Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2016:924

ECLI:NL:RBDHA:2016:924 Rechtbank Den Haag , 27-01-2016 / 09/767095-14
Strafrecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

De Rechtbank Den Haag (meervoudige kamer) heeft op 27 januari 2016 vonnis gewezen in de zaak tegen [verdachte] (geb. 1971). De zitting vond plaats op 13 januari 2016; de officier van justitie was mr. S. Sleeswijk Visser; de verdediging werd gevoerd door mr. R.A. Kaarls. Ten laste lagen (samengevat) valsheid in geschrift, opzettelijk gebruik van valse of vervalste geschriften, oplichting van de ING Bank en witwassen met betrekking tot een hypothecaire financiering voor een woning aan het [adres] in de periode eind 2012–mei 2013.

Feiten en bewijs

  • In het dossier waren onder meer een arbeidsovereenkomst d.d. 31-12-2012 en een beëindigingsovereenkomst d.d. 05-02-2013 tussen [bedrijf] N.V. en [verdachte], twee werkgeversverklaringen (07-01-2013 en 25-03-2013) en een salarisspecificatie over boekjaar 2013 periode 2.1.
  • ING verstrekte op 5 maart 2013 een hypotheekofferte en betaalde later €287.000 uit; verdachte ondertekende de offerte op 15 maart 2013.
  • Getuige [getuige] (secretaresse bij [bedrijf]) verklaarde verdachte nooit gezien te hebben, dat zij enkel wist dat verdachte "twee maanden" in dienst zou zijn, en dat het bedrijf in feite alleen uit haarzelf en directeur [naam] bestond. Zij noemde bovendien een veel lager salaris voor haar functie (€1.750 bruto) dan in de arbeidsovereenkomst voor verdachte.
  • Directeur [naam] verklaarde niet te hebben ondertekend; het bedrijf beschikte niet over een bedrijfsstempel. Telefoongegevens lieten geen contact tussen verdachte en [naam] zien.
  • ING deed aangifte van oplichting op 22 augustus 2014.

Oordeel van de rechtbank — juridische motivering

  • De rechtbank concludeert dat sprake is van een gefingeerd dienstverband met het oog op het verkrijgen van de hypotheek. Dit volgt uit samenhangende aanwijzingen: het ongewone contract (directe indiensttreding, geen proeftijd, hoog salaris), korte beëindigingstermijn, getuigenverklaringen, ontbreken van telefonische contacten en de ontkenning van ondertekening door directeur [naam].
  • Bewijslast per onderdeel:
    • De arbeidsovereenkomst en de beëindigingsovereenkomst acht de rechtbank valselijk opgemaakt en stelt medeplegen vast tussen verdachte en directeur [naam].
    • Voor de werkgeversverklaringen en de salarisspecificatie acht de rechtbank onvoldoende bewijs dat verdachte deze zelf heeft opgemaakt, maar wel bewezen dat zij deze valse documenten heeft gebruikt bij de hypotheekaanvraag.
    • Oplichting is bewezen: door zich voor te doen als vaste medewerker van [bedrijf] en door het overleggen van vervalste stukken heeft verdachte de ING bewogen tot uitbetaling van €287.000.
    • Witwassen is bewezen: het bedrag van €287.000 werd rechtstreeks uit oplichting verkregen en is omgezet in eigendomsrecht (de woning), hetgeen de criminele herkomst verhult; de woning werd middellijk verkregen.

Bewezenverklaring en straf

  • De rechtbank verklaart wettig en overtuigend bewezen: valsheid in geschrift (arbeids- en beëindigingsovereenkomst), opzettelijk gebruik van valse geschriften (werkgeversverklaringen en salarisspecificatie), oplichting (€287.000) en witwassen (€287.000 en de woning).
  • Straf: taakstraf van 80 uur onbetaalde arbeid; vervangende hechtenis 40 dagen indien de taakstraf niet naar behoren wordt verricht. De rechtbank motiveert de relatief beperkte straf mede doordat verdachte niet eerder is veroordeeld en omdat alle feiten één en hetzelfde geval betreffen; ING heeft naar het oordeel van de rechtbank geen financieel nadeel geleden en verdachte heeft geen wederrechtelijk financieel voordeel gehouden.
  • Inbeslagname/woning: de officier had verbeurdverklaring gevorderd; de rechtbank gelast teruggave van de inbeslaggenomen woning aan verdachte en wijst verbeurdverklaring af omdat verbeurdverklaring niet passend werd geacht nu geen financieel voordeel restte en ING geen verlies leed.

