ECLI:NL:RBAMS:2026:9222 Rechtbank Amsterdam , 14-09-2026 / C/13/791665/KG ZA 26-678
Samenvatting
SBK ART LLC (Moskou), twee mede-eisers ([eiser 2], [eiser 3]) vorderen in kort geding dat ongeveer 2.200 documenten (circa 30.000 pagina’s) die SBK via een Amerikaanse discovery-order van Akin Gump heeft ontvangen, door een rechter-commissaris, Ivy Advocaten of een onafhankelijke deskundige gefilterd worden op zogenaamde geheimhoudersinformatie, waarna de gefilterde documenten aan de Nederlandse advocaten van SBK verstrekt zouden mogen worden. De gedaagden zijn de Nederlandse advocaten en een notaris van verschillende Fortenova-entiteiten ([gedaagde 1], [gedaagde 2], [gedaagde 3], hierna: Fortenova c.s.) en de Nederlandse advocaat van Open Pass ([gedaagde 4]). Partijen voeren meerdere internationale procedures naar aanleiding van de verkoop van Fortenova MidCo aan Open Pass en uitsluiting van SBK’s stemrechten.
Feiten en procesgang: op grond van een Amerikaanse discovery-order verstrekte Akin Gump circa 2.200 als “non-privileged” aangemerkte documenten aan SBK. Gedaagden stelden in brieven dat niet is uit te sluiten dat vertrouwelijke informatie valt onder het Nederlandse verschoningsrecht en dat alleen zij als verschoningsgerechtigden primair mogen beoordelen of stukken onder dat recht vallen. De Deken van de Amsterdamse Orde adviseerde SBK dat inzage alleen verantwoord is na voorafgaande filtering door een onafhankelijke derde (bijv. advocaat). SBK meldde een advocaat te hebben gevonden die zou willen filteren; gedaagden weigerden dit en stelden dat alleen de bevoegde rechter een door hen ingenomen verschoningsstandpunt kan toetsen (marginaal).
Beoordeling voorzieningenrechter: de rechter benadrukt dat het verschoningsrecht en de geheimhoudingsplicht fundamenteel zijn en primair aan de advocaat/notaris toekomen; de beoordeling of informatie onder dat recht valt is in de eerste plaats voorbehouden aan de verschoningsgerechtigde zelf en wordt door de rechter slechts marginaal getoetst. Het feit dat documenten in de VS als “non-privileged” zijn aangemerkt, leidt niet automatisch tot het ontbreken van geheimhoudersinformatie naar Nederlands recht; regelgeving en maatstaven verschillen. SBK heeft niet aannemelijk gemaakt dat de Nederlandse gedaagdeadvocaten zodanig bij de selectie door Akin Gump waren betrokken dat al volgens Nederlandse normen is gefilterd; [gedaagde 4] blijkt in het geheel niet betrokken.
Conclusie en gevolgen: de vordering tot voorafgaande filtering door een rechter-commissaris of onafhankelijke advocaat wordt afgewezen omdat dat niet strookt met het Nederlandse uitgangspunt dat de verschoningsgerechtigde zelf bepaalt of hij zich op het recht beroept. De Deken’s advies acht de voorzieningenrechter niet bindend. Wel geeft de voorzieningenrechter praktisch advies: SBK’s Amerikaanse advocaten kunnen een eerste selectie (bijv. circa 70 documenten) maken die gedaagden vervolgens beoordelen; eventuele geschillen kunnen in de lopende bodemprocedure aan de rechter worden voorgelegd, in overeenstemming met ontwikkelingen in het bewijsrecht.
Proceskosten en uitspraak: SBK c.s. worden in het ongelijk gesteld en hoofdelijk veroordeeld tot betaling van proceskosten aan beide zijden (€1.707,00 voor [gedaagde 1–3] en €1.707,00 voor [gedaagde 4], met bijkomende incassokosten en wettelijke rente bij niet-betaling). Vonnis door voorzieningenrechter mr. M.L.S. Kalff, uitgesproken 14 september 2026.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
kort geding; vordering tot het laten filteren van documenten door een rechter-commissaris of onafhankelijke advocaat wordt afgewezen. Advocaten van de wederpartij hebben een beroep op hun verschoningsrecht gedaan en het is aan hen om de documenten te beoordelen op geheimhoudersinformatie.
