ECLI:NL:GHARL:2026:5780 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 08-09-2026 / 200.371.601/01
Samenvatting
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (locatie Leeuwarden), civiele kamer, zaaknummer hof 200.371.601/01 (rb. Overijssel 324652), arrest 8 september 2026.
Partijen
- Appellanten: [appellant] en [appellante], wonende in gemeente [gemeentenaam1], bijgestaan door mr. L.H.E. Drenthe (advocaat te Amsterdam).
- Geïntimeerden: [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2], wonende in gemeente [gemeentenaam2], bijgestaan door mr. J.E. Kötter (advocaat te Amsterdam).
Procesverloop
- Vonnis rechtbank Overijssel van 11 maart 2026 vormt de uitspraak in eerste aanleg.
- Dagvaarding in hoger beroep op nader aan te voeren gronden d.d. 2 juni 2026.
- H-16 formulier van 13 augustus 2026: appellanten verzoeken het hof de zaak te verwijzen naar een ander gerechtshof.
- H-16 formulier van 17 augustus 2026: geïntimeerden maken bezwaar tegen dat verzoek.
- Partijen voldeden ieder het griffierecht van € 373,-.
- Het hof nam op grond van het griffiedossier beslissing over het verwijzingsverzoek.
Rechtsgrond en motivering
- Appellanten stelden in hoofdzaak dat meerdere raadsheren die (in nevenfunctie) verbonden zijn aan het gerechtshof eerder in andere procedures ten gunste van geïntimeerden hadden beslist; stukken daarvan zouden deel uitmaken van het procesdossier. Op die grond verzochten zij verwijzing naar een ander hof.
- Het hof pastte artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie toe, dat toestaat een zaak te verwijzen indien de betrokkenheid van het gerechtshof behandeling door een ander hof wenselijk maakt.
- Het hof oordeelde dat de onderbouwing van appellanten uiterst summier was. Belangrijke gegevens ontbraken: welke raadsheren het betrof, welke nevenfuncties zij vervulden, in welke procedures en wanneer die eerdere beslissingen waren gegeven en op welke wijze die beslissingen betrekking hebben op de onderhavige zaak. Geïntimeerden hadden dit terecht aangevoerd.
- Gelet op deze gebrekkige specificering kon niet worden vastgesteld dat er sprake was van zodanige betrokkenheid dat een onafhankelijke en onpartijdige behandeling niet gewaarborgd zou zijn.
Beslissing
- Het hof wees het verzoek tot verwijzing naar een ander gerechtshof af.
- De zaak werd verwezen naar de rol van 20 oktober 2026 voor memorie van grieven.
- Iedere verdere beslissing werd aangehouden.
Samenstelling van het hof: mrs. J.H. Kuiper, J.H. Lieber en S.C.P. Giesen; uitspraak mondeling gedaan door de rolraadsheer in aanwezigheid van de griffier op 8 september 2026.
Soortgelijke uitspraken
Tijdslijn
Inhoudsindicatie
Verzoek om verwijzing naar een ander hof afgewezen wegens te summiere onderbouwing.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.371.601/01 (zaaknummer rechtbank Overijssel 324652)
arrest van 8 september 2026
in de zaak van
1 [appellant] , en
2.[appellante] die wonen in de gemeente [gemeentenaam1] hierna: [appellanten] vertegenwoordigd door mr. L.H.E. Drenthe, advocaat in Amsterdam
tegen
1 [geïntimeerde1] , en
2.[geïntimeerde2] die wonen in de gemeente [gemeentenaam2] hierna: [geïntimeerden] vertegenwoordigd door mr. J.E. Kötter, advocaat in Amsterdam.
1 De procedure bij de rechtbank
1.1 Hoe de procedure bij de rechtbank is verlopen, blijkt uit het vonnis van 11 maart 2026 van de rechtbank Overijssel, afdeling civiel recht, zittingsplaats Zwolle.
2 De procedure bij het hof
2.1 Het verloop van de procedure bij het hof blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep op nader aan te voeren gronden van 2 juni 2026;
- het H-16 formulier van 13 augustus 2026 waarin [appellanten] verzoeken om de zaak te verwijzen naar een ander hof;
- het H-16 formulier van 17 augustus 2026 waarin [geïntimeerden] bezwaar maken tegen het verzoek om de zaak te verwijzen naar een ander hof.
2.2 Partijen hebben elk het griffierecht van € 373,- voldaan.
2.3 Vandaag neemt het hof op grond van het griffiedossier een beslissing over het verzoek tot verwijzing naar een ander hof.
2 De beoordeling
2.1
[appellanten] hebben hun verzoek als volgt onderbouwd:
"
2.2 Artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO) bepaalt dat het gerechtshof een zaak ter verdere behandeling kan verwijzen naar een ander gerechtshof, indien naar zijn oordeel door betrokkenheid van het gerechtshof behandeling van die zaak door een ander gerechtshof gewenst is.
2.3 Op grond van de uiterst summiere onderbouwing van [appellanten] is niet vast te stellen dat sprake is van betrokkenheid van het hof waardoor een onpartijdige behandeling door een onafhankelijk gerecht niet gewaarborgd is. [appellanten] vermelden niet om welke raadsheren het gaat, welke nevenfuncties zij zouden hebben vervuld, in welke procedures de gestelde eerdere beslissingen zijn gegeven, wanneer die beslissingen zijn genomen en op welke wijze zij betrekking hebben op de onderhavige procedure, zoals [geïntimeerden] terecht hebben aangevoerd. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
3 De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
3.1 wijst het verzoek af;
3.2 verwijst de zaak naar de rol van 20 oktober 2026 voor memorie van grieven;
3.3 houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, J.H. Lieber en S.C.P. Giesen, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 8 september 2026.