Toegepaste wetsartikelen: onder meer 225 (valsheid in geschrift), 326 (oplichting), 420bis (witwassen) en overige artikelen (9, 22c, 22d, 47, 57).

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:RBNNE:2026:5
Strafrecht > Materieel strafrecht
06-01-2026 90% soortgelijk
De Rechtbank Noord-Nederland (meervoudige kamer, locatie Groningen) heeft op 6 januari 2026 verdachte [verdachte] (geboren [geboortedatum] 1980) veroordeeld voor valsheid in geschrifte, het opzettelijk gebruik van valse geschriften en oplichting in verband...
ECLI:NL:RBNNE:2026:4
Strafrecht > Materieel strafrecht
06-01-2026 90% soortgelijk
De Rechtbank Noord-Nederland (meervoudige kamer, Noordelijke Fraudekamer) deed op 6 januari 2026 vonnis in de zaak Openbaar Ministerie tegen [verdachte] (geboren 1978), bijgestaan door mr. J.M. Pol; het OM trad op door...
ECLI:NL:RBGEL:2026:2572
Strafrecht
02-04-2026 89% soortgelijk
De rechtbank Gelderland (meervoudige kamer, zitting Arnhem; voorzitter mr. F.J.H. Hovens, rechters mr. I. de Bruin en mr. G. Pesselse) heeft op 3 april 2026 [verdachte] (geboren 1972, zonder vaste woon- of...
ECLI:NL:RBNHO:2025:15614
Strafrecht
09-01-2026 88% soortgelijk
Verdict rechtbank Noord-Holland, meervoudige strafkamer (zitting Alkmaar), zaakparketnummer 15/057970-23 (P), uitspraak 24 december 2025. Verdachte: [verdachte] (geboren [geboortedatum en -plaats], woonachtig [adres 1]). Medeverdachte: [medeverdachte]. Betrokken derden: hypotheekverstrekker [hypotheekverstrekker], hypotheekadviesbureau [naam 2],...
ECLI:NL:RBAMS:2025:4059
Strafrecht > Materieel strafrecht
16-06-2025 86% soortgelijk
De rechtbank Amsterdam (meervoudige strafkamer) heeft op 18 maart 2025 [verdachte] (geb. 1993) schuldig verklaard aan meermalen medeplegen van valsheid in geschrift en medeplegen van het opzettelijk gebruiken en voorhanden hebben van...

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

MK

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer:09/767095-14

Datum uitspraak:27 januari 2016

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen verdachte:

[verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats] , BRP-adres: [adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 13 januari 2016.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Sleeswijk Visser en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. R.A. Kaarls, advocaat te Den Haag naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

zij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 december 2012 tot en met 18 april 2013 te Nootdorp en/of te Almelo, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

  • één of meerdere werkgeversverklaring(en) van [bedrijf] N.V. voor/op naam van [verdachte] d.d. 7 januari 2013 en/of d.d. 25 maart 2013 en/of

  • een salarisspecificatie van [bedrijf] N.V. voor/op naam van [verdachte] over boekjaar 2013, periode 2.1 en/of

  • een arbeidsovereenkomst tussen [bedrijf] N.V. en/of [verdachte] voor onbepaalde tijd d.d. 31 december 2012 en/of

  • een overeenkomst tot beëindiging van een arbeidsovereenkomst per 1 maart 2013 tussen [bedrijf] N.V. en/of [verdachte] d.d. 5 februari 2013

  • ( elk)zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s) valselijk

  • op die werkgeversverklaring(en) en/of die salarisspecificatie en/of die arbeidsovereenkomst en/of de overeenkomst tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst vermeld dat zij, verdachte, in (vaste) dienst was bij [bedrijf] N.V. gevestigd in [vestigingsplaats] en/of dat zij, verdachte, salaris ontving van [bedrijf] N.V. en/of