Uitspraak
Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/791665 / KG ZA 26-678 MK/BB
Vonnis in kort geding van 14 september 2026
in de zaak van
1 SBK ART LLC,
te Moskou (Rusland), 2. [eiser 2], te [woonplaats 1] (Verenigde Arabische Emiraten), 3. [eiser 3], te [woonplaats 2] (Kroatië), eisende partijen bij gelijkluidende dagvaarding van 29 en 30 juli 2026, hierna samen te noemen: SBK c.s. en afzonderlijk te noemen: SBK, [eiser 2] en [eiser 3] , advocaten: mr. E.J.H. Zandbergen, mr. M.L. Schreel en mr. G.M. Unval, met in aanvulling ook mr. J.Ph. de Korte voor [eiser 2] ,
tegen
1 [gedaagde 1] ,
advocaat te [vestigingsplaats 1] , 2. [gedaagde 2], advocaat te [vestigingsplaats 2] , 3. [gedaagde 3], notaris te [vestigingsplaats 3] , advocaten: mr. J. Mencke en mr. N.A.M.E.C. Fanoy,
4. [gedaagde 4], advocaat te [vestigingsplaats 4] , advocaat: mr. R.G.J. de Haan, gedaagde partijen, hierna te noemen: [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en [gedaagde 4] , en de eerste drie tezamen ook: [gedaagden] en [gedaagde 4] ook: [gedaagde 4] gedaagde.
1 De procedure
Op de mondelinge behandeling van 31 augustus 2026 hebben SBK c.s. de vordering zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. De ter zitting gedane eiswijziging is buiten de termijn uit het procesreglement ingediend en wordt niet meegenomen nu deze in strijd is met de goede procesorde. Gedaagden hebben verweer gevoerd. [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [gedaagde 3] hebben dat mede aan de hand van een van tevoren ingediende conclusie van antwoord gedaan. SBK c.s. en [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [gedaagde 3] hebben producties ingediend en SBK c.s. en [gedaagde 4] een pleitnota. Gedaagden hebben bezwaar gemaakt tegen toelating van de door SBK c.s. te laat voor de zitting ingediende productie 22. De voorzieningenrechter ziet niet in dat gedaagden met toelating van deze productie in hun belangen worden geschaad en laat de productie dan ook toe.
Ter zitting waren aanwezig: aan de kant van SBK c.s.: [naam 1] en [naam 2] (Russische advocaten via een onlineverbinding) met een tolk Engels (in de zaal) en mr. Zandbergen, mr. Schreel, mr. Unval en mr. De Korte (alleen namens [eiser 2] ); aan de kant van gedaagden: [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [gedaagde 3] met mr. Mencke en mr. Fanoy en [gedaagde 4] met mr. De Haan.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2 De feiten
2.1. [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [gedaagde 3] zijn de Nederlandse advocaten en notaris van Fortenova Group STAK Stichting, Fortenova Group TopCo B.V. (hierna: Fortenova TopCo), Fortenova Group MidCo B.V. (hierna: Fortenova MidCo), Fortenova Group HoldCo B.V. (hierna: Fortenova HoldCo), Fortenova STAK Stichting en Fortenova Group B.V. (hierna tezamen: Fortenova c.s.). [gedaagde 4] is de Nederlandse advocaat van Open Pass Limited (hierna: Open Pass) en [functie] (hierna tezamen: Open Pass c.s.).
2.2. SBK en Open Pass zijn certificaathouders in het kapitaal van Fortenova TopCo.
2.3. SBK c.s., Fortenova c.s. en Open Pass c.s. zijn sinds 2022 (na de invasie van Rusland in Oekraïne en plaatsing van SBK op de EU sanctielijst) verwikkeld in meerdere procedures in verschillende landen. Deze procedures zijn het gevolg van, kort gezegd, een wijziging van de governance en een herstructurering van de Fortenova groep waarbij Fortenova MidCo aan Open Pass is verkocht (de MidCo Sale) en met uitsluiting van stem-en vergaderrechten van SBK door Fortenova c.s. en Open Pass c.s.
2.4. In Nederland zijn op dit moment twee procedures aanhangig, een bodemprocedure over de rechtsgeldigheid van de MidCo Sale en de besluitvorming daaromtrent en een enquêteverzoek bij de Ondernemingskamer waarin SBK c.s. onderzoek vragen naar het beleid en de gang van zaken bij enkele Fortenova-entiteiten.
