Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2026:9225

ECLI:NL:RBAMS:2026:9225 Rechtbank Amsterdam , 15-09-2026 / 13.090082.25
Strafrecht > Europees strafrecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

Parketnummer 13-090082-25. Vonnis rechtbank Amsterdam (meervoudige kamer), uitspraak 15 september 2026. Zaak tegen [verdachte] (geboren 1965, woonachtig [adres 1]). Onderzoekskamers: behandeling op 19, 20, 23, 27, 30 maart 2026, 3 en 10 april 2026; sluiting 15 september 2026. Officieren van justitie: mr. A. Kerkhoff en mr. M.M. van den Berg. Raadsheren: mr. M. Smit (voorzitter), mr. H.J. Bos, mr. M. Wiewel; griffier mr. S.F. Coşkun. Verdediging: mr. P.P.J. van der Meij en mr. S. Snelder. De zaak maakt deel uit van onderzoek “Ketchikan” (Ketchikan II); eerder dagvaarding in 2022 (Ketchikan I) nietig verklaard.

Tenlastelegging (samengevat): medeplegen van het opzettelijk vervaardigen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken, althans het opzettelijk aanwezig hebben van (meth)amfetamine in de periode 20 aug 2020 t/m 1 nov 2020 te [plaatsnaam 1] en/of te Amsterdam en/of elders in Nederland. OM beschouwt elf verdachten als samenwerkingsverband; [verdachte] zou als tussenpersoon betrokken zijn geweest bij het laboratorium in [plaatsnaam 1], onder meer als schakel tussen [medeverdachte 8] en de groep rond [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], betrokken bij bezichtigingen, financiering met [medeverdachte 8] en contact rondom inzet van koks. OM vorderde 44 maanden gevangenisstraf (met aftrek voorarrest).

Bewijspositie en standpunten

  • OM: baseert zich op OVC-gesprekken (onderschepte communicatie), observaties en overige bevindingen; betoogt dat gesprekken, ontmoetingen en rol als tussenpersoon voldoende gewicht hebben voor medeplegen.
  • Verdediging: betoogt dat de vervolging zich beperkt tot het laboratorium in [plaatsnaam 1]; er ontbreken concrete handelingen, forensische sporen, camerabeelden of telefoonaanstralingen die [verdachte] met dat laboratorium verbinden. OVC-gesprekken zijn onvoldoende specifiek en deels zien zij op andere locaties; de vereiste nauwe, bewuste samenwerking ontbreekt.

Rechtbanksoverwegingen en motivering vrijspraak

  • Algemeen: dossier schetst in algemene zin een beeld van betrokkenheid van de groep bij meerdere productielocaties. Dat algemene beeld is echter onvoldoende om zonder meer voor elke verdachte binnen het onderzoek individuele medeplegerschappen bij specifiek [plaatsnaam 1] bewezen te verklaren.
  • Identificatie: de rechtbank accepteert de koppeling van [verdachte] aan de bijnaam “[bijnaam 1]” op basis van OVC-sessies 678, 685 en 688 (o.a. ophalen bij [adres 2], aansluitend contact met [medeverdachte 8] in Velp). Wel geldt dat stemherkenning of bijnaam-koppelingen alleen gevolgd worden als zij steun vinden in inhoud of andere bewijsmiddelen; herkenning in het ene gesprek is geen vrijbrief die persoon automatisch in alle gesprekken als spreker aan te merken.
  • Concretisering tenlastelegging (sportschool ZD01): op 1 november 2020 is in een sportschool in [plaatsnaam 1] een operationeel meth-lab aangetroffen. Er is geen aanwijzing dat [verdachte] in of bij die sportschool is geweest: geen forensisch spoor, geen camerabeeld, geen telefoonplaatsbepaling die hem aan die locatie koppelt. Belastende OVC-uitspraken (onder meer een gesprek van 29 sept. 2020 over een “geheime” sportschool en de Colombiaanse vrouw van de eigenaar) kunnen wel in een belastende context worden geplaatst, maar geven geen aanwijzing welke concrete rol [verdachte] heeft vervuld bij het opzetten, inrichten of laten draaien van dat laboratorium.
  • Juridische toets: voor medeplegen is vereist dat de bijdrage van verdachte van voldoende gewicht is en dat er sprake is van nauwe, bewuste samenwerking met betrekking tot het specifieke strafbare handelen. De aangedragen ontmoetingen, gesprekken en de vastgestelde bijnaam-koppeling blijven steken op een niveau van verdachte context en ontmoetingen; zij leveren geen bewijs van zodanige concrete bijdragen dat medeplegen bewezen is.

