ECLI:NL:RBDHA:2026:25669 Rechtbank Den Haag , 05-08-2026 / C/09/702366 / FA RK 26-3117
Samenvatting
Rechtbank Den Haag (Enkelvoudige kamer), beschikking d.d. 5 augustus 2026 (rekestnrs. FA RK 26-3117 (bodem) en FA RK 26-4662 (kinderalimentatie); zaaknrs. C/09/702366 (bodem) en C/09/704890 (kinderalimentatie)).
Partijen
- [de vader], wonende op een bij de rechtbank bekend adres, bijgestaan door mr. J. F.E. Mackay‑Beins.
- [de moeder], wonende op een bij de rechtbank bekend adres, als belanghebbende aangemerkt, bijgestaan door mr. C. Elsinga te Zoeterwoude.
- Betrokken minderjarige: [minderjarige].
Procesverloop De rechtbank nam kennis van een schriftelijk verzoek van de vader (brief d.d. 23 juli 2026) tot herstel van de beschikking van 16 juli 2026 en van het verweer van de moeder (brief d.d. 30 juli 2026).
Verzoek en grondslag De vader verzocht om herstel ex artikel 31 Rv van de beschikking van 16 juli 2026 op grond van een vermeende feitelijke onjuistheid: de in die beschikking opgenomen omschrijving van de reguliere zorgregeling zou niet overeenkomen met de feitelijke/door de ouders gehanteerde zorgregeling.
Standpunt moeder De moeder voerde verweer en betoogde dat er geen sprake is van een kennelijke vergissing of verschrijving die in aanmerking komt voor herstel op grond van artikel 31 Rv.
Beoordeling en motivering De rechtbank overwoog dat artikel 31 Rv ziet op kennelijke, voor partijen herkenbare en eenvoudig te herstellen fouten (bijv. verschrijvingen of rekenfouten). De rechtbank nam het standpunt in dat er geen dergelijke fout aanwezig is. Uit de motivering volgt dat de vermelde formulering van de reguliere zorgregeling geen loutere verschrijving betreft maar een inhoudelijke beslissing: de rechtbank heeft bewust een beslissing genomen over de reguliere zorgregeling die zij in het belang van [minderjarige] wenselijk achtte. Een inhoudelijke correctie van die aard valt niet onder de remedie van artikel 31 Rv.
Beslissing De rechtbank wees het verzoek van de vader af en weigerde de verzochte verbetering. De beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter en tevens kinderrechter; griffier mr. S.J. te Boekhorst. De beslissing werd openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
Afwijzing herstelbeschikking
Uitspraak
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-3117 (bodem) en FA RK 26-4662 (kinderalimentatie) Zaaknummer: C/09/702366 (bodem) en C/09/704890 (kinderalimentatie) Datum beschikking: 5 augustus 2026
Beschikking in de zaak van:
[de vader] ,
de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J. F.E. Mackay-Beins.
waarin als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. C. Elsinga te Zoeterwoude.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- de brief van 23 juli 2026 van de zijde van de vader;
- de brief van 30 juli 2026 van de zijde van de moeder.
Verzoek en verweer
Door de vader wordt verzocht de beschikking van 16 juli 2026 te herstellen, in die zin dat de vermelde reguliere zorgregeling feitelijk onjuist is en niet overeen komt met de reguliere/huidige zorgregeling zoals deze door de ouders wordt uitgevoerd.
De moeder is in de gelegenheid gesteld te reageren op voormeld verzoek. Zij heeft verweer gevoerd tegen het verzoek van de vader. Volgens haar is er geen sprake van een kennelijke vergissing of verschrijving die zich leent voor herstel op grond van artikel 31 Rechtsvordering.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare fout, die tot verbetering op de voet van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zou nopen. De rechtbank heeft een beslissing genomen over de reguliere zorgregeling die haar in het belang van [minderjarige] wenselijk voorkomt. De rechtbank zal het verzoek van de vader dan ook afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
weigert de verzochte verbetering.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C Olland, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.J. te Boekhorst als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 augustus 2026.