  • die werkgeversverklaring(en) op daartoe bestemde plaats(en) voorzien van een handtekening, welke de handtekening van [naam] moest voorstellen en/of van een stempel, welke de stempel van [bedrijf] N.V. moest voorstellen

zulks met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

en/of

zij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 december 2012 tot en met 18 april 2013 te Nootdorp en/of te Almelo en/of te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e)

  • één of meerdere werkgeversverklaring(en) van [bedrijf] N.V. voor/op naam van [verdachte] d.d. 7 januari 2013 en/of d.d. 25 maart 2013 en/of

  • een salarisspecificatie van [bedrijf] N.V. voor/op naam van [verdachte] over boekjaar 2013, periode 2.1 en/of

  • een arbeidsovereenkomst tussen [bedrijf] N.V. en/of [verdachte] voor onbepaalde tijd d.d. 31 december 2012 en/of

  • ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat zij, verdachte en/of haar mededader(s), voornoemde geschrift(en) heeft/hebben ingeleverd bij de ING Bank ten behoeve van de verkrijging van een (hypotheek) offerte en/of (vervolgens) vestiging van een hypotheek op een woning aan het [adres]

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat

  • op die werkgeversverklaring(en) en/of die salarisspecificatie en/of die arbeidsovereenkomst en/of de overeenkomst tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst vermeld was dat zij, verdachte, in (vaste) dienst was bij [bedrijf] N.V. gevestigd in [vestigingsplaats] en/of dat zij, verdachte, salaris ontving van [bedrijf] N.V. en/of
  • die werkgeversverklaring(en) op daartoe bestemde plaats(en) voorzien was/waren van een handtekening, welke de handtekening van [naam] moest voorstellen en/of van een stempel, welke de stempel van [bedrijf] N.V. moest voorstellen;

zij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7 januari 2013 tot en met 18 april 2013 te Nootdorp en/of te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de ING Bank heeft bewogen tot de afgifte van een (hypotheek) offerte en/of (vervolgens) een hypothecaire financiering en/of (vervolgens) een geldbedrag van 287.000 euro, althans een geldbedrag, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of haar mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich in het kader van een hypotheekaanvraag voor een woning aan het [adres] voorgedaan als medewerker in vaste dienst van [bedrijf] N.V., waardoor de ING Bank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

zij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7 januari 2013 tot en met 1 mei 2013 te Nootdorp en/of te 's-Gravenhage en/of te Delft, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, zich ten aanzien van één of meerdere voorwerp(en), te weten

  • een geldbedrag van 516.000 euro, althans een geldbedrag van 287.000 euro, althans enig geldbedrag en/of
  • een woning gelegen aan het [adres] schuldig heeft gemaakt aan het plegen van witwassen, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of haar mededader(s)
  • meermalen/eenmaal (telkens) van voornoemde voorwerp(en) de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of
  • meermalen/eenmaal (telkens) verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voornoemde voorwerp(en) is/zijn en/of
  • meermalen/eenmaal (telkens) voornoemde voorwerp(en) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet of van voornoemde voorwerp(en) gebruik gemaakt, terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

3 Bewijsoverwegingen

3.1 Inleiding

Verdachte heeft in 2013 een woning gekocht aan het [adres] . Voor deze woning is een hypothecaire geldlening afgesloten bij de ING. Ten behoeve van het verkrijgen van die hypothecaire geldlening diende zij geschriften over te leggen waaruit zou blijken dat zij een dienstverband had met [bedrijf] N.V. (hierna: [bedrijf] ) De vraag waar de rechtbank zich voor ziet gesteld is of er al dan niet sprake was van een gefingeerd dienstverband, waardoor de overgelegde geschriften vals zouden zijn.

3.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er sprake was van een gefingeerd dienstverband en dat daarom wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte de onder 1 eerste en tweede cumulatief, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan.

3.3 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Er wordt betwist dat er sprake zou zijn van een gefingeerd dienstverband. Tevens heeft verdachte de ING geïnformeerd over het nieuwe dienstverband. De koop van de woning, de hypotheekverstrekking en de betaling hebben op rechtmatige wijze plaatsgevonden.

