Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:HR:2014:52

ECLI:NL:HR:2014:52 Hoge Raad , 14-01-2014 / 12/01483
Strafrecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

Op 14 januari 2014 heeft de Hoge Raad der Nederlanden een arrest gewezen in een cassatieprocedure tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 7 maart 2012. De zaak betreft de verdachte, geboren in 1963, die in beroep ging tegen een eerdere uitspraak. De verdediging, vertegenwoordigd door advocaat mr. B.P. de Boer, heeft middelen van cassatie ingediend.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar enkel met betrekking tot de bepaling dat de verdachte zich gedurende een periode van maximaal twee jaren na zijn detentie bij de reclassering moest melden. De Advocaat-Generaal stelde voor deze termijn te vervangen door "de resterende duur van de proeftijd".

De Hoge Raad heeft de middelen van de verdachte beoordeeld. Het eerste en tweede middel konden niet tot cassatie leiden, omdat deze geen rechtsvragen opriepen die relevant zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het derde middel, dat stelde dat het Hof artikel 14c, tweede lid onder 5° (oud) van het Wetboek van Strafrecht had geschonden, werd echter gegrond bevonden. De Hoge Raad heeft de misslag hersteld.

In de beslissing heeft de Hoge Raad de eerdere uitspraak vernietigd, maar alleen voor het gedeelte dat betrekking had op de meldplicht bij de reclassering. De nieuwe bepaling stelt dat de verdachte zich moet blijven melden gedurende een door de reclassering te bepalen periode, die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd. Het beroep werd voor het overige verworpen.

Het arrest is uitgesproken door vice-president A.J.A. van Dorst, samen met raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, en waarnemend griffier E. Schnetz.

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:HR:2018:999
Strafrecht
25-06-2018 96% soortgelijk
Op 26 juni 2018 heeft de Hoge Raad der Nederlanden een arrest gewezen in een cassatiezaak tegen een verdachte, geboren in 1943. Het beroep in cassatie was ingesteld door de verdachte, vertegenwoordigd...
ECLI:NL:HR:2017:2867
Strafrecht
14-11-2017 96% soortgelijk
Op 14 november 2017 heeft de Hoge Raad der Nederlanden een arrest gewezen in de strafzaak tegen een verdachte, geboren in 1982. Dit arrest betreft een beroep in cassatie tegen een eerdere...
ECLI:NL:HR:2019:550
Strafrecht
05-04-2019 96% soortgelijk
Op 9 april 2019 heeft de Hoge Raad der Nederlanden een arrest gewezen in een cassatieprocedure tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 18 augustus 2017, betreffende de verdachte, geboren...
ECLI:NL:HR:2016:2054
Strafrecht
13-09-2016 96% soortgelijk
Op 13 september 2016 heeft de Hoge Raad der Nederlanden een arrest gewezen in de strafzaak tegen een verdachte, geboren in 1980. Dit arrest betreft een beroep in cassatie tegen een eerdere...
ECLI:NL:HR:2018:2432
Strafrecht
28-01-2019 96% soortgelijk
Op 20 november 2018 heeft de Hoge Raad der Nederlanden een arrest gewezen in de strafzaak tegen een verdachte, geboren in 1995. Dit arrest betreft een beroep in cassatie tegen een eerdere...

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 14c.2 onder 5 (oud) Sr. Bijz. voorwaarde. HR herstelt misslag door te bepalen dat verdachte zich gedurende een door de reclassering te bepalen periode (die loopt tot max. het einde van de proeftijd) dient te blijven melden bij de reclassering zo lang en zo frequent als de reclassering dit nodig acht.

Uitspraak

14 januari 2014 Strafkamer nr. 12/01483

Hoge Raad der Nederlanden

** Arrest**

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 7 maart 2012, nummer 21/002987-11, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover daarbij de maximale duur van de aan de verdachte gestelde bijzondere voorwaarde betreffende het zich melden bij de reclassering is vastgesteld op twee jaren ingaande op de dag volgend op de einddatum van zijn detentie, tot herstel van deze misslag door de zinsnede "(van maximaal twee jaren)" te vervangen door "(van maximaal de resterende duur van de proeftijd)" en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste en het tweede middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO - en wat betreft het tweede middel HR 3 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1556 - geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het derde middel

3.1. Het middel klaagt dat het Hof art. 14c, tweede lid onder 5° (oud), Sr heeft geschonden door te bepalen dat de verdachte zich gedurende een door de reclassering te bepalen periode van maximaal twee jaren vanaf de dag volgend op de einddatum van zijn detentie, dient te blijven melden zo lang en zo frequent als de reclassering dit nodig acht.

3.2. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 30-32 is het middel terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal deze misslag herstellen.

4 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad: vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover daarin is bepaald dat de verdachte zich gedurende een door de reclassering te bepalen periode (van maximaal twee jaren) dient te blijven melden bij de reclassering zo lang en zo frequent als de reclassering dit nodig acht; bepaalt dat de verdachte zich gedurende een door de reclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) dient te blijven melden bij de reclassering zo lang en zo frequent als de reclassering dit nodig acht; verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 januari 2014.