ECLI:NL:RBDHA:2026:23783 Rechtbank Den Haag , 24-07-2026 / C/09/704311 / FA RK 26-4300
Samenvatting
Rechtbank Den Haag (Enkelvoudige Kamer), rekestnr. FA RK 26-4300 / zaaknr. C/09/704311 — beschikking 24 juli 2026
Partijen en vertegenwoording
- Verzoeker: [de vader], woonadres bij rechtbank bekend; in het schriftelijk verzoek bijgestaan door mr. R.G.J. van Kerkhof (Gilze). Op zitting verschenen: de vader, bijgestaan door waarnemend advocaat mr. E. Verschuren.
- Belanghebbende: [de moeder], woonadres bij rechtbank bekend; bijgestaan door mr. W.G. Nieman (Leiden).
- Informant/ gecertificeerde instelling: Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, vertegenwoordigd door [naam].
- Zitting gehouden op 10 juli 2026; beschikking op 24 juli 2026, rechter mr. E.D.A. Geleijns, griffier mr. T.D. Somer.
Feiten
- Ouders hadden een affectieve relatie en oefenen gezamenlijk gezag uit over [minderjarige], geboren [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats].
- [Minderjarige] woont bij de moeder.
- Bij beschikking van de kinderrechter d.d. 16 september 2025 is [minderjarige] onder toezicht gesteld (OTS) van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland voor de duur van één jaar.
- Sinds januari 2026 heeft de vader geen contact met moeder en kind. Er speelt een belaste voorgeschiedenis tussen de ouders en beide hebben problematiek, waarbij het middelengebruik van de vader relevant is. De vader heeft recent vrijwillig hulp gezocht en verklaarde op de zitting drie weken en één dag clean te zijn.
Verzoek en geschil
- De vader verzoekt (primair, uitvoerbaar bij voorraad) een definitieve zorgregeling waarbij [minderjarige] bij hem verblijft, met één weekend per veertien dagen en de helft van vakanties/feestdagen; subsidiar een door de rechtbank te bepalen zorgregeling.
- De moeder voert verweer; zij staat positief tegenover contactherstel maar eist dat dat veilig en begeleid gebeurt.
Beoordeling en motivering
- De rechtbank constateert dat zowel ouders als de gecertificeerde instelling positief staan tegenover herstel van contact tussen vader en kind, maar dat veiligheid en opbouw onder begeleiding noodzakelijk zijn gelet op de voorgeschiedenis en het middelengebruik van de vader.
- Tijdens eerdere gesprekken in het kader van de OTS liepen bijeenkomsten spaak vanwege hoge emoties, met name van de vader en zijn moeder. De gecertificeerde instelling heeft daarna meerdere pogingen gedaan om individuele gesprekken met de vader te voeren, maar kreeg geen respons; zij blijft wel bereid om (her)opstart van contact te begeleiden.
- Op zitting zijn ouders onder regie van de rechtbank overeengekomen dat de gecertificeerde instelling het contactherstel zal faciliteren en begeleiden. Omdat de vader weinig vertrouwen had in de vaste gezinsvoogd is afgesproken dat een collega dit traject oppakt. De instelling zal ouders doorverwijzen naar een (externe) professionele hulpverleningsorganisatie voor verdere opbouw van het contact.
- De rechtbank waardeert dat ouders tot deze concrete afspraak zijn gekomen en overweegt dat een zodanige begeleide en gefaseerde opbouw in het belang is van [minderjarige]. Gelet hierop ziet de rechtbank geen aanleiding de zaak aan te houden, ook al blijft onduidelijk op welke termijn de opbouw zal plaatsvinden; zij heeft vertrouwen dat ouders met deze beschikking en de begeleiding verder kunnen werken aan contactherstel.