Beslissing De rechtbank verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt [verdachte] daarvan vrij. Vonnis uitgesproken op openbare terechtzitting van 15 september 2026.

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:RBAMS:2026:9224
Strafrecht
15-09-2026 96% soortgelijk
Rechtbank Amsterdam (meervoudige kamer strafzaken) sprak op 15 september 2026 vonnis in de zaak tegen [verdachte] (geboren 1975, wonende [adres]). De zaak maakt deel uit van het onderzoek “Ketchikan” naar een vermeend...
ECLI:NL:GHAMS:2026:327
Strafrecht
12-02-2026 91% soortgelijk
Parketnummer 23-000863-22 — arrest Gerechtshof Amsterdam (afdeling strafrecht), uitspraak 11 februari 2026. Appel tegen vonnis rechtbank Amsterdam van 15 maart 2022 in zaak tegen [verdachte], geboren [geboortedag] 1946 te [geboorteplaats], wonende [adres...
ECLI:NL:RBAMS:2026:9236
Strafrecht > Europees strafrecht
15-09-2026 91% soortgelijk
Rechtbank Amsterdam (meervoudige kamer), Parketnummer 13-090094-25, vonnis uitgesproken 15 september 2026 in zaak tegen [verdachte] (geboren [geboortedag] 1977 te [geboorteplaats], wonende [adres 1]). De zaak maakte deel uit van het onderzoeksproject “Ketchikan”;...
ECLI:NL:RBNHO:2026:6891
Strafrecht
10-06-2026 89% soortgelijk
Rechtbank Noord-Holland (Meervoudige strafkamer, Team Straf, zittingen Haarlemmermeer en Haarlem) deed op 10 juni 2026 uitspraak in zaak parketnummer 15.142916.21 tegen [verdachte] (geb. 1991, woonadres in BRP). De officier van justitie mr....
ECLI:NL:RBLIM:2025:9185
Strafrecht
24-09-2025 89% soortgelijk
Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht (meervoudige kamer), parketnummers 03/237057-23 en 03/015352-22, wees op 24 september 2025 vonnis in de strafzaak tegen [verdachte] (geb. 1999), wonende te [adres 1], bijgestaan door mr. A.A.T.X. Vonken...

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

Onderzoek Ketchikan. Vrijspraak van betrokkenheid bij een methamfetaminelaboratorium.

Uitspraak

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13-090082-25

Datum uitspraak: 15 september 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1965, wonende op het adres [adres 1] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 19, 20, 23, 27 en 30 maart 2026, 3 en 10 april 2026 (inhoudelijke behandeling) en 15 september 2026 (sluiting).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mr. A. Kerkhoff en mr. M.M. van den Berg (hierna samen: de officier van justitie) en van wat verdachte en zijn raadslieden, mr. P.P.J. van der Meij en mr. S. Snelder, advocaten te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

De rechtbank heeft de zaak tegen verdachte gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de zaken tegen de overige verdachten in het onderzoek Ketchikan, te weten [medeverdachte 1] (13-011544-21), [medeverdachte 2] (13-011674-21), [medeverdachte 3] (13-012666-21), [medeverdachte 4] (13-059747-21), [medeverdachte 5] (13-222962-21), [medeverdachte 6] (13-222976-21), [medeverdachte 7] (13-017117-26), [medeverdachte 8] (13-090055-25) en [medeverdachte 9] (13-090094-25). De rechtbank doet gelijktijdig uitspraak in deze zaken.