3.4 Het oordeel van de rechtbank

Uit de in het dossier aanwezige arbeidsovereenkomst van 31 december 2012 tussen verdachte en [bedrijf] zou blijken dat zij per directe ingang voor onbepaalde tijd en zonder proeftijd in de functie van secretaresse in dienst is getreden, tegen een brutoloon van € 4.972,21 per maand. Ook is in het dossier aanwezig een overeenkomst, gesloten tussen verdachte en [bedrijf] , van 5 februari 2013, waarbij de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 1 maart 2013 wordt beëindigd. Getuige [getuige] , secretaresse, heeft verklaard dat zij had gehoord dat verdachte ook voor [bedrijf] kwam werken voor de duur van slechts twee maanden en dat zij haar nooit heeft gezien. Tevens heeft deze getuige verklaard dat directeur [naam] en zij de enigen waren die bij [bedrijf] werkten en dat zij als secretaresse een salaris verdiende van € 1.750 bruto per maand, hetgeen aanzienlijk minder is dan wat verdachte zou gaan verdienen. Ook is gebleken dat er geen enkel telefonisch contact is geweest tussen verdachte en de twee telefoonnummers die te koppelen zijn aan [bedrijf] en directeur [naam] van [bedrijf] .

De hypotheekofferte van de ING, die dateert van 5 maart 2013, is door verdachte op 15 maart 2013 ondertekend. Volgens bovengenoemde overeenkomst van 5 februari 2013 was er toen reeds een eind gekomen aan de arbeidsovereenkomst tussen verdachte en [bedrijf] welke althans op papier had bestaan.

Door verdachte zijn bij de aanvraag van de hypotheek werkgeversverklaringen verstrekt aan de ING. Getuige [naam] heeft verklaard dat deze werkgeversverklaringen niet door hem zijn ondertekend en tevens dat het bedrijf niet in het bezit is van een bedrijfsstempel. Gelet hierop moet worden vastgesteld dat die werkgeversverklaringen valselijk zijn opgemaakt. Deze verklaringen zijn aan de ING overgelegd toen de arbeidsovereenkomst van verdachte met [bedrijf] reeds was beëindigd. De ING heeft op 22 augustus 2014 aangifte gedaan van oplichting. De arbeidsovereenkomst bevat zeer opmerkelijke elementen, namelijk de directe indiensttreding voor onbepaalde tijd en zonder proeftijd, en een voor de functie, ook in vergelijking tot het salaris van getuige [getuige] , bijzonder hoog salaris. Verder is opmerkelijk de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zeer kort na de indiensttreding, het feit dat het bij getuige [getuige] van te voren bekend was dat verdachte slechts voor twee maanden in dienst zou zijn, het feit dat getuige [getuige] verdachte nooit heeft gezien en het feit dat uit de telefoon gegevens van [naam] en verdachte blijkt dat er tussen hen nooit enig telefonisch contact is geweest, terwijl verdachte toch voor hem als secretaresse zou gaan werken. Het vorenstaande bezien in samenhang met de vervalste werkgeversverklaringen en het tijdstip waarop de offerte voor een hypothecaire geldlening is gedateerd en ondertekend, kan naar het oordeel van de rechtbank, niet tot een andere conclusie leiden dan dat er sprake is van een dienstverband dat is gefingeerd met het oog op het verkrijgen van een hypothecaire geldlening.

Feit 1

Eerste cumulatief/alternatief

De rechtbank acht onvoldoende bewijs aanwezig dat verdachte de werkgeversverklaringen zelf valselijk heeft opgemaakt. De verklaringen verschillen in handschrift en er staat geen handtekening onder van verdachte. De rechtbank zal verdachte hiervan dan ook vrijspreken. Dit geldt eveneens voor de salarisspecificatie.

Wel acht de rechtbank bewezen dat verdachte de arbeidsovereenkomst en de overeenkomst tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst valselijk heeft opgemaakt. Nu voor de rechtbank vast staat dat sprake was van een gefingeerd dienstverband, zijn de door verdachte en de directeur van [bedrijf] , [naam] , ondertekende arbeidsovereenkomst en beëindigingsovereenkomst vals. De rechtbank gaat uit van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [naam] , gericht op het opmaken van deze valse overeenkomsten, waardoor er sprake is van medeplegen.