- Voor wat betreft communicatie is op de zitting afgesproken dat de moeder de vader eenmaal per maand per e-mail informeert over [minderjarige] en een recente foto meestuurt; de vader bevestigt per e-mail ontvangst en kan, indien relevant, vragen stellen waarop de moeder per e-mail zal reageren. De rechtbank neemt aan dat deze communicatie zich beperkt tot onderwerpen over het kind en op respectvolle wijze plaatsvindt.
Beslissing
- De rechtbank stelt vast dat het contactherstel tussen [minderjarige] en de vader onder regie en begeleiding van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland zal plaatsvinden, met doorverwijzing naar een professionele hulpverleningsorganisatie voor verdere begeleiding en uitbouw.
- De rechtbank stelt vast dat de moeder de vader eenmaal per maand per e-mail informeert over [minderjarige] met een recente foto; de vader meldt dat hij de e-mail heeft gelezen en mag vragen stellen waarop de moeder per e-mail zal reageren.
- De beschikking wordt voor zover van toepassing uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
- Het meer of anders verzochte (waaronder het primair verlangde geheel overplaatsing van zorg bij de vader met het voorgestelde omgangsschema) wordt afgewezen.
Samenvattend: de rechtbank verwerpt het verzoek van de vader om onmiddellijke overdracht van de zorg aan hem en legt in plaats daarvan een in het belang van het kind gefaseerde, begeleide opbouw van contact vast onder regie van de gecertificeerde instelling, aanvankelijk ondersteund door een andere gezinsvoogd en een doorverwijzing naar gespecialiseerde hulpverlening; tevens is een vaste informatieregeling per maand via e-mail vastgesteld.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
Zorgregeling en informatieregeling
Uitspraak
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-4300 Zaaknummer: C/09/704311 Datum beschikking: 24 juli 2026
Zorgregeling
Beschikking op het op 29 april 2026 ingekomen verzoekschrift van:
[de vader],
de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. R.G.J. van Kerkhof in Gilze.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder, wonende op een bij de rechtbank adres, advocaat: mr. W.G. Nieman in Leiden.
Als informant wordt aangemerkt:
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland
de gecertificeerde instelling.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlage;
- het bericht van 4 mei 2026 van de vader, met bijlage;
- het bericht van 6 mei 2026 van de vader, met bijlage;
- het bericht van 29 juni 2026 van de moeder, met bijlage.
Op 10 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de vader, bijgestaan door waarnemend advocaat mr E. Verschuren.
- de moeder, bijgestaan doorhaar advocaat;
- [naam] namens de gecertificeerde instelling.
Feiten
- De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats].
- De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over [minderjarige].
- [minderjarige] woont bij de moeder.
- Bij beschikking van de kinderrechter van 16 september 2025 in deze rechtbank is [minderjarige] onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland voor de duur van één jaar.
Verzoek en verweer
De vader verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: primair: een eind zorgregeling vast te stellen waarbij [minderjarige] bij de vader zal zijn;
- één weekend per veertien dagen;
- gedurende de helft van de vakanties en feestdagen, jaarlijks tussen de ouders in goed onderling overleg te verdelen;
- waarbij de ouder waar [minderjarige] heeft verbleven, brengt haar naar de andere ouder brengt als er gewisseld moet worden
.
subsidiar: een in goede justitie door de rechtbank te bepalen definitieve zorgregeling vast te stellen.
