij brief van 6 juli 2026 aan [eiseres] medegedeeld dat zij niet aan de verzoeken van [eiseres] zal voldoen. De brief houdt het volgende in:
2.15. Bij e-mailbericht van 7 juli 2026 heeft de advocaat van [eiseres] aan de advocaat van de Gemeente het volgende geschreven:
2.16. Daarop is eveneens op 7 juli 2026 door de advocaat van de Gemeente de volgende reactie gestuurd:
2.17. [eiseres] is daarna dit kort geding gestart.
3 Het geschil
3.1. [eiseres] vordert – verkort en zakelijk weergegeven – om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. de Gemeente te verbieden uitvoering te geven aan de voorlopige gunningsbeslissing en de Gemeente te gebieden de voorlopige gunningsbeslissing binnen vijf werkdagen na het vonnis in te trekken en ingetrokken te houden; II. de Gemeente te verbieden om de Opdracht te gunnen op basis van de huidige aanbestedingsprocedure en de Gemeente te gebieden die aanbesteding binnen vijf werkdagen na het vonnis in te trekken en ingetrokken te houden; III. de Gemeente te gebieden, indien en voor zover zij de Opdracht nog wenst te gunnen, over te gaan tot een nieuwe aanbesteding voor de Opdracht; IV. de Gemeente te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
3.2. Daartoe voert [eiseres] – samengevat – het volgende aan. De Gemeente heeft bij de toekenning van de punten voor het gunningscriterium Prijs een andere formule gebruikt dan de formule die is vermeld op het Inschrijfbiljet. Door achteraf, na opening van de inschrijvingen, een andere - voor de inschrijvers niet kenbare - formule te hanteren, heeft de Gemeente in strijd gehandeld met het gelijkheidsbeginsel en het transparantiebeginsel. Dat roept het risico van favoritisme en willekeur in het leven, omdat de Gemeente kan sturen in de uitkomst van de aanbesteding. De aanbesteding bevat daarmee een fundamenteel gebrek, wat een heraanbesteding noodzakelijk maakt. [eiseres] heeft er belang bij dat de Gemeente (onder meer) wordt geboden om de gehele aanbesteding, inclusief de voorlopige gunningsbeslissing in te trekken en de Opdracht opnieuw aan te besteden indien zij de Opdracht nog wenst te gunnen.
3.3. De Gemeente voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
4 De beoordeling van het geschil
4.1. De Gemeente heeft, na opening van de inschrijvingen, de formule gewijzigd voor de puntenscore van de inschrijvers die niet de laagste prijs hebben geboden. Ter beantwoording ligt kort gezegd voor of daardoor in de aanbestedingsprocedure sprake is van een gebrek (strijd met het transparantiebeginsel) dat moet leiden tot intrekking van de voorlopige gunningsbeslissing en, in vervolg daarop, tot een heraanbesteding, indien de Gemeente de Opdracht nog wenst te gunnen.
4.2. Het meest verstrekkende verweer van de Gemeente is dat [eiseres] haar rechten om op te komen tegen de gehanteerde beoordelingssystematiek heeft verwerkt. Volgens de Gemeente had [eiseres] haar vragen over (onduidelijkheden in) de beoordelingssystematiek tijdens de aanbestedingsprocedure aan de Gemeente kenbaar moeten maken. De Gemeente verwijst hier naar paragraaf I.14 van de UtI, waarin is opgenomen dat van een inschrijver wordt verwacht dat over onduidelijkheden en/of tegenstrijdigheden een vraag wordt gesteld in de nota(‘s) van inlichtingen en/of de inschrijver dergelijke onduidelijkheden/tegenstrijdigheden uiterlijk vijf kalenderdagen na verzending van de laatste nota van inlichtingen schriftelijk en gemotiveerd aan de aanbestedende dienst kenbaar maakt, en dat indien de inschrijver dit niet doet, het recht van de inschrijver om tegen de UtI in rechte op te komen vervalt.