Feit 1

Tweede cumulatief/alternatief

Voor de aanvraag van de hypotheekofferte en de verkrijging van de hypotheek voor de woning aan het [adres] is gebruik gemaakt van de eerder genoemde werkgeversverklaringen en de salarisspecificatie. Omdat er sprake is van een gefingeerd dienstverband, zijn de daarop betrekking hebbende werkgeversverklaringen en salarisspecificaties vals. De rechtbank acht dit feit dan ook wettig en overtuigend bewezen. De arbeidsovereenkomst en de overeenkomst tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst zijn niet gebruikt en de rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging. Tevens zal de rechtbank verdachte vrijspreken van medeplegen omdat onvoldoende vaststaat dat verdachte tezamen met een ander gebruik heeft gemaakt van de valse bescheiden.

Feit 2

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ING bank heeft opgelicht door te handelen zoals hiervoor is weergegeven. Verdachte heeft immers met het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling gedaan alsof zij een dienstverband had, mede door het overleggen van vervalste documenten, waardoor de ING-bank werd bewogen tot de afgifte aan haar van een hypothecaire geldlening van € 287.000.

Feit 3

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het witwassen van zowel een geldbedrag van € 287.000, als van de woning aan het [adres] en overweegt hiertoe het volgende.

Geldbedrag

Het bedrag van € 287.000 is onmiddellijk verkregen door oplichting (grondfeit) van de ING bank. Ingevolge de jurisprudentie van de Hoge Raad kan, indien het gaat om ‘een voorwerp’ dat is verkregen uit door een verdachte zelf gepleegde grondfeit (uit eigen misdrijf afkomstig), eerst sprake zijn van witwassen als de verdachte daarnaast gedragingen heeft verricht die gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst. In het onderhavige geval is het door misdrijf verkregen geld omgezet in een legaal eigendomsrecht. Aan het eigendomsrecht op zich valt niet af te leiden dat de oorsprong daarvan van misdrijf afkomstig is. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank sprake van het verhullen van de criminele herkomst.

Woning

Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat verdachte wist dat de hypothecaire geldlening was verkregen door middel van misdrijf. De woning aan het [adres] is vervolgens verkregen door middel van de hypothecaire lening. De rechtbank is, evenals de officier van justitie, van oordeel dat verdachte de woning derhalve middellijk heeft verworven en voorhanden heeft gehad. De rechtbank zoekt hierbij aansluiting bij het arrest van de Hoge Raad (ECLI:HR:2015:950).

3.5 De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

zij in de periode van 31 december 2012 tot en met 18 april 2013 te Nootdorp en/of te Almelo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

  • een arbeidsovereenkomst tussen [bedrijf] N.V. en [verdachte] voor onbepaalde tijd d.d. 31 december 2012 en

  • een overeenkomst tot beëindiging van een arbeidsovereenkomst per 1 maart 2013 tussen [bedrijf] N.V. en [verdachte] d.d. 5 februari 2013

  • elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers hebben verdachte en haar mededader(s) valselijk

  • op die arbeidsovereenkomst en de overeenkomst tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst vermeld dat zij, verdachte, in vaste dienst was bij [bedrijf] N.V. gevestigd in [vestigingsplaats] en dat zij, verdachte, salaris ontving van [bedrijf] N.V.

zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken ; en

zij in de periode van 31 december 2012 tot en met 18 april 2013 te Nootdorp telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e)

  • werkgeversverklaring(en) van [bedrijf] N.V. op naam van [verdachte] d.d. 7 januari 2013 en d.d. 25 maart 2013 en

  • een salarisspecificatie van [bedrijf] N.V. op naam van [verdachte] over boekjaar 2013, periode 2.1

  • elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat zij, verdachte voornoemde geschriften heeft ingeleverd bij de ING Bank ten behoeve van de verkrijging van een (hypotheek) offerte en (vervolgens) vestiging van een hypotheek op een woning aan het [adres]