2 Tenlastelegging

Verdachte wordt – kort samengevat – beschuldigd van het volgende strafbare feit:

medeplegen van het opzettelijk vervaardigen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken, althans het opzettelijk aanwezig hebben van (meth)amfetamine in de periode van 20 augustus 2020 tot en met 1 november 2020 te [plaatsnaam 1] en/of te Amsterdam en/of elders in Nederland.

De volledige tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Inleiding

Deze zaak maakt deel uit van de mega Ketchikan. Onderzoek Ketchikan is gericht op een groep personen die zich in georganiseerd verband bezig zou houden met de productie en handel in synthetische drugs, met name methamfetamine, ook wel crystal meth genoemd. Er werd onderzoek gedaan naar onder meer het opzetten, faciliteren en exploiteren van drugslaboratoria. Lopende het onderzoek zijn er op verschillende locaties, waaronder [plaatsnaam 1] , [plaatsnaam 2] en [plaatsnaam 3] (België) drugslaboratoria ontmanteld.

Er zijn in totaal elf verdachten gedagvaard. Het Openbaar Ministerie ziet deze elf verdachten als een samenwerkingsverband dat een belangrijke schakel vormt in de grootschalige productie van methamfetamine in Nederland. [verdachte] is één van die verdachten. Hij wordt ervan verdacht dat hij als tussenpersoon betrokkenheid had bij het laboratorium in [plaatsnaam 1] .

Die verdenking heeft, nadat de rechtbank de dagvaarding in zijn zaak in 2022 (Ketchikan I) nietig heeft verklaard, geresulteerd in de hierboven weergegeven tenlastelegging. De zaak is vervolgens in 2026 opnieuw door het Openbaar Ministerie aangebracht (Ketchikan II).

4 Waardering van het bewijs

4.1. Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen en heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 44 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De officier van justitie heeft daartoe, kort samengevat, het volgende aangevoerd.

[verdachte] was betrokken bij het opzetten en bereiden van methamfetamine in het laboratorium in [plaatsnaam 1] . Hij had een belangrijke rol als tussenpersoon tussen [medeverdachte 8] en de groep van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Uit de OVC-gesprekken, observaties en overige bevindingen volgt dat hij betrokken was bij het bezichtigen en bespreken van mogelijke locaties, de financiering met [medeverdachte 8] regelde en contact met [medeverdachte 1] onderhield met het oog op de inzet van de koks.

Zijn betrokkenheid blijkt onder meer uit de gesprekken en observaties rondom de zoektocht naar een geschikte locatie, de gesprekken over de sportschool en de rol die hij had bij het contact met [medeverdachte 8] . Zonder [verdachte] was het contact met [medeverdachte 8] niet op deze wijze tot stand gekomen en was de sportschool niet als locatie in beeld gekomen. Zijn bijdrage was daarmee van voldoende gewicht om hem als medepleger bij het laboratorium in [plaatsnaam 1] aan te merken.

4.2. Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde. Daartoe is, kort samengevat, het volgende aangevoerd.

[verdachte] wordt in deze zaak alleen vervolgd voor betrokkenheid bij het laboratorium in [plaatsnaam 1] . De OVC-gesprekken en observaties waarop het Openbaar Ministerie zich beroept, kunnen niet in betekenisvolle samenhang worden geplaatst met dat specifieke laboratorium. Daarvoor is te veel interpretatie en speculatie nodig.

Uit het dossier volgt niet dat [verdachte] een concrete feitelijke of intellectuele bijdrage heeft geleverd aan het laboratorium in [plaatsnaam 1] . Hij is niet in of bij het laboratorium gezien, geen van zijn telefoons is daar aangestraald en er is geen forensisch spoor of ander objectief bewijs dat hem aan dat laboratorium koppelt. Voor zover hij in OVC-gesprekken voorkomt, ontbreekt voldoende verankering dat die gesprekken op het laboratorium in [plaatsnaam 1] zien. Een deel van de door het Openbaar Ministerie genoemde gesprekken ziet bovendien op andere mogelijke locaties, zoals Hoofddorp.

