ECLI:NL:HR:2026:1474 Hoge Raad , 15-09-2026 / 24/04741
Samenvatting
Zakenummer en partijen Zakenummer bij de Hoge Raad: 24/04741. Het geding betreft een cassatieberoep door [verdachte] (geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997) tegen een arrest van het gerechtshof ’s‑Hertogenbosch van 10 december 2024, nummer 20‑001721‑24. De verdediging werd in cassatie bijgestaan door advocaat A. Stronkhorst. De advocaat‑generaal was P.T.C. van Kampen.
Procesverloop De verdachte heeft binnengekomen cassatie ingesteld tegen het hofarrest. Namens de verdachte is door advocaat Stronkhorst een cassatiemiddel aangevoerd dat zich richtte tegen de door het hof uitgesproken niet‑ontvankelijkverklaring van het door de verdachte ingestelde hoger beroep.
Beoordeling en rechtsgrond De Hoge Raad oordeelt dat het cassatiemiddel slaagt. Concreet keert het middel zich tegen de motivering en/of rechtstoepassing waarmee het hof het hoger beroep van de verdachte niet‑ontvankelijk heeft verklaard. De Hoge Raad verwijst naar en volgt de motivering in de conclusie van de advocaat‑generaal P.T.C. van Kampen, die heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak naar hetzelfde gerechtshof ter hernieuwde berechting en beslissing. De exacte juridische argumentatie waarmee het hof onjuist zou hebben gehandeld, is in het arrest samengevat door verwijzing naar die conclusie.
Beslissing Hoge Raad De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof ’s‑Hertogenbosch en wijst de zaak terug naar dat hof, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Samenstelling en datum Het arrest is gewezen door de Strafkamer van de Hoge Raad, voorgezeten door vice‑president C. Caminada, met raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout; de waarnemend griffier was H.J.S. Kea. Uitspraak plaatsvond op 15 september 2026.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. voorhanden hebben van vals identiteitsbewijs (art. 231.2 Sr), rijden onder invloed zonder rijbewijs (art. 8.4 jo. 8.3.a WVW 1994) en rijden zonder rijbewijs (art. 107.1 WVW 1994). Ontvankelijkheid hoger beroep, e-mailbericht van raadsman met grief bij stukken. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op e-mail van raadsman aan hof die o.m. inhoudt dat “appel zich richt tegen opgelegde straf”? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Nu e-mail voorafgaand aan tz. in h.b. is gestuurd naar hof waar zaak in h.b. diende, doet in art. 416.2 Sv bedoeld geval dat verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend zich niet voor. Om die reden is ’s hofs oordeel dat verdachte geen grieven tegen vonnis heeft ingediend, niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
**Nummer **24/04741
Datum15 september 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 december 2024, nummer 20-001721-24, in de strafzaak
tegen
[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997, hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat A. Stronkhorst bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1 Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het door de verdachte ingestelde hoger beroep.
2.2 Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C. Caminada als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van