ECLI:NL:OGEABES:2026:66 Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 18-03-2026 / BON202600089
Samenvatting
Zaaknummer BON202600089 (Gerecht in Eerste Aanleg Bonaire, zittingsplaats Bonaire). Op 3 maart 2026 ontving de griffie het verzoekschrift van de Voogdijraad Caribisch Nederland (inbegrepen raadsrapportage d.d. 24 februari 2026) tot benoeming van tijdelijke voogdij voor [de minderjarige] (geboren [geboortedatum] 2026 te [geboorteplaats]). De mondelinge behandeling vond plaats op 18 maart 2026; verschenen waren de moeder (geboren [geboortedatum] 2009), de vader, de oma (geboren [geboortedatum] 1989) en namens de Voogdijraad mevrouw [medewerker voogdijraad 1] en de heer [medewerker voogdijraad 2]. De rechter deed ter zitting mondeling uitspraak op 18 maart 2026; de beschikking is op 23 maart 2026 op schrift gesteld.
Feiten en proces: de moeder is zelf minderjarig en beviel in [datum] 2026 van [de minderjarige]. De vader heeft [de minderjarige] niet erkend. De moeder en het kind wonen bij de oma. De Voogdijraad onderzocht wie het gezag moest krijgen en of een meerderjarigheidsverklaring voor de moeder passend zou zijn; tevens onderzocht zij de geschiktheid van de vader. De oma heeft zich bereid verklaard de voogdij op zich te nemen. De moeder en de oma stemden in met benoeming; de vader was tegen.
Wettelijke grondslag en motivering: het gerecht verwijst naar artikel 1:295 BW BES (rechter kan voogd benoemen voor minderjarigen zonder ouderlijk gezag) en artikel 1:246 BW BES (de moeder was ten tijde van de geboorte minderjarig en daarom onbevoegd het gezag uit te oefenen), waardoor sinds de geboorte een gezagsvacuüm bestond. De Voogdijraad adviseerde geen meerderjarigheidsverklaring omdat de moeder financieel niet zelfstandig is en afhankelijk van huisvesting bij de oma. Benoeming van de vader werd ontraden vanwege diens woonsituatie, de spanningen tussen vader en oma, het ontbreken van erkenning, zijn jonge leeftijd en de twijfel of hij in de huidige verhoudingen steeds de belangen van het kind voorop zou stellen. Het gerecht sloot zich aan bij dit advies en benadrukte dat de situatie tijdelijk is totdat de moeder meerderjarig wordt; benoeming van de oma biedt stabiliteit en maakt geleidelijke participatie van beide ouders in verzorging en opvoeding mogelijk.
Beslissing: de rechtbank benoemt [de oma] tot voogd over [de minderjarige], gelast de griffier de aantekening in het gezagsregister te maken en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
Minderjarige moeder, benoeming oma tot voogdes
Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202600089 datum beslissing: 18 maart 2026
BESCHIKKING
op verzoek van:
VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND, gevestigd te Bonaire, hierna: de Voogdijraad,
met betrekking tot de minderjarige:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2026 te [geboorteplaats], hierna: [de minderjarige].
Als belanghebbenden wordt aangemerkt:
[de moeder], wonende te Bonaire, hierna: de moeder,
[de vader], wonende te Bonaire, hierna: de vader,
en
[de oma], wonende te Bonaire, hierna: de oma.
1 De procedure
1.1. Op 3 maart 2026 is een verzoekschrift ‘tijdelijke voogdij-minderjarige moeder’ van de Voogdijraad met bijlagen, waaronder de raadsrapportage van 24 februari 2026, door de griffie ontvangen.
1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 maart 2026. Daarbij zijn de moeder, de vader en de oma verschenen. Namens de Voogdijraad zijn mevrouw [medewerker voogdijraad 1] en de heer [medewerker voogdijraad 2] verschenen.
1.3. Na afloop van de mondelinge behandeling is door de rechter meteen mondeling uitspraak gedaan als volgt.
2 De feiten
2.1. De moeder is geboren op [geboortedatum] 2009 en dus nog minderjarig. Zij is op [datum] 2026 bevallen van [de minderjarige]. [de minderjarige] is niet erkend door de vader. De moeder woont met [de minderjarige] bij de oma.
2.2. De Voogdijraad heeft onderzoek gedaan naar de vraag of het in het belang van [de minderjarige] is om de voogdij te beleggen bij de oma.
2.3. De oma heeft zich bereid verklaard om de voogdij over [de minderjarige] op zich te nemen.
3 De beoordeling
3.1. De Voogdijraad verzoekt om de oma te belasten met de voogdij over [de minderjarige].
3.2. In artikel 1:295 BW BES is bepaald dat de rechter in eerste aanleg een voogd benoemt over alle minderjarigen, die niet onder ouderlijk gezag staan en in wier voogdij niet op wettige wijze is voorzien. De moeder is minderjarig en zij is ingevolge artikel 1:246 BW BES ten tijde van de geboorte van [de minderjarige] onbevoegd om het gezag uit te oefenen. Vanaf de geboorte is er dus een gezagsvacuüm.
3.3. De Voogdijraad heeft onderzocht of een meerderjarigheidsverklaring van de moeder van toepassing kan zijn, maar concludeert dat dit niet in het belang is van [de minderjarige] omdat de moeder nog niet financieel redzaam is en nog afhankelijk is van huisvesting bij oma. Ook de mogelijkheid om de vader met het gezag over [de minderjarige] te belasten is onderzocht. Vanwege de woonsituatie van de vader en de spanningen die er tussen de oma en de vader zijn heeft de Voogdijraad in haar rapport en tijdens de mondelinge behandeling hierover negatief geadviseerd. De Voogdijraad vindt het in het belang van het ongeboren kind om de oma als voogdes te benoemen. De moeder en de oma zijn akkoord met dit advies. De vader is niet akkoord met het advies.
3.4. Het gerecht sluit zich aan bij het advies van de Voogdijraad en overweegt daarbij als volgt. Het is goed om te zien dat de vader zijn verantwoordelijkheid wil nemen voor [de minderjarige], maar het is – nog afgezien van het feit dat hij [de minderjarige] nog niet erkend heeft – niet in het belang van [de minderjarige] om de vader met het gezag te belasten. De vader is zelf nog jong, heeft geen geschikte huisvesting en de rechter is van oordeel dat de vader niet in staat zal zijn om in de huidige verhoudingen tussen moeder, oma en vader steeds de belangen van [de minderjarige] voor ogen te houden. Bovendien geldt dat sprake is van een tijdelijke situatie is totdat de moeder meerderjarig is. In deze situatie heeft oma de gelegenheid de ouders geleidelijk te laten groeien in het ouderschap en hen beiden een steeds grotere rol te laten spelen in de verzorging en opvoeding van [de minderjarige]; dit moet het meest in het belang van [de minderjarige] worden geacht. Nu verder niet van bezwaren tegen het verzoek is gebleken, zal het verzoek worden toegewezen.
4 De beslissing
Het gerecht:
4.1. benoemt [de oma], geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats], tot voogd over
4.2. gelast de griffier zorg te dragen dat aantekening wordt gemaakt van de onder 4.1 gegeven beslissing in het gezagsregister.
4.3. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier en op 23 maart 2026 op schrift gesteld.