Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:25695

ECLI:NL:RBDHA:2026:25695 Rechtbank Den Haag , 06-08-2026 / C/09/680591 / FA RK 25-1298
Civiel recht > Personen- en familierecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

De rechtbank Den Haag (enkelvoudige kamer) heeft bij beschikking van 6 augustus 2026 het verzoek van [verzoekster] (geboren [geboortedatum 1], 1990) toegewezen tot vernietiging van de erkenning door wijlen [de juridische vader] en onder voorbehoud de gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van [belanghebbende] (geboren [geboortedatum 3], 1957).

Partijen en procesverloop

  • Verzoekster, geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] (1990), woont in Nederland en had haar verzoekschrift ingediend op 22 januari 2025; haar advocaat was mr. J.G. Pherai.
  • De wettige erkenner, wijlen [de juridische vader] (geboren [geboortedatum 2], 1963), had bij erkenning (3 augustus 1992) de Ghaneese nationaliteit en overleed in [datum] 2018.
  • De beoogde biologische vader/ belanghebbende, [belanghebbende], Nederlands staatsburger, heeft een instemmingsverklaring ondertekend op 14 april 2025 maar was niet op de zitting van 20 maart 2026 verschenen.
  • De rechtbank ontving nadien (14 juli 2026) een deskundigenrapport van het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) over Ghanees recht en een DNA-rapport van Verilabs waaruit blijkt dat [belanghebbende] met >99,9% zekerheid de biologische vader is van verzoekster.

Vernietiging erkenning — rechtsmacht en toepasselijk recht

  • De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht omdat verzoekster haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft (art. 3 onder a Rv).
  • Voor de vraag of de erkenning kan worden vernietigd geldt volgens artikel 10:95 en 10:96 BW het recht dat op de erkenning is toegepast. Omdat wijlen [de juridische vader] Ghanees was ten tijde van de erkenning, ging de rechtbank ervan uit dat Ghanees recht op de erkenning van toepassing is.
  • De rechtbank vroeg het IJI of Ghanees recht een procedure tot ontkenning/vernietiging van erkenning kent; het IJI verwijs naar sections 40–42 van de Ghana Children’s Act 1998 (herzien 2005, 2016) en concludeerde dat een gerechtelijke procedure tot vaststelling/ontkenning van ouderschap mogelijk lijkt en dat de familierechtbank ook DNA/medische tests kan gelasten.

Inhoudelijke beoordeling vernietiging

  • Op grond van de IJI-uitspraak acht de rechtbank vernietiging mogelijk onder Ghanees recht en concludeert dat verzoekster, als meerderjarige, bevoegd is het verzoek in te dienen (section 40).
  • Het Verilabs-DNA-rapport toont >99,9% waarschijnlijkheid dat [belanghebbende] de biologische vader is; daaruit volgt dat verzoekster geen biologisch kind van wijlen [de juridische vader] kan zijn.
  • Gegeven de toelaatbaarheid onder Ghanees recht en het overwicht van het DNA-bewijs, verklaarde de rechtbank het verzoek tot vernietiging van de erkenning ontvankelijk en vatbaar voor toewijzing.

Gerechtelijke vaststelling ouderschap — rechtsmacht en toepasselijk recht

  • Voor de vaststelling van ouderschap geldt eveneens Nederlandse rechtsmacht (verblijfplaats verzoekster).
  • Volgens art. 10:97 BW is voor de vraag welk recht op de gerechtelijke vaststelling van ouderschap van toepassing is het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de persoon en de moeder bepalend. Omdat zowel de moeder als [belanghebbende] Nederlands zijn, past de rechtbank Nederlands recht toe.
  • Onder Nederlands recht (art. 1:207 BW) kan de rechtbank op verzoek het ouderschap vaststellen indien de aangewezen persoon de verwekker is; er geldt geen termijnbeperking voor het kind.

Inhoudelijke beoordeling vaststelling

  • Het Verilabs-DNA-bewijs (meer dan 99,9%) is voldoende om vast te stellen dat [belanghebbende] de verwekker is.
  • Er zijn geen overige bezwaren genoemd die toepassing van art. 1:207 BW in de weg staan.
  • De rechtbank stelde het ouderschap van [belanghebbende] over verzoekster vast, maar onder de voorwaarde dat de beslissing tot vernietiging van de erkenning onherroepelijk is geworden (dus de vaststelling volgt nadat de vernietiging onherroepelijk is).