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat

  • op die werkgeversverklaring(en) en die salarisspecificatie vermeld was dat zij, verdachte, in vaste dienst was bij [bedrijf] N.V. gevestigd in [vestigingsplaats] en dat zij, verdachte, salaris ontving van [bedrijf] N.V.;

zij in de periode van 7 januari 2013 tot en met 18 april 2013 te Nootdorp, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid de ING Bank heeft bewogen tot de afgifte van een hypotheekofferte en vervolgens een hypothecaire financiering en vervolgens een geldbedrag van 287.000 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven – valselijk en in strijd met de waarheid zich in het kader van een hypotheekaanvraag voor een woning aan het [adres] voorgedaan als medewerker in vaste dienst van [bedrijf] N.V., waardoor de ING Bank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

zij in de periode van 7 januari 2013 tot en met 1 mei 2013 te Nootdorp en/of te Delft, zich ten aanzien van voorwerpen, te weten

  • een geldbedrag van 287.000 euro en

  • een woning gelegen aan het [adres] schuldig heeft gemaakt aan het plegen van witwassen, immers heeft zij, verdachte

  • voornoemde voorwerpen verworven, voorhanden gehad en omgezet of van voornoemde voorwerpen gebruik gemaakt, terwijl zij, verdachte wist, dat bovenomschreven voorwerp(en) – onmiddellijk (het geldbedrag) of middellijk (de woning) - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

1 eerste cumulatief/alternatief valsheid in geschrift;

1 tweede cumulatief/alternatief opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst;

2.

oplichting;

3.

witwassen.

5 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen verweer ten aanzien van de strafmaat gevoerd.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft stukken vervalst en gebruikt gemaakt van valse stukken voor het verkrijgen van een hypothecaire financiering om een huis te kopen. Dergelijk handelen vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het uittreksel Justitiële Documentatie van 15 december 2015 betreffende verdachte. Daaruit blijkt dat zij niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Daarnaast houdt de rechtbank rekening met het feit dat alle drie de bewezenverklaarde feiten zien op één geval, namelijk frauduleus handelen met betrekking tot de financiering van de aankoop van de woning aan het [adres] en dat de ING bank op zich geen financieel nadeel heeft ondervonden van de bewezenverklaarde strafbare feiten.

Gelet op bovenstaande acht de rechtbank een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

7 De inbeslaggenomen goederen

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de inbeslaggenomen woning de zal worden verbeurdverklaard.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de inbeslaggenomen woning, maar heeft integrale vrijspraak bepleit.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gelast de teruggave van de inbeslaggenomen woning aan verdachte nu het belang van de strafvordering zich daartegen niet langer verzet. Verbeurdverklaring zoals door de officier van justitie gevorderd is in dit geval niet passend, nu, zoals de officier van justitie desgevraagd heeft bevestigd, verdachte geen wederrechtelijk financieel voordeel heeft genoten uit de bewezenverklaarde feiten en de ING hierdoor geen financieel nadeel heeft geleden.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen: -9, 22c, 22d, 47, 57, 225, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de onder 1 eerste cumulatief, 1 tweede cumulatief, 2 en 3 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

1 eerste cumulatief/alternatief

valsheid in geschrift;

1 tweede cumulatief/alternatief

opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst;

2.

oplichting;

3.

witwassen;

verklaart het bewezen verklaarde en verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte tot:

een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de tijd van 80 (tachtig) uren;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 40 (veertig) dagen;

gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten: 1 stk onroerend registergoed, woning [adres] .

Dit vonnis is gewezen door mr.R. Elkerbout,voorzitter, mr.C.F. Mewe,rechter, mr.M. van Seventer,rechter, in tegenwoordigheid van mr. F.E. van der Does,griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 januari 2016.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer 201394423, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 533). Arbeidsovereenkomst, p. 400 t/m 403. Beëindigingsovereenkomst, p. 406 t/m 409. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 372. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 371 en 372. Proces-verbaal van bevindingen, p. 324. Proces-verbaal van bevindingen, p. 98 t/m 108. Proces-verbaal verhoor verdachte [naam] , p. 376. Proces-verbaal van bevindingen, p. 486 met als bijlage de aangifte.