De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Uit de stukken en hetgeen met de ouders en de gezinsvoogd op de zitting besproken, is de rechtbank het volgende gebleken. De vader wil graag weer een rol spelen in het leven van [minderjarige]. Sinds januari 2026 heeft de vader geen contact meer met de moeder en [minderjarige]. Dit komt mede door het belaste verleden van de ouders met elkaar en de eigen problematiek van de ouders, waaronder het middelengebruik van de vader. De vader is hier niet trots op maar is er wel open over en hij heeft na een turbulente periode recent vrijwillig de hulp ingeschakeld van [zorginstantie], waar hij eerder opgenomen is geweest. De vader stelt op de zitting dat hij hierdoor inmiddels drie weken en een dag clean is. De vader begrijpt dat zijn stabiliteit nodig is voor [minderjarige] en wil daarom graag ook gefaseerd toewerken naar de zorgregeling zoals door de vader verzocht. Net als de vader wil de moeder graag naar de toekomst kijken en zij gunt [minderjarige] het contact met haar vader. De moeder wil echter wel dat dit veilig gebeurt. In het kader van de ondertoezichtstelling is dit ook besproken met de gecertificeerde instelling. De ouders zijn daar uitgenodigd voor een gesprek om te bekijken hoe het contact tussen de vader en [minderjarige] kan worden vormgegeven. Volgens de gezinsvoogd zijn deze gesprekken beëindigd omdat de emoties, met name vanuit vader en zijn moeder, hoog opliepen. Hierna heeft de gecertificeerde instelling meermaals vader benaderd om nogmaals individuele gesprekken te voeren over hoe het contact kan worden vormgegeven. Zij hebben echter niets meer van vader vernomen. Wel staan zij er nog steeds voor open om de eerste contacten tussen de vader en [minderjarige] te begeleiden.
Zowel de ouders als de gecertificeerde instelling staan dus positief tegenover het contactherstel tussen de vader en [minderjarige]. Op de zitting is daarom besproken hoe het eerste contact moet worden vormgegeven. Onder begeleiding van de rechtbank hebben de ouders ermee ingestemd dat de gecertificeerde instelling het contactherstel tussen de vader en [minderjarige] zal faciliteren en begeleiden. Omdat de vader vooralsnog weinig vertrouwen heeft in de gezinsvoogd, is op de zitting besproken dat een collega van de gezinsvoogd dit op zich zal nemen. De gecertificeerde instelling zal vervolgens de ouders doorverwijzen naar een hulpverleningsorganisatie die de verdere contactopbouw tussen de vader en [minderjarige] zal begeleiden. De rechtbank wil de ouders complimenteren dat zij tot deze afspraak zijn gekomen. De rechtbank zal dan ook conform deze afspraak beslissen nu de rechtbank dit ook in het belang van [minderjarige] acht.
Gelet op hetgeen de ouders zijn overeengekomen ziet de rechtbank geen aanleiding om de zaak aan te houden nu nog onduidelijk is in hoeverre en op welke termijn de opbouw van het contact zal plaatsvinden. De rechtbank heeft er voldoende vertrouwen in dat de ouders met deze beschikking in de hand verder met de hulpverlening aan de slag kunnen.
Op de zitting hebben de ouders verder met elkaar afgesproken dat de moeder de vader eenmaal per maand per e-mail informeert over [minderjarige] en daarbij een recente foto van [minderjarige] meestuurt. De ouders hebben besproken dat de vader de moeder laat weten wanneer hij de e-mail heeft gelezen en dat hij - als daar aanleiding voor is - vragen over [minderjarige] aan de moeder kan stellen, waar de moeder vervolgens op zal reageren.
De rechtbank gaat ervan uit dat de communicatie tussen de ouders in het kader van deze informatieregeling alleen over [minderjarige] zal gaan en dat zij daarbij op een respectvolle manier met elkaar blijven communiceren.
Beslissing
De rechtbank:
stelt vast dat het contactherstel tussen de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats] en de vader onder regie en begeleiding van de gecertificeerde instelling zal plaatsvinden, waarbij de gecertificeerde instelling de ouders zal doorverwijzen naar een professionele hulpverleningsorganisatie die het contact tussen de vader en [minderjarige] verder zal begeleiden en uitbouwen;
stelt vast dat de moeder de vader eenmaal per maand per e-mail informeert over [minderjarige] en daarbij een recente foto van [minderjarige] meestuurt, waarbij de vader de moeder per e-mail laat weten wanneer hij de e-mail heeft gelezen en dat hij - als daar aanleiding voor is - vragen over [minderjarige] aan de moeder kan stellen, waar de moeder vervolgens per e-mail op zal reageren;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.