2.5. Op 26 maart 2024 is SBK in de Verenigde Staten een zogenoemde
2.6. Bij
2.7. Akin Gump heeft op basis van de
2.8. Bij brief van 3 juni 2026 heeft [gedaagde 2] namens de Nederlandse advocaten en notaris van Fortenova c.s. ( [gedaagden] ) onder meer het volgende aan (de advocaat van) SBK c.s. geschreven (voetnoten weggelaten):
2.9. Bij brief van 16 juni 2026 heeft de advocaat van SBK c.s. (mr. Zandbergen) aan de Deken van de Amsterdamse Orde van Advocaten (hierna: de Deken) advies gevraagd over de vraag of hij, in het licht van het beroep op het verschoningsrecht, kennis mag nemen van de documenten die SBK van Akin Gump heeft verkregen. Daarop heeft de Deken op 18 juni 2026 onder meer het volgende aan de advocaat van SBK c.s. geschreven:
2.10. Bij e-mail van 24 juni 2026 heeft de advocaat van SBK c.s. gedaagden ingelicht over het advies van de Deken en daarbij te kennen gegeven inmiddels een advocaat gevonden te hebben die bereid is tot filtering van de documenten over te gaan.
2.11. Bij e-mailbericht van 29 juni 2026 heeft [gedaagde 2] , namens de advocaten en notaris van Fortenova c.s., voor zover hier relevant, de volgende reactie gestuurd op het bericht van de advocaat van SBK c.s.:
2.12. Bij e-mailbericht van eveneens 29 juni 2026 heeft [gedaagde 4] , de Nederlandse advocaat van Open Pass c.s. het volgende aan de advocaat van SBK c.s. geschreven:
2.13. Partijen hebben met voorstellen over en weer getracht om in onderling overleg uit deze impasse te komen, maar zij zijn daar niet in geslaagd.
3 Het geschil
3.1. SBK c.s. vorderen dat de rechter-commissaris van de rechtbank Amsterdam, dan wel (advocaten verbonden aan) het advocatenkantoor Ivy Advocaten, althans een door de voorzieningenrechter aan te wijzen onafhankelijke deskundige, de door Akin Gump en de buitenlandse adviseurs aan SBK verstrekte documenten filtert op geheimhoudersinformatie en, in een of meerdere tranches, die gefilterde documenten verstrekt aan de advocaten van SBK c.s. dan wel SBK te machtigen om die gefilterde documenten aan haar advocaat te verstrekken, zulks op grond van de in de dagvaarding vermelde filteringscriteria, althans op grond van in goede justitie te bepalen filteringscriteria. Ten slotte vorderen SBK c.s. om gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2. SBK c.s. leggen aan de vordering het volgende ten grondslag. Zij beschikken op basis van de
3.3. Gedaagden voeren verweer, waarbij het verweer van [gedaagden] en [gedaagde 4] gedaagde op hetzelfde neerkomt. Volgens gedaagden kan uit het feit dat Akin Gump de verstrekte documenten als
3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
4.1. Tussen partijen is in geschil of (en zo ja op welke wijze) de ongeveer 2.200 documenten die SBK op grond van de
4.2. Ten aanzien van de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van advocaten en notarissen strekt in de Nederlands rechtelijke context het volgende tot uitgangspunt.
4.3. Het verschoningsrecht is fundamenteel en ligt ten grondslag aan het beroep van advocaat en notaris in het verlengde van de geheimhoudingsplicht. Dit brengt mee dat advocaten en notarissen uit hoofde van de aard van hun maatschappelijke functie tot geheimhouding verplicht zijn van al hetgeen hen in hun hoedanigheid wordt toevertrouwd. De geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht dienen naast het belang van de cliënt en het eigen belang van de advocaat/notaris een algemeen maatschappelijk belang, te weten dat eenieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking tot een advocaat of notaris moet kunnen wenden, waarvoor het belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt in beginsel moet wijken. Het is aan de advocaat en/of de notaris zelf om een belangenafweging te maken en te bepalen in hoeverre hij een beroep op zijn verschoningsrecht doet, wat betekent dat het verschoningsrecht een recht is dat in beginsel de advocaat en/of de notaris toekomt en niet een recht is van de cliënt. De beoordeling of informatie onder het verschoningsrecht valt is daarmee ook primair voorbehouden aan de verschoningsgerechtigde zelf, die in staat moet worden gesteld om zich daarover uit te laten. Een rechter toetst dit standpunt slechts marginaal. Dat betekent dat het standpunt van de geheimhouder wordt geëerbiedigd, tenzij er redelijkerwijs geen twijfel over kan bestaan dat dit standpunt onjuist is.
