Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:GHSHE:2018:802

ECLI:NL:GHSHE:2018:802 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 27-02-2018 / 200.156.272_01
Civiel recht > Verbintenissenrecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

Op 27 februari 2018 heeft het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch een arrest gewezen in de civiele zaak tussen Vast Goed [vestigingsnaam] B.V. (hierna: appellante) en de geïntimeerden, waaronder [geïntimeerde] en Eagle Corporate S.A. (hierna: Eagle). Deze zaak volgde op eerdere tussenarresten van 6 oktober 2015 en 29 november 2016, en betrof een geschil over geldleningen die door appellante aan Eagle zijn verstrekt.

In het arrest van 29 november 2016 had het hof Eagle de gelegenheid gegeven om te reageren op een door appellante overgelegde berekening van de verschuldigde bedragen. Appellante had een totaalbedrag van € 10.300.000 aan hoofdsommen gespecificeerd, bestaande uit leningen verstrekt in de jaren 2005 en 2006, en aanvullende bedragen die niet voldoende waren onderbouwd door appellante. Eagle had deze hoofdsommen niet gemotiveerd weersproken, waardoor het hof deze als vaststaand beschouwde.

Het hof oordeelde dat de door appellante gevorderde rente tot en met 31 december 2006 (€ 215.799) toewijsbaar was, aangezien deze voldoende was toegelicht en niet gemotiveerd was betwist. Echter, voor de periode na 1 januari 2007 werd geen rente toegewezen, omdat appellante niet voldoende had uitgelegd waarom deze rente verschuldigd zou zijn.

Eagle had betoogd dat zij bepaalde bedragen niet had ontvangen, maar dit argument werd verworpen. Ook het verzoek van Eagle om bedragen in verrekening te brengen was al eerder afgewezen en werd nu opnieuw buiten beschouwing gelaten.

De uiteindelijke afrekening leidde tot een te betalen bedrag door Eagle van € 9.919.687 aan appellante, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 maart 2010. Daarnaast moest [geïntimeerde] € 751.250 aan appellante betalen, met wettelijke rente vanaf 26 maart 2010.

Het hof verklaarde [geïntimeerde] en Eagle niet-ontvankelijk in hun hoger beroep tegen een eerder vonnis van 2 maart 2011 en bekrachtigde het vonnis van 12 maart 2014 voor zover het de vorderingen van [geïntimeerde] in reconventie betrof. Voor het overige werd dit vonnis vernietigd.

De proceskosten werden toegewezen aan appellante, waarbij de kosten voor zowel de eerste aanleg als het hoger beroep werden gespecificeerd. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is openbaar uitgesproken door de rolraadsheer.

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:GHSHE:2016:5303
Civiel recht > Verbintenissenrecht
29-11-2016 97% soortgelijk
In het arrest van 29 november 2016 van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, zaaknummer 200.156.272/01, zijn de partijen [appellante] Vast Goed B.V. en de geïntimeerden [geïntimeerde] en Eagle Corporate S.A. betrokken. Dit arrest volgt...
ECLI:NL:GHSHE:2015:3905
Civiel recht > Verbintenissenrecht
06-10-2015 96% soortgelijk
In het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 oktober 2015, zaaknummer HD 200.156.272/01, zijn twee zaken behandeld waarin [appellante] Vast Goed [vestigingsplaats 1] B.V. (hierna: [appellante]) in hoger beroep is gegaan...
ECLI:NL:GHSHE:2018:139
Civiel recht
18-01-2018 93% soortgelijk
Op 16 januari 2018 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch een arrest gewezen in een civiele zaak tussen [de vennootschap 1] (appellante) en [geïntimeerde sub 1] en [de vennootschap 2] (geïntimeerden). De zaak betreft...
ECLI:NL:GHSHE:2015:2883
Civiel recht
28-07-2015 93% soortgelijk
In het arrest van 28 juli 2015 van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, zaaknummer HD 200.119.932/01, stonden [appellant] en [appellante] tegenover [geïntimeerde], handelend onder de naam Bouw-Handelsonderneming [Bouw-Handelsonderneming]. Dit arrest volgde op eerdere tussenarresten...
ECLI:NL:GHSHE:2020:1142
Civiel recht > Burgerlijk procesrecht
31-03-2020 93% soortgelijk
In het arrest van 31 maart 2020 van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, zaaknummer 200.265.068/01, staat [appellante], een vennootschap, tegenover [geintimeerden c.s.], bestaande uit [de vennootschap 2] en [geïntimeerde]. De zaak betreft een hoger...

