ECLI:NL:RBAMS:2012:BW2576 Rechtbank Amsterdam , 07-02-2012 / 496726 / KG ZA 11-1234 SR/JWR
Samenvatting
Op 7 februari 2012 heeft de Rechtbank Amsterdam een vonnis uitgesproken in een kort geding tussen de Staat der Nederlanden (Belastingdienst) en European Merchant Services B.V. (EMS). De zaak betreft een vordering van de Belastingdienst tegen EMS om bepaalde gegevens te verstrekken over transacties met buitenlandse betaalkaarten die in Nederland zijn uitgevoerd.
Tijdens de zittingen op 4 en 25 oktober 2011 heeft de Belastingdienst zijn vordering gepresenteerd, waarbij EMS verweer voerde en de gevraagde voorziening weigerde. De Belastingdienst heeft in een tussenvonnis van 8 november 2011 gesteld dat EMS verplicht is om de gevraagde gegevens te verstrekken. Na overleg tussen de partijen heeft de Belastingdienst zijn vordering beperkt tot specifieke gegevens, die in een bijlage bij het vonnis zijn opgenomen.
De voorzieningenrechter heeft in zijn beslissing bepaald dat EMS uiterlijk op 15 februari 2012 de gevraagde gegevens moet aanleveren. Voor elke dag dat EMS in gebreke blijft, moet zij een dwangsom van €5.000 betalen, met een maximum van €150.000. Daarnaast is EMS veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de Belastingdienst, die zijn begroot op €1.466,81.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde is afgewezen. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter mr. Sj. A. Rullmann, bijgestaan door griffier mr. J.W. Rouwendal.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
Geschil tussen EMS en de Belastingdienst inzake transactiegegevens van buitenlandse creditcards en debitcards.
Uitspraak
vonnis RECHTBANK AMSTERDAM
Sector civiel recht, voorzieningenrechter
zaaknummer / rolnummer: 496726 / KG ZA 11-1234 SR/JWR
Vonnis in kort geding van 7 februari 2012
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon DE STAAT DER NEDERLANDEN, (ministerie van Financiën, Directoraat-Generaal Belastingdienst) zetelend te Den Haag, eiseres bij dagvaarding van 8 september 2011, advocaat mr. drs. W.I. Wisman te Den Haag,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EUROPEAN MERCHANT SERVICES B.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde, advocaat mr. C.A.M.J. Raymakers te Amsterdam.
Partijen zullen hierna de Belastingdienst en EMS worden genoemd.
1.De procedure Ter terechtzitting van 4 oktober 2011 heeft de Belastingdienst gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. EMS heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. De behandeling ter terechtzitting is voortgezet op 25 oktober 2011. Voorafgaand aan deze voortgezette terechtzitting heeft de Belastingdienst een schriftelijke toelichting met aanvullende producties ingediend. Ook EMS heeft aanvullende producties in het geding gebracht. Beide partijen hebben ter voortgezette terechtzitting een pleitnota overgelegd. Ter terechtzittingen waren onder meer aanwezig:
- namens de Belastingdienst de heren [persoon 1], [persoon 2], [persoon 3] en [persoon 4], bijgestaan door mr. Wisman (zittingen van 4 oktober 2011 en 25 oktober 2011) en mr. T. Novakovski (zitting van 25 oktober 2011);
- namens EMS op 4 oktober 2011 de heer [persoon 5] en op 25 oktober 2011 de heer [persoon 6], bijgestaan door mr. Raymakers en mr. S.H. Kingma.
Vervolgens heeft de voorzieningenrechter op 8 november 2011 een tussenvonnis gewezen. Partijen hebben vervolgens overleg gevoerd, waarna zij hebben verzocht eindvonnis te wijzen. Nu de rechter die het tussenvonnis heeft gewezen niet meer bij de rechtbank werkzaam is, zal dit vonnis door een andere rechter worden gewezen.
2.De verdere beoordeling 2.1.De voorzieningenrechter volhardt in hetgeen is overwogen en beslist bij eerder tussenvonnis in deze zaak van 8 november 2011 (hierna: het tussenvonnis).
2.2.In het tussenvonnis is overwogen dat EMS gehouden is de door de Belastingdienst gevraagde gegevens te verstrekken. Na overleg tussen partijen heeft de Belastingdienst haar vordering vervolgens beperkt tot gegevens zoals vermeld op een door haar in het geding gebracht overzicht. Hiertoe zal EMS worden veroordeeld. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.
2.3.EMS zal als in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van de Belastingdienst worden begroot op:
- griffierechtEUR 560,00
- kosten dagvaarding90,81
- salaris advocaat 816,00 Totaal EUR 1.466,81
3.De beslissing De voorzieningenrechter
3.1.beveelt EMS om uiterlijk 15 februari 2012 de gegevens zoals vermeld op de aan dit vonnis gehechte bijlage “Overzicht door EMS te verstrekken velden”, voor zover betrekking hebbend op in Nederland verrichte transacties met buitenlandse betaalkaarten in de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2011, waaronder in ieder geval alle transacties met buitenlandse betaalkaarten verricht bij in Nederland gevestigde merchants waar EMS een (betaaldienstverlenings)overeenkomst mee heeft gesloten;
3.2.veroordeelt EMS aan de Belastingdienst een dwangsom te betalen van EUR 5.000,00 voor iedere dag waarop zij niet aan de in 3.1 uitgesproken veroordeling heeft voldaan, tot een maximum van EUR 150.000,00 is bereikt;
3.3.veroordeelt EMS in de proceskosten aan de zijde van de Belastingdienst tot op heden begroot op EUR 1.466,81, te vermeerderen met, indien betaling binnen veertien dagen na heden uitblijft, de wettelijke rente hierover;
3.4.verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. Sj. A. Rullmann, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. J.W. Rouwendal, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2012.?