4.4. De voorzieningenrechter is met gedaagden van oordeel dat op dit moment niet kan worden uitgesloten dat tussen de door Akin Gump aan SBK verstrekte documenten documenten zitten die onder het Nederlandse verschoningsrecht vallen (hierna ook: geheimhoudersinformatie). Het feit dat de documenten zijn verstrekt op basis van een rechtelijke uitspraak in de Verenigde Staten leidt niet tot een andere conclusie. Dat zorgt er wel voor dat nu de atypische situatie is ontstaan dat SBK (rechtsgeldig) over documenten beschikt die haar Nederlandse advocaten niet kunnen inzien en gebruiken zolang niet is gewaarborgd dat deze documenten geen geheimhoudersinformatie van gedaagden bevatten. De omstandigheid dat Akin Gump de verstrekte documenten als
4.5. De volgende vraag is op welke wijze vastgesteld moet worden of zich tussen de door Akin Gump aan SBK verstrekte documenten geheimhoudersinformatie bevindt. In lijn met eerdergenoemde uitgangspunt is het eerst aan gedaagden als verschoningsgerechtigden om de documenten te beoordelen op geheimhoudersinformatie. Daarbij is het aan hen zelf om die beoordeling te doen op grond van de uitgangspunten van de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht. Het gaat niet aan om hen vooraf, op verzoek van een direct belanghebbende, filteringscriteria op te leggen. Pas bij een geschil over de vraag of bepaalde documenten onder geheimhoudersinformatie vallen of niet, kan dit aan de rechter worden voorgelegd. Van een filtering door een rechter-commissaris dan wel onafhankelijke advocaat, waar de vordering van SBK c.s. op ziet, kan in ieder geval geen sprake zijn. Dat zou niet in lijn zijn met een van de uitgangspunten van het Nederlandse verschoningsrecht dat verschoningsgerechtigde zelf de beoordeling maakt. De vordering wordt dan ook afgewezen. Het advies van de Deken, dat overigens is gegeven zonder enige betrokkenheid van gedaagden, maakt dat niet anders. Tot slot wordt ook de stelling van SBK c.s. dat de [gedaagden] advocaten met het bericht van 3 juni 2026 (2.8) deze eigen beoordeling al gemaakt hebben en er dus al sprake is van een geschil niet gevolgd. Dat de [gedaagden] advocaten al enige analyse van (een deel van) de 30.000 pagina’s hebben gemaakt blijkt niet uit het bericht van 3 juni 2026, en ook niet anderszins.
4.6. Ten overvloede wordt het volgende nog aan partijen meegegeven. De voorzieningenrechter is het met gedaagden eens dat van hen niet kan worden gevergd om op korte termijn circa 2.200 documenten (ongeveer 30.000 pagina’s) te beoordelen op geheimhoudersinformatie. Het voorstel van gedaagden om de Amerikaanse advocaten van SBK c.s. een eerste selectie te laten maken en die documenten aan gedaagden voor te leggen, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter een redelijk voorstel en zou partijen kunnen helpen uit deze impasse te geraken. Van gedaagden mag verwacht worden dat zij circa 70 documenten beoordelen. De voorzieningenrechter raadt partijen aan om dit voorstel te volgen en daarbij voortvarend te werk te gaan. Indien vervolgens een geschil ontstaat over een specifieke beoordeling kan dat vervolgens aan de rechter van de al lopende bodemprocedure worden voorgelegd. Dit sluit aan bij de ontwikkeling die mede ten grondslag ligt aan de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht dat de rechter die over de hoofdzaak oordeelt ook over de bewijsverrichtingen gaat.
4.7. SBK c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten aan de zijde van [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [gedaagde 3] , alsmede die aan de zijde van [gedaagde 4] worden begroot op:
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1. weigert de gevraagde voorziening,
5.2. veroordeelt SBK c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 1.707,00 aan de zijde van [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [gedaagde 3] , te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als SBK c.s. niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3. veroordeelt SBK c.s. tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4. veroordeelt SBK c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 1.707,00 aan de zijde van [gedaagde 4] , te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als SBK c.s. niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5. verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.