Beslissing

  • De erkenning van [verzoekster] door wijlen [de juridische vader] (erkenning 3 augustus 1992) wordt vernietigd.
  • Onder de voorwaarde van onherroepelijkheid van die vernietiging wordt het ouderschap van [belanghebbende] over [verzoekster] vastgesteld.
  • Procedurele bijzonderheden: IJI-rapport (14 juli 2026) is in overweging genomen; [belanghebbende] had weliswaar schriftelijk ingestemd maar ontbrak op de zitting.

Samengevat: de rechtbank oordeelt dat onder toepasselijk Ghanees recht vernietiging van de erkenning mogelijk is, dat het overtuigende DNA-bewijs bewijst dat [belanghebbende] de biologische vader is, en stelt daarom de erkenning door de overleden juridische vader buiten werking en bevestigt onder voorwaarde het ouderschap van [belanghebbende] op grond van Nederlands recht (art. 1:207 BW).

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:2796
Civiel recht > Personen- en familierecht
14-02-2026 86% soortgelijk
Rechtbank Den Haag (enkelvoudige kamer), beschikking van 14 januari 2026 (rekestnr. FA RK 25-5580, zaaknr. C/09/688964). Verzoekster [verzoekster] (geboren [geboortedatum 1] 1995) verzocht op 22 juli 2025 om vernietiging van de erkenning...
ECLI:NL:RBDHA:2025:20017
Civiel recht > Personen- en familierecht
30-10-2025 86% soortgelijk
Rechtbank Den Haag (enkelvoudige kamer), rekestnummer FA RK 24-7961 / zaaknr. C/09/675263, beschikking 30 september 2025. Verzoeker [verzoeker], geboren [geboortedatum 1] 1961 te [geboorteplaats 1], wonende te [woonplaats], verzoekt (I) vernietiging van...
ECLI:NL:GHDHA:2025:877
Civiel recht > Personen- en familierecht
08-05-2025 86% soortgelijk
De zaak betreft een geschil tussen de moeder (woonachtig in Nederland), [partner van de moeder] (Ghanese nationaliteit) en verweerder (Ghanese nationaliteit) over erkenning, gezag en een zorgregeling ten aanzien van [minderjarige] (geboren...
ECLI:NL:RBDHA:2025:26754
Civiel recht > Personen- en familierecht
19-01-2026 86% soortgelijk
De rechtbank Den Haag (enkelvoudige kamer) gaf op 19 december 2025 een beschikking in het verzoek van [de moeder] (adv. mr. D. Abd Rabou, Hoofddorp) betreffende ontkenning en gerechtelijke vaststelling van vaderschap...
ECLI:NL:RBAMS:2025:2870
Civiel recht > Personen- en familierecht
01-05-2025 85% soortgelijk
De rechtbank Amsterdam (team Familie & Jeugd) heeft bij beschikking van 6 mei 2025 de op 17 juli 2019 door [erkenner] in Nederland gedane erkenning van [minderjarige] nietig verklaard. Belanghebbenden: verzoeker [verzoeker]...

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

Vernietiging erkenning naar Ghanees recht en gerechtelijke vaststelling vaderschap naar Nederlands recht. Rechtbank heeft het IJI advies gevraagd over de vraag of het Ghanese recht de rechtsfiguur van de vernietiging van de erkenning kent.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 25-1298 Zaaknummer: C/09/680591 Datum beschikking: 6 augustus 2026

Vernietiging erkenning en gerechtelijke vaststelling ouderschap

Beschikking op het op 22 januari 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoekster],

verzoekster, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J.G. Pherai te ’s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[belanghebbende],

hierna te noemen: [belanghebbende], wonende op een bij de rechtbank bekend adres te [land 1].

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift, ingekomen op 22 januari 2025;
  • het bericht van 26 maart 2025, met bijlage, van de zijde van verzoekster;
  • de instemmingsverklaring van [belanghebbende], door hem ondertekend op 14 april 2025.

Op 20 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij is verschenen: verzoekster, bijgestaan door haar advocaat en haar echtgenoot. [belanghebbende] is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet op de zitting verschenen.

Voor de zitting is ook [de juridische vader], de juridische vader van verzoekster, als belanghebbende opgeroepen. In de procedure is gebleken dat hij op [datum] 2018 is overleden.