4.3. Dit verweer slaagt niet. [eiseres] heeft terecht aangevoerd dat zij niet eerder over de gehanteerde beoordelingssystematiek kòn klagen, omdat zij ten tijde van de inschrijving niet wist dat de Gemeente een andere formule zou hanteren dan de formule die was opgenomen in de aanbestedingsstukken en de uiteindelijk door de Gemeente gehanteerde formule die heeft geleid tot de voorlopige gunningsbeslissing ten tijde van de inschrijving bij de inschrijvers niet bekend was. De door de Gemeente gehanteerde formule is immers pas na de voorlopige gunningsbeslissing en op (herhaald) verzoek aan [eiseres] verstrekt.
4.4. Vervolgens wordt beoordeeld of de Gemeente, zoals zij verdedigt, een andere formule mocht gebruiken, zoals zij heeft gedaan.
4.5. De Gemeente meent dat uit het arrest ATI EAC (Hof van Justitie EU, 24 november 2005, C-331/04) voortvloeit dat de toepassing van een andere formule zoals de Gemeente heeft gedaan, is toegestaan. In dat arrest is overwogen dat het gemeenschapsrecht zich er niet tegen verzet dat een aanbestedingscomité een relatief gewicht toekent aan subelementen van een vooraf vastgesteld gunningscriterium, door de bij de vaststelling van het bestek de door de aanbestedende dienst voor dat criterium vastgestelde punten onder te verdelen over deze subelementen, mits een dergelijk besluit: geen wijziging brengt in de in het bestek vastgelegde gunningscriteria voor de opdracht; geen elementen bevat die, indien zij bij de voorbereiding van de offertes bekend waren geweest, deze voorbereiding hadden kunnen beïnvloeden; en niet is genomen met in aanmerkingneming van elementen die discriminerend kunnen werken jegens een van de inschrijvers. [eiseres] wijst er terecht op dat de Gemeente iets heel anders heeft gedaan dan het verdelen van punten over subcriteria: de Gemeente had in de aanbestedingsstukken namelijk al een puntenverdeling op die subcriteria vastgesteld (te weten: 10/10/20/20). Hier is een andere situatie aan de orde: het in de beoordelingsfase introduceren van een formule voor het toekennen van punten per subcriterium aan inschrijvers, die wezenlijk afwijkt van de formule die daarvoor in de aanbestedingsstukken is opgenomen. Dit betekent de Gemeente niet wordt gevolgd in haar standpunt dat het gebruik van de nieuwe formule is toegestaan op grond van het ATI EAC-arrest.
4.6. De Gemeente heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat de uitgangspunten neergelegd in het Succhi di Frutta-arrest en een tweetal daarop geënte uitspraken van de voorzieningenrechter in de rechtbank Midden-Nederland en de rechtbank Noord-Nederland er niet toe leiden dat moet worden heraanbesteed. Bij de beoordeling van die stelling staat voorop dat de aan het aanbestedingsrecht ten grondslag liggende beginselen van transparantie en gelijke behandeling vereisen dat de voorwaarden inzake de deelneming aan een opdracht tevoren duidelijk moeten zijn; voor betrokkenen moeten (procedurele) verplichtingen en eisen duidelijk zijn, en zij moeten er zeker van kunnen zijn dat deze verplichtingen voor alle (potentiële) deelnemers gelden, zodat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen. Hierbij dient de aanbestedende dienst nauwgezet de door haar vastgestelde criteria in acht te nemen.