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

Geschil tussen schuldeiser en kredietnemer. Kwalificatie als geldlening. Boetes. Rente.

Uitspraak

**GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH **

Afdeling civiel recht zaaknummer HD 200.156.272/01

arrest van 27 febuari 2018

in de zaak van

[Vast Goed] Vast Goed [vestigingsnaam] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , appellante, hierna aan te duiden als [appellante] , advocaat: mr. C.B.P. Kroep te Enschede,

tegen

in zaak I

[geïntimeerde] , wonende te [woonplaats] , Monaco, geïntimeerde, hierna aan te duiden als [geïntimeerde] , advocaat: B.S. Friedberg te Amsterdam,

en

in zaak II

Eagle Corporate S.A., gevestigd te [vestigingsplaats] , Britse Maagdeneilanden, geïntimeerde, hierna aan te duiden als Eagle, advocaat: B.S. Friedberg te Amsterdam,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 6 oktober 2015 en 29 november 2016 in het hoger beroep van de door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond onder nummers C/04/101866/HAZA 10-488 (zaak I) en C/04/103054/HAZA 10-626 (zaak II) gewezen vonnissen van 2 maart 2011 en 12 maart 2014.

8 Het tussenarrest van 29 november 2016

Bij genoemd arrest heeft het hof Eagle in de gelegenheid gesteld te reageren op een berekening van hetgeen Eagle op grond van de LA en ALA 1 tot en met 12 aan [appellante] verschuldigd is. [appellante] had deze berekening overgelegd als productie 6 bij de op 29 december 2015 genomen antwoordmemorie na tussenarrest van 6 oktober 2015.

9 Het verdere verloop van de procedure

Eagle heeft vervolgens een antwoordakte van 17 januari 2017 genomen. Zij heeft daarbij producties overgelegd. Het hof heeft een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

10 De verdere beoordeling

10.1. Eagle heeft de door [appellante] gespecificeerde hoofdsommen, die in 2005 en 2006 ten titel van geldlening zijn verstrekt, niet gemotiveerd weersproken (productie 6 bij antwoordmemorie na tussenarrest van 6 oktober 2015):

  • 24 februari 2005LA€ 1.000.000
  • 16 juni 2005ALA 1€ 450.000
  • 19 juli 2005ALA 2€ 1.000.000
  • 18 augustus 2005ALA 3€ 1.000.000
  • 19 november 2005ALA 4€ 1.000.000 totaal: € 4.450.000
  • 21 februari 2006ALA 5€ 150.000
  • 10 april 2006ALA 6€ 2.000.000
  • 20 juni 2006ALA 7€ 100.000
  • 24 augustus 2006ALA 8€ 500.000
  • 5 september 2006ALA 9€ 500.000
  • 27 september 2006ALA 10€ 1.000.000
  • 19 oktober 2006ALA 11€ 1.000.000
  • 20 oktober 2006(ALA 11)€ 500.000
  • 21 december 2006ALA 12€ 100.000 totaal: € 5.850.000. Deze uitgeleende bedragen zijn in het tussenarrest van 29 november 2016 aangeduid als LA en ALA 1 tot en met 12. De stelling van Eagle dat sprake is van discrepanties tussen de oorspronkelijke vordering en voornoemde productie 6 doet niet ter zake. Deze stelling betreft niet de hoofdsommen die in 2005 en 2006 ten titel van geldlening zijn verstrekt. Eagle wordt dan ook niet gevolgd in haar betoog dat [appellante] niet zou hebben voldaan aan zijn stelplicht. Nu Eagle de omvang van bovenstaande posten onvoldoende onderbouwd heeft betwist, staan deze vast en is er geen plaats voor het leveren van tegenbewijs.