Als al concrete handelingen van [verdachte] kunnen worden vastgesteld, leveren die geen bijdrage van voldoende gewicht op voor medeplegen. De vereiste nauwe en bewuste samenwerking met betrekking tot het laboratorium in [plaatsnaam 1] ontbreekt.

4.3. Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

4.3.1. Algemene overweging

Het onderzoek Ketchikan is op 20 augustus 2020 gestart. De aanleiding voor dit onderzoek lag in informatie die naar voren kwam uit het eerdere onderzoek Matanuska. Dat onderzoek was op 29 juli 2020 gestart. Er zijn verschillende opsporingsmiddelen ingezet, waaronder observaties, het opnemen van vertrouwelijke communicatie in voertuigen en het tappen van telecommunicatie.

In de afgeluisterde gesprekken wordt door verschillende personen en in wisselende samenstelling onder meer gesproken over locaties, personen die zouden moeten werken, betalingen en het opzetten of inrichten van productielocaties. Daarbij wordt gebruikgemaakt van termen die, gelet op de inhoud en context van de gesprekken en de overige bevindingen in het dossier, duiden op versluierd taalgebruik voor de productie van methamfetamine.

Uit de inhoud van de gesprekken, bezien in samenhang met de observaties en de overige bevindingen in het dossier komt dan ook in algemene zin het beeld naar voren dat de verdachten betrokken waren bij het opzetten van laboratoria voor de productie van crystal meth op verschillende locaties. Dat algemene beeld is, hoe verdacht dit beeld ook is, echter niet voldoende om zonder meer tot bewezenverklaring te komen van het aan [verdachte] tenlastegelegde feit.

De rechtbank moet in deze zaak beoordelen of er in het dossier bewijs voorhanden is dat [verdachte] als medepleger betrokken is bij het laboratorium in [plaatsnaam 1] . OVC-gesprekken of observaties die niet voldoende concreet met het laboratorium in [plaatsnaam 1] in verband kunnen worden gebracht, kunnen niet zonder meer als bewijs voor het tenlastegelegde feit dienen.

4.3.2. Identificatie [verdachte]

Voor zover [verdachte] in OVC-gesprekken als spreker wordt aangeduid of herkend, zal de rechtbank die koppeling tussen stem en persoon alleen volgen als daarvoor steun bestaat in de inhoud van het gesprek of in andere bewijsmiddelen. Hetzelfde geldt voor zover het Openbaar Ministerie [verdachte] koppelt aan een bijnaam of aanduiding in de gesprekken. Conclusies in overzichtsprocessen-verbaal of in het requisitoir die niet of onvoldoende steun vinden in de onderliggende bewijsmiddelen, zal de rechtbank niet zonder meer volgen. Verder is van belang dat een stemherkenning bij een bepaald gesprek, op zichzelf nog geen bewijs oplevert dat die persoon ook in andere gesprekken als spreker kan worden aangemerkt. De vraag in hoeverre [verdachte] kan worden gekoppeld aan de inhoud van specifieke, voor de tenlastelegging relevante gesprekken, zal de rechtbank hierna beoordelen. Daarbij betrekt de rechtbank de volgende vaststellingen.

[verdachte] komt volgens het dossier op 10 augustus 2020 in beeld bij een observatie in het onderzoek Matanuska. Bij die observatie is gezien dat [medeverdachte 1] een persoon ophaalt aan de [adres 2]. [verdachte] stond op dat moment op dat adres ingeschreven. Het onderzoeksteam heeft de opgehaalde persoon herkend als [verdachte] . In het verdere verloop van het onderzoek is [verdachte] ook op andere momenten waargenomen, onder meer in de omgeving van zijn woonadres.