Na de zitting heeft de rechtbank het volgende stuk ontvangen:

  • het rapport van het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) van 14 juli 2026, met bijlage.

Feiten

  • Uit [de moeder] (hierna: de moeder) is op [geboortedatum 1] 1990 te [geboorteplaats 1] verzoekster geboren.
  • Op 3 augustus 1992 heeft wijlen [de juridische vader] in Den Haag verzoekster erkend.
  • Verzoekster en de moeder hebben de Nederlandse nationaliteit.
  • Wijlen [de juridische vader] had ten tijde van de erkenning de Ghanese nationaliteit.
  • [belanghebbende] heeft de Nederlandse nationaliteit.

Verzoek

Het verzoekschrift strekt tot:

  • vernietiging van de erkenning van verzoekster door wijlen [de juridische vader];
  • gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van [belanghebbende] over verzoekster, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

[belanghebbende] heeft een instemmingsverklaring overgelegd.

Beoordeling

Vernietiging erkenning

Rechtsmacht

Nu verzoekster haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, komt de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rechtsmacht toe.

Toepasselijk recht

Op grond van artikel 10:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW) in samenhang met artikel 10:95 BW wordt de vraag op welke wijze een erkenning kan worden tenietgedaan, wat betreft de bevoegdheid van de persoon die het kind heeft erkend en de voorwaarden voor de erkenning, bepaald door het recht dat op de erkenning is toegepast.

De erkenning van verzoekster door wijlen [de juridische vader] heeft plaatsgevonden op 3 augustus 1992. Op grond van welk recht dat is gebeurd, blijkt niet uit de latere vermelding betreffende de erkenning op de geboorteakte van verzoekster. Op dat moment waren Boek 10 BW en de voorloper daarvan, de Wet conflictenrecht afstamming (Wca), ook nog niet in werking getreden en bestond er geen geschreven wetgeving over het internationaal privaatrecht. Wel waren er toen ongeschreven regels van internationaal privaatrecht. Uit de Memorie van Toelichting bij de Wca (Kamerstukken II, 1998-99, 26 675, nr. 3, p. 13) volgt dat vóór de inwerkingtreding van de Wca voor de bevoegdheid tot erkenning en voor de voor erkenning geldende voorwaarden werd aangeknoopt bij het nationale recht van degene die de erkenning verricht. Deze regel is nu neergelegd in artikel 10:95, eerst lid, BW. De rechtbank wijst ter vergelijking op de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 6 februari 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:566 , en de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 14 juni 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:2226 . Omdat wijlen [de juridische vader] de Ghanese nationaliteit had, gaat de rechtbank ervanuit dat op de erkenning van verzoekster door wijlen [de juridische vader] Ghanees recht is toegepast. Omdat de geldigheid daarvan in deze procedure verder niet ter discussie staat, gaat de rechtbank er ook vanuit dat dat rechtsgeldig is gebeurd. Ook op het verzoek tot vernietiging van de erkenning is daarom Ghanees recht van toepassing.

De rechtbank heeft het IJI verzocht zich uit te laten over de vraag of het Ghanese recht ook de rechtsfiguur van de vernietiging van de erkenning kent, en zo ja onder welke voorwaarden.

In zijn rapport van 14 juli 2026 verwijst het IJI naar de sections 40 tot en met 42 van de Children’s Act 1998, die is herzien in 2005 en 2016. Volgens het IJI is deze regeling vooral bedoeld om het ouderschap te bevestigen, maar lijkt de formulering de mogelijkheid van een gerechtelijke procedure tot ontkenning van het vaderschap niet uit te sluiten. Dat is ook bevestigd door een door het IJI geraadpleegde Ghanese correspondent.

Section 40 (1) Children’s Act bevat een opsomming van personen die in aanmerking komen om bij de familierechtbank een verzoek in te dienen tot bevestiging van het ouderschap van een kind, te weten:

  • het kind;
  • de ouder van het kind;
  • de voogd van het kind;
  • een reclasseringsambtenaar;
  • en maatschappelijk werker;
  • iedere andere belanghebbende.

Op grond van section 40 (2) Children’s Act kan een verzoek tot vaststelling van het ouderschap van een kind bij de familierechtbank worden ingediend:

a. a) voordat het kind geboren is; of b) binnen drie jaar na het overlijden van de vader of moeder van een kind; of c) voordat een kind achttien jaar oud is met speciale toestemming van de familierechtbank. Een kind dat de meerderjarige leeftijd heeft bereikt, kan bij de familierechtbank een verzoek tot bevestiging van het ouderschap indienen zonder dat speciale toestemming van de familierechtbank nodig is.