4.7. De Gemeente stelt dat achteraf is gebleken dat de formule op het Inschrijfbiljet niet verenigbaar is met de gekozen beoordelingssystematiek in de UtI. Deze houdt in dat de inschrijver met de laagste prijs het maximale aantal punten behaalt. Aan de hand van de voorbeeldformule op het Inschrijfbiljet scoort de inschrijver met de laagste prijs echter niet het maximale aantal punten op het betreffende onderdeel. Een duurdere inschrijver scoort meer punten. De Gemeente stelt dat zij daarom bij de toekenning van de scores een andere formule heeft toegepast. Die, volgens de Gemeente gangbare, formule luidt als volgt:
4.8. Met [eiseres] is de voorzieningenrechter van oordeel dat de Gemeente niet transparant heeft gehandeld door de vooraf in de aanbestedingsstukken bekendgemaakte formule na opening van de inschrijvingen te wijzigen. De Gemeente heeft vervolgens ook niet transparant gehandeld door deze “fout in de aanbestedingsstukken” en de wijze waarop zij deze heeft “verholpen” niet actief aan de inschrijvers bekend te maken. Pas na herhaaldelijk aandringen van [eiseres] heeft de Gemeente gemeld dat een andere formule is gebruikt en vervolgens nóg later de gehanteerde formule bekend gemaakt. Aldus heeft de Gemeente het door iedere aanbestedende dienst in acht te nemen transparantiebeginsel geschonden.
4.9. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter leidt dit gebrek in de aanbesteding ertoe dat de aanbesteding moet worden gestaakt. Daarvoor is het volgende redengevend.
4.10. De gewijzigde formule betreft naar het oordeel van de voorzieningenrechter een essentieel onderdeel van de puntentoekenningsystematiek. Over de wijze waarop de subgunningscriteria van het gunningscriterium Prijs worden beoordeeld staat in paragraaf III.3 van de UtI dat de inschrijver met de laagste prijs het maximale aantal punten op het betreffende subgunningscriterium scoort en dat de prijzen van de overige inschrijvers worden gerelateerd aan de laagste prijs, wat bepalend is voor de bijbehorende puntenscore. Voor de wijze waarop de prijzen van de overige inschrijvers worden gerelateerd aan de laagste prijs, wordt expliciet verwezen naar de formule op het Inschrijfbiljet. Die formule luidt (eenvoudig weergegeven) als volgt:
4.11. Daar komt bij dat het voorshands voldoende aannemelijk wordt geacht dat het mogelijk is dat, indien de alternatieve formule tijdig en transparant was bekendgemaakt door de Gemeente, er meer of andere inschrijvingen zouden zijn gedaan. Volgens [eiseres] is dat het geval omdat de impact van de prijs op de eindscore door de nieuwe formule verandert. De Gemeente heeft dit onvoldoende gemotiveerd weersproken. De blote stellingen van de Gemeente dat de door haar gehanteerde formule gangbaar is, en dat berekeningen kunnen aantonen dat het gebruik van deze formule niet zou hebben geleid tot andere inschrijvingen of een andere uitkomst van de aanbesteding, zijn daartoe onvoldoende.
4.12. Verder kan de Gemeente niet worden gevolgd in haar standpunt dat in algemene zin misschien juist is dat zij heeft kunnen sturen op de uitkomst van de aanbesteding, maar dat zij dat niet heeft gedaan omdat alle gangbare formules leiden tot dezelfde winnaar: [bedrijf] . Volgens de Gemeente is dat dankzij haar transparantie ook te verifiëren. De Gemeente heeft echter nagelaten enige berekening in het geding te brengen op basis waarvan deze door [eiseres] betwiste stelling is te verifiëren, zodat daaraan voorbij wordt gegaan. Hetzelfde geldt voor de, eveneens door [eiseres] betwiste, blote stelling van de Gemeente dat geen enkele partij wordt benadeeld door de oplossing die de Gemeente heeft gekozen.
4.13. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de Gemeente in de onderhavige situatie, na opening van de inschrijvingen en zonder dat de aanbestedingsstukken uitdrukkelijk voorzien in de mogelijkheid in die fase nog wezenlijke voorschriften voor de puntentoekenning te wijzigen, naar voorlopig oordeel niet de formule voor die puntentoekenning mocht wijzigen.