Daarnaast wordt [verdachte] in het dossier in verband gebracht met de bijnaam “ [bijnaam 1] ” die voorkomt in de onderschepte communicatie. De rechtbank is van oordeel dat met “ [bijnaam 1] ” in de hierna te bespreken OVC-gesprekken [verdachte] wordt bedoeld. Daarvoor is redengevend dat in OVC-sessie 678 in de Ford Fiesta wordt gezegd dat zij eerst “ [bijnaam 1] ” gaan halen en daarna naar “ [bijnaam 2] ” zullen gaan. Vervolgens wordt [verdachte] opgehaald. Nadat hij is ingestapt, wordt in OVC-sessie 685 gesproken over het gaan kijken wat “ [bijnaam 2] ” te zeggen heeft. Uit OVC-sessie 688 van diezelfde datum blijkt vervolgens dat naar Velp wordt gereden en dat daar [medeverdachte 8] wordt ontmoet.

Deze feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de vaststelling dat met “ [bijnaam 1] ” [verdachte] wordt bedoeld en met “ [bijnaam 2] ” [medeverdachte 8] .

Deze vaststellingen betekenen op zichzelf echter nog niet dat [verdachte] ook als medepleger bij het laboratorium in [plaatsnaam 1] kan worden aangemerkt. Die vraag zal de rechtbank hierna beoordelen.

4.3.3. Vrijspraak (ZD01)

In een sportschool in [plaatsnaam 1] is op 1 november 2020 een in werking zijnde drugslaboratorium aangetroffen dat was ingericht voor de grootschalige productie van methamfetamine. Uit het dossier volgt niet dat [verdachte] in of bij de sportschool in [plaatsnaam 1] is geweest. Er is ook geen forensisch spoor, camerabeeld of ander objectief bewijsmiddel dat hem aan het laboratorium in [plaatsnaam 1] koppelt. Het bewijs van zijn betrokkenheid zou daarom moeten volgen uit de inhoud van gesprekken en observaties van ontmoetingen in de periode voorafgaand aan het aantreffen van het laboratorium.

In dit verband is opvallend dat [verdachte] heeft deelgenomen aan een gesprek op 29 september 2020 waarin wordt gesproken over een geheime locatie van een sportschool en over de Colombiaanse vrouw van de eigenaar. Gelet op het later aantreffen van het laboratorium in de sportschool in [plaatsnaam 1] en de omstandigheid dat de vrouw van de eigenaar van die sportschool Colombiaans is, kan dit gesprek op een belastende wijze in verband worden gebracht met [plaatsnaam 1] .

Dat is echter onvoldoende voor een bewezenverklaring van medeplegen. Uit het gesprek volgt namelijk niet welke concrete feitelijke rol [verdachte] heeft gehad bij het opzetten, inrichten of laten draaien van het laboratorium. In het gesprek wordt wel over verschillende personen gesproken, onder wie “ [bijnaam 3] ” en “ [bijnaam 4] ”, maar ook daaruit kan niet worden afgeleid welke bijdrage [verdachte] zelf aan het laboratorium heeft geleverd. Ook overigens bevat het dossier geen bewijsmiddelen op grond waarvan zou kunnen worden vastgesteld welke handelingen [verdachte] heeft verricht die concreet op het laboratorium in [plaatsnaam 1] betrekking hadden.

De belastende aanwijzingen blijven daarmee steken op het niveau van ontmoetingen en gesprekken met een verdachte context en bieden geen bewijs voor een bijdrage van voldoende gewicht aan de productie van crystal meth in het laboratorium in [plaatsnaam 1] .

De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] als medepleger betrokken was bij het laboratorium in [plaatsnaam 1] .

5 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.Dit vonnis is gewezen door mr. M. Smit, voorzitter, mr. H.J. Bos en mr. M. Wiewel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.F. Coşkun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 september 2026.

[…]