Volgens section 41 Children’s Act kan de rechter de volgende aspecten als bewijs van ouderschap in overweging nemen:

a. a) de naam van de ouder zoals ingeschreven in het geboorteregister; b) het uitvoeren van een traditionele ceremonie door de vader van het kind; c) de weigering van de ouder om een medische test te ondergaan; d) een openbare erkenning van het ouderschap; en e) elke andere kwestie die de familierechtbank relevant acht.

Volgens section 42 Children’s Act kan de familierechtbank bij het vaststellen van het vaderschap de vermeende ouder bevelen een medische test te ondergaan. Op basis van het beschikbare bewijs zal de familierechtbank de passende beslissing nemen.

Inhoudelijke beoordeling

Met het IJI is de rechtbank van oordeel dat vernietiging van de erkenning kan worden uitgesproken op grond van ‘section 40-42’ van de Children’s Act 1998. Omdat verzoekster meerderjarig is, is zij zelf bevoegd om een verzoek daartoe te doen. In section 41 wordt een opsomming gegeven van zaken die kunnen bijdragen tot het bewijs van het ouderschap. Uit de tekst van section 42 blijkt dat het resultaat van een medische test van de vermeende ouder kan bijdragen tot het bewijs van het ouderschap.

Uit het bij het verzoekschrift overgelegde deskundigenrapport van Verilabs blijkt dat [belanghebbende] met meer dan 99,9% zekerheid de biologische vader is van verzoekster. Hieruit volgt dat verzoekster geen biologisch kind van wijlen [de juridische vader] kan zijn. De rechtbank acht het verzoek strekkende tot vernietiging van de erkenning van verzoekster door wijlen [de juridische vader] dan ook voor toewijzing vatbaar.

Gerechtelijke vaststelling ouderschap

Rechtsmacht

Nu verzoekster haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, komt de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 onder a Rv rechtsmacht toe.

Toepasselijk recht

Ingevolge artikel 10:97, eerste lid, BW wordt of en onder welke voorwaarden ouderschap van een persoon gerechtelijk kan worden vastgesteld, bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van die persoon en de moeder, of indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar die persoon en de moeder elk hun gewone verblijfplaats hebben of, indien dit ook ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Hierbij is ingevolge artikel 10:97, derde lid, BW bepalend het tijdstip van indiening van het verzoek.

De rechtbank zal Nederlands recht toepassen, zijnde het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van [belanghebbende] en de moeder ten tijde van de indiening van het verzoek.

Inhoudelijke beoordeling

Op grond van artikel 1:207 BW kan, op verzoek van de moeder of van het kind, het ouderschap van een persoon op de grond dat deze de verwekker is van het kind of op de grond dat deze als levensgezel van de moeder heeft ingestemd met een daad die de verwekking tot gevolg kan hebben gehad, door de rechtbank worden vastgesteld.

Nu voor het kind geen termijn geldt waarbinnen hij of zij een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap moet indienen, kan verzoekster worden ontvangen in haar verzoek.

Zoals hiervoor is overwogen, is [belanghebbende] met meer dan 99,9% zekerheid de verwekker van verzoekster. Nu van overige bezwaren als bedoeld in artikel 1:207 BW niet is gebleken ligt het verzoek voor toewijzing gereed, onder de voorwaarde dat de beslissing tot vernietiging van de erkenning onherroepelijk is geworden.

Beslissing

De rechtbank:

vernietigt de erkenning van:

[verzoekster], geboren op [geboortedatum 1] 1990 te [geboorteplaats 1], door:

[de juridische vader], geboren op [geboortedatum 2] 1963 te [geboorteplaats 2], [land 2] (overleden op [datum] 2018 te [geboorteplaats 2], [land 2]);

stelt vast – onder de voorwaarde dat de beslissing tot vernietiging van de erkenning onherroepelijk is geworden – het ouderschap van:

[belanghebbende], geboren op [geboortedatum 3] 1957 te [geboorteplaats 3], over:

[verzoekster], geboren op [geboortedatum 1] 1990 te [geboorteplaats 1].

Deze beschikking is gegeven door mr. E.G. Nuboer, rechter, bijgestaan door mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 augustus 2026.

De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.