10.2. [appellante] heeft daarnaast in zijn specificatie posten (hoofdsommen) genoemd die als volgt zijn omschreven:

  • 6 juni 2007Minardi $500.000,-€ 370.837
  • 30 augustus 2007Minardi $250.000,-€ 183.837
  • 19 september 2007Minardi $250.000,-€ 179.417
  • 1 november 2007Minardi $250.000,-€ 173.539
  • 26 november 2007Lux Classique€ 25.000
  • 28 november 20074S3 Marketing ( [naam] )€ 15.000.

[appellante] heeft, ondanks het verzoek van het hof in het tussenarrest van 6 oktober 2015, niet uitgelegd dat en waarom deze posten op grond van de LA dan wel de ALA 1 tot en met 12 voor toewijzing in aanmerking komen. Een andere grondslag voor dit onderdeel van het gevorderde is ook niet naar voren gebracht. Deze posten komen dan ook niet voor toewijzing in aanmerking.

10.3. De hoofdsommen zijn dan ook in totaal € 4.450.000 en € 5.850.000. De totale hoofdsom is € 10.300.000. Daarop moeten de ontvangen betalingen in mindering worden gebracht: € 250.000 en € 346.112 (aflossing 21 juni 2007 en betaling 18 april 2007), in overeenstemming met voornoemde productie 6. Het door Eagle genoemde bedrag van € 233.042,59 (datum 15 augustus 2006) is al in de berekening van [appellante] in mindering gebracht.

10.4. De door [appellante] gevorderde overeengekomen rente zal tot en met 31 december 2006 (€ 215.799) worden toegewezen, nu de rentespecificatie voldoende is toegelicht en niet gemotiveerd is weersproken.

10.5. Vanaf 1 januari 2007 zal geen overeengekomen rente worden toegewezen. [appellante] heeft immers, ondanks de opdracht van het hof, de volgens hem vanaf 1 januari 2007 verschuldigde overeengekomen rente niet voldoende toegelicht. In zijn berekening, overgelegd als voornoemde productie 6, heeft hij in weerwil van het tussenarrest van 6 oktober 2015 hoofdsommen opgenomen die niet voor toewijzing in aanmerking komen (zie 10.2 hiervoor). Deze posten zijn, naar bij gebreke van een toelichting moet worden aangenomen, meegenomen als grondslag voor de renteberekening. Daarom kan het hof niet uitgaan van deze renteberekening.

10.6. De wettelijke rente over het toe te wijzen bedrag zal zoals subsidiair gevorderd worden toegewezen vanaf 1 maart 2010 tot de dag der algehele voldoening.

10.7. Eagle betoogt in haar laatste akte dat zij bepaalde bedragen, die volgens het tussenarrest van 29 november 2016 aan haar ten titel van geldlening zijn verstrekt, niet heeft ontvangen. Dit betoog is reeds verworpen en voor zover dit nog nieuwe aspecten betreft tardief, en kan daarom verder buiten beschouwing blijven.

10.8. Het argument dat Eagle gerechtigd is bedragen in verrekening te brengen is reeds verworpen in het tussenarrest van 29 november 2016. Bovendien is Eagle in het tussenarrest van 29 november 2016 niet in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of zij gerechtigd is bepaalde bedragen in verrekening te brengen. Haar opmerkingen daarover in haar laatste akte moeten dan ook om die reden buiten beschouwing blijven.

