ECLI:NL:GHSHE:2022:4745 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 13-12-2022 / 20-000906-22
Samenvatting
Op 13 december 2022 heeft het gerechtshof in een hoger beroep uitspraak gedaan in de strafzaak tegen een verdachte, geboren in 1964 en woonachtig in [adres]. De zaak betreft een overtreding van artikel 5.18.6, eerste lid, van de Regeling voertuigen, gepleegd op 7 januari 2021 te Moerdijk.
Het hof heeft het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, dat op 21 april 2022 was uitgesproken, vernietigd. De eerdere strafbeschikking van 24 februari 2021 is eveneens ongeldig verklaard. De verdachte is veroordeeld tot een geldboete van € 400,00. Indien de verdachte deze boete niet betaalt, kan dit worden omgezet in 8 dagen hechtenis.
De beslissing van het hof is gebaseerd op verschillende artikelen van het Wetboek van Strafrecht, waaronder artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 63, evenals artikel 5.18.6 van de Regeling voertuigen. Het hof heeft bepaald dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de verdachte zich binnen een proeftijd van 2 jaren opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Zowel de verdachte als de advocaat-generaal hebben afstand gedaan van hun recht om beroep in cassatie in te stellen. Het arrest is mondeling uitgesproken door mr. F.C.J.E. Meeuwis tijdens de openbare terechtzitting.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep
Uitspraak
Parketnummer: 20-000906-22
Uitspraak: 13 december 2022 TEGENSPRAAK
Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zitting houdende te Bergen op Zoom van 21 april 2022, in de strafzaak onder parketnummer 96-044559-21 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964, wonende te [adres] .
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 5.18.6, eerste lid, van de Regeling voertuigen
Gepleegd op 7 januari 2021 te Moerdijk.
De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 5.18.6 van de Regeling voertuigen, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 24 februari 2021 onder CJIB nummer [CJIB nummer] .
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van
Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Verdachte en de advocaat-generaal doen afstand van hun recht om beroep in cassatie in te stellen.
Dit arrest is mondeling gewezen door mr. F.C.J.E. Meeuwis.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 december 2022.