4.14. Naar voorshands oordeel valt niet uit te sluiten dat de inschrijving van [eiseres] bij toepassing van een andere formule dan de formule die de Gemeente heeft gehanteerd, als winnaar uit de bus had kunnen komen. De Gemeente heeft wel betoogd dat [eiseres] niet in haar belangen geschaad, omdat de beoordelingssystematiek niet is veranderd en iedere andere gangbare formule ertoe zou hebben geleid dat de inschrijving van [bedrijf] als winnaar uit de bus zou komen. [eiseres] heeft dat gemotiveerd weersproken en aangevoerd dat er formules denkbaar zijn waar niet de inschrijving van [bedrijf] maar die van [eiseres] wint. De Gemeente heeft daarop haar standpunt onvoldoende nader onderbouwd, terwijl dat wel op haar weg had gelegen. Hieruit blijkt voldoende dat [eiseres] , anders dan de Gemeente meent, een (spoedeisend) belang heeft bij een heraanbesteding, omdat zij dan weer kans maakt. Van belang hierbij is ook dat [eiseres] heeft aangevoerd dat zij mogelijk een andere inschrijving had gedaan, als in de aanbestedingsstukken de juiste formule had gestaan.
4.15. Nu de aanbestedingsprocedure lijdt aan fundamenteel gebrek, is het de Gemeente niet toegestaan om uitvoering te geven aan de voorlopige gunningsbeslissing. Dit zal de Gemeente dan ook worden verboden. De Gemeente zal verder worden geboden om de voorlopige gunningsbeslissing in te trekken en de aanbesteding te staken en gestaakt te houden. Het in deze procedure vastgestelde fundamentele gebrek kan enkel worden gerepareerd door een heraanbesteding en niet door een herbeoordeling.
4.16. Een belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel. Dat de realisering van de door de Gemeente gewenste nieuwbouw vertraging oploopt is wellicht onvermijdelijk, maar dit komt in de gegeven omstandigheden voor rekening en risico van de Gemeente, die ervoor verantwoordelijk is dat de aanbestedingsprocedure volgens de regels verloopt. De Gemeente zal dan ook worden geboden om de Opdracht opnieuw aan te besteden, indien zij de Opdracht nog wenst te gunnen.
4.17. De Gemeente heeft verzocht om bij toewijzing van de vorderingen van [eiseres] te bepalen dat de opdracht inhoudelijk niet hoeft te worden gewijzigd maar slechts procedureel. Daarbij heeft de Gemeente erop gewezen dat het bouwplan vaststaat en niet kan worden veranderd. De voorzieningenrechter wijst erop dat in de rechtspraak inderdaad is bevestigd dat in gevallen als het onderhavige, waarin procedurele gebreken kleven aan de aanbesteding die maken dat een rechtmatige gunning niet mogelijk is, het een aanbestedende dienst is toegestaan om tot heraanbesteding over te gaan zonder de specificaties van de opdracht, behoudens het herstel van de geconstateerde fout, wezenlijk te wijzigen. Met deze overweging wordt tegemoet gekomen aan het verzoek van de Gemeente.
4.18. De Gemeente is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- dagvaarding €125,57
- griffierecht €735
- salaris advocaat € 1.177
- nakosten €189 (plus de verhoging zoals vermeld in de
Totaal € 2.226,57
4.19. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter:
5.1. verbiedt de Gemeente uitvoering te geven aan de voorlopige gunningsbeslissing, waaronder begrepen gunning van de Opdracht, en gebiedt de Gemeente de voorlopige gunningsbeslissing binnen vijf werkdagen na dit vonnis in te trekken en ingetrokken te houden;
5.2. gebiedt de Gemeente binnen vijf werkdagen na dit vonnis de aanbesteding te staken en gestaakt te houden en, indien en voor zover zij de Opdracht nog wenst te gunnen, daartoe een nieuwe aanbesteding te organiseren;
5.3. veroordeelt de Gemeente in de proceskosten van € 2.226,57, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de Gemeente niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de Gemeente € 98 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.4. veroordeelt de Gemeente in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.6. wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.F. Hesselink en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026.
yd