10.9. De afrekening tussen partijen, gelet op de tussenarresten en hetgeen hiervoor is overwogen, is als volgt:

te betalen door Eagle

€ 4.450.000 € 5.850.000 € 215.799 -/-€ 250.000 -/-€ 346.112 Totaal€ 9.919.687

te betalen door [geïntimeerde] (tussenarrest van 6 oktober 2015, 3.33; tussenarrest van 29 november 2016, 6.7.1-6.7.7)

1-2€ 2.500 x 2€ 5.000 3-6, 8, 10, 13 en 15€ 25.000 x 8€ 200.000

7nihil 9€ 25.000 11-12€ 25.000 x 2€ 50.000 14€ 2.500 16€ 468.750 totaal€ 751.250 De wettelijke rente zal zoals gevorderd worden toegewezen vanaf 26 maart 2010.

10.10. De conclusie van het voorgaande is dat de grieven slagen en geen verdere bespreking behoeven, dat het bestreden vonnis van 12 maart 2014 moet worden bekrachtigd voor zover het gaat om de vordering van [geïntimeerde] in reconventie en voor het overige moet worden vernietigd, dat het door Eagle in reconventie gevorderde moet worden afgewezen en dat het door [appellante] gevorderde moet worden toegewezen als na te melden. De vordering van [appellante] [geïntimeerde] te veroordelen tot het ter beschikking stellen van documenten waaruit de oorsprong en de omvang van alle verpande sponsorvergoedingen blijken zal worden afgewezen, zoals is overwogen onder 3.50 en 3.51 van het tussenarrest van 6 oktober 2015. [geïntimeerde] en Eagle zullen niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep tegen een comparitievonnis van 2 maart 2011 nu geen grieven zijn aangevoerd tegen dat vonnis.

10.11. [geïntimeerde] en Eagle zullen als de in het ongelijk gestelde partijen in de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van [appellante] worden veroordeeld:

in eerste aanleg in zaak I en in zaak II:

  • voor exploot dagvaarding € 88,89 en € 83,89,
  • voor vast recht € 4.951,- en € 4.951,-, en
  • voor salaris advocaat:
  • exploten dagvaarding 2
  • 2x repliek in conventie en antwoord in reconventie 3
  • 2x dupliek in reconventie 1
  • comparitie in beide zaken2
  • 3 enquêtezittingen (zaak Eagle)1½
  • conclusie na enquête ½
  • pleidooi 2
  • akte eisvermeerdering in 1 zaak½ totaal 12,5 punten x tarief VIII € 3.211,-

in hoger beroep

  • voor exploot dagvaarding € 77,52,
  • voor vast recht € 5.114,-,
  • voor salaris advocaat: memorie 1, pleidooi 2, memorie ½, tarief VIII € 4.580.

11 De uitspraak

verklaart [geïntimeerde] en Eagle niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen het vonnis van 2 maart 2011;

bekrachtigt het bestreden vonnis van 12 maart 2014 in zaak I en in zaak II, doch alleen voor zover de vorderingen van [geïntimeerde] in reconventie zijn (of de vordering is) afgewezen;

vernietigt het bestreden vonnis van 12 maart 2014 in zaak I en in zaak II voor het overige;

en opnieuw rechtdoende

veroordeelt Eagle € 9.919.687 (negen miljoen negenhonderdnegentienduizend zeshonderdzevenentachtig euro) aan [appellante] te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2010 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [geïntimeerde] € 751.250 (zevenhonderdeenenvijftigduizend tweehonderdvijftig euro) aan [appellante] te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 maart 2010 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [geïntimeerde] en Eagle in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [appellante] begroot op € 172,78 voor verschotten, € 9.902,- voor vast recht en € 40.137,50 voor salaris advocaat in eerste aanleg, en in hoger beroep op € 77,52 voor verschotten, € 5.114,- aan vast recht en € 16.030,- voor salaris advocaat, en voor nakosten € 131 indien dit arrest niet wordt betekend dan wel € 199 indien dit arrest wordt betekend;

wijst af de vordering in reconventie van Eagle;

wijst af het meer of anders gevorderde;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. P.M. Arnoldus-Smit, L.S. Frakes en T. Rothuizen-van Dijk en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 27 februari 2018.

